Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BI1289

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
08-04-2009
Datum publicatie
16-04-2009
Zaaknummer
107589
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot voeging van partij. Art. 217 Rv. Rechtbank acht feitelijk belang voldoende. In dit geval stelde eiseres in het voegingsincident dat haar belang was dat zij de eisende partij in de hoofdzaak ook processueel zou bijstaan. Indien de vordering in de hoofdzaak zou worden toegewezen, zou de voegende eiseres haar vordering ook op gedaagde kunnen verhalen. Bij een afwijzing van de vordering in de hoofdzaak zou dat niet zo zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

WD/LS

zaak- en rolnummer: 107589/ HA ZA 09-52

datum: 8 april 2009

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

de rechtspersoon naar buitenlands recht ZURICH INSURANCE PLC.,

gevestigd te Dublin, Ierland,

kantoorhoudende te 's-Gravenhage,

EISERES het incident tot voeging,

advocaat mr. K. Taryakchi,

in de zaak van:

toevoeging nr. 4GY0306

[eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging],

wonende te [woonplaats]

EISER in vrijwaring bij dagvaarding van 5 januari 2009,

VERWEERDER in het incident tot voeging,

advocaat mr. E.H. Copini,

tegen:

de naamloze vennootschap SNS BANK N.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

GEDAAGDE in vrijwaring,

VERWEERSTER in het incident tot voeging,

advocaat mr. S.W. Polak.

Partijen zullen verder worden genoemd Zurich, Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging en SNS Bank.

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

in de vrijwaring en in het incident

1.1 Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de dagvaarding, waarbij vier producties zijn overgelegd.

1.2 Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging heeft een akte houdende rectificatie genomen, waarbij één productie is overgelegd.

1.3 Zurich heeft een incidentele conclusie genomen ertoe strekkende dat zij wordt toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging.

1.4 Zowel Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging als SNS Bank heeft een conclusie van antwoord in het incident genomen.

1.5 Ten slotte is vonnis bepaald. De inhoud van al deze stukken geldt als hier ingelast.

2. DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

in het incident

2.1 Zurich vordert dat haar wordt toegestaan zich aan de zijde van Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging te voegen. Zij stelt daartoe, zakelijk weergegeven, het volgende. In de nacht van 26 op 27 oktober 2001 heeft een brand gewoed in het schoolgebouw van het Trinitascollege, locatie Waardse Kil, te Heerhugowaard. Zurich heeft als verzekeraar ter zake van de door de brand veroorzaakte schade aan de eigenaar van het schoolgebouw, de gemeente Heerhugowaard een bedrag aan € 1.516.892,46 uitgekeerd. Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging en []zijn ter zake van deze brand strafrechtelijk veroordeeld wegens het medeplegen van opzettelijke brandstichting. Zurich heeft Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging in de hoofdzaak gedagvaard en vordert veroordeling tot betaling van voormeld bedrag vermeerderd met rente en kosten. Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging maakt jegens SNS Bank uit hoofde van een door hem gestelde verzekeringsovereenkomst aanspraak op uitkering, hetgeen door SNS Bank wordt geweigerd. Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging heeft SNS Bank in vrijwaring gedagvaard en vordert veroordeling tot betaling van al hetgeen waartoe Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld. Zurich heeft belang om zich in de tussen Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging en SNS Bank aanhangige vrijwaringzaak aan de zijde van Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging te voegen, omdat SNS Bank onterecht dekking weigert en Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging indien SNS Bank niet tot uitkering overgaat, gelet op zijn inkomen niet in staat is de vordering van Zurich te voldoen.

2.2 Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2.3 SNS Bank voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Zurich, dan wel de incidentele vordering van Zurich af te wijzen, met veroordeling van Zurich in de kosten van dit incident, uitvoerbaar bij voorraad. Op de stellingen van SNS Bank wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

2.4 SNS Bank voert primair aan dat zij door Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging ten onrechte is gedagvaard. Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging heeft volgens SNS Bank niet met haar, maar met Reaal een aansprakelijkheidsverzekering gesloten.

Dat verweer speelt, gelet op haar inhoud, slechts een rol in de vrijwaringzaak zelf en niet in dit incident. De rechtbank zal er hierom aan voorbijgaan.

2.5 SNS Bank voert subsidiair het verweer dat Zurich geen belang heeft bij haar incidentele vordering.

2.6 De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, vorderen zich daarin te mogen voegen.

2.7 Van een belang zoals bedoeld in voormeld wetsartikel is niet slechts sprake, indien de uitkomst van deze procedure tot gevolg kan hebben dat Zurich in haar rechten of in haar rechtspositie wordt benadeeld. Van een dergelijk belang is ook sprake, indien de uitkomst van deze procedure rechtens of feitelijk gevolgen kan hebben voor Zurich. Hierbij dient te worden opgemerkt dat niet ieder rechtens of feitelijk gevolg een voldoende belang voor voeging met zich meebrengt. Het door Zurich aangevoerde belang zal moeten worden afgewogen tegen de belangen van Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging en SNS Bank om hun procedure zonder inmenging van derden - zo spoedig mogelijk - af te wikkelen.

2.8 Uit de door Zurich aangevoerde en door SNS Bank niet weersproken, omstandigheden volgt dat Zurich een feitelijk belang heeft bij de gevorderde voeging. Immers, de uitkomst van deze procedure is van grote invloed op de mogelijkheden die Zurich heeft om haar gepretendeerde vordering op Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging te verhalen. Bij Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging ontbreken nagenoeg de mogelijkheden tot verhaal en indien de vordering in vrijwaring zal worden toegewezen, kan Zurich haar vordering zowel op Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging als op SNS Bank verhalen. Met andere woorden, Zurich krijgt er in SNS Bank een verhaalsmogelijkheid bij.

2.9 SNS Bank heeft nog als verweer aangevoerd (onder verwijzing naar HR 14 maart 2008) dat Zurich slechts een belang kan hebben, indien zij door de uitkomst van de vrijwaringsprocedure mogelijk in haar rechtspositie wordt geschaad. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank ook sprake. Zoals hiervoor onder 2.8 overwogen kan Zurich haar mogelijk in de hoofdzaak te verkrijgen recht slechts tegen Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging uitoefenen, als de vordering van Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging vrijwaring tegen SNS Bank wordt afgewezen. Indien echter de vordering in vrijwaring tegen SNS Bank wordt toegewezen, kan Zurich haar eventuele recht ook tegen SNS Bank uitoefenen. Hierdoor wordt haar rechtspositie verbeterd.

2.10 Het belang van Zurich is van voldoende gewicht om de incidentele vordering toe te wijzen. De rechtbank overweegt hiertoe dat niet wordt verwacht dat toewijzing van de incidentele vordering een onredelijke of onnodige vertraging van deze procedure tot gevolg heeft. Dat is overigens ook niet als verweer door SNS Bank aangevoerd. In dat kader merkt de rechtbank nog op dat de vordering van Zurich in het beginstadium van de procedure is ingesteld.

2.11 Uit het voorgaande volgt dat de gevorderde voeging, in beginsel moet worden toegestaan. Een uitzondering moet worden gemaakt in het geval Zurich misbruik van procesrecht maakt, zoals door SNS Bank meer subsidiair wordt betoogd. SNS Bank voert aan dat bij toewijzing van de vordering tot voeging voor Zurich een zelfstandig appelrecht ontstaat, welk recht Zurich zonder de voeging niet zou hebben.

Op zichzelf is dat laatste juist, maar dat levert naar het oordeel van de rechtbank geen misbruik van procesrecht op. Zoals SNS Bank zelf terecht aanvoert heeft Zurich geen rechtstreeks vorderingsrecht jegens SNS Bank. Daarom valt ook niet in te zien op grond waarvan Zurich hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank zou kunnen instellen, in het geval dat Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging dat niet doet.

2.12 De slotsom van het voorgaande is dat de incidentele vordering moet worden toegewezen. SNS Bank zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident aan de zijde van Zurich worden veroordeeld.

in de vrijwaring

2.13 De vrijwaring zal worden verwezen naar na te melden roldatum voor het nemen van een conclusie van eis door Zurich.

3. DE BESLISSING

De rechtbank:

in het incident

Staat Zurich Insurance toe zich aan de zijde van Eiser in vrijwaring, verweerder in het incident tot voeging te voegen.

Veroordeelt SNS Bank in de kosten van het incident, aan de zijde van Zurich Insurance tot op heden begroot op EUR 452,00.

Verklaart dit vonnis, voor zoverre het de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

in de vrijwaring

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 27 mei 2009 voor conclusie van eis aan de zijde van Zurich Insurance.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. L.J. Saarloos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 april 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.