Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BH9166

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
26-02-2009
Datum publicatie
31-03-2009
Zaaknummer
14-810247-08(P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot skimmen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer : 810247-08 (P)

Datum uitspraak : 26 februari 2009

OP TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

12 februari 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. T. de Bont, advocaat te Alkmaar, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot aanpassing van de tenlastelegging ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten, ten laste gelegd, dat

hij op of omstreeks 26 mei 2008 in de gemeente Purmerend,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk (een) betaalpas(sen) en/of (een) waardekaart(en) bestemd voor het verrichten en/of verkrijgen van betalingen langs geautomatiseerde weg,

valselijk op te maken en/of te vervalsen en/of te manipuleren,

door valselijk de (oorspronkelijke) (magneetstrip)gegevens van de originele betaalpassen en/of originele waardekaarten te kopiëren/laden naar/op (een) (betaal)pas(sen)/kaart(en) welke zijn/waren voorzien van een magneetstrip,

zulks met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen,

het volgende heeft gedaan:

verdachte en/of zijn mededader(s) is/zijn naar een betaal/pin-automaat van de [bank] (gelegen aan de [straatnaam]) toegegaan en/of (vervolgens) heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een voorzetmond aangebracht voor de pasmond van de geldautomaat (om zodoende de pasgegevens van ingevoerde (betaal)passen te kopiëren) en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een balk (voorzien van electronica en/of een mobiele telefoon met camera) geplaatst boven de pinpad van de geldautomaat (om zodoende de ingetoetste pincode(s) te bemachtigen),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 mei 2008 in de gemeente Purmerend, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, stoffen en/of voorwerpen en/of gegevens heeft/hebben vervaardigd en/of ontvangen en/of verschaft en/of overgedragen en/of voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die/deze stoffen en/of voorwerpen en/of gegevens bestemd was/waren tot het plegen van enig in artikel 232, eerste lid Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf;

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsmotivering

A. Standpunt van het Openbaar Ministerie

Op 26 mei 2008 is geprobeerd een pinautomaat in Purmerend zo te manipuleren dat pasjes konden worden geskimd. Verdachte en [medeverdachte] zijn op die dag samen naar Purmerend gegaan met de hiervoor benodigde materialen in hun bezit. Op de achtergrond is nog een derde persoon betrokken.

Het primair ten laste gelegde kan worden bewezen op grond van de aangifte, de observatie, de videobeelden en de bekentenis van verdachte.

B. Het standpunt van de verdediging

Het primair ten laste gelegde feit kan wettig en overtuigend worden bewezen verklaard.

C. Beoordeling van de tenlastelegging

Op 9 juni 2008 is namens [bedrijf] aangifte gedaan van een poging tot skimmen met betrekking tot een geldautomaat van de [bank] aan de [straatnaam] te Purmerend op 26 mei 2008. Aangever herkende een hem door de politie getoonde balk met daarin een mobiele telefoon als een balk geschikt om pincodes af te kijken. Voorts herkende aangever een hem door de politie getoond voorzetmondje als een skimdevice, geschikt om magneetstripgegevens te stelen wanneer deze is aangebracht voor de pasmond van een geldautomaat. ’

Uit een observatieverslag van de politie blijkt dat [medeverdachte] op 26 mei 2008 als bestuurder van een groene personenauto, merk Rover, samen met verdachte naar Purmerend is gereden. Omstreeks 17.55 uur stonden [medeverdachte] en verdachte bij de linker geldautomaat van de [bank] aan de [straatnaam] te Purmerend. Verdachte droeg een gele plastic tas. [Medeverdachte] stond met zijn hand te trekken aan de opening in de geldautomaat, waar men de pas in moet voeren. Omstreeks 18.22 uur stond [medeverdachte] voor genoemde pinautomaat en droeg inmiddels de gele tas. [Medeverdachte] pakte een langwerpig lichtkleurig apparaat uit de gele tas en plaatste dit voorwerp met kracht op de geldautomaat. [Medeverdachte] maakte met zijn gehele lichaam drukkende bewegingen op het langwerpige voorwerp. Daarna stond [medeverdachte] met verdachte weer bij de genoemde pinautomaat en trok een voorwerp van die automaat en stopte dit in de gele tas.

Bij onderzoek van de door [medeverdachte] bestuurde auto troffen verbalisanten onder de rechter voorstoel een plastic tas aan inhoudende een geprepareerde strip met daarin een telefoon, merk Samsung, en andere elektronische apparatuur, alsmede een voorzetmond voor betaalpassen. In het handschoenenkastje troffen verbalisanten onder meer aan een kleine schroevendraaier, een flacon Bison secondenlijm, een flacon Pattex secondenlijm en drie hotelmagneetstrippassen.

Door de beveiligingscamera’s van de [bank] gelegen aan de [straatnaam] te Purmerend zijn over de periode van 26 mei 2008 16:00 uur tot en met 26 mei 2008 19:00 uur beelden opgenomen. Omstreeks 18:43 uur is te zien dat [medeverdachte] bij die pinautomaat gaat staan. Omstreeks 18.44 uur gaat verdachte vlak achter verdachte staan. Te zien is dat verdachte een gele plastic tas in zijn hand draagt.

Op 27 mei 2008 heeft verdachte tegenover opsporingsambtenaren onder meer het volgende verklaard :

Ik ben met die persoon uit Amsterdam vertrokken. Ik weet zijn naam niet. Ik noem hem [bijnaam]. Wij zijn met zijn auto, een groene Rover, naar Purmerend gegaan. Wij hadden afgesproken met een derde persoon dat wij een plastic voorwerp met een telefoon erin op een pinautomaat zouden plakken. Dit voorwerp moesten wij op de pinautomaat plakken omdat dan de pincodes van de mensen die daar zouden pinnen, gefilmd zou worden. Wij gingen naar de [bank] te Purmerend. Ik liep met een gele tas met daarin eerder genoemde spullen om te plakken. De ouwe heeft geprobeerd te plakken. Ik denk wel een keer of drie of vier. Uiteindelijk is het blijven plakken. De ouwe haalde de plakstrip eraf en gaf de tas aan mij om er mee naar de auto te gaan. Ik moest goed uitkijken. Om te kijken of er goed was geplakt hebben [bijnaam meerijder] en ik allebei pasjes in de gleuf gestopt.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan.

D. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste heeft begaan, met dien verstande dat:

Primair:

hij op 26 mei 2008 in de gemeente Purmerend, tezamen en in vereniging met een ander,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk betaalpassen bestemd voor het verrichten en/of verkrijgen van betalingen langs geautomatiseerde weg, valselijk op te maken,

door valselijk de magneetstripgegevens van de originele betaalpassen te kopiëren naar kaarten welke zijn voorzien van een magneetstrip, zulks met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen,

het volgende heeft gedaan:

verdachte en zijn mededader zijn naar een pin-automaat van de [bank] gelegen aan de [straatnaam] toegegaan en vervolgens hebben verdachte en zijn mededader een voorzetmond aangebracht voor de pasmond van de geldautomaat om zodoende de pasgegevens van ingevoerde betaalpassen te kopiëren en hebben verdachte en zijn mededader een balk voorzien van elektronica en een mobiele telefoon met camera geplaatst boven de pinpad van de geldautomaat om zodoende de ingetoetste pincodes te bemachtigen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Primair:

Medeplegen van poging tot opzettelijk een betaalpas, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen langs geautomatiseerde weg, valselijk opmaken met het oogmerk om zichzelf of een ander te bevoordelen.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar omdat niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

7. De strafoplegging

Verdachte heeft met anderen een poging ondernomen om gegevens te verkrijgen welke nodig waren voor het valselijk opmaken van betaalpassen, het zogenaamde skimmen.

A. De eis van de officier

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, te weten:

Oplegging van gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

B. Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft slechts een kleine rol gespeeld bij het bewezen verklaarde feit. Verdachte heeft 181 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht. Hij heeft geen strafblad. Door zijn toedoen zijn geen mensen gedupeerd. Een straf gelijk aan het voorarrest is passend.

C. De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat

verdachte zich tezamen met anderen schuldig gemaakt heeft aan een pogingen tot het verkrijgen van gegevens teneinde daarmee valse betaalpassen te - laten - maken. Het zogenaamde skimmen van elektronische gegevens. Het elektronische betalingsverkeer in ons land en wereldwijd is gebaseerd op vertrouwen. Steeds meer betalingen worden door middel van pinnen verricht. Verdachte heeft door de bewezen verklaarde feiten in ernstige mate inbreuk gemaakt op het vertrouwen, vereist voor het goed functioneren van het financiële verkeer.

De rechtbank is van oordeel dat de mate van overlast en schade, die door skimmen wordt veroorzaakt, in de straftoemeting tot uitdrukking moet komen, waarbij de rechtbank in aanmerking neemt dat het in onderhavige zaak bij een - zij het brutale - poging is gebleven.

De rechtbank heeft gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie gedateerd 28 mei 2008 waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder ter zake van misdrijven met justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van een vrijheidsstraf recht doet aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47, 232 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9. Beslissing

Verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert het hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feit.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 9 maanden.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 3 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.M. Jongkind-Jonker, voorzitter,

Mr. B.H. Franke en mr. G.D.M. Hoedemaker, rechters,

in tegenwoordigheid van W. Veenstra, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 februari 2009.