Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BJ9183

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
17-03-2009
Datum publicatie
02-10-2009
Zaaknummer
08/3304 BSTPL
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

AWB, verweerder heeft ten onrechte ingestemd met rechtstreeks beroep als bedoeld in artikel 7:1a van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: 08/3304 BSTPL

Uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

gemachtigde mr. X. Visscher,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Andijk,

verweerder.

Motivering

1. Bij besluit van 18 september 2008 heeft verweerder afwijzend beslist op eisers verzoek als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) om medewerking te verlenen aan de uitbreiding van eisers pension aan het adres [adres] te [plaats]. Bij brief van 7 november 2008 is namens eiser tegen dat besluit beroep ingesteld.

2. Bij brief van 3 maart 2009 heeft verweerder de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden. Daarbij bevindt zich een brief van de gemachtigde van eiser aan verweerder, van 7 november 2008. In die brief wordt uiteengezet dat het besluit van 18 september 2008 niet is voorbereid met de procedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zodat daartegen geen beroep maar eerst bezwaar openstaat. Verzocht wordt om toepassing te geven aan artikel 7:1 van de Awb teneinde het overslaan van de bezwaarprocedure te bewerkstellingen. Met die brief is het bij de rechtbank ingediende beroepschrift als bezwaarschrift gevoegd.

In de brief van 3 maart 2009 stemt verweerder in met rechtstreeks beroep bij de rechtbank, gezien de aard en omvang van het bestreden besluit en de aard en omvang van de beroepsgronden.

3. Bij de onderhavige beoordeling zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang.

Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Awb dient degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken, tenzij het besluit:

a. op bezwaar of in administratief beroep is genomen,

b. aan goedkeuring is onderworpen,

c. de goedkeuring van een ander besluit of de weigering van die goedkeuring inhoudt, of

d. is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4.

Ingevolge artikel 7:1a, eerste lid, van de Awb kan de indiener in het bezwaarschrift het bestuursorgaan verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter, zulks in afwijking van artikel 7:1.

Ingevolge artikel 7:1a, derde lid, van de Awb kan het bestuursorgaan met het verzoek instemmen indien de zaak daarvoor geschikt is.

Ingevolge artikel 8:54a, eerste lid, van de Awb, kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de rechtbank te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het bestuursorgaan kennelijk ten onrechte heeft ingestemd met rechtstreeks beroep bij de rechtbank.

Ingevolge het tweede lid van dat artikel strekt in dat geval de uitspraak ertoe dat het bestuursorgaan het beroepschrift als bezwaarschrift behandelt.

4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte heeft ingestemd met rechtstreeks beroep. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat rechtstreeks beroep uitzondering moet blijven en dat de bezwaarschriftprocedure slechts in bijzondere gevallen achterwege dient te blijven. De regeling voor rechtstreeks beroep is vooral bedoeld voor gevallen waarin in de primaire fase reeds een zodanig uitputtende gedachtewisseling tussen bestuur en belanghebbende heeft plaatsgevonden, dat de bezwaarschriftprocedure daaraan weinig of niets meer kan toevoegen, terwijl tevens vaststaat dat het besluit nog altijd in geschil is. Gevallen waarin nog onvoldoende onderzoek naar de feiten is gedaan, lenen zich vanzelfsprekend niet voor rechtstreeks beroep. De rechtbank verwijst daartoe naar Kamerstukken ? 2000/2001, 27 563, nr. 3, p. 3 en 4.

De rechtbank stelt vast dat eiser het verzoek in te stemmen met rechtstreeks beroep niet heeft onderbouwd. In het verzoek aan verweerder is slechts verzocht om de bezwaarprocedure over te slaan. Hiermee is onvoldoende gemotiveerd aangegeven waarom het bezwaarschrift een bijzonder geval betreft, zoals hiervoor omschreven. Voorts is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een bijzonder geval, in die zin dat bij de voorbereiding van het bestreden primaire besluit sprake is geweest van een uitputtende gedachtewisseling tussen betrokkenen. Daar waar het eiser er kennelijk om te doen is met het overslaan van de bezwaarschriftenprocedure zo snel mogelijk een rechterlijke beslissing te verkrijgen, moet worden vastgesteld dat artikel 7:1a van de Awb daarvoor niet is bedoeld.

5. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank grond om het onderzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:54a, eerste lid, van de Awb te sluiten.

Gelet op artikel 8:54a, tweede lid, van de Awb, zal de rechtbank bepalen dat verweerder het beroepschrift van 7 november 2008 alsnog als bezwaarschrift dient te behandelen. De rechtbank zal het bezwaarschrift daartoe naar verweerder doorzenden.

6. Aangezien verweerder ten onrechte heeft ingestemd met rechtstreeks beroep, bepaalt de rechtbank met toepassing van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb dat de gemeente Andijk het met betrekking tot deze zaak door eiser betaalde griffierecht van € 145,00 vergoedt.

7. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding, omdat over de tot nu toe gemaakte kosten in het kader van de bezwaarschriftprocedure een beslissing kan worden genomen.

Beslissing

De rechtbank

- bepaalt dat het eisers beroepschrift van 7 november 2008 door verweerder in behandeling dient te worden genomen als bezwaarschrift tegen verweerders besluit van 18 september 2008;

- bepaalt dat de gemeente Andijk het griffierecht van € 145,00 aan eiser vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 17 maart 2009 door mr. drs. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van C.H. Kuiper, griffier.

griffier rechter

Omdat deze terugwijzingsuitspraak geen eindbeslissing inhoudt, is verzet bij de rechtbank niet opengesteld. Na afwikkeling van de bezwaarschriftprocedure kan alsnog beroep bij de rechtbank worden ingesteld.