Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BJ8355

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
17-09-2009
Datum publicatie
23-09-2009
Zaaknummer
14.810137-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

promis / medeplegen diefstal met geweld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer : 14.810137-09 (P)

Datum uitspraak : 17 september 2009

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[NAAM VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats en geboortedatum],

thans verblijvende in Groot Batelaar te Lunteren.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 1 en 3 september 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, nadat één wijziging van de tenlastelegging gedeeltelijk is toegelaten en één wijziging van de tenlastelegging geheel is toegelaten, dat

1. primair

hij op of omstreeks 03 december 2008 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in of uit een winkel gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) éénduizendachtenzestig euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan een persoon, genaamd [naam slachtoffer 1], en/of [naam onderneming], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en/of een persoon, genaamd [naam slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) te bevoordelen door geweld of bedreiging met geweld die [naam slachtoffer 1] en/of die [naam slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) éénduizendachtenzestig euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam onderneming], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die winkel is/zijn binnengegaan en/of

(vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, aan/op die [naam slachtoffer 1] heeft/hebben getoond en/of gericht en/of gericht gehouden en/of die [naam slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Geef mij het geld maar", althans woorden van soorgelijke aard en/of strekking (waarna die [naam slachtoffer 1] geld uit een kassa[lade] heeft gehaald en/of dat geld aan verdachte en/of zijn

mededader(s) heeft gegeven) en/of die [naam slachtoffer 1] (vervolgens) onder bedreiging van dat vuurwapen/voorwerp heeft/hebben gedwongen te knielen en/of tegen die [naam slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat die [naam slachtoffer 1] met hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) naar de kluis moest lopen en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [naam slachtoffer 2] onder bedreiging van een mes, althans een daarop gelijkend voorwerp, gedwongen naar de kluis te lopen en/of die kluis te openen, waarna hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) uit die kluis één of meer geldbedrag(en) heeft/hebben weggenomen en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) geld van een tafel weggenomen en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (toen

hij/zij de winkel wilde(n) verlaten en dit niet lukte) gedreigd door een deur van het kantoortje van die winkel (alwaar die [naam slachtoffer 1] en/of die [naam slachtoffer 2] zich bevond[en]) heen te schieten als die [naam slachtoffer 1] en/of die [naam slachtoffer 2] niet naar buiten zou(den) komen, om hem, verdachte en/of zijn mededader(s) uit die winkel te laten;

1. subsidiair

hij op 3 december 2008 in de gemeente Heerhugowaard een sealbag, inhoudende een geldbedrag, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die sealbag wist dat deze door misdrijf was verkregen;

2. primair

hij op of omstreeks 19 februari 2009 in de gemeente Heerhugowaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in of uit een woning gelegen aan [adres] heeft weggenomen een portemonnee (inhoudende een geldbedrag en/of één of meer pasje(s) en/of een rijbewijs en/of een paspoort) en/of een (mobiele) telefoon (merk Samsung, type L310), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of zijn mededader(s) die woning is/zijn binnengedrongen en/of (vervolgens) dat hij/zij die [naam slachtoffer 3] (stevig) heeft/hebben vastgepakt en/of heeft/hebben geduwd en/of die [naam slachtoffer 3] (enige) tijd (stevig) heeft/hebben vastgehouden en/of die [naam slachtoffer 3] (met kracht) één of meerma(a)l(en) op/tegen haar hoofd en/of (elders) op/tegen haar lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [naam slachtoffer 3] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of die [naam slachtoffer 3] dreigend heeft/hebben toegevoegd: "Waar is je vader, waar is de kluis met geld?", althans woorden van een dergelijke dreigende aard en/of strekking;

2. subsidiair

[naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 3] op of omstreeks 19 februari 2009 in de gemeente Heerhugowaard, tezamen en in vereniging met een elkaar, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een woning gelegen aan de [adres] heeft/hebben weggenomen een portemonnee (inhoudende een geldbedrag en/of

