Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BK3176

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
12-11-2009
Zaaknummer
101277
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Mondeling vonnis leidt tot descente, waarbij één partij niet aanwezig is. Mededeling roljouraal. Geen nieuwe descente. Eisende partij voldoet niet aan substantiëringsplicht, sanctie 1 liquidatietariefpunt minder toegewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

ljs/dh

zaak- en rolnummer: 101277 / HA ZA 08-277

datum: 23 september 2009

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Aannemingsbedrijf J.J. Dozy B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Den Helder,

eiseres in conventie bij dagvaarding van 11 maart 2008,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. G.A. van der Bijl te Den Helder,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Sport City Den Helder O/G B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Den Helder,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. H.R.M. Jenné te Alkmaar.

Partijen zullen verder worden genoemd "Dozy" respectievelijk "Sport City".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

1.1 Voor het verloop van dit geding tot het vonnis d.d. 22 oktober 2008 in het incident verwijst verwijst de rechtbank naar de inhoud van dat vonnis.

1.2 Sport City heeft vervolgens een conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie genomen, waarbij producties zijn overgelegd.

1.3 Op 17 december 2008 heeft de rechtbank een in deze zaak tussen partijen gewezen vonnis uitgesproken. Ter uitvoering van dat vonnis heeft op 17 maart 2009 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Van deze zitting is proces-verbaal opgemaakt.

1.4 Dozy heeft op 17 maart 2009 een conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte vermindering van eis, genomen.

1.5 Bij gelegenheid van de comparitie van partijen heeft de rechtbank een mondeling vonnis uitgesproken, waarbij een descente werd gelast. Ter uitvoering van dat vonnis heeft op 7 april 2009 een descente plaatsgevonden. Hiervan is eveneens proces-verbaal opgemaakt.

1.6 Beide partijen hebben daarna een conclusie na descente genomen.

Ten slotte is vonnis gevraagd. De inhoud van al deze stukken geldt als hier ingelast.

2. DE FEITEN

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

a. Op 30 mei 2006 is een schriftelijke aanneemovereenkomst tot stand gekomen, waarbij Sport City aan Dozy opdracht heeft gegeven tot bouw en verbouw en uitbreiding van de bestaande sporthal Sportcity Quelderduyn in Den Helder.

De aanneemsom bedroeg euro 3.550.000,- exclusief BTW.

b. Architectenbureau IDEA BV (hierna Idea) uit Amsterdam werd door partijen als directievoerend architect aangewezen.

c. De bouw is op 1 maart 2007 door Dozy opgeleverd. De aanneemsom is volledig door Sport City voldaan.

d. Dozy heeft nog drie facturen aan Sport City verzonden:

- 070278 d.d. 17-7-2007 (afrekening meerwerk) euro 471.518,21

- 070343 d.d. 24-10-2007 (deuren en kozijnen kleedkamers) euro 6.902,-

- 070417 d.d. 12-12-2007 (diverse werkzaamheden) euro 10.762,96.

Sport City heeft op 20 december 2007 een bedrag van euro 15.195,- aan Dozy betaald.

e. Na dagvaarding heeft Sport City op 18 juli 2008 nog een bedrag van euro 400.000,- aan Dozy voldaan.

3. HET GESCHIL

in conventie

3.1 Dozy heeft - na vermindering van eis - gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Sport City veroordeelt tot betaling van een bedrag van euro 119.121,19, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over euro 473.988,17 vanaf 7 maart 2008 tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Sport City in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de kosten van de conservatoire maatregelen.

3.2 Sport City heeft de vordering en de gronden daarvan weersproken op gronden die hierna, voor zover van belang, aan de orde zullen komen.

in voorwaardelijke reconventie

3.3 Sport City heeft gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Dozy veroordeelt tot betaling van een bedrag van euro 110.244,79, te vermeerderen met de contractuele rente, althans de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 december 2008 tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Dozy in de kosten van het geding in reconventie.

3.4 Dozy heeft de vordering en de gronden daarvan weersproken op gronden die hierna, voor zover van belang, aan de orde zullen komen.

4. DE BEOORDELING VAN HET GESCHIL

4.1 Met haar laatste conclusie heeft Sport City aangevoerd dat de gang van zaken ten aanzien van de descente niet juist is geweest, omdat Sport City en haar advocaat niet bij deze descente aanwezig zijn geweest. Sport City verzoekt de rechtbank daarom opnieuw een descente te gelasten. De rechtbank zal niet aan dit verzoek voldoen.

