Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BL4495

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
18-02-2010
Datum publicatie
19-02-2010
Zaaknummer
115694 / KV RK 09-816
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

"Artikel 3:270 lid 3 BW. De voorzieningenrechter onthoudt zijn goedkeuring aan de verklaring van de bank voor wat betreft de juridische- en taxatiekosten. Niet gebleken is dat deze kosten krachtens de hypotheek zijn verzekerd."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

NB / LJS

rekestnummer: 115694 / KV RK 09-816

datum: 18 februari 2010

Verklaring van de voorzieningenrechter,

inzake het schriftelijk verzoek van:

1. de naamloze vennootschap RABOHYPOTHEEKBANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam en kantoor houdende te Eindhoven,

2. de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK SCHAGEN-WIERINGERLAND U.A.,

statutair gevestigd en kantoor houdende te Schagen,

VERZOEKSTERS.

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Op 30 november 2009, bij het bureau voorzieningenrechter van deze rechtbank ingekomen op 1 december 2009, heeft mr. A. Verhoeks, notaris te Den Helder, namens verzoeksters een schriftelijk verzoek ingediend, strekkende tot het goedkeuren van de verklaringen van 24 november en 16 december 2009 van verzoeksters, zoals bedoeld in artikel 270 lid 3 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

De notaris heeft het verzoekschrift - op verzoek van de voorzieningenrechter - bij faxbericht van 16 februari 2010 nader toegelicht.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 De heer [naam 1] [hierna: [naam 1]] is eigenaar geweest van een kavel grond op het bungalowpark Strandslag Julianadorp [hierna: de onroerende zaak]. Hij heeft daarop op 19 april 1996 een recht van eerste hypotheek aan verzoeksters verleend tot een bedrag van [gulden] 227.000,-, te vermeerderen met rente en kosten, begroot op [gulden] 79.450,-, derhalve in totaal [gulden] 306.450,-.

2.2 Op 26 november 2009 heeft [naam 1] een recht van tweede hypotheek op onder meer de onroerende zaak aan verzoeksters verleend tot een bedrag van [gulden] 50.000,-, te vermeerderen met rente en kosten, begroot op [gulden] 17.500,-, derhalve in totaal

[gulden] 67.500,-.

2.3 [naam 1] heeft op 1 november 2005 aan [naam 2] een recht van derde hypotheek op onder meer de onroerende zaak verleend tot een bedrag van

[euro] 200.000,-, te vermeerderen met rente en kosten, begroot op [euro] 70.000,-, derhalve in totaal [euro] 270.000,-.

2.4 Bij deurwaardersexploot van 13 augustus 2009 hebben verzoeksters [naam 1] aangezegd dat hun vordering op grond van de eerste hypotheek op hem

[euro] 354.226,28 bedraagt en dat de executoriale verkoop van de onroerende zaak zal plaatsvinden op 15 september 2009.

2.5 De onroerende zaak is uiteindelijk onderhands verkocht voor een bedrag van

[euro] 115.000,--.

2.6 Verzoeksters hebben bij brief van 24 november 2009 aan de notaris verklaard dat de vordering van verzoeksters [euro] 86.282,- bedraagt. In dat bedrag is een post 'Juridische- en taxatiekosten' van [euro] 1.952,12 opgenomen.

2.7 Verzoeksters hebben bij brief van 16 december 2009 aan de notaris bericht dat zij in voornoemde verklaring abusievelijk waren vergeten een bedrag van [euro] 1.460,65 aan juridische kosten op te nemen, zodat hun vordering in totaal [euro] 87.742,65 bedraagt.

3. HET VERZOEK EN DE BEOORDELING DAARVAN

3.1 Verzoeksters hebben verzocht dat de voorzieningenrechter de onder punt 2.6 en 2.7 vermelde verklaringen goedkeurt, zoals bedoeld in artikel 3:270 lid 3 BW.

3.2 In dat artikel is (onder meer) bepaald dat indien het goed door de eerste hypotheekhouder is geëxecuteerd en deze uiterlijk op de betaaldag aan de notaris een verklaring overlegt van hetgeen hem van de opbrengst toekomt krachtens een door een eerste hypotheek verzekerde vordering of andere vorderingen die eveneens door hypotheek zijn verzekerd en in rang onmiddellijk bij de eerste aansluiten, de notaris de eerste hypotheekhouder het hem toekomende uitkeert.

De voorzieningenrechter dient de verklaring goed te keuren, nadat hem summierlijk van de juistheid ervan is gebleken.

3.3 In de verklaring van 24 november 2009 is een bedrag van [euro] 1.952,12 wegens juridische- en taxatiekosten opgenomen en in de aanvullende verklaring van

16 december 2009 wordt nog eens aanspraak gemaakt op juridische kosten tot een bedrag van [euro] 1.460,65. De voorzieningenrechter heeft verzoeksters in de gelegenheid gesteld nader te onderbouwen op basis waarvan zij aanspraak kunnen maken op deze kosten. Verzoeksters hebben in reactie daarop gewezen op hun mogelijkheid tot verhaal van de hypotheeksom met rente en kosten tot een maximum van 35% van de hypotheeksom, zoals blijkt uit de hypotheekakte en daarbij behorende voorwaarden. De betreffende bepalingen in de hypotheekakten waarop verzoeksters doelen, brengen mee dat zij naast de hypotheeksom een bedrag aan rente en kosten tot een maximum van 35% van de hypotheeksom bij voorrang op de andere schuldeisers kan verhalen op de onroerende zaak. Met die bepaling is echter niet gegeven dat verzoeksters ook aanspraak kunnen maken op juridische- en / of taxatiekosten. Nu uit de overgelegde stukken niet is gebleken dat was overeengekomen dat deze kosten krachtens de hypotheek zijn verzekerd, zal de voorzieningenrechter zijn goedkeuring onthouden aan de juridische- en taxatiekosten.

3.4 Gelet op het vorenstaande zal de voorzieningenrechter de verklaring van

24 november 2009 goedkeuren tot een bedrag van [euro] 84.329,88.

4. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- keurt ingevolge artikel 270 lid 3 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek goed de verklaring van 24 november 2009 van verzoeksters tot een bedrag van [euro] 84.329,88, zoals vermeld op de verklaring die aan deze beschikking is gehecht;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar op 18 februari 2010, bijgestaan door de griffier.