Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BJ6773

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-08-2009
Datum publicatie
03-09-2009
Zaaknummer
294727 CV EXPL 09-1715 LT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Compensatie proceskosten nu eiseres, door voorafgaand aan de procedure buitensporige buitengerechtelijke kosten te claimen, zij willens en wetens het risico heeft aanvaard dat gedaagde het tot een gerechtelijke procedure laat komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2009, 174
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 294727 CV EXPL 09-1715 LT

Uitspraakdatum: 12 augustus 2009

Vonnis in de zaak van:

de onderlinge waarborgmaatschappij

Onderlinge Verzekering Maatschappij Univé

gevestigd en kantoorhoudende te Alkmaar

eisende partij

verder ook te noemen: [eiseres]

gemachtigde: F.J.M. van der Meer, gerechtsdeurwaarder te Alkmaar

tegen

[naam]

wonende te Bergen

gedaagde partij

verder ook te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon.

Het procesverloop

- [eiseres] heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 6 maart 2009

- [gedaagde] heeft bij antwoord verweer gevoerd.

- Vervolgens is gediend van repliek en dupliek.

- De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

- Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

Het geschil

1.1. [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag ad € 124,40, rente en kosten rechtens.

[eiseres] stelt hiertoe, zakelijk samengevat dat [gedaagde] in gebreke is gebleven met (tijdige) betaling van de verschuldigde eigen bijdrage wegens eigen risico over de periode juni 2008, zoals nader gespecificeerd bij conclusie van repliek. Gelet op de non-betaling van [gedaagde] maakt [eiseres] thans aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten en vervallen rente.

1.2. [gedaagde] erkent dat zij aan hoofdsom een bedrag van € 124,40 aan [eiseres] moet gaan betalen. Maar is van mening dat deze procedure voorkomen had kunnen worden als [eiseres] direct duidelijk was geweest. [gedaagde] was namelijk in de veronderstelling dat de vordering gebaseerd was op een premieachterstand. [gedaagde] maakt bezwaar tegen de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten, want deze moet € 37,00 zijn exclusief BTW in plaats van € 103,53.

De beoordeling

2.1 Niet langer in geschil is dat [gedaagde] gehouden was de hoofdsom van € 124,40 aan [eiseres] te voldoen. Omdat [gedaagde] daarmee in verzuim was, is zij tevens de wettelijke rente over dat bedrag verschuldigd. De incassokosten zijn tot een bedrag van € 44,03 inclusief BTW erkend, zodat die ook toewijsbaar zijn. Deze bedragen zijn dan ook toewijsbaar, met dien verstande dat [gedaagde] in haar laatste conclusie heeft gemeld dat zij deze bedragen inmiddels heeft voldaan. De kantonrechter gaat ervan uit dat, [eiseres] hiermee bij de afrekening in deze zaak rekening houdt.

2.2. De kantonrechter ziet aanleiding de kosten van het geding te compenseren in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Daartoe overweegt de kantonrechter dat [gedaagde] slechts twee geautomatiseerd opgestelde aanmaningen aan [gedaagde] heeft verzonden. Daarop is, behoudens het dossier- en referentienummer niet vermeld waarop de vordering betrekking heeft. Gesteld noch gebleken is dat zij vóór de conclusie van repliek [gedaagde] hierover nadere informatie heeft verschaft. Bovendien vordert [eiseres] in de twee sommatiebrieven buitensporige incassokosten (€ 103,53 op een hoofdsom van € 124,40). Die kosten zijn bij dagvaarding teruggebracht tot het bedrag genoemd in het rapport rapport Voor-Werk II . Door voorafgaand aan de procedure buitensporige buitengerechtelijke kosten te claimen, heeft [eiseres] willens en wetens het risico aanvaard dat [gedaagde] het tot een gerechtelijke procedure laat komen. Dat risico dient voor rekening van [eiseres] te blijven.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen kwijting te betalen een bedrag van € 175,26, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 124,40 vanaf 6 maart 2009 tot de dag van betaling.

Compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 12 augustus 2009 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter