Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BK1128

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
05-08-2009
Datum publicatie
23-10-2009
Zaaknummer
296253 - CV EXPL 09-2055
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van advertentie iin periodiek. Verweer dat de overeenkomst door een onbevoegde is aangegaan wordt tegengeworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 296253 \ CV EXPL 09-2055 \RvK

Uitspraakdatum: 5 augustus 2009

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap APR Groep, gevestigd en kantoorhoudende te Amersfoort

eisende partij

verder ook te noemen: APR

gemachtigde: V.d. Donk, Bot & Co. B.V., rechtskundig incasso- en adviesbureau

tegen

de besloten vennootschap Nautilus Eco-Civiel B.V., gevestigd te Heiloo

gedaagde partij

verder ook te noemen: Nautilus

procederend bij haar directeur, ing. J.H. de Jager.

Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 3 april 2009 met producties;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek met productie.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is de uitspraak bepaald op heden.

Het geschil

1. APR vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Nautilus tot betaling van een bedrag ad € 1.165,52, rente en kosten rechtens.

2. APR stelt hiertoe, zakelijk samengevat, het volgende.

Tussen APR en Nautilus is op 8 juli 2008 een overeenkomst gesloten op grond waarvan APR voor Nautilus een advertentie in een periodiek heeft geplaatst. Ondanks verzoeken en herinneringen heeft Nautilus de haar toegezonden factuur ad € 1.001,39 onbetaald gelaten. Gelet op de non-betaling heeft APR haar incassogemachtigde ingeschakeld en maakt zij tevens aanspraak op de buitengerechtelijke kosten ad € 150,- en de contractuele rente ad € 13,83, berekend tot 3 april 2009.

3. Nautilus concludeert tot afwijzing van de vordering van APR en voert hiertoe, zakelijk samengevat, het volgende aan.

Er is nooit een overeenkomst tot stand gekomen, het gaat slechts om een voorlopige overeenkomst. Tevens was de heer [....], die de overeenkomst heeft getekend, helemaal niet bevoegd dit soort overeenkomsten aan te gaan en was hij bovendien niet in dienst bij Nautilus Eco-civiel, maar bij Nautilus Schanskorven b.v.

De beoordeling

4. Het verweer van Nautilus dat het om een voorlopige overeenkomst zou gaan wordt verworpen omdat voldoende duidelijk is dat de toevoegingen “voorlopig” slaan op de grootte van de advertentie en de datum van plaatsing. De toevoegingen staan immers achter die onderdelen van de overeenkomst geschreven. Indien de toevoeging “voorlopig” op de gehele overeenkomst betrekking heeft, ligt een andere plaatsing van de toevoeging meer voor de hand.

5. Tussen partijen staat vast dat de overeenkomst is aangegaan door de heer [[....], werkzaam bij Nautilus Eco-Civiel b.v., danwel Nautilus Schanskorven b.v. De vraag die beantwoord dient te worden is of de eventuele onbevoegdheid van de heer [....] er aan in de weg staat dat een overeenkomst tot stand is gekomen. De kantonrechter is van oordeel dat ARP in redelijkheid heeft mogen veronderstellen dat haar een opdracht is gegeven namens Nautilus en dat Nautilus zich jegens APR niet mag beroepen op de (eventuele) onjuistheid van deze veronderstelling. Daarbij wordt met name in aanmerking genomen dat de heer Koeman van APR bij het maken van een afspraak aan Nautilus heeft duidelijk gemaakt met welk doel hij kwam en dat hij toen in contact is gebracht met de heer [[....]. De bespreking heeft vervolgens ook plaatsgevonden in het bedrijf van Nautilus. De heer [....] heeft de overeenkomst ondertekend en diverse malen gecorrespondeerd met APR over de te plaatsen advertentie en tot slot het redactionele artikel verzorgd. Daarmee kan er van uit gegaan worden dat Nautilus zelf mede de indruk heeft gewekt dat de heer [....] namens haar optrad en mocht optreden.

6. Het laatste verweer van Nautilus dat de heer [....] niet bevoegd was omdat deze niet in loondienst was bij Nautilus –wat daar ook van zij- zal worden gepasseerd omdat deze stelling te laat in de procedure, namelijk pas bij conclusie van dupliek, ingenomen wordt.

7. Gelet op het bovenstaande zal de vordering integraal worden toegewezen.

8. Nautilus dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt Nautilus om aan APR tegen kwijting te betalen een bedrag van € 1.165,22, te vermeerderen met de contractuele rente ad 1% per maand over € 1.001,39 vanaf 3 april 2009 tot de dag van betaling.

Veroordeelt Nautilus in de proceskosten, die tot heden voor APR worden vastgesteld op een bedrag van € 430,25 [inclusief BTW indien en voorzover door Nautilus verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 200,- voor salaris van de gemachtigde van APR [waarover Nautilus geen BTW verschuldigd is].

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. van der Linde, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 5 augustus 2009 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter