Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BH9045

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
31-03-2009
Datum publicatie
31-03-2009
Zaaknummer
14/810514-08 + 14/810207-08(TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van vleeswaren uit een supermarkt. Toen verdachte door het personeel van die winkel werd aangehouden om hem aan de politie over te dragen heeft verdachte zich heftig tegen genoemde personeelsleden verzet en een of meer van hen geschopt, geslagen, gespuugd en gedreigd met infectie met aids. Met zijn agressieve handelen getuigt verdachte van een gebrek aan eerbied voor andermans lichamelijke integriteit.

Winkeldiefstal is een op grote schaal voorkomend misdrijf dat winkeliers aanzienlijke overlast en schade berokkent. Met zijn houding na betrapping dat door alsnog te betalen de kous af zou moeten zijn, geeft verdachte er blijk van dit onvoldoende in te zien. Een delict als het onderhavige draagt bovendien een voor de rechtsorde schokkend karakter en brengt bij de burgers, waaronder winkelpersoneel en aanwezige klanten van de supermarkt, angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer : 14/810514-08 + 14/810207-08(tul)

Datum uitspraak : 26-3-2008

TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

gedetineerd in PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 maart 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van

- de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank de verdachte zal veroordelen tot gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd doorgebracht in preventieve hechtenis en met daarbij de bijzondere voorwaarden dat

1. verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen van de Brijder Verslavingszorg Verslavingsreclassering Arrondissement Alkmaar;

2. verdachte zal meewerken aan een ambulante behandeling bij de GGZ Noord-Holland Noord.

Voorts strekt de vordering tot afwijzing van de tenuitvoerlegging van de onder parketnummer 14/810207-08 voorwaardelijk opgelegde straf, onder verlenging van de proeftijd met één jaar.

- hetgeen door de verdachte en mr. J.J. Jorna, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

hij op of omstreeks 13 december 2008 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [straatnaam] heeft weggenomen een hoeveelheid Hollandse kogelbiefstuk en/of een hoeveelheid runderlappen en/of een hoeveelheid kipfilet, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [supermarkt] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte:

* (nadat verdachte door die [slachtoffer 1] was vastgepakt/vastgegrepen) zich (met kracht) heeft verzet tegen deze greep en/of

* die [slachtoffer 2] met kracht (opzij) heeft geduwd en/of

* (wild) om zich heen heeft getrapt en/of geslagen en/of

* die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] (dreigend) heeft toegevoegd:

“Ik heb aids” en/of “Ik ga bijten”en/of “Ik infecteer jullie”, althans woorden van een dergelijke dreigende aard en/of strekking en/of

* die [slachtoffer 3] in diens gezicht heeft gespuwd en/of

* een bijtbeweging heeft gemaakt in de richting van het been van die [slachtoffer 2] en/of

*die [slachtoffer 3] één maal (met kracht) in/tegen diens gezicht heeft geschopt of getrapt;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

2. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 13 december 2008 in de gemeente Den Helder met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [straatnaam] heeft weggenomen een hoeveelheid Hollandse kogelbiefstuk en een hoeveelheid runderlappen en een hoeveelheid kipfilet, toebehorende aan de [supermarkt],

welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte:

* nadat verdachte door die [slachtoffer 1] was vastgepakt/vastgegrepen zich heeft verzet tegen deze greep en

* die [slachtoffer 2] opzij heeft geduwd en

* wild om zich heen heeft getrapt en geslagen en

* die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] dreigend heeft toegevoegd:

“Ik heb aids” en “Ik ga bijten”en “Ik infecteer jullie”, althans woorden van een dergelijke dreigende aard en/of strekking en

* die [slachtoffer 3] in diens gezicht heeft gespuwd en

*die [slachtoffer 3] één maal tegen diens gezicht heeft geschopt.

3. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.

5. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

6. MOTIVERING VAN DE STRAF.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van vleeswaren uit een supermarkt. Toen verdachte door het personeel van die winkel werd aangehouden om hem aan de politie over te dragen heeft verdachte zich heftig tegen genoemde personeelsleden verzet en een of meer van hen geschopt, geslagen, gespuugd en gedreigd met infectie met aids. Met zijn agressieve handelen getuigt verdachte van een gebrek aan eerbied voor andermans lichamelijke integriteit.

Winkeldiefstal is een op grote schaal voorkomend misdrijf dat winkeliers aanzienlijke overlast en schade berokkent. Met zijn houding na betrapping dat door alsnog te betalen de kous af zou moeten zijn, geeft verdachte er blijk van dit onvoldoende in te zien. Een delict als het onderhavige draagt bovendien een voor de rechtsorde schokkend karakter en brengt bij de burgers, waaronder winkelpersoneel en aanwezige klanten van de supermarkt, angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 13 februari 2009, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van vermogens- en geweldsdelicten tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 15 december 2008 van M. Dozeman als reclasseringswerkster verbonden aan de Reclassering Nederland Regio Alkmaar/Haarlem.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 11 maart 2009 van L. Rademaker als reclasseringswerkster verbonden aan de Brijder Verslavingszorg, Verslavingsreclassering Arrondissement Alkmaar.

- het over de verdachte uitgebrachte psychiatrisch rapport gedateerd 2 maart 2009, van A.C. Bruijns.

Dit rapport houdt in als conclusie en advies:

Er is bij betrokkene sprake van een gemengde persoonlijkheidsstoornis, met

vooral antisociale en borderline kenmerken. Tevens moet er van misbruik van

alcohol worden gesproken. Evidente aanwijzingen voor hersenorganische oorzaken voor zijn gedragsproblemen werden niet gevonden.

Van zowel de persoonlijkheidsstoornis als van het alcoholmisbruik geldt dat deze al langere tijd en ook in de periode van het huidige ten laste gelegde aanwezig zijn.

Het gedrag bij het tenlastegelegde, indien bewezen, werd in duidelijke mate beïnvloed door de uitingen van de persoonlijkheidsstoornis. Bovendien, zoals betrokkene zelf heeft aangegeven bij dit onderzoek, heeft alcoholmisbruik een negatieve invloed op zijn gedrag hierbij gehad.

Het huidige ten laste gelegde kan niet los van de vele delicten sinds 2007 worden beschouwd. De verlating door de partner in 2006 en het daarop volgende maatschappelijk verval vormen de directe luxerende momenten voor zijn psychische decompensatie, waarin de eerder beschreven problematische kenmerken van zijn persoonlijkheidsstoornis scherper dan voorheen naar voren kwamen. Zijn criminele gedrag van de afgelopen tijd, inclusief het huidige ten laste gelegde, is voor een niet onbelangrijk deel op te vatten als een uitageren van zijn eigen misère. De invloed van de persoonlijkheidsstoornis (in combinatie met alcoholmisbruik) op het ten laste gelegde acht ik van dien aard dat ik de rechtbank adviseer betrokkene verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren voor het ten laste gelegde, indien bewezen.

Dezelfde factoren die zijn delinquent gedrag vanaf 2007, inclusief het huidige ten laste gelegde, indien bewezen, hebben beïnvloed zullen ook van belang zijn

voor het recidivegevaar.

Bruijns adviseert om bij een geheel of gedeeltelijke voorwaardelijke straf, als bijzondere voorwaarde te stellen dat hij zich gedurende een maximale proeftijd, houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. Die aanwijzingen zouden kunnen inhouden dat er een strikte begeleiding door de reclassering plaats vindt, met voldoende aandacht voor de genoemde maatschappelijke problemen en dat hij zich poliklinisch bij een psychiatrische instelling, zoals GGZ Den Helder in behandeling stelt.

- het over de verdachte uitgebrachte psychologisch rapport gedateerd 9 maart 2009, van H. Scharft.

Dit rapport gedateerd houdt onder meer in als conclusie en advies:

Betrokkene is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling waarbij borderline, antisociale en paranoïde trekken opvallen. Deze trekken zijn in ieder geval de laatste 3 jaar, maar mogelijk ook langer aanwezig. Daarnaast was er sprake van alcoholmisbruik. Deze aandoeningen waren ook aanwezig ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde.

Gezien de ernst van de beperkingen die de persoonlijkheidsproblematiek met zich meebrengt, wordt geadviseerd om betrokkene het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen.

Betrokkene is impulsief, geneigd tot agerend gedrag en daarnaast geneigd tot alcoholmisbruik, wat een verdere vermindering van de impulscontrole met zich meebrengt.

Betrokkene heeft momenteel veel sociale problemen. Veel stress leidt er toe dat betrokkene slechter gaat functioneren, hetgeen onder andere kan leiden tot een onvoldoende nauwgezet innemen van zijn medicatie. Het niet innemen van zijn medicatie leidt vervolgens weer tot een toename van psychisch onwelbevinden en impulsiviteit, waardoor de kans op maatschappelijk onaanvaardbaar gedrag eveneens toeneemt. Geadviseerd wordt om betrokkene een bijzondere voorwaarde op te leggen bij een voorwaardelijk strafdeel met als voorwaarde dat hij zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat ambulante behandeling bij de GGZ of bij een FPA inhoudt.

Gelet op bovengenoemde rapporten acht de rechtbank verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Op grond van deze rapporten en het laatstelijk uitgebrachte reclasseringsrapport, dat tot eenzelfde advies voor afdoening komt als de beide juistgenoemde deskundigen, zal de rechtbank dienovereenkomstig een vrijheidsstraf met een fors voorwaardelijk deel opleggen, met daaraan verbonden de geadviseerde en gevorderde bijzondere voorwaarden. Dit dient ertoe verdachte van het plegen van strafbare feiten in de toekomst te weerhouden.

7. VORDERING TENUITVOERLEGGING VOORWAARDELIJKE STRAF

Op de terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummer 14/810207-08 zal afwijzen en de proeftijd zal verlengen met één jaar.

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de overige inhoud van dit vonnis dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

Daarom ligt in beginsel de voorwaardelijk opgelegde straf voor tenuitvoerlegging gereed.

De rechtbank vindt echter in de persoon van de verdachte en het karakter van het thans bewezenverklaarde aanleiding, overeenkomstig de vordering van de officier van justitie,om de proeftijd te verlengen, zulks onder instandhouding van de voorwaarden, een en ander op de wijze zoals hierna in de rubriek BESLISSING zal worden aangegeven.

8. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert het hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feit.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van acht (8) maanden.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot vier (4) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Brijder Verslavingszorg Verslavingsreclassering Arrondissement Alkmaar, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt, ook als dat inhoudt behandeling in verband met middelenmisbruik.

- dat verdachte zal meewerken aan een ambulante behandeling bij de GGZ Noord-Holland Noord.

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaarde- lijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Wijst af de vordering van de officier van justitie strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd, bij voormeld vonnis van 10 september 2008 in de zaak met parketnummer 14/810207-08.

Verlengt - onder instandhouding van de voorwaarden - de in dat vonnis op twee jaar vastgestelde proeftijd met ÉÉN JAAR.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.E. van der Veen, voorzitter,

mr. F.A.M. Bakker en mr. T.H. Bosma, rechters,

in tegenwoordigheid van W. Veenstra, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 maart 2009.