Allereerst is de strekking van de regeling van een gerechtelijke plaatsopneming om de rechter in de gelegenheid te stellen tot eigen waarneming van de plaatselijke gesteldheid. Daarbij is het standpunt van Sport City onjuist dat de plaatsopneming niet bij vonnis is bepaald. In het proces-verbaal d.d. 17 maart 2009 van de comparitie van partijen is, overeenkomstig het bepaalde in artikel 232 lid 2 onder a. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), het volgende vermeld:

"De rechter gelast een descente ter plaatse van de sporthal Quelderduyn te Den Helder teneinde met name het dak en de squashbanen te bezichtigen en bepaalt dat partijen hun verhinderdata dienen op te geven voor de komende twee maanden, waarna een datum voor een descente zal worden bepaald."

Reeds in het tussenvonnis van 17 december 2008 is vermeld:

"Partijen dienen erop voorbereid te zijn dat de rechtbank ter comparitie een mondeling vonnis kan wijzen." Dat is in deze zaak ook gebeurd.

In de week na de comparitie hebben beide partijen volgens afspraak hun verhinderdata opgegeven. Direct daarna is de plaatsopneming bepaald op 7 april 2009. Die datum en het tijdstip zijn via een rolmededeling op het roljournaal van 25 maart 2009 aan de advocaten van beide partijen meegedeeld. Dit is een gebruikelijke wijze van communiceren, die het zenden van brieven aan de advocaten van partijen beperkt. Van een toezegging voor een schriftelijke oproep is de rechtbank niets gebleken. Bovendien heeft een medewerkster van de advocaat van Sport City hierna nog geïnformeerd naar de plaats van de plaatsopneming. Hieruit mag worden geconcludeerd dat de advocaat van Sportcity toen wel op de hoogte was van de datum en tijdstip van de descente, omdat het anders in de lijn der verwachtingen had gelegen om eerst daarnaar te informeren. Sport City laat de rolwaarneming door haar voormalig procureur (mr. Jenné) doen en niet direct door haar advocaat (mr. Engelman). De gevolgen van communicatiestoornissen tussen haar voormalig procureur en de advocaat komen voor haar risico.

Overigens is ten tijde van de plaatsopneming behalve met de advocaat, ook nog telefonisch contact opgenomen met Sport City. De heer Schoemaker was bereikbaar en beschikbaar, maar gaf te kennen de plaatsopneming niet te willen bijwonen. Het is niet juist dat mr. Engelman heeft aangeboden alsnog uit Rotterdam naar Den Helder te komen. Zelfs als een dergelijk aanbod zou zijn gedaan, zou dat niet zijn aanvaard. Sport City kan immers redelijkerwijs niet van Dozy verwachten dat zij nog ruim twee en een half uur op mr. Engelman zouden wachten.

Nu Sport City naar het oordeel van de rechtbank in de gelegenheid is geweest om aanwezig te zijn bij de plaatsopneming, wordt haar verzoek om deze opnieuw vast te stellen afgewezen. Overigens is van een schending van de belangen van Sport City niets gebleken. In de conclusie na descente heeft Sport City de mogelijkheid gehad om te reageren op de vastgelegde eigen waarnemingen van de rechtbank. Sport City heeft van die mogelijkheid ook gebruikgemaakt. Daarom zal de rechtbank overgaan tot de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen.

in conventie

4.2 Partijen zijn het erover eens dat alle werkzaamheden zijn verricht, die in de aanneemovereenkomst zijn vermeld en dat de volledige aanneemsom is voldaan door Sport City.

Het grootste deel van de vordering van Dozy ziet op in rekening gebrachte meerwerkzaamheden, de afrekening meerwerk van 17 juli 2007 van euro 471.518,21. Op laatstgemeld bedrag heeft Sport City euro 15.195,- in mindering voldaan.

De feitelijke gang van zaken ten aanzien van het in rekening gebrachte meerwerk stelt de rechtbank als volgt vast:

a.Kort voor de oplevering op 1 maart 2007 heeft op 26 februari 2007 een

bouwvergadering plaatsgevonden. Daarbij heeft Dozy aangekondigd meerwerk

te hebben verricht en daarvoor nog een factuur te zullen sturen aan Sport City.

b.op 26 april 2007 heeft Dozy een opstelling aan Sport City doen toekomen, die

eindigde met een bedrag van euro 683.193,94 exclusief BTW.

c.Bij brief van 25 mei 2007 geeft Idea namens Sport City te kennen het in rekening gebrachte meerwerkbedrag niet te accepteren.

d.Daarna vindt op 31 mei 2007 een bespreking plaats tussen Idea en Dozy.

e.Op 6 juni 2007 bevestigt Idea schriftelijk aan Dozy wat zij met Dozy ten aanzien

van het in rekening te brengen meerwerk hebben afgesproken. De desbetreffende

brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

"In vervolg op onze brief van 25 mei jl. ontvang je hierbij naar aanleiding van

ons gezamenlijk overleg op 31 mei jl. onze aanpassingen op jullie meer- en

minderwerkoverzicht van 26 april 2007.

Deze opstelling is conform afspraak gewijzigd op de volgende onderdelen:

(...)

Het totaal geaccordeerde meerwerk bedraagt zodoende totaal euro 396.233,79,

waarvan euro 9.815,33 rechtstreeks bij Studio Nice in rekening kan worden

gebracht.

Wij dienen deze meerwerkopstelling nog ter goedkeuring aan onze

opdrachtgever voor te leggen, na overeenstemming hierover zullen wij ons

eindafrekeningsvoorstel aan Dozy voorleggen."

f.In een e-mail van 10 september 2007 aan Dozy vermeldt Idea het volgende:

"Op 20 juni 2007 zijn wij in overleg met jullie overeengekomen dat het totale

geaccordeerde meerwerk 396.233,79 euro zal bedragen (zie onze brief van

6 juni 2007). Tevens zou hiervan 9.815,33 euro rechtstreeks bij Studio Nice in

rekening worden gebracht en dus in mindering worden gebracht op het totale

meerwerk. (...) Inmiddels is het totale meerwerk ad 396.233,79 euro bij Sportcity Den Helder OG in rekening gebracht. (zie bijgevoegde faktuur) Tevens is het bedrag van 9.815,33 bij Studio Nice in rekening gebracht. (...) Wij verzoeken je het meerwerk aan Studio Nice te crediteren (...) M.a.w. de totale faktuur van het meerwerk aan Sportcity Den Helder OG kan gehandhaafd blijven."

4.3 Partijen zijn het erover eens dat Idea als directievoerder bij dit project is opgetreden. Ook uit de verklaringen ter zitting bleek dat telkens overleg is gepleegd tussen de heren Van den Berg (Dozy), Priester (Idea) en Nijdam (Sport City). De besprekingen over het meerwerk tussen Dozy en Idea zijn in de maanden april tot en met september 2007 gevoerd. Het verweer dat Dozy het meerwerk gelet op de inhoud van de overeenkomst en de wettelijke bepalingen niet tijdig heeft aangekondigd, wordt daarmee gepasseerd. Dat verweer had Sport City mogelijk in april 2007 nog tijdig kunnen voeren - waarbij de rechtbank in het middel laat of dat verweer kans van slagen had gehad -, maar niet voor het eerst in de onderhavige procedure.

4.4 Dat geldt eveneens voor het verweer:

- dat de werkzaamheden niet zijn opgedragen;

- dat de werkzaamheden niet door Sport City zijn geaccepteerd en

- dat Sport City niet heeft begrepen dat het zou gaan om extra werkzaamheden die niet in de vaste aanneemsom waren begrepen.

Idea heeft als directievoerder de in rekening gebrachte werkzaamheden beoordeeld en daaruit is de door Idea geaccordeerde opstelling gevolgd. Dat was op 6 juni 2007. Die opstelling is in die periode ook aan Sport City voorgelegd en daarop is naar Dozy geen inhoudelijke reactie gegeven.

Sport City heeft niet betwist dat Dozy de in rekening gebrachte meerwerkzaamheden heeft verricht, zoals gespecificeerd in de opstelling d.d. 6 juni 2007 van Idea. Hiermee staat vast dat Sport City die werkzaamheden dient te betalen. Dit onderdeel van de vordering is daarom toewijsbaar tot een bedrag van euro 56.323,21 (euro 396.233,79 + euro 75.284,42 BTW - euro 15.195,- - euro 400.000,- voldaan).

4.5 Factuur 24-10-2007 (deuren en kozijnen kleedkamers) euro 6.902,-.

De heer Priester van Idea BV stuurt op 29 augustus 2007 een e-mail aan Dozy met als titel: "aanvullende werkzaamheden Sportcenter", met onder meer de volgende inhoud:

"Hierbij ter voorkoming van misverstanden de bevestiging van onze gemaakte mondelinge afspraken:

1. Opdracht voor de uitvoering van een afsluitbare dubbele deur tussen kleedkamer 4 en 5 is accoord voor een bedrag van 2.900 euro, gereed 21/9.

