Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BL6502

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
18-02-2010
Datum publicatie
04-03-2010
Zaaknummer
117235
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werkgever dient vakvereniging toe te laten tot de onderhandelingen over een nieuwe CAO.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2010, 65
JAR 2010/85
AR-Updates.nl 2010-0211
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

NB / PV

KG nummer: 117235 / KG ZA 10-47

datum: 18 februari 2010

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de NEDERLANDSE VERENIGING VAN LUCHTVAARTTECHNICI,

gevestigd en kantoor houdende te Schiphol Oost,

EISERES IN KORT GEDING bij dagvaarding van 8 februari 2010,

advocaat mr. J.M.A. Smits te Huizen,

tegen:

de besloten vennootschap CHC HELICOPTERS NETHERLANDS B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Den Helder,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

advocaat mr. M.J.M.T. Keulaerds te Den Haag.

Partijen zullen verder worden genoemd "NVLT" respectievelijk "CHC".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 17 februari 2010 heeft NVLT gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

CHC heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van NVLT de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

Op 18 februari 2010 is in verband met de spoedeisendheid van de zaak in verkorte vorm vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 NVLT is zowel een beroeps- als vakvereniging, die (onder meer) tot doel heeft het behartigen van de persoonlijke en groepsbelangen van de leden en het uitoefenen van haar bevoegdheid tot het aangaan en wijzigen van collectieve arbeidsovereenkomsten volgens de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomsten.

2.2 CHC drijft een onderneming die zich bezighoudt met het vervoer per helikopter van en naar boorplatforms in de Noordzee. Bij CHC zijn 201 werknemers werkzaam, waarvan 70 vliegend personeel en 131 grondpersoneel (waaronder 10 uitzendkrachten).

2.3 Bij CHC zijn 44 engineers (door NVLT aangeduid als certifying staff) werkzaam, waaronder een aantal uitzendkrachten. De engineers vallen onder het grondpersoneel. De engineers zijn op grond van de EG-Verordening nr. 2042/2003 bevoegd om (kort gezegd) werkzaamheden te mogen certificeren van luchtvaartsystemen en installaties. Na elk onderhoud aan een vliegtoestel, dient deze door een engineer vrijgegeven te worden voor gebruik.

2.4 Een deel van de engineers is lid van NVLT.

2.5 Op het grondpersoneel is de CAO voor Grondpersoneel CHC Helicopters Netherlands B.V. [hierna: de CAO] van toepassing, die is aangegaan tussen CHC en de bonden De Unie, CNV Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten. Deze CAO heeft een looptijd tot 30 april 2010. CNV Bedrijvenbond zal niet deelnemen aan de onderhandelingen voor een nieuwe CAO.

2.6 Sinds 2007 zijn partijen met elkaar in gesprek over het verzoek van NVLT om deel te nemen aan de CAO-onderhandelingen.

2.7 Bij brief van 3 september 2009 heeft NVLT CHC verzocht om deel te nemen aan de onderhandelingen over de nieuwe CAO. CHC heeft dit verzoek bij brief van

10 november 2009 afgewezen, omdat NVLT slechts een deel van het totale grondpersoneel vertegenwoordigt en de engineers reeds worden vertegenwoordigd door de andere bonden. Daartegen heeft NVLT geprotesteerd, maar bij brief van

15 januari 2010 heeft de advocaat van CHC de afwijzing van het verzoek gemotiveerd bevestigd.

2.8 De onderhandelingen voor de komende CAO zullen op 18 februari 2010 starten.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 NVLT vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en op alle dagen en uren:

I. CHC te veroordelen om NVLT te erkennen en te aanvaarden als gesprekspartner en partij in het overleg over de nieuw af te sluiten CAO en haar uit te nodigen en toe te laten tot dat overleg, en al die gegevens aan NVLT te verstrekken die door CHC met het oog op de onderhandelingen aan werknemersorganisaties zijn verstrekt en haar steeds en gelijktijdig dezelfde informatie te verstrekken die aan de werknemersorganisaties in dat kader zal worden verstrekt;

II. CHC te verbieden het overleg over een nieuwe CAO te voeren dan wel voort te zetten zonder NVLT daarbij als partij toe te laten;

III. CHC te veroordelen tot betaling van een dwangsom van euro 5.000,- althans een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom, voor elke dag of deel daarvan dat CHC niet voldoet aan het gevorderde onder I en II vanaf de datum van het vonnis, met een maximum van euro 1.500.000,-;

IV. CHC te veroordelen in de kosten van dit geding en de nakosten.

3.2 Daartoe heeft NVLT - verkort en zakelijk weergegeven - gesteld dat CHC onrechtmatig jegens haar handelt door haar niet toe te laten tot de onderhandelingen over de komende CAO. NVLT vertegenwoordigt 26 enigeers en kan als voldoende representatief worden aangemerkt. De engineers vormen een specifieke groep binnen het grondpersoneel. Zij hebben specifieke belangen die de andere bonden onvoldoende behartigen, mede doordat deze belangen niet altijd stroken met de belangen van het overige grondpersoneel. In dit verband wijst NVLT onder meer op de functiewaardering, de beloning en de regeling over de terugbetaling van de opleidingskosten typerating. Tegenover het belang van NVLT om te worden toegelaten tot de onderhandelingstafel, heeft CHC geen zwaarwegende belangen aangevoerd die een uitsluiting van NVLT rechtvaardigen, aldus NVLT.

