Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BK4129

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
21-07-2009
Datum publicatie
23-11-2009
Zaaknummer
14.810148.09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer : 14.810148.09 + 14.810283.08 (tul) (P)

Datum uitspraak : 21 juli 2009

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [woonplaats] op [geboortedatum],

wonende aan de [straatnaam] te [woonplaats] [postcode];.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 juli 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. R.J. Pardijs, advocaat te Alkmaar, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

hij op of omstreeks 06 april 2009 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een op/aan de [straatnaam] staande zwart/oranje Gazelle herenfiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

2. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De bewijsmotivering

A. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde, in die zin dat verdachte het feit alleen heeft gepleegd.

B. Het standpunt van de verdachte, de verdediging

De verdachte heeft het feit tijdens de behandeling op de terechtzitting bekend. De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

C. Beoordeling van de tenlastelegging

Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting, de aangifte van [slachtoffer] , de verklaring van de getuige [getuige] en het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd. De rechtbank acht evenals de officier van justitie niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het feit samen met een ander heeft gepleegd.

D. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 6 april 2009 in de gemeente Alkmaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op de [straatnaam] staande zwart/oranje Gazelle herenfiets, toebehorende aan [slachtoffer].

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

- De eis van de officier van justitie

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, te weten een gevangenisstraf voor de tijd van 90 dagen, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 24 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd 2 jaar en daaraan te koppelen de bijzondere voorwaarden:

- dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de Brijder reclassering GAVO;

-

- dat verdachte geen drugs, alcohol en niet door de arts voorgeschreven medicijnen zal gebruiken;

- dat verdachte bij zijn ouders blijft wonen totdat er een geschikt ander adres is gevonden;

- dat verdachte een dagbesteding heeft en zich zal gaan inzetten op een reïntegratietraject bij het UWV;

- dat verdachte op onregelmatige tijden urinecontroles zal ondergaan op het moment dat de toezichthouder daarom vraagt.

- Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat hij zich kan vinden in de eis van de officier van justitie.

- Feitgerelateerde factoren

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een fiets. Door dergelijke feiten worden schade en hinder veroorzaakt bij de gedupeerden.

- Verdachte gerelateerde factoren

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie, waaruit blijkt dat verdachte terzake gewelds en vermogensdelicten tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen is veroordeeld.

Uit een voorlichtingsrapport van mevrouw D.V. Ketter van de Brijder verslavingszorg komt naar voren dat verdachte als een zeer actieve veelpleger met een polidrug- en alcoholverslaving wordt aangemerkt en is geselecteerd voor het GAVO-project, in het kader waarvan hij op 30 oktober 2006 het GAVO contract heeft ondertekend.

In het rapport van mevrouw D.V. Ketter komt voorts naar voren dat er sprake is van een zware persoonlijkheidsproblematiek waarbij verdachte de afgelopen jaren in toenemende mate is afgegleden in middelengebruik en criminaliteit. Interventies vanuit de jeugd-GGZ en Brijder verslavingszorg en klinische behandelingen hebben tot nu toe weinig effect gehad, ze zijn alle voortijdig afgebroken. Mevrouw Ketter acht langdurige opname in een forensische verslavingskliniek geïndiceerd en is van mening dat dit het beste zou kunnen plaatsvinden in het kader van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel, hetgeen op dit moment door de schorsing van verdachte uit de voorlopige hechtenis niet mogelijk is.

Mevrouw Ketter adviseert om aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan het voorarrest, alsmede een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de Brijder reclassering GAVO, ook als dat inhoudt dat hij zich op 27 juli 2009 laat opnemen en behandelen bij het IMC van de Brijder in Hoofddorp.

De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij sinds de schorsing uit de voorlopige hechtenis bij zijn ouders verblijft en in het geheel geen middelen meer gebruikt. Tevens heeft hij aangegeven gemotiveerd te zijn te werken aan een gedragsverandering. Mevrouw Ketter heeft als getuige-deskundige op de terechtzitting bevestigd dat uit urinecontroles is gebleken dat de verdachte sinds de schorsing uit de voorlopige hechtenis in het geheel geen middelen meer heeft gebruikt.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande en gelet op het feit dat de officier van justitie heeft aangekondigd dat het opleggen van een voorwaardelijke ISD-maatregel executieproblemen gaat opleveren, het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden, waarbij aan het voorwaardelijk strafdeel de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden dienen te worden gekoppeld.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie vordert dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van de politierechter in de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 9 juli 2008 in de zaak met parketnummer 14.810283.08 aan de verdachte opgelegde straf voorzover voorwaardelijk opgelegd, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, op grond van het feit dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze ter terechtzitting naar voren zijn gekomen, gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging op de terechtzitting af te wijzen en de bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd, te verlengen met één jaar.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 31 juli 2008 aan de verdachte toegezonden.

De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 24 juli 2008 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor toewijzing vatbaar, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

Echter, in de (inmiddels gewijzigde) persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen en het in de hoofdzaak bij vonnis van heden opleggen van een deels voorwaardelijke straf met een aantal specifieke, op gedragsverandering gerichte bijzondere voorwaarden , ziet de rechtbank aanleiding de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen en, zoals ook door de officier van justitie is aangegeven, de proeftijd met een jaar te verlengen .

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 310 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9. Beslissing

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert het hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feit.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 90 (negentig) dagen.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 24 (vierentwintig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de verdachte gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Brijder reclassering GAVO, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt;

- dat verdachte geen drugs, alcohol en niet door de arts voorgeschreven medicijnen zal gebruiken;

- dat verdachte bij zijn ouders blijft wonen totdat er een geschikt ander adres is gevonden;

- dat verdachte een dagbesteding heeft en zal gaan deelnemen aan een re-integratietraject bij het UWV;

- dat verdachte op onregelmatige tijden urinecontroles zal ondergaan, indien de toezichthouder deze wenst af te nemen .

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarden.

Bepaalt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Wijst af de vordering van de officier van justitie strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd, bij voormeld vonnis van de politierechter in de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 9 juli 2008 in de zaak met parketnummer 14.810283.08.

Verlengt - onder instandhouding van de voorwaarden - de in dat vonnis op twee jaar vastgestelde proeftijd met ÉÉN JAAR.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Ph. Burgers, voorzitter,

mr. A.E. Patijn en mr. M.F. Ferdinandusse, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 juli 2009.