Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BJ6523

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
25-08-2009
Datum publicatie
01-09-2009
Zaaknummer
09/804 AWBZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: 09/804 AWBZ

Uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

tegen

de besloten vennootschap CAK B.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

verweerster.

Ontstaan en loop van de zaak

Bij besluit van 4 december 2008 heeft verweerder eisers aanvraag voor compensatie eigen risico over het jaar 2008 op grond van artikel 118a van de Zorgverzekeringswet (Zvw) afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 7 december 2008 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 15 januari 2009 heeft verweerster het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 23 februari 2009 ( tijdig) beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting van 14 juli 2009, alwaar eiser in persoon is verschenen. Verweerster is verschenen bij gemachtigde mr. M. van Wijck en M.G. Eckhardt.

Motivering

1. De rechtbank moet beoordelen of verweerster terecht en op juiste gronden de aanvraag van eiser om compensatie van het eigen risico over het jaar 2008 heeft afgewezen.

2. Voor deze beoordeling is de volgende regelgeving met name van belang.

Ingevolge artikel 118a, eerste lid, van de Zvw hebben verzekerden van achttien jaar of ouder

met meerjarige, onvermijdbare zorgkosten, of die in een instelling als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verblijven, indien zij behoren tot bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen groepen, jegens het CAK voor het einde van het kalenderjaar recht op een jaarlijkse uitkering ter hoogte van het bedrag genoemd in artikel 18a, eerste lid, verminderd met het geraamde gemiddelde bedrag dat een verzekerde die geen recht heeft op de in dit lid bedoelde uitkering naar verwachting in dat kalenderjaar ingevolge artikel 18a betaalt.

Ingevolge artikel 118a, tweede lid, van de Zvw neemt het CAK het sociaal-fiscaalnummer van de personen, bedoeld in het eerste lid, met het oog op de uitvoering van dit artikel in zijn administratie op.

Ingevolge artikel 118a, derde lid, van de Zvw verstrekken zorgverzekeraars aan het CAK de persoonsgegevens van de personen bedoeld in het eerste lid, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn ter uitvoering van het eerste lid.

Ingevolge artikel 3a.1 van het Besluit zorgverzekering, zoals dat luidde ten tijde in geding, hebben verzekerden recht op de uitkering, bedoeld in artikel 118a, eerste lid, van de Zvw, indien zij:

a. in de twee opeenvolgende jaren voorafgaande aan het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, zijn ingedeeld in bij ministeriële regeling aangewezen FKG’s (farmaceutische kostengroepen), of

b. op 1 juli van het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, zonder onderbreking meer dan een half jaar in een AWBZ-instelling verblijven.

Ingevolge artikel 8.3 van de Regeling zorgverzekering, zoals dat luidde ten tijde in geding, worden als FKG's als bedoeld in artikel 3a.1 van het Besluit zorgverzekering aangewezen de FKG's, genoemd in tabel B4.2 van Bijlage 4 zoals deze luidde in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de uitkering, bedoeld in artikel 118a, eerste lid, van de Zvw betrekking heeft, met uitzondering van de FKG 'Hoog cholesterol'.

Tabel B4.2 bevat de voor zover hier van belang - volgende FKG’s:

Hoog cholesterol

Hartaandoeningen.

Blijkens informatie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport komen voor indeling in een FKG in aanmerking mensen met een chronische, in bijlage B4.2 genoemde aandoening (m.u.v. hoog cholesterol) aan wie in 2006 en 2007 meer dan 180 standaard dagdoseringen van specifieke, op een via internet toegankelijke lijst opgenomen, geneesmiddelen zijn verstrekt.

Een standaard dagdosering (Defined Daily Dose) is een internationaal aanvaarde maat voor de hoeveelheid werkzame stof in geneesmiddelen die een volwassene gemiddeld per dag gebruikt.

De compensatie eigen risico geldt uitsluitend voor extramuraal gebruik van geneesmiddelen. Dat betekent dat geneesmiddelen die worden gegeven bij opname en verblijf in een instelling (bijvoorbeeld een ziekenhuis of verpleeghuis) niet meetellen.

Ingevolge artikel 7.4a van de Regeling van 1 september 2005, houdende regels ter zake van de uitvoering van de Zorgverzekeringswet (Regeling zorgverzekering) verstrekt de zorgverzekeraar aan het CAK voor 1 oktober van het jaar waarin een uitkering als bedoeld in artikel 118a van de Zvw wordt verstrekt, van zijn verzekerden of gewezen verzekerden die in dat jaar de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt of nog zullen bereiken en die in de twee kalenderjaren, voorafgaande aan dat jaar in een FKG als bedoeld in artikel 8.3 zijn ingedeeld, de volgende persoonsgegevens:

a. het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer,

b. het bank- of girorekeningnummer.

3. Verweerster heeft het aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat het haar niet is toegestaan om inzage te hebben in het medicijngebruik van verzekerden. Dit is voorbehouden aan de zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar verstrekt de gegevens omtrent het medicijngebruik van verzekerden via het College voor Zorgverzekeraars aan Vektis c.s (hierna: Vektis). Vektis is het informatie- en standaardisatiecentrum voor alle zorgverzekeraars. Vektis toetst deze gegevens aan de FKG-selectiecriteria en stelt vast of de verzekerde in zowel 2006 als in 2007 in één of meer FKG’s is ingedeeld. Als dit het geval is dan wordt het burgerservicenummer van die verzekerde doorgegeven aan verweerster. Op grond van artikel 118a van de Zvw en artikel 7.4a van de Regeling zorgverzekering is verweerster verplicht om uit te gaan van de juistheid van de door de zorgverzekeraar aangeleverde gegevens. Verweerster acht zich niet bevoegd om te beoordelen of een verzekerde ten onrechte niet is ingedeeld in een FKG. Wel heeft verweerster de betrokken zorgverzekeraar nogmaals gevraagd te controleren of eiser zowel in 2006 als in 2007 in een FKG ingedeeld is of had moeten worden. De zorgverzekeraar bleef echter bij zijn standpunt dat eiser noch in 2006, noch in 2007 in een FKG is ingedeeld. Bij eiser is geen sprake van zulke bijzondere omstandigheden dat een nader onderzoek vereist is, zodat verweerster van oordeel is dat het bezwaar kennelijk ongegrond is.

4. Eiser heeft hiertegen aangevoerd dat hij sedert 2005 ernstige hartklachten heeft en al jaren bloedverdunnende medicijnen en medicijnen in verband met een hoge bloeddruk en te hoog cholesterol gebruikt. Eiser heeft een overzicht van door de apotheek aan hem verstrekte medicijnen overgelegd. Hij meent derhalve chronisch ziek te zijn en onder een FKG te vallen.

5. Hangende het beroep heeft verweerster haar verweerschrift van 1 april 2009 ingetrokken en op 30 juni 2009 een nieuw verweerschrift ingediend. Hieruit volgt dat verweerster van mening blijft dat zij dient uit te gaan van de juistheid van de door Vektis aangeleverde gegevens en dat zij niet mag afwijken van de door Vektis aangeleverde gegevens. Toch heeft verweerster- na daartoe verkregen toestemming van eiser – nader onderzoek gedaan naar het medicijngebruik van eiser en de door Vektis toegepaste berekening. Uit dit onderzoek volgt dat zij van Vektis een overzicht heeft gekregen van de in 2006 en 2007 aan eiser afgeleverde en door de zorgverzekeraar gedeclareerde medicijnen. Dat overzicht bevestigt dat de aan eiser verstrekte medicijnen geen werkzame stoffen bevatten die aanleiding geven tot een indeling in een FKG of de betreffende FKG is voor deze regeling Compensatie eigen risico niet van toepassing. De FKG’s Cholesterol (CHO) en hypertensie (hyp) zijn namelijk uitgesloten van de compensatieregeling.. Verweerster blijft dan ook bij haar standpunt.

6. Uit het systeem van artikel 118a van de ZVW en de daarop gebaseerde regelgeving volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verweerster in beginsel dient uit te gaan van de juistheid van de door de zorgverzekeraars (via Vektis) aan haar verstrekte gegevens. Verweerster hoeft in beginsel geen zelfstandig oordeel te geven over de vraag of een bepaalde verzekerde wel of niet ingedeeld moet worden in een FKG. Dit is echter anders indien een verzekerde in het kader van zijn of haar aanvraag of van zijn of haar bezwaar tegen de afwijzing daarvan aan verweerster controleerbare gegevens verstrekt, op basis waarvan verweerster kan beoordelen of de desbetreffende verzekerde al dan niet behoorde te zijn ingedeeld in een FKG (zie ook Rechtbank Leeuwarden, 9 april 2009, LJN: BI0652). Indien deze gegevens zijn verstrekt is verweerster naar het oordeel van de rechtbank gehouden in het kader van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) nader te onderzoeken of een verzekerde in een FKG ingedeeld dient te worden. Met toestemming van een verzekerde kan verweerster zijn of haar gegevens opvragen en nader onderzoeken. Voorts is de rechtbank van oordeel dat verweerster op grond van de ingevolge de artikelen 3:46 en 7:12 , eerste lid, van de Awb op haar rustende motiveringsplicht niet kan volstaan met de mededeling dat zij Vektis heeft verzocht een en ander nogmaals te onderzoeken.

7. In bezwaar heeft eiser aangevoerd dat hij lijdt aan een vernauwing van de Aorta-klep en in verband daarmee sinds 2004/2005 de medicijnen Acenocoumarol (bloedverdunner) en Atacand (bloedvat verwijder) slikt. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen was verweerder op basis van deze concrete gegevens gehouden nader onderzoek te doen naar het medicijngebruik van eiser en derhalve naar de vraag of eiser onder een FKG valt. Ook had verweerster, indien zij op basis van dit nadere onderzoek van mening was dat eiser niet in aanmerking kwam voor de indeling in een FKG, moeten motiveren waarom dit niet het geval was. Voor zover verweerster meent dat door eiser geen controleerbare gegevens in bezwaar zijn overgelegd is de rechtbank van oordeel dat de door eiser gegeven informatie voldoende basis bood om die op eenvoudige wijze te controleren. Dit nadere onderzoek heeft immers ook plaatsgevonden na het door eiser ingestelde beroep.

8. Derhalve is het beroep gegrond en dient het besluit van 15 januari 2009 te worden vernietigd. De rechtbank zal hierna, om (zo mogelijk) tot een definitieve beslissing over het geschil tussen partijen te komen, beoordelen of met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand kunnen blijven. Daartoe bestaat aanleiding indien het besluit inhoudelijk juist is en de beoordeling tot dezelfde uitkomst leidt.

9. Verweerster heeft nadat haar op 29 mei 2009 door eiser toestemming is verleend om inzage te verkrijgen in de afleverhistorie van zijn medicijnen voor de jaren 2006 en 2007 nader onderzoek naar de medicijnverstrekkingen aan eiser gedaan. Uit dit nadere onderzoek volgt dat eiser in 2006 niet voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van de compensatie eigen risico over het jaar 2008. De uitkomst van het bestreden besluit blijft derhalve gelijk.

10. Ter zitting heeft eiser aangeven dat hij voor een andere insteek had gekozen als hij eerder erover was geïnformeerd dat zijn medicijnen geen werkzame stoffen bevatten die aanleiding geven tot een indeling in een FKG of daarvan waren uitgesloten. Hij is namelijk afgekeurd en chronisch ziek en vraagt zich af waarom de door hem gebruikte medicijnen niet tot een indeling in een FKG leiden of zijn uitgesloten. Hij is het dan ook niet eens met de opgestelde lijst.

11. De rechtbank wijst op het volgende. Blijkens de Memorie van Toelichting op de wijziging van de Zorgverzekeringswet en Wet op de zorgtoeslag houdende vervanging van de no-claimteruggave door een verplicht eigen risico (Kamerstukken 2006-2007, 31094, nr. 3, TK) heeft de wetgever er, bij gebreke van een sluitende definitie van chronisch zieken en gehandicapten, voor gekozen om voor de afbakening van de te compenseren groep aansluiting te zoeken bij de door de zorgverzekeraars in het kader van de risicoverevening gebruikte bestanden. Deze risicoverevening kent bepaalde omschrijvingen voor chronische ziekten (de diagnosekosten- en farmaciekostengroepen). Om alvast zoveel mogelijk aan te sluiten bij een structurele oplossing, waarbij de bestanden van de risicoverevening gehanteerd worden, is er voor 2008 voor gekozen om verzekerden die in 2006 en 2007 op grond van hun geneesmiddelengebruik zijn ingedeeld in een farmaceutische kostengroep (FKG) als verzekerden met meerjarige, onvermijdbare zorgkosten te beschouwen. De FKG's zijn ontwikkeld als voorspeller voor hoge zorgkosten, voortkomend uit chronische aandoeningen. Om ingedeeld te worden in een FKG moet een verzekerde minimaal 180 dagdoseringen van een medicijn voor de betreffende chronische ziekte voorgeschreven hebben gekregen. Hierdoor wordt zoveel mogelijk vermeden dat verzekerden met incidentele hoge zorgkosten toch in aanmerking komen voor compensatie. Door de voorwaarde dat een verzekerde zowel in 2006 als in 2007 in een FKG dient te zijn ingedeeld, wordt nog beter bereikt dat het gaat om verzekerden die langdurig en onvermijdbaar op zorg zijn aangewezen.

12. De rechtbank acht het, gelet op de in de MvT geformuleerde uitgangspunten, niet onredelijk dat de wetgever voor de afbakening van de te compenseren groep chronisch zieken en gehandicapten aansluiting heeft gezocht bij het systeem van de FKG's. De tabel met daarop de werkzame stoffen per aandoening dient in deze procedure dan ook als een gegeven te worden beschouwd. De lijst kan niet in het kader van deze procedure getoetst worden. Ook kan in het kader van deze procedure geen antwoord worden gegeven op de vraag van eiser of het feit dat hij voor de compensatieregeling niet als chronisch ziek wordt gekwalificeerd, gevolgen heeft voor aanspraken op andere regelingen, bijvoorbeeld de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).

12 Gelet op het onder 8. en 9. overwogene zal de rechtbank de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb geheel in stand laten. Verweerster hoeft dus geen nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van eiser. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding omdat niet is gebleken dat eiser daarvoor in aanmerking komende kosten heeft gemaakt.

Beslissing

De rechtbank verklaart

- het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;

- bepaalt dat verweerster aan eiser het griffierecht ten bedrage van € 39,00 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 25 augustus 2009 door mr. J. Blokland, voorzitter, mr. A.E. van Montfrans-Wolters en mr. D.M. de Feijter, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.E. van Erp van Harten, griffier.

griffier voorzitter

Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden – in elk geval de eisende partij – en verweerder hoger beroep instellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (beroepschrift) en een kopie van de uitspraak te zenden aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.