3.3 CHC heeft verweer gevoerd. Daarop wordt bij de gronden van de beslissing, voor zover van belang, ingegaan.

4.DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 De advocaat van CHC heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen het toelaten van de producties 5 tot en met 7 van NVLT, omdat deze niet binnen 24 uur voorafgaande aan de zitting zijn toegezonden. De voorzieningenrechter constateert dat het betreffende faxbericht op 16 februari 2010 om 16.27 uur, en derhalve niet tijdig, ter griffie is ingekomen. Deze producties zijn volgens de advocaat van NVLT zo laat toegezonden, omdat hij daarmee heeft gereageerd op de producties die hij de dag ervoor van CHC had ontvangen. CHC heeft ter zitting (uitvoerig) inhoudelijk verweer gevoerd tegen de stukken die NVLT nog heeft ingebracht. Aldus is het beginsel van hoor en wederhoor niet geschonden door de late indiening van de betreffende stukken. Deze zullen derhalve worden toegelaten.

4.2 Het meest verstrekkende verweer van CHC is dat de vorderingen van NVLT moeten worden afgewezen bij gebrek aan spoedeisend belang. Daartoe heeft CHC aangevoerd dat NVLT al sinds 2007 probeert toe te treden tot de CAO-onderhandelingen. Dit verweer wordt verworpen. Hoewel partijen al enige jaren met elkaar in gesprek zijn over de vraag of NVLT als onderhandelingspartner dient deel te nemen aan de CAO-onderhandelingen, heeft CHC met haar brief van

15 januari 2010 de deur definitief dichtgegooid voor NVLT. De enkele omstandigheid dat NVLT geruime tijd heeft laten verlopen alvorens de onderhavige vordering in kort geding in te stellen, betekent derhalve niet dat moet worden aangenomen dat zij geen spoedeisend belang heeft bij de gevorderde toelating tot de onderhandelingen over een nieuwe CAO, die op 18 februari 2010 starten.

4.3 Bij de beantwoording van de vraag of NVLT thans behoort te worden toegelaten tot overleg omtrent een nieuwe CAO bij CHC, geldt als uitgangspunt dat partijen in beginsel zelf bepalen of zij al dan niet met elkaar in onderhandeling wensen te treden. Dit uitgangspunt van contractsvrijheid kan worden beperkt.

Een vakbond die een groot aantal werknemers in de branche vertegenwoordigt en representatiever is dan andere vakbonden, heeft in beginsel recht op toelating tot de onderhandelingen over een nieuwe CAO (zie Hoge Raad 8 juni 2007, NJ 2007, 464).

4.4 De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat de engineers een specifieke groep is binnen het grondpersoneel. Zij vormen (mede) gelet op hun eigen specifieke verantwoordelijkheid ten aanzien van de vliegveiligheid een aparte branche binnen het grondpersoneel.

4.5 CHC heeft aangevoerd dat NVLT geen vakbond is die een groot aantal werknemers vertegenwoordigt in de branche waarin CHC werkzaam is, te weten het vervoer per helikopter van en naar boorplatforms. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter legt CHC het begrip branche te beperkt uit.

De voorzieningenrechter vat de branche in deze op als luchtvaart. NVLT heeft ter zitting gesteld dat er in Nederland 2000 engineers zijn, waarvan zij er ongeveer 700 vertegenwoordigt. Dit heeft CHC niet bestreden. Voldoende aannemelijk is derhalve dat NVLT een groot aantal werknemers in de branche vertegenwoordigt.

4.6 NVLT vertegenwoordigt een groot aantal van de engineers die bij CHC werkzaam zijn en is gelet op haar specifieke doelstelling representatiever te achten dan ieder der oude vakbonden. De engineers hebben (mede gelet op hun wettelijke verantwoordelijkheden voor de vliegveiligheid) een specifieke positie binnen het grondpersoneel, die meebrengt dat zij belangen hebben die niet samenlopen met het andere grondpersoneel. Zo wijken de arbeidsvoorwaarden qua salariƫring en bepaalde toeslagen van de engineers af van het overige grondpersoneel en geldt bijvoorbeeld ook een afzonderlijke regeling voor de terugbetaling van opleidingskosten (typerating). NVLT heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de oude bonden de specifieke belangen van deze groep minder toegespitst dan gewenst behartigen. CHC heeft er weliswaar op gewezen dat twee van de kaderleden van de oude bonden die aan het overleg deelnemen ook engineers zijn, maar deze kaderleden dienen bij hun stellingname een balans te zoeken tussen de belangen van de engineers en het overige grondpersoneel, waardoor het kan zijn dat de belangen van de engineers niet voldoende worden behartigd.

4.7 Uit het vorenstaande blijkt dat NVLT een zwaarwegend belang heeft om deel te nemen aan de komende CAO-onderhandelingen. CHC heeft bezwaren geuit tegen die deelname. Zij heeft aangegeven dat zij als kleine onderneming niet met te veel gesprekspartners om tafel wenst te zitten. Dit bezwaar wordt gepasseerd. Vast staat immers dat CNV Bedrijvenbond als CAO-partner wegvalt, zodat numeriek geen verandering optreedt. Ook het bezwaar dat wellicht vier CAO's binnen de kleine onderneming van CHC zullen ontstaan, wordt verworpen. Ter zitting heeft NVLT verklaard dat zij niet uit is op een eigen CAO voor engineers en bovendien kan pas tijdens de onderhandelingen blijken of dat het geval is. Overigens heeft CHC geen zwaarwegende belangen naar voren gebracht die zich verzetten tegen deelname van NVLT aan de CAO-onderhandelingen.

4.8 In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, is het niet onwaarschijnlijk dat de bodemrechter later oordelend de uitsluiting van NVLT om deel te nemen aan de komende CAO-onderhandelingen als onrechtmatig zal bestempelen.

4.9 De gevorderde voorzieningen liggen derhalve voor toewijzing gereed. Als prikkel tot nakoming zal voorts een dwangsom aan CHC worden opgelegd voor het geval zij dit vonnis niet naleeft, zoals hierna te melden.

4.10 De vordering die ertoe strekt om dit vonnis uitvoerbaar te verklaren op alle dagen en uren wordt afgewezen, nu daarvoor geen onderbouwing is gegeven.

4.11 CHC wordt als de in het ongelijk te stellen partij veroordeeld in de kosten van dit geding en de nakosten, een en ander op de hierna te melden wijze.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

-veroordeelt CHC om NVLT te erkennen en te aanvaarden als gesprekspartner en partij in het overleg over de nieuw af te sluiten CAO en haar uit te nodigen en toe te laten tot dat overleg;

- veroordeelt CHC al die gegevens aan NVLT te verstrekken die door CHC met het oog op de onderhandelingen aan werknemersorganisaties zijn verstrekt en haar steeds en gelijktijdig dezelfde informatie te verstrekken die aan de werknemersorganisaties in dat kader zal worden verstrekt;

-verbiedt CHC het overleg over een nieuwe CAO te voeren dan wel voort te zetten zonder NVLT daarbij als partij toe te laten;

- bepaalt dat CHC een dwangsom van euro 5.000,- per dag of gedeelte daarvan verbeurt dat zij na betekening van dit vonnis niet voldoet aan de hiervoor vermelde veroordelingen en / of in strijd handelt met het hiervoor vermelde verbod, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van euro 500.000,-;

-veroordeelt CHC in de kosten het geding, tot heden aan de zijde van NVLT begroot op euro 336,89 aan verschotten en euro 816,- aan salaris van de advocaat;

- veroordeelt CHC in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op euro 131,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen met een bedrag van euro 68,-- aan salaris advocaat onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- weigert de meer of anders gevorderde voorzieningen.

Gewezen door mr. P.G. Vroom, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2010 te 10.00 uur in tegenwoordigheid van mr. N. Boots, griffier.

U kunt tegen dit vonnis in hoger beroep gaan bij het Gerechtshof te Amsterdam. U kunt dit hoger beroep instellen binnen vier weken na de dag van de uitspraak.

Het beroep moet namens u worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor de Rechtsbijstand.

Bij dit verzoek moet een 'verklaring omtrent inkomen en vermogen' worden overgelegd. Zo'n verklaring kunt u verkrijgen bij de afdeling Burgerzaken van het gemeentehuis of bij de sociale dienst in uw gemeente. In plaats van een door de aanvrager van rechtsbijstand over te leggen verklaring van de burgemeester over zijn inkomen en vermogen kan er nu worden volstaan met het opgeven van het sofinummer, op basis waarvan de Raad informatie inwint bij de belastingdienst. In civiele zaken waarin zonder advocaat wordt geprocedeerd geldt dat aan de griffie in plaats van een verklaring van de burgemeester een verklaring van de raad (opgesteld op basis van de door de belastingdienst verstrekte gegevens) wordt overgelegd. Afhankelijk van die draagkracht wordt een zogenaamde toevoeging verstrekt onder oplegging van een eigen bijdrage. Die bijdrage is afhankelijk van de hoogte van de draagkracht.

Als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, dan geldt het vonnis al wel, zolang op het (eventuele) beroep niet is beslist.

KG nummer: 117235 / KG ZA 10-47 blz. 7

vonnis