Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BK8745

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
24-12-2009
Datum publicatie
11-01-2010
Zaaknummer
09/2753
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Structureel ophogen van het aantal vliegbewegingen met civiele helikopters op het militaire vliegveld De Kooy te Den Helder van 22.000 naar 25.000 per jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 09/2753

Uitspraak van de voorzieningenrechter

in de zaak van:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Texel,

zetelend te Den Burg,

verzoeker,

gemachtigde C.H. Witte,

tegen

de Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat,

verweerders.

Aan het geding neemt tevens deel Den Helder Airport C.V..

Ontstaan en loop van de zaak

Bij besluit van 11 december 2008 (hierna: het bestreden besluit) hebben verweerders ontheffing op grond van artikel 33, tweede lid, van de Luchtvaartwet verleend aan Den Helder Airport C.V. (hierna: Den Helder Airport) voor het structureel ophogen van het aantal vliegbewegingen met civiele helikopters op het militaire vliegveld De Kooy te Den Helder van 22.000 naar 25.000 per jaar.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 9 januari 2009 bezwaar gemaakt.

Bij brief van 9 november 2009 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld ter zitting van 8 december 2009.

Verzoeker is verschenen bij gemachtigde C.H. Witte. Namens verweerders zijn verschenen

mr. I.W. Neleman en mr. A.J. van Heusden, gemachtigden. Namens Den Helder Airport is verschenen mr. P.L. Loeb, gemachtigde.

Motivering

1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor zover het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld heeft het oordeel daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

2.1. Verzoeker heeft, onder verwijzing naar het bezwaarschrift, aangevoerd dat in het bestreden besluit met de belangen van de bewoners van de zuidpunt van Texel geen rekening is gehouden, dit ondanks het feit dat al sinds 2002 wordt geklaagd over de door de helikopters veroorzaakte geluidhinder. Met de ontheffing wordt die geluidhinder wederom geïntensiveerd. De zuidpunt van het eiland Texel is bovendien bijna geheel aangewezen als stiltegebied en milieubeschermingsgebied, en de economische betekenis van de landschappelijke en natuurlijke waarden is voor het eiland zeer groot.

2.2. Verweerders hebben erop gewezen dat de met de ontheffing vergunde vliegbewegingen zien op de offshorevluchten ten behoeve van de gas- en oliewinning vanaf de platforms in de Noordzee. Daarmee is een groot economisch landelijk belang gemoeid. Nog daargelaten dat het bestreden besluit rechtmatig is, zou een eventuele schorsing op dit moment volgens verweerder tot onaanvaardbare consequenties leiden.

2.3. Den Helder Airport heeft zich bij verweerders standpunt aangesloten, en bovendien de vraag opgeworpen of verzoeker wel kan worden aangemerkt als belanghebbende bij het bestreden besluit.

3 Ingevolge artikel 1:2 van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan:

degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit betrokken is.

Ingevolge artikel 1:2, tweede lid, van de Awb worden ten aanzien van bestuursorganen de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd.

Ingevolge artikel 108, eerste lid, van de Gemeentewet wordt de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente aan het gemeentebestuur overgelaten.

Ingevolge artikel 7:1, eerste lid – voor zover hier van belang – van de Awb dient degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit bij een administratieve rechter beroep in te stellen, alvorens beroep in te stellen, tegen dat besluit bezwaar te maken.

Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.

Verzoeker heeft een bezwaarschrift ingediend.

4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat op grond van artikel 8:1, eerste lid, van de Awb beroep, en daarmee bezwaar tegen een besluit als bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de Luchtvaartwet slechts open staat voor belanghebbenden. Voor de beoordeling van de vraag of verzoeker, als bestuursorgaan, als belanghebbende kan worden aangemerkt is bepalend of sprake is van een toevertrouwd belang als bedoeld in artikel 1:2, tweede lid, van de Awb. Die beoordeling geschiedt in de eerste plaats aan de hand van concrete bestuursbevoegdheden. Daarnaast kunnen ook aan gedetailleerd uitgewerkte taakomschrijvingen toevertrouwde belangen worden ontleend.

Dit uitgangspunt toepassend op dit geval stelt de voorzieningenrechter vast dat er geen bepaling valt aan te wijzen op grond waarvan moet worden geoordeeld dat bij het besluit tot het verlenen van ontheffing als bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de Luchtvaartwet belangen zijn betrokken die aan burgemeester en wethouders krachtens de Luchtvaartwet zijn toevertrouwd. Ook de in artikel 108, eerste lid, van de Gemeentewet neergelegde algemene taakomschrijving vormt onvoldoende basis voor het aannemen van een toevertrouwd belang. Die omschrijving strekt zeker niet zover dat burgemeester en wethouders het tot hun taak mogen rekenen - zoals namens verzoeker is betoogd - als belangenbehartiger op te treden voor (een deel van ) de bewoners van hun gemeente. Daarbij merkt de voorzieningenrechter nog op dat die bewoners die door het besluit rechtstreeks in hun belang worden getroffen, op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb als belanghebbenden zijn aan te merken en als zodanig een zelfstandig bezwaar- en beroeprecht hebben, waarvan – naar is gebleken – een aantal van hen ook gebruik heeft gemaakt.

5. Op grond van het vorenstaande is de voorzieningenrechter tot het oordeel gekomen dat verzoeker niet is aan te merken als belanghebbende bij het bestreden besluit. Aangenomen moet dus worden dat het door verzoeker ingediende bezwaarschrift niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening moet om die reden worden afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zijp, voorzieningen¬rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2009.

griffier voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.