2. Opdracht voor de uitvoering van een afsluitbare dubbele schuifdeur (volgens geleverde tekening) tussen kleedkamer 7 en 8 is accoord voor een bedrag van 2900 euro, gereed 21/9."

Deze e-mail is in kopie verzonden aan onder meer de heren Schoemaker, Leeuwestein en Nijdam van Sport City.

Gelet op het voorgaande mocht Dozy er redelijkerwijs van uit gaan dat de opdracht namens Sport City werd verstrekt. Het verweer dat de werkzaamheden in opdracht en voor rekening van huurders is gedaan, wordt daarmee verworpen.

Het gevorderde bedrag van euro 6.902,- (2 x euro 2.900,- + BTW) is daarom toewijsbaar.

4.6 Factuur 12-12-2007 (diverse extra werkzaamheden) euro 10.762,96.

Dozy heeft aan Idea bij brief van 11 september 2007 een offerte uitgebracht ter zake van een zevental verschillende werkzaamheden, voor een totaalbedrag van euro 9.508,- excl. BTW.

De heer Priester van Idea BV stuurt op 12 september 2007 een e-mail aan Dozy, met onder meer de volgende inhoud:

"Naar aanleiding hiervan bevestigen wij namens de exploitatiemaatschappij het volgende: Prijsopgave en werkzaamheden 11-09-07 is akkoord en dus opdracht voor een bedrag van euro 9.508,- excl. btw."

Daarnaast heeft Dozy op 17 september 2007 aanvullend nog meerwerkzaamheden aangeboden voor een bedrag van euro 1.377,- excl. BTW.

De heer Van den Berg verklaarde ter zitting dat Idea optrad voor Sport City en voor Exploitatie. Ter zitting heeft de heer Nijdam vervolgens onbetwist verklaard dat Sport City de werkzaamheden van constructieve aard voor haar rekening nam en Exploitatie andere werkzaamheden. Uit de specificatie van de werkzaamheden blijkt dat geen sprake was van werkzaamheden van constructieve aard.

Mede gelet op de tekst van de schriftelijke opdracht (waarin expliciet "names de exploitatiemaatschappij" staat vermeld) mocht Dozy er daarom niet van uit gaan dat Sport City de opdrachtgever was van deze werkzaamheden. Dozy zal haar factuur daarom bij Exploitatie moeten indienen. Het gevorderde bedrag is op dit onderdeel niet toewijsbaar.

4.7 Sport City heeft zowel als verweer in conventie, als ter onderbouwing van haar eis in reconventie aangevoerd dat de opgeleverde werkzaamheden op een aantal punten tekortkomingen vertoonden. Deze zullen hierna afzonderlijk worden besproken.

4.8 Luchtbehandeling sauna (1e verdieping)

Sport City stelt zich op het standpunt dat Dozy ter zake van minderwerk nog een bedrag van euro 10.246,96 excl. BTW aan Sport City verschuldigd is. Dozy zou in de aanneemovereenkomst overeengekomen werkzaamheden ter zake van de luchtbehandelingsinstallatie niet hebben verricht. Die werkzaamheden zouden door een onderaannemer van Dozy, Kemp BV, zijn verricht.

Dozy voert hiertegen aan dat de overeengekomen kast voor de luchtbehandeling op het dak inderdaad kwam te vervallen, maar dat daar andere werkzaamheden voor in de plaats zijn gekomen, zoals het verleggen en verzwaren van leidingen. Het bedrag van euro 10.246,96 ziet op meerwerkzaamheden, die door Kemp BV zijn verricht.

In een e-mail d.d. 25 november 2008 schrijft Kemp BV aan Idea het volgende:

"In de basis, welke wij in opdracht hadden van Dozy, was een luchtbehandelingskast opgenomen t.b.v. het sportcafé (nu naschoolse opvang N.S.O.) ad euro 20.000,-. Deze kast is daar niet geplaatst, de kast is in overleg met de bouwdirectie (financieel) geparkeerd t.b.v. het in een later stadium in te richten beautycenter. Daarvoor in de plaats is de N.S.O. aangesloten op de centrale luchtbehandelingsinstallatie. Hiervoor is indertijd een meerwerkopgave gedaan aan Dozy. Gezien het grote aantal uitgevoerde werkzaamheden, waaronder bovenstaande, dat Dozy niet wil betalen onder het mom dat de werkzaamheden niet zijn opgedragen, zagen wij ons genoodzaakt de kast t.b.v. de verbouwing van het beautycenter (euro 10.246,96) op te voeren in ons voorstel van 11-01-2008."

Hieruit leidt de rechtbank af dat het gaat om extra werkzaamheden, die door Kemp BV zijn verricht en waarvan Dozy stelt dat deze als compensatie golden voor het niet plaatsen van de luchtkast op het dak. Uit de - door Dozy niet betwiste - verklaring van Kemp BV blijkt dat zij deze kosten rechtstreeks aan Sport City in rekening heeft gebracht. Van minderwerk van Dozy is daarom inderdaad sprake. Het toe te wijzen bedrag zal daarom met euro 12.193,88 (euro 10.246,96 + euro 1.946,92 BTW) worden verminderd.

4.9 Gebreken squashbanen

Sport City stelt dat de door Dozy aangelegde squashbanen helemaal niet bruikbaar zijn. Aan herstelkosten vordert zij in totaal een bedrag van euro 32.921,35.

Dozy voert als verweer aan dat de opgeleverde squashbanen geheel conform de aanbieding zijn uitgevoerd.

Tussen partijen staat uiteindelijk vast dat in verband met het budget van Sport City geen officiële wedstrijdbanen aangelegd konden worden. De nu door Dozy aangelegde banen moeten echter wel voldoende zijn om in redelijke mate te kunnen worden verhuurd.

Tijdens de plaatsopneming heeft de rechtbank zelf kunnen constateren dat er gebreken aan de kopwanden en banen zijn, maar tevens dat de banen wel voor verhuur worden gebruikt en benut. Bovendien verklaarde de beheerder dat baan 1 bijna elke avond is volgeboekt en dat baan 2 minder wordt gebruikt. Het standpunt dat de banen helemaal niet bruikbaar zijn, wordt daarom verworpen.

Daar staat tegenover dat Dozy wel aansprakelijk is voor de herstelkosten. Dozy heeft overigens op dit punt ook slechts de hoogte van de in rekening gebrachte bedragen betwist. Onder de herstelkosten rekent de rechtbank niet de kosten, die ook bij normaal onderhoud gemaakt zouden moeten worden (cleanen zijwanden) De herstelkosten worden door de rechtbank begroot volgens de in het geding gebrachte offerte van Charles Jansen: kopwand euro 1.340,-, vloer totaal euro 400,-. Zodoende euro 1.740,- per baan, dus euro 3.480,- voor twee banen. Verhoogd met BTW levert dit een bedrag op van euro 4.141,20, waarmee de vordering van Dozy dient te worden verminderd.

4.10 Mos-sedum dak

Sport City stelt dat Dozy niet heeft gezorgd voor het deugdelijk aanbrengen van het overeengekomen mos-sedum dak. Het dak is op grote delen kaal en onbegroeid. Het dak zal helemaal opnieuw moeten worden gelegd. De kosten daarvan bedragen euro 65.129,56 inclusief BTW en dienen door Dozy te worden vergoed.

Dozy voert hiertegen als verweer aan dat het dak op de juiste wijze is aangelegd, maar dat het aan onvoldoende onderhouddoor Sport City is te wijten dat het op sommige plaatsen kaal is.

De rechtbank heeft tijdens de plaatsopneming geconstateerd dat het mos-sedum dak aan de oostzijde en zuidzijde van de sporthal is aangebracht. De oostzijde was voor het grootste deel redelijk begroeid, met uitzondering van de hoeken. Daar constateerde de rechtbank ook dat de slangen van het druppelsysteem los lagen.

De zuidzijde van het dak liet verschillende kale plekken zien. Daar werd echter geconstateerd dat de aanwezige waterleidingslang niet op het druppelsysteem was aangesloten, waardoor geen - noodzakelijke - besproeiing van het dak mogelijk was.

Uit de door beide partijen in het geding gebrachte correspondentie blijkt dat het onderhoud van het dak van groot belang is. Onbetwist staat vast dat het onderhoud door Sport City gepleegd moet worden. De rechtbank constateert dat het onderhoud ten tijde van de plaatsopneming in ieder geval onvoldoende was.

Sport City heeft overigens niets aangevoerd, waaruit blijkt dat Dozy het dak op onjuiste wijze heeft aangelegd. Een aan Dozy toerekenbare tekortkoming kan daarom bij deze stand van zaken niet worden vastgesteld.

