Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BJ6768

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
30-07-2009
Datum publicatie
03-09-2009
Zaaknummer
296395 \ CV EXPL 09-977 TvW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verhuurster vordert betaling van herstelwerkzaamheden aan de woning ná het vertrek van verhuurder op grond van de overeengekomen voorwaarden. In het onderhavige geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om gedaagde onverkort aan de onderhavige bepaling te houden. Volgt deels toewijzing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Den Helder

Zaaknr/rolnr.: 296395 \ CV EXPL 09-977 TvW

Uitspraakdatum: 30 juli 2009

Vonnis in de zaak van:

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Woningbouwvereniging “Anna Paulowna” te Anna Paulowna

eiseres

gemachtigde: J. van der Vlies, gerechtsdeurwaarder te Den Helder

tegen

[naam] te ‘s-Gravenhage

gedaagde

procederend in persoon.

Het procesverloop

- Eiseres heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 2 april 2009.

- Gedaagde heeft bij antwoord verweer gevoerd.

- Na beraad heeft de kantonrechter een comparitie gelast, die is gehouden op 4 juni 2009 in het gerechtsgebouw te Alkmaar, in aanwezigheid van partijen en de gemachtigde.

- Van deze comparitie heeft de griffier aantekeningen gehouden.

- De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

- Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

Gedaagde heeft van 1 april 2008 tot en met 30 november 2008 een woning [adres] te Anna Paulowna gehuurd;

In een aanvulling op de huurovereenkomst tussen de eiseres en gedaagde gedateerd 20 maart 2008 is onder meer het volgende bepaald:

“Huurder is met de vorige huurder overeengekomen dat de hierna te noemen verandering(en) en toevoeging(en) (hierna te noemen: voorziening) in bovenvermelde woning niet door de vorige huurder ongedaan zullen worden gemaakt.

Verhuurder heeft daarmee ingestemd, op voorwaarde dat huurder verplicht is om uiterlijk voor het beëindigen van deze huurovereenkomst, de voorziening terug te brengen in de staat zoals deze was voor het aanbrengen van de voorziening, zoals dit per onderdeel hierna is aangegeven.

Huurder en verhuurder komen voorts ten aanzien van de voorziening(en) het volgende overeen:

1. Het feit. dat huurder de voorziening van de vorige huurder heeft overgenomen, wordt op één lijn gesteld met de situatie dat huurder zelf de voorziening heeft aangebracht.

2. Huurder is te allen tijde gerechtigd de voorziening ongedaan te maken. Hij is dan wel verplicht om de woning terug te brengen in de toestand, zoals deze was voor het aanbrengen van de voorziening (zie hierna).

(…)

8. Zoals reeds vermeld moet de huurder uiterlijk bij oplevering van het gehuurde de voorziening ongedaan maken.

Mocht de huurder hierbij naar het oordeel van de verhuurder in gebreke blijven, dan wordt de verhuurder hierbij gemachtigd dit op kosten van de huurder te doen.

Gedaagde heeft de woning achtergelaten in de staat waarin deze zich bevond bij het aangaan van huurovereenkomst; gedaagde heeft de woning eind november 2008 verlaten;

Eiseres heeft na het vertrek van gedaagde uit de woning een aantal werkzaamheden in en aan de woning verricht;

In een brief van 12 november 2008 laat eiseres aan gedaagde onder meer weten:

“Tot slot merken wij nog op dat wij u gehouden achten de woning uiterlijk op de datum

dat de huurovereenkomst wordt beëindigd in de oorspronkelijke staat te hebben

teruggebracht. Mocht u bijvoorbeeld nog vragen hebben over de uitvoering van

bepaalde zaken, dan kunt u zich met de collega’s van de Technische Dienst in verbinding

stellen. Het is in dit verband ook voor u van belang dat u zelf zo spoedig mogelijk een

afspraak maakt voor de definitieve afschouwing.”

Bij brief van 3 februari 2009 is gedaagde op zijn nieuwe adres te Den Haag op de hoogte gesteld van de verrichte werkzaamheden en is hem de factuur voor die werkzaamheden gestuurd;

Het geschil

1. Eiseres vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag ad € 2.435,45, rente en kosten rechtens.

Eiseres stelt hiertoe, zakelijk samengevat, dat gedaagde in gebreke is gebleven met betaling van de verschuldigde huurtermijnen van oktober en november 2008 ad € 748,18, alsmede van de hem toegezonden factuur voor de verrichte herstelwerkzaamheden tot een bedrag van € 1.330,27. Gelet op deze non-betaling heeft eiseres haar vordering in handen van haar incassogemachtigde gesteld hetgeen extra kosten met zich heeft meegebracht tot een bedrag van € 357,00 die zij van gedaagde vergoed wenst te zien, zulks naast de reeds vervallen rente.

2. Gedaagde acht zich niet aansprakelijk voor de kosten die door eiseres zijn gemaakt in verband met werkzaamheden aan de woning na het vertrek daaruit door gedaagde. Gedaagde heeft de woning in de staat achtergelaten zoals hij deze heeft aangetroffen bij het begin van de huurovereenkomst. Bovendien, zo meent gedaagde, is hij ook niet in de gelegenheid gesteld om eventuele werkzaamheden zelf uit te voeren.

De beoordeling

3. Voorzover de vordering betrekking heeft op huurachterstand wordt deze erkend door gedaagde. Dit deel, groot € 748,18, ligt voor toewijzing gereed.

4. Eiseres beroept zich op algemene voorwaarden die onder meer bepalen dat de huurder ook aansprakelijk kan worden gehouden voor de kosten van herstel van wijzigingen die zijn aangebracht door voorgaande huurders. Gedaagde heeft deze voorwaarden voor akkoord ondertekend. Na het vertrek van gedaagde zijn er door eiseres onder meer door de vorige huurder(s) aangebrachte lambrisering en schroten verwijderd, is er opnieuw gestuukt en gesausd, een verlaagd plafond weggehaald en een aantal accessoires van de wanden verwijderd.

5. De kantonrechter begrijpt dat gedaagde aanvoert dat hij zich weliswaar akkoord heeft verklaard met de voorwaarden maar dat deze in het onderhavige geval onredelijk uitwerken.

Dit standpunt wordt deels gevolgd. Het is gedaagde niet duidelijk geweest voor welke verregaande verplichtingen gedaagde destijds heeft getekend. Het had op de weg van eiseres gelegen om gedaagde hieromtrent beter voor te lichten. Hierbij speelt een rol dat een professioneel verhuurder als eiseres geacht moet worden deze kosten te kunnen overzien. Aan de andere kant heeft gedaagde ook niet geïnformeerd naar voor welke kosten hij zou kunnen komen te staan. Voorts weegt mee dat gedaagde de woning maar zeer kort heeft gehuurd en dat het in het onderhavige geval gaat om relatief weinig werkzaamheden met betrekkelijk weinig kosten.

6. Gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden is het in het onderhavige geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om gedaagde onverkort aan de onderhavige bepaling te houden. De kosten komen derhalve deels voor rekening van gedaagde in dier voege dat een deel groot € 500,- zal worden toegewezen. Het verweer van gedaagde dat hij niet in de gelegenheid is gesteld om zelf te herstellen is hierbij tevens verworpen. Voldoende is komen vast te staan dat gedaagde zijn nieuwe adres niet heeft doorgegeven aan eiseres, terwijl dat -zeker nu gedaagde is vertrokken met een huurachterstand- wel op zijn weg had gelegen. Daarnaast is komen vast te staan dat de brief waarin gedaagde wordt gewezen op de mogelijkheid van afschouwing, gedaagde tijdig heeft bereikt.

7. De vordering voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten en vervallen rente zal als onweersproken worden toegewezen, met dien verstande echter dat de buitengerechtelijke incassokosten conform de gebruikelijke landelijke richtlijnen (rapport “Voorwerk”II) zullen worden vastgesteld op € 178,50.

8. Gedaagde dient als de voor het merendeel in het ongelijk gestelde partij de proceskosten te dragen.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen een bedrag van € 1.426,68, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.248,18 vanaf 11 maart 2009 tot de dag van betaling.

Veroordeelt gedaagde in de proceskosten, die tot heden voor eiseres worden vastgesteld op een bedrag van € 600,98 [inclusief BTW indien en voorzover door gedaagde verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 300,00 voor salaris van de gemachtigde van eiseres [waarover gedaagde geen BTW verschuldigd is].

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van der Heijden, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 30 juli 2009 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter