Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BJ3975

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
19-05-2009
Datum publicatie
28-07-2009
Zaaknummer
09/1165 en 09/1183
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 09/1165 en AWB 09/1183

Uitspraak van de voorzieningenrechter

in de zaak van:

[naam verzoeker],

wonende te [plaatsnaam],

verzoeker,

gemachtigde mr. W. Kattouw,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard,

verweerder.

Ontstaan en loop van de zaak

Bij besluit van 12 maart 2009 heeft verweerder aan vergunninghouder bouwvergunning en ontheffing als bedoeld in artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) verleend voor het uitbreiden van de gebedsruimte, ontmoetingsruimte (van de Turkse moskee) aan de [adres] te [plaatsnaam].

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 14 april 2009 een bezwaarschrift ingediend. De rechtbank heeft het bezwaarschrift ingevolge artikel 7:1, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aangemerkt als beroepschrift. Bij afzonderlijke brief van 22 april 2009 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld ter zitting van 7 mei 2009, waar verzoeker, daartoe ambtshalve opgeroepen, (en zijn echtgenote) is (zijn) verschenen bij gemachtigde. Verweerder, eveneens ambtshalve opgeroepen, is verschenen bij gemachtigde A.R. Breetveld.

Motivering

1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Op grond van artikel 8:86 van de Awb heeft de voorzieningenrechter na behandeling ter zitting van het verzoek een voorlopige voorziening te treffen de bevoegdheid om, indien hij van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2. Aangezien alle voor een beslissing relevante feiten en omstandigheden naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit geding aan de orde zijn geweest meent de voorzieningenrechter dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter zal dan ook gebruik maken van de bevoegdheid om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

3. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, onder d, van de Awb dient degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken, tenzij het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4.

Ingevolge artikel 3.24, derde lid, voor zover hier van belang, van de Wro, is op de voorbereiding van een besluit omtrent een ontheffing als bedoeld in artikel 3.22 of 3.23 afdeling 3.4 van de Awb van toepassing.

Ingevolge artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep bij de administratieve rechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van de Awb naar voren heeft gebracht.

4. De voorzieningenrechter stelt vast dat het ontwerpbesluit tot het verlenen van ontheffing voor de uitbreiding van de Turkse moskee met ingang van 13 januari 2009 gedurende zes weken ter inzage is gelegd. Bij de publicatie van het ontwerpbesluit is aangegeven dat er gedurende die periode mondeling of schriftelijk zienswijzen tegen dat ontwerpbesluit kunnen worden ingediend. Voorts staat vast dat verzoeker geen zienswijzen tegen het ontwerpbesluit heeft ingediend. De omstandigheid dat verzoeker, naar hij ter zitting heeft gesteld, wegens onbekendheid met de procedurele consequenties van de invoering van de Wro geen zienswijzen heeft ingediend tegen het ontwerpbesluit, komt naar het oordeel van de voorzieningenrechter voor zijn risico. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat aan verzoeker redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Aldus staat hem geen beroep meer open op grond van artikel 6:13 van de Awb.

5. Gelet op het voorgaande dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. Aan een behandeling van de beroepsgronden komt de voorzieningenrechter dan ook niet toe.

6. Bij deze stand van zaken bestaat er geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek zal worden afgewezen.

7. Bij deze beslissing is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 19 mei 2009 door mr. drs. J. Blokland, voor¬zieningen¬rechter, in tegen¬woordig¬heid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier.

griffier voorzieningenrechter

Tegen de uitspraak op het beroep kunnen belanghebbenden - in elk geval de eisende partij - en verweerder hoger beroep instellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uit-spraak een brief (beroepschrift) en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Tegen de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening kan geen hoger beroep worden ingesteld.