één of meer pasje(s) en/of een rijbewijs en/of een paspoort) en/of een (mobiele) telefoon (merk Samsung, type L310), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 3] en/of hem, verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 3] en/of zijn mededader(s) die woning is/zijn binnengedrongen en/of (vervolgens) dat hij/zij die [naam slachtoffer 3] (stevig) heeft/hebben vastgepakt en/of heeft/hebben geduwd en/of die [naam slachtoffer 3] (enige) tijd (stevig) heeft/hebben vastgehouden en/of die [naam slachtoffer 3] (met kracht) één of meerma(a)l(en) op/tegen haar hoofd en/of (elders) op/tegen haar lichaam

heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [naam slachtoffer 3] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of die [naam slachtoffer 3] dreigend heeft/hebben toegevoegd: "Waar is je vader, waar is de kluis met geld?", althans woorden van een dergelijke dreigende aard en/of strekking bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen en daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door die [naam medeverdachte 3] en/of [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2]

van en/of naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of aldaar op de uitkijk te staan;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 december 2008 tot en met 27 maart 2009 in de gemeente Heerhugowaard (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal(len) werd(en) voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen één of meer perso(o)n(en),

gepleegd met het oogmerk om die diefstal(len) voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en/of met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld één of meer perso(o)n(en) heeft gedwongen tot de afgifte van geld en/of goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

4.

A)

hij in of omstreeks de periode van 24 december 2008 tot en met 27 december 2008 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een computer (merk Acer) en/of een Tomtom en/of een geldbedrag van (ongeveer) 180 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, een valse sleutel en/of inklimming.

3. De voorvragen

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde is de rechtbank van oordeel dat het tenlastegelegde onvoldoende feitelijk is omschreven, en derhalve niet voldoet aan de eisen die artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering hieraan stelt. De rechtbank zal de dagvaarding dan ook partieel nietig verklaren.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding voor wat betreft de overig tenlastegelegde feiten geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsmotivering

A. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde. Ten aanzien van het onder 4A tenlastegelegde acht de officier van justitie de braak niet bewezen, daar de aangever een langere periode niet aanwezig is geweest en niet valt uit te sluiten dat een ander de verbrekingsschade heeft toegebracht.

B. Het standpunt van de verdachte, de verdediging

Feit 1 primair en subsidiair

De verklaringen van de getuigen die zich in de nabijheid van de speelgoedwinkel bevonden voor, tijdens en na de overval zijn niet in tegenspraak met de verklaring van verdachte. Uit niets blijkt dat de verdachte op de uitkijk stond en zijn medeverdachten verklaren hier evenmin over. Voorts is de raadsman van mening dat de verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte 3] niet betrouwbaar is. De verklaringen van verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 4] ondersteunen elkaar ten aanzien van de leidende rol van [naam medeverdachte 3]. Ten aanzien van het medeplegen door verdachte heeft alleen [naam medeverdachte 3] verklaard. Overigens blijkt niet voldoende dat verdachte betrokken is geweest bij het plan om de winkel te beroven. Er is bij verdachte ook geen uitvoeringshandeling aan te wijzen die op beroving is gericht. Het geven van het mes aan [naam medeverdachte 3] had al een week eerder plaatsgevonden. De verklaring van [naam medeverdachte 3] dat verdachte het mes en het vuurwapen kort voor de overval aan [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] heeft overhandigd wordt door zowel verdachte als [naam medeverdachte 4] tegengesproken. Het enige dat verdachte kan worden verweten is dat verdachte tegen [naam medeverdachte 3] heeft gezegd dat er mogelijk geld was bij de speelgoedwinkel in verband met Sinterklaas, en dat hij, nadat de overval had plaatsgevonden een zakje met geld dat de daders bij hun vlucht naar buiten lieten vallen heeft opgeraapt en daarmee is weggerend. Deze gedragingen staan in een te ver verwijderd verband ten opzichte van de overval. Ook valt het gedrag van verdachte niet te kwalificeren als een medeplichtigheidshandeling, nu verdachte alleen over een feit van algemene bekendheid heeft gesproken met [naam medeverdachte 3], inhoudende dat rond 5 december speelgoedwinkels grote omzetten behalen. De raadsman heeft verzocht verdachte van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde vrij te spreken.

Feit 2

Verdachte heeft de overval niet feitelijk uitgevoerd en was tevens niet betrokken bij een plan om de bewoners te overvallen. Op grond van de verklaringen van de medeverdachten [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] kan niet anders worden geconcludeerd dan dat verdachte slechts als chauffeur heeft gefunctioneerd. Dit is bij uitstek een handelen dat past bij medeplichtigheid. Op grond hiervan heeft de raadsman verzocht verdachte van het primair tenlastegelegde vrij te spreken.

