Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BL7595

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
10-03-2010
Datum publicatie
17-03-2010
Zaaknummer
10/298
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

2.1 Aangezien het beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit is ingediend op of na 1 oktober 2009, volgt uit artikel III, tweede lid, van het overgangsrecht dat afdeling 8.2.4a van de Awb van toepassing is. Niet in geschil is dat niet tijdig is beslist op het verzoek. Ook staat vast dat is voldaan aan de overige vereisten als bedoeld in artikel 6:12 en 6:5 van de Awb.

2.2 Nu verweerder alsnog op de aanvraag heeft beslist, heeft eiseres echter geen procesbelang meer bij een uitspraak op het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit, en zal dit beroep met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

Geen belang is gelegen in het verzoek van eiseres om toepassing van artikel 8:55c van de Awb, aangezien artikel 4:17 in paragraaf 4.1.3.2 van de Awb, gelet op artikel III, eerste lid, van het overgangsrecht, niet van toepassing is op aanvragen ingediend vóór 1 oktober 2009.

3. De rechtbank zal de beslissing op het beroep voor zover betrekking hebbend op het alsnog genomen (reële) besluit van 17 februari 2010, met toepassing van het bepaalde in artikel 6:20, vierde lid, van de Awb, verwijzen naar verweerder, ter behandeling als bezwaarschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: 10/298 GEMWT

Uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak van:

de Vereniging Tien voor Texel,

gevestigd te Den Burg,

eiseres,

gemachtigde mr. A.H. Jonkhoff,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Texel,

verweerder.

Inleiding

Eiseres heeft op 5 december 2008 verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen overtreding van de bepalingen van het bestemmingsplan “Buitengebied Texel” en de herziening van dat bestemmingsplan, met betrekking tot de exploitatie van een transportbedrijf dan wel mesthandel op de locatie [adres] te [plaats].

Bij brief van 9 oktober 2009 heeft eiseres verweerder meegedeeld dat hij in gebreke is op dat verzoek te beslissen.

Bij brief van 2 februari 2010, door de rechtbank ontvangen op 3 februari 2010, is namens eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek.

Verweerder heeft bij besluit van 17 februari 2010 het verzoek van eiseres alsnog afgewezen.

Overwegingen

1. Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking getreden. Deze wetswijziging omvat paragraaf 4.1.3.2 (Dwangsom bij niet tijdig beslissen, de artikelen 4:17 tot en met 4:20) en afdeling 8.2.4a (Beroep bij niet tijdig beslissen, de artikelen 8:55b tot en met 8:55f) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Ingevolge artikel III, eerste lid, van het overgangsrecht bij voornoemde wet blijft op het niet tijdig beslissen op een aanvraag die of een bezwaar- of beroepschrift dat is ingediend voor het tijdstip waarop paragraaf 4.1.3.2 van de Awb van toepassing is geworden, het recht zoals dit gold voor dat tijdstip van toepassing.

Ingevolge artikel III, tweede lid, hiervan blijft op een bezwaar- of beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit dat is ingediend voor het tijdstip waarop afdeling 8.2.4a van toepassing is geworden, het recht zoals dit gold voor dat tijdstip van toepassing.

Ingevolge artikel 6:20, derde lid, van de Awb, heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt.

Ingevolge artikel 6:20, vierde lid, van de Awb, kan echter de beslissing op het beroep worden verwezen naar een ander orgaan waarbij bezwaar of beroep tegen het alsnog genomen besluit aanhangig is, dan wel kan of kon worden gemaakt of ingesteld.

Ingevolge artikel 8:55b, eerste lid, van de Awb doet de rechtbank, indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, binnen acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5 van de Awb is voldaan, uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Awb, tenzij de rechtbank een onderzoek ter zitting noodzakelijk acht.

Ingevolge artikel 8:55c van de Awb stelt, indien het beroep gegrond is, de rechtbank desgevraagd tevens de hoogte van de ingevolge artikel 4.1.7 verbeurde dwangsom vast.

Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.

2.1 Aangezien het beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit is ingediend op of na 1 oktober 2009, volgt uit artikel III, tweede lid, van het overgangsrecht dat afdeling 8.2.4a van de Awb van toepassing is. Niet in geschil is dat niet tijdig is beslist op het verzoek. Ook staat vast dat is voldaan aan de overige vereisten als bedoeld in artikel 6:12 en 6:5 van de Awb.

2.2 Nu verweerder alsnog op de aanvraag heeft beslist, heeft eiseres echter geen procesbelang meer bij een uitspraak op het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit, en zal dit beroep met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

Geen belang is gelegen in het verzoek van eiseres om toepassing van artikel 8:55c van de Awb, aangezien artikel 4:17 in paragraaf 4.1.3.2 van de Awb, gelet op artikel III, eerste lid, van het overgangsrecht, niet van toepassing is op aanvragen ingediend vóór 1 oktober 2009.

3. De rechtbank zal de beslissing op het beroep voor zover betrekking hebbend op het alsnog genomen (reële) besluit van 17 februari 2010, met toepassing van het bepaalde in artikel 6:20, vierde lid, van de Awb, verwijzen naar verweerder, ter behandeling als bezwaarschrift.

4. Gelet op hetgeen is overwogen in 2.1 is er aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres voor de behandeling van haar beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft de rechtbank de kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 109,25. Hierbij heeft de rechtbank voor het opstellen van het beroepschrift één punt toegekend en het gewicht van de zaak aangemerkt als zeer licht.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder in de aan de zijde van eiseres redelijkerwijs gemaakte proceskosten ten bedrage van € 109,25, door verweerder te betalen aan eiseres;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres het griffierecht ten bedrage van € 298,00 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 10 maart 2010 door mr. P.H. Lauryssen, rechter, in tegenwoordigheid van C.H. Kuiper, griffier.

griffier rechter

Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden - in elk geval de eisende partij - en verweerder verzet doen bij de rechtbank. Verzet wordt gedaan door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (verzetschrift) en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de rechtbank Alkmaar, sector Bestuursrecht, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar.

Als u het verzet mondeling op een zitting wilt toelichten, moet u daarom vragen in uw verzetschrift. Op deze zitting gaat het uitsluitend over het door u ingediende verzet en niet over het door u ingediende beroep.