4.11 De conclusie is dat in conventie zal worden toegewezen een bedrag van euro 46.890,13 (euro 56.323,21 + euro 6.902,- - euro 12.193,88 - euro 4.141,20).

4.12 Wettelijke rente

Dozy vordert een bedrag van euro 45.133,02 aan wettelijke handelsrente tot 7 maart 2008.

Sport City voert allereerst als verweer aan dat iedere specificatie van de gevorderde rente ontbreekt. Dat verweer wordt verworpen. Dozy heeft na het verweer van Sport City zes rentenota's in het geding gebracht, die Dozy voorafgaand aan deze procedure aan Sport City heeft verzonden. In deze nota's wordt de gevorderde rente gespecificeerd.

Daarnaast stelt Sport City zich op het standpunt dat volgens de toepasselijke UAV-voorwaarden slechts de "gewone" wettelijke rente gevorderd kan worden. Paragraaf 45 art. 1 spreekt echter slechts over "vergoeding van rente tegen het wettelijk percentage". Dat wettelijk percentage is niet slechts vastgelegd overeenkomstig artikel 6: 119 van het Burgerlijk Wetboek (BW), maar ook overeenkomstig artikel 6: 119a BW. Aangezien het in deze zaak gaat om een handelsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 6: 119a BW, is Sport City over het verschuldigde bedrag de wettelijke handelsrente verschuldigd.

De vordering van Dozy is op dit onderdeel toewijsbaar, zij het dat rekening zal worden gehouden met de gedeeltelijke afwijzing van de vordering, de betaling van euro 15.195,- op 20 december 2007, de betaling van euro 400.000,- op 18 juli 2008. Bovendien zal rekening worden gehouden met de hiervoor onder 4.8 en 4.9 in mindering aan Sport City toegewezen bedragen.

4.13 Proceskosten

Dozy heeft bij haar dagvaarding een vordering tegen Sport City ingesteld van euro 519.121,19. De onderbouwing van de vordering bestaat slechts in de vermelding dat er werkzaamheden zijn verricht, die niet betaald zijn. De schriftelijke overeenkomst is niet in het geding gebracht evenmin als de correspondentie, die tussen partijen in 2007 en 2008 is gevoerd over de vorderingen van Dozy. Ook zijn de klachten over de verrichte werkzaamheden niet al bij dagvaarding door Dozy in het geding gebracht, hoewel die klachten reeds geruime tijd bij haar bekend waren ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding. Dozy heeft hiermee gehandeld in strijd met haar substantiëringsplicht ingevolge artikel 111 lid 2 aanhef en onder d. Rv. De rechtbank zal aan Dozy als sanctie hiervoor bij de proceskosten-veroordeling één punt van het desbetreffende liquidatietarief minder toekennen.

Voor het overige geldt Sport City als de - grotendeels - in het ongelijk gestelde partij. Sport City zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten. Ten aanzien van het belang van de zaak zal de rechtbank daarbij tarief VII hanteren.

Naast het betaalde griffierecht, zullen ook de exploot- en beslagkosten worden toegewezen.

in (voorwaardelijke) reconventie

4.14 Over de onderdelen waarop de vordering in reconventie is gebaseerd, is in conventie al beslist. Daarmee is de voorwaarde, waaronder de reconventionele vordering was ingesteld, niet vervuld en komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van die vordering.

Voor een afzonderlijke proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding.

5. DE BESLISSING

De rechtbank:

5.1 veroordeelt Sport City om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Dozy te betalen een bedrag van euro 46.890,13 (zegge: zes en veertig duizend acht honderd negentig euro en dertien cent), vermeerderd met de wettelijke handelsrente over:

- euro 471.518,21 vanaf 17 augustus 2007 tot 24 november 2007,

- euro 478.420,21 vanaf 24 november 2007 tot 20 december 2007,

- euro 463.225,21 vanaf 20 december 2007 tot 18 juli 2008,

- euro 63.225,21 vanaf 18 juli 2008 tot 3 december 2008 en over

- euro 46.890,13 vanaf 3 december 2008 tot aan de voldoening;

5.2 veroordeelt Sport City in de proceskosten van Dozy, tot heden begroot op euro 5.355,16 aan verschotten (euro 71,80 dagvaarding en euro 4.784,- griffierecht, euro 499,36 beslagkosten) en euro 9.030,- aan salaris voor de advocaat;

5.3 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4 wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. L.J. Saarloos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 23 september 2009.