Feit 4A

De raadsman heeft partiële vrijspraak bepleit. Verdachte heeft braak en de diefstal van het geld ontkend. Nu de aangever gedurende een periode van drie dagen niet is thuisgeweest kan niet worden uitgesloten dat anderen de schuifpui hebben opengebroken en het geld hebben weggenomen.

C. Vaststelling van de feiten

Feit 1

De overval

Op 3 december 2008 rond 21.00 uur is in Heerhugowaard de speelgoedwinkel [naam onderneming] door twee mannen overvallen . De eigenaar van de winkel, [naam slachtoffer 1], en zijn medewerker, [naam slachtoffer 2], zijn met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een mes bedreigd . De dader met het mes heeft de medewerker onder bedreiging van dat mes gedwongen naar de kluis te lopen die zich in een ruimte boven bevond. In deze ruimte stond tevens een kassalade met geld op een tafel. Hij heeft vervolgens het geld uit deze kassalade gepakt en in een plastic tas gestopt. Daarop heeft de dader met het mes de medewerker gedwongen de kluis te openen en heeft hij sealbags met geld uit de kluis gepakt. De andere dader heeft beneden in de winkel de eigenaar van de winkel onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen de kassalade te openen en het geld uit de kassalade aan hem te geven. Vervolgens heeft hij de eigenaar gedwongen mee naar boven naar de kluis te lopen. Daarna hebben de beide daders de ruimte waar zich de kluis bevond verlaten, de eigenaar en de medewerker hier achterlatend. De daders hebben geprobeerd de winkel via de nooduitgang te verlaten, hetgeen hen niet lukte. Eén van de daders is vervolgens wederom naar de ruimte gegaan waar de eigenaar en de medewerker zich bevonden, die deze ruimte inmiddels van de binnenzijde hadden afgesloten. Deze schreeuwde daarop tegen de eigenaar en zijn medewerker: “Doe de deur open, anders schiet ik door de deur heen”. Hierop riep de eigenaar van de winkel dat ze door de voordeur naar buiten konden. De daders zijn daarop weer naar beneden gelopen en hebben het winkelpand verlaten door het raam van de toegangsdeur te vernielen en door het aldus ontstane gat naar buiten te gaan. Op 29 april 2009 heeft medeverdachte [naam medeverdachte 3] bij de politie een bekennende verklaring afgelegd, inhoudende dat hij alle handelingen zoals hierboven beschreven van de dader met het op een vuurwapen gelijkende voorwerp heeft verricht . Op 17 juni 2009 heeft [naam medeverdachte 4] een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van zijn rol als de hierboven beschreven dader met het mes .

De rol van verdachte

De getuigen die vóór, tijdens en na de overval in de nabijheid van de winkel aanwezig waren hebben gedurende deze periode een jongeman gezien die zich in een nabijgelegen steeg en bij de voorkant van de winkel heeft opgehouden. Uit de verklaringen van de getuigen komt het volgende beeld naar voren. Rond 20.50 uur (op 3 december 2008) is een jongeman gezien die heen en weer liep tussen de [adres], waaraan de speelgoedwinkel is gelegen, en een schuin tegenover de speelgoedwinkel gelegen steegje . Niet veel later heeft één van deze getuigen deze jongen de steeg uit zien komen en zien praten met twee andere mannen. Even later heeft deze getuige de jongeman weer alleen zien staan op de hoek van de steeg aan de overzijde van de [adres]. De getuige wachtte op zijn dochter die in een nabijgelegen winkel aan het werk was. Op een gegeven moment is de dochter van de getuige bij hem in de auto gestapt. Terwijl de getuige wegreed zag hij de twee mannen die hij eerder met de jongeman zag praten in de speelgoedwinkel bij de voordeur staan. Een andere getuige heeft ook verklaard over de jongeman die zich op de [adres] en in de steeg ophield. Deze getuige heeft de jongeman later weer op de hoek van de [adres] zien staan. De getuige zag vervolgens een andere jongen door het raam van de speelgoedwinkel naar buiten vallen, waarbij er geld en een sealbag op de grond vielen. De jongen die naar buiten was gevallen rende vervolgens weg. De getuige zag dat de wachtende jongeman direct hierop naar de winkel rende, de sealbag oppakte en wegrende.

De dochter van de eerst genoemde getuige heeft de jongeman die haar vader had gezien ook in de steeg heen en weer zien lopen . Zij kende deze jongeman als [naam verdachte]. Geconfronteerd met een foto van verdachte heeft zij verklaard dat dat de [naam verdachte] is die zij de avond van 3 december 2009 in de steeg en op de [adres] te Heerhugowaard heeft gezien .

Verdachte heeft op 6 april 2009 verklaard dat hij degene is geweest die [naam medeverdachte 3] op de speelgoedwinkel heeft gewezen als geschikt overvaladres . Omdat hij wist dat [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] op dat moment de overval zouden gaan plegen is hij gaan kijken. Toen zag hij de overvallers de winkel uitrennen, waarbij één van hen een zakje met geld liet vallen. Dit heeft hij opgepakt en vervolgens is hij weggerend. Op de terechtzitting van 1 september 2009 heeft verdachte verklaard dat er € 300,- in het zakje zat. Voorts heeft verdachte verklaard dat het mes dat bij de overval is gebruikt inderdaad van hem afkomstig is, maar dat hij het mes al een week voor de overval aan [naam medeverdachte 3] had gegeven.

[naam medeverdachte 3] heeft het volgende verklaard. Het is verdachte geweest die met het plan is gekomen dat [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] de speelgoedwinkel moesten overvallen . In de steeg heeft verdachte aan [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] een nepwapen en een mes overhandigd. Het was een grijs pistool, van kunststof, een nepwapen.Vervolgens moesten [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] de speelgoedwinkel binnengaan.

[naam medeverdachte 4] heeft verklaard dat verdachte de derde persoon was die bij de overval was betrokken .

Feit 2:

De overval op de [adres] te Heerhugowaard

Op 20 februari 2009 doet [naam slachtoffer 3] aangifte van een diefstal met geweld, gepleegd op 19 februari 2009 in haar woning in de [adres] in Heerhugowaard. Aangeefster verklaart dat er die avond bij haar werd aangebeld. Als ze open doet ziet ze drie mannen staan, met doeken voor hun mond en mutsen op. Ze wordt vastgepakt en naar achteren geduwd, haar huis in. Er wordt tegen haar gezegd dat ze stil moet zijn en ze wordt met iets hards tegen haar hoofd geslagen. De persoon die haar slaat blijkt een vuurwapen te hebben, welk wapen hij op haar richt. Een andere man heeft een soort buis of knuppel bij zich. Door twee daders wordt ze onder bedreiging van het vuurwapen de trap op naar boven geduwd, de derde blijft beneden en gaat haar slaapkamer in. Boven schiet de moeder van aangeefster haar te hulp, waardoor de twee mannen het huis verlaten, op de voet gevolgd door de derde man. Later blijkt aangeefster haar portemonnee en haar telefoon te missen Medeverdachten [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 1] hebben verklaard dat zij degenen zijn geweest die de woning zijn ingegaan, samen met medeverdachte [naam medeverdachte 2] en dat verdachte in de auto is achtergebleven als chauffeur .

De rol van verdachte

[naam medeverdachte 3] heeft verklaard dat verdachte hem eerder die dag had gevraagd “of hij een pistooltje kon regelen”. [naam medeverdachte 3] heeft toen een neppistool van huis meegenomen, welk wapen later daadwerkelijk is gebruikt bij de overval. [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij die avond [naam medeverdachte 2], [naam medeverdachte 3] en verdachte met de auto heeft opgehaald. [naam medeverdachte 1] heeft voorts verklaard dat het verdachte was die wel een woning wist waar geld te halen viel. Verdachte en zijn medeverdachten zijn naar [adres] gereden en verdachte heeft de woning aangewezen. In de auto is al een aanvang gemaakt met het aanbrengen van de vermommingen. [naam medeverdachte 2] heeft verklaard dat verdachte de auto in het wijkje tegenover de woning had omgekeerd zodat hij snel zou kunnen wegrijden .

Feit 4A

Op 29 december 2008 doet [naam slachtoffer 4] aangifte van een diefstal uit haar woning van een computer en een geldbedrag van € 180,00 . [naam slachtoffer 4] verklaart dat zij enige dagen van huis was en bij thuiskomst zag dat de schuifpui was opengebroken. Op 31 maart 2009 vindt een doorzoeking plaats in de woning van verdachte. In de slaapkamer van verdachte wordt een TomTom aangetroffen, waarin het adres van aangeefster staat vermeld, evenals een aantal andere adressen . Ter terechtzitting heeft verdachte bekend de computer en de TomTom uit de woning aan [adres] te hebben gestolen, samen met ene [naam]. Daarbij ontkent hij dat hij heeft ingebroken, volgens verdachte was de woning niet afgesloten. Verdachte ontkent eveneens een geldbedrag te hebben gestolen.

D. Beoordeling van de bewijsmiddelen

Feit 1

De rechtbank is van oordeel dat de rol van verdachte bij de overval zoals die blijkt uit de genoemde bewijsmiddelen, aangemerkt dient te worden als medeplegen. Op grond van de verklaring van [naam medeverdachte 3] betreffende de gang van zaken vóór en na de overval, in combinatie met de verklaringen van de getuigen [naam getuige 1 en 2] en [naam getuige 3] acht de rechtbank het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Uit genoemde verklaringen blijkt immers dat verdachte niet alleen betrokken was bij het bedenken van de overval, maar dat hij voor deze overval ook (in ieder geval) het mes heeft geleverd. Uit de wijze waarop verdachte zich ten tijde van de overval heeft opgesteld –zijn gedrag viel meerdere getuigen op - in combinatie met het gegeven dat verdachte direct nadat een sealbag op de grond was gevallen naar de winkel rende om deze te pakken, leidt de rechtbank bovendien af dat verdachte op de uitkijk heeft gestaan. Dit strookt ook met de verklaring van mededader [naam medeverdachte 4]. De rechtbank concludeert aldus dat verdachte samen met een ander het plan heeft beraamd om een overval te plegen, dat hij door een mes te leveren en op de uitkijk te staan een actieve rol heeft gespeeld bij de uitvoering van die overval en dat hij bovendien heeft gedeeld in de opbrengst. Dat hij niet in de winkel is geweest ten tijde van de overval laat naar het oordeel van de rechtbank onverlet dat de rol van verdachte zodanig is geweest, dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met de personen die wel in de winkel zijn geweest. De rechtbank is dan ook – anders dan de raadsman – van oordeel dat sprake is van medeplegen.

Feit 2

Op grond van de verklaringen van de medeverdachten acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte niet slechts de rol van medeplichtige heeft vervuld, maar dat hij als medepleger van het tenlastegelegde feit kan worden aangemerkt. De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte dat hij niet wist dat het om een overval zou gaan. Hiertoe overweegt de rechtbank dat de mededaders van verdachte in de auto reeds mutsen en dergelijke opdeden om hun gezicht te bedekken, dat er is gesproken over welke woning geschikt zou zijn – waarbij verdachte volgens [naam medeverdachte 1] zelfs degene is geweest die de woning als zijnde geschikt heeft aangewezen - , dat zij onderweg nog zijn gestopt om een breekijzer te halen en dat verdachte blijkens de verklaring van [naam medeverdachte 2] niet mee naar binnen wilde omdat hij het meisje dat daar woonde kende. Verdachte is nadat de anderen de auto hebben verlaten op de bestuurdersstoel gaan zitten en heeft de auto zo geparkeerd dat hij daarmee snel weg kon rijden. Gelet op deze omstandigheden gaat de rol van verdachte die van de medeplichtige ook bij deze overval te boven. De rechtbank zal derhalve het primair ten laste gelegde bewezen verklaren.

Feit 4A

Gelet op de aangifte, het proces-verbaal van bevindingen betreffende de TomTom en de bekennende verklaring van verdachte acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat hij in de tenlastegelegde periode een TomTom en een computer heeft gestolen. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde braak niet bewezen kan worden verklaard, nu blijkt dat de aangever gedurende een langere periode van huis is geweest en derhalve niet is uit te sluiten dat iemand anders verdachte voor is geweest. Om dezelfde reden acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van het geldbedrag.

E. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 3 december 2008 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres] heeft weggenomen een geldbedrag toebehorende [naam slachtoffer 1] en/of [naam onderneming], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken

en

met het oogmerk om zich en anderen te bevoordelen door bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam onderneming],

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededaders die winkel zijn binnen gegaan en vervolgens heeft één van zijn mededaders een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan [naam slachtoffer 1] getoond en op [naam slachtoffer 1] gericht en gericht gehouden en tegen [naam slachtoffer 1] gezegd: “Geef mij het geld maar”, waarna [naam slachtoffer 1] geld uit een kassalade heeft gehaald en dat geld aan één van zijn mededaders heeft gegeven onder bedreiging van dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp en tegen [naam slachtoffer 1] heeft gezegd dat [naam slachtoffer 1] met hem, zijn mededader, naar de kluis moest lopen en heeft zijn andere mededader [naam slachtoffer 2] onder bedreiging van een mes gedwongen naar de kluis te lopen en die kluis te openen, waarna die mededader uit die kluis een geldbedrag heeft weggenomen en heeft zijn mededader geld van een tafel weggenomen en heeft één van zijn mededaders toen zij de winkel wilden verlaten en dit niet lukte gedreigd door een deur van het kantoortje van die winkel, alwaar [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] zich bevonden, heen te schieten als [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] niet naar buiten zouden komen om zijn mededaders uit de winkel te laten;

2. primair

hij op 19 februari 2009 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning gelegen aan [adres] heeft weggenomen een portemonnee, inhoudende een geldbedrag en pasjes en een rijbewijs en een paspoort, en een mobiele telefoon, merk Samsung, type L310, toebehorende aan [naam slachtoffer 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat zijn mededaders die woning zijn binnengedrongen en vervolgens dat zij die [naam slachtoffer 3] stevig hebben vastgepakt en hebben geduwd en die [naam slachtoffer 3] enige tijd stevig hebben vastgehouden en die [naam slachtoffer 3] met kracht éénmaal tegen haar hoofd hebben geslagen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [naam slachtoffer 3] hebben gericht en gericht gehouden;

4.A

hij in de periode van 24 december 2008 tot en met 27 december 2008 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een computer, merk Acer, en een TomTom, toebehorende aan [naam slachtoffer 4].

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

1.

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit werd gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

medeplegen van afpersing;

2.

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit werd gepleegd door twee of meer verenigde personen;

4.A

Diefstal door twee of meer verenigde personen

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

7. De strafoplegging

- De eis van de officier

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 535 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 365 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van Reclassering Nederland en dat verdachte behandeling in Groot Batelaar zal ondergaan en de behandeling zal afmaken.

- Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met het thans ingezette traject zodat verdachte in staat wordt gesteld zijn behandeling bij Groot Batelaar af te maken.

- Feitgerelateerde factoren

Verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan het medeplegen van een gewapende overval. Eind vorig jaar hebben verdachte en zijn mededaders een overval gepleegd op een speelgoedwinkel, waarbij de eigenaar en zijn medewerker met een wapen zijn bedreigd. Naar de ervaring leert kunnen de slachtoffers van een dergelijk misdrijf nog langdurig kampen met de psychische gevolgen daarvan.

Op 19 februari 2009 hebben verdachte en zijn mededaders een brute overval op een woning gepleegd. De eigen woning is bij uitstek een plek waar mensen zich veilig moeten kunnen voelen. Dit soort strafbare feiten veroorzaakt grote gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers, zoals ook wordt bevestigd door de op de terechtzitting door het slachtoffer [naam slachtoffer 3] voorgedragen slachtofferverklaring.

Tevens heeft verdachte bekend met een mededader goederen uit een woning te hebben gestolen.

Dit zijn ernstige feiten die voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij zorgen.

- Verdachte gerelateerde factoren

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 april 2009, waaruit blijkt dat verdachte eerder ter zake van soortgelijke feiten tot vrijheidsbenemende straf is veroordeeld. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden te recidiveren.

Uit het voorlichtingsrapport van M. Dozeman van Reclassering Nederland d.d. 1 september 2009 blijkt dat het recidiverisico hoog wordt ingeschat. Verdachte bevindt zich in een negatieve spiraal waar hij niet zelf uit kan komen. De Reclassering adviseert om betrokkene een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van zijn preventieve hechtenis. Tevens adviseert de Reclassering om verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde plaatsing bij Groot Batelaar en een verplicht reclasseringscontact.

Verdachte heeft op de terechtzitting verklaard inmiddels twee weken in Groot Batelaar te verblijven. Verdachte heeft het gevoel hier beter geholpen te worden en de verwachting is dat verdachte nog 14 maanden in Groot Batelaar zal dienen te verblijven.

De rechtbank acht, gelet op bovenstaande en de ernst van de feiten de oplegging van een gevangenisstraf, deels in voorwaardelijke vorm, passend en geboden. Tevens zal de rechtbank de eis van de officier van justitie conform het advies van de reclassering met betrekking tot de oplegging van bijzondere voorwaarden opnemen om verdachte verder te laten begeleiden.

8. Vordering van de benadeelde partij

1.

De benadeelde partij [naam slachtoffer 1], heeft, door tussenkomst van de gemachtigde M. Burggraaff, werkzaam bij Das Rechtsbijstand, Postbus 23000, 1100 DN Amsterdam, vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 3.000,00 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

De officier van justitie heeft toewijzing van een bedrag van € 1.500,00 gevorderd. Voor het overige deel van de vordering acht de officier van justitie de benadeelde niet-ontvankelijk in zijn vordering. De raadsman van verdachte is van mening dat de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering nu deze onvoldoende onderbouwd is.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij, voor zover die een bedrag van € 1.000,00 betreft, van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.000,00, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

2.

De benadeelde partij [naam slachtoffer 3], heeft, door tussenkomst van de gemachtigde mr. A.W.W. van Eelen, werkzaam bij Das Nederlandse Rechtsbijstand, Karspeldreef 15, 1104 BB Amsterdam, vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 1.485,68 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] geconcludeerd dat deze kan worden toegewezen. De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van [naam slachtoffer 3] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wel heeft de raadsman verzocht een gedeelte passend bij het aandeel van verdachte toe te wijzen.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 2. primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte -ook al zijn andere daders daarbij betrokken- rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

3.

De benadeelde partij [naam benadeelde partij 5] heeft zich door tussenkomst van de gemachtigde mr. A.W.W. van Eelen, werkzaam bij Das Rechtsbijstand, Karspeldreef 15, 1104 BB Amsterdam, met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 691,00, gevoegd in het strafproces in verband met het onder 2 tenlastegelegde.

De officier van justitie acht de benadeelde partij [naam benadeelde partij 4] niet ontvankelijk in haar vordering, nu hetgeen haar is overkomen niet is opgenomen in de tenlastelegging en derhalve geen onderdeel uitmaakt van het bewezenverklaarde feit.

De raadsman volgt ten aanzien van de vordering van [naam benadeelde partij 5] de zienswijze van de officier van justitie.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij [naam benadeelde partij 5] niet ontvankelijk in de vordering dient te worden verklaard, nu er geen rechtstreeks verband bestaat met het onder 2 bewezenverklaarde feit.

9. Schadevergoeding als maatregel

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. primair en 2. primair bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelden.

Ten aanzien van de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] komt de rechtbank tot toewijzing van een hogere immateriële schadevergoeding dan gevorderd, te weten een bedrag van

€ 1.015,00. Derhalve zal de rechtbank het op te leggen totale bedrag bepalen op

€ 2.000,00.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11. Beslissing

Verklaart de dagvaarding voor wat betreft het onder 3 tenlastegelegde nietig.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1. primair, 2. primair en 4A ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 535 (vijfhonderdvijfendertig) dagen.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt.

- de veroordeelde zal verblijven in Groot Batelaar en zal meewerken aan behandeling en zijn behandeling zal afmaken.

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 1.000,00 (eenduizend euro) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

Verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 3].

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 1.465,68, (eenduizend vierhonderd vijfenzestig euro en 68 cent) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

Verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 5] niet ontvankelijk in de vordering.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam slachtoffer 1] te betalen een som geld ten bedrage van € 1.000,00, (eenduizend euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam slachtoffer 3] te betalen een som geld ten bedrage van € 2.000,00, (tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.M. Devis, voorzitter,

mr. M. Lolkema en mr. A.E. Merkus, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 september 2009.