Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2009:BH0890

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
22-01-2009
Datum publicatie
26-01-2009
Zaaknummer
107289 / KG ZA 08-417
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming gekraakte woning toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

CVZ/HW

KG nummer: 107289/KG ZA 08-417

datum: 22 januari 2009

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE MEDEMBLIK,

zetelende te Medemblik,

EISERES IN KORT GEDING,

advocaat mr. K. van der Meij te Alkmaar,

tegen:

1. [gedaagde sub 1},

thans verblijvende in de onroerende zaak (of een gedeelte daarvan) aan

[adres], gemeente Medemblik,

2. [gedaagde sub 2],

thans verblijvende in de onroerende zaak (of een gedeelte daarvan) aan

[adres], gemeente Medemblik,

GEDAAGDEN IN KORT GEDING,

in persoon verschenen,

3. zij die verblijven in de onroerende zaak (of in een gedeelte daarvan) gelegen aan [adres], gemeente Medemblik,

GEDAAGDEN IN KORT GEDING,

niet verschenen.

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 19 januari 2009 is tegen gedaagden sub 3 verstek verleend, aangezien is gebleken dat de dagvaarding op de juiste wijze is betekend.

Eiseres heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Gedaagden sub 1 en 2 hebben gezamenlijk de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van eiseres de originele dagvaarding en een pleitnotitie, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Eiseres is eigenares van de woning met grond staande en gelegen te [adres], kadastraal bekend Noorder-Koggenland, [perceelnummer]. Op dit perceel staan naast genoemde woning tevens een kas en een schuur.

2.2 Eiseres heeft het perceel aangekocht in verband met de realisatie van een nog te realiseren natuur- en recreatieproject. Genoemd perceel gaat daarvan onderdeel uitmaken en de opstallen op het perceel zullen in verband hiermee op korte termijn gesloopt worden.

2.3 Eiseres ontvangt voor de realisatie van het natuur- en recreatieproject een subsidie van [euro] 500.000,--. Voorwaarde voor het verkrijgen van deze subsidie was dat de aanbesteding van de werkzaamheden in 2008 nog zou plaatsvinden. Deze aanbesteding heeft op 17 december 2008 plaatsgevonden.

2.4 Ook beschikt eiseres inmiddels over een sloopvergunning voor de opstallen. De geplande aanvang van de werkzaamheden is eind januari 2009.

2.5 Gedaagden 1 en 2 hebben in september 2008 hun intrek genomen in de woning op het perceel. Zij hebben dit gedaan zonder overleg met of toestemming van eiseres.

2.6 De nutsvoorzieningen in deze woning waren door eiseres op dat moment al afgesloten.

2.7 Begin december 2008 hebben medewerkers van eiseres gesproken met gedaagden sub 1 en 2. Hierbij is namens eiseres aangegeven dat men op korte termijn wil beginnen met de sloop van de opstallen en heeft men de bereidheid uitgesproken om gedaagden sub 1 en 2 te helpen bij het zoeken naar andere woonruimte. Dit laatste op voorwaarde dat beide gedaagden de woning op korte termijn zouden verlaten.

2.8 Gedaagden sub 1 en 2 hebben met dit voorstel niet ingestemd.

2.9 Bij brief van 17 december 2008 heeft eiseres gedaagden sub 1 en 2 gesommeerd de woning uiterlijk op 4 januari 2009 te ontruimen. Aan deze sommatie hebben gedaagden geen gevolg gegeven.

2.10 Bij brief van 7 januari 2009 is aan gedaagden sub 1 en 2 aangekondigd dat op korte termijn een dagvaarding betekend zou gaan worden. Hierbij zijn gedaagden nogmaals gesommeerd om de woning te verlaten.

2.11 Tot op heden verblijven gedaagden sub 1 en 2 in de woning.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Eiseres vordert - kort samengevat - :

- dat gedaagden worden veroordeeld de woning aan [adres] te ontruimen;

- dat hen verboden wordt hun intrek te nemen in een van de andere opstallen op het perceel;

- dat eiseres het vonnis tot een jaar na het uitspreken daarvan ten uitvoer kan leggen tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in een van de opstallen bevindt of daar binnentreedt, telkens wanneer zich dit voordoet;

- een en ander met veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding.

3.2 Eiseres legt hieraan ten grondslag dat gedaagden onrechtmatig handelen jegens haar, aangezien zij zonder recht of titel verblijven in genoemde woning (welke woning eigendom is van eiseres) en ondanks sommaties weigeren om de woning te ontruimen. Eiseres voert daarbij aan dat zij een spoedeisend belang heeft bij het op korte termijn leeg tot haar beschikking hebben van deze woning, omdat zij inmiddels beschikt over een sloopvergunning voor de opstallen en op korte termijn met deze sloop een aanvang wil maken. Daarbij wijst eiseres er op dat zij voor de voortgang van de werkzaamheden gebonden is aan bepaalde termijnen om niet haar recht op de subsidie te verspelen.

3.3 Gedaagden sub 1 en 2 hebben gezamenlijk verweer gevoerd. Zij hebben onder meer aangevoerd dat zij het niet eens zijn met de plannen van eiseres om ter plaatse een natuur- en recreatiegebied te realiseren, in verband waarmee de grond onttrokken wordt aan de agrarische bestemming daarvan. Voorts hebben zij aangevoerd dat zij de woning graag willen behouden en deze te zijner tijd willen kopen of huren.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 Vaststaat dat gedaagden zich bevinden in een woning die eigendom is van eiseres, zonder dat zij daartoe gerechtigd zijn. Hierdoor handelen gedaagden onrechtmatig jegens eiseres. Gedaagden dienen in ieder geval een eind te maken aan deze onrechtmatige toestand en de woning te ontruimen, maar de vraag die daarbij een rol speelt is op welke termijn dit dient te gebeuren.

4.2 Door eiseres is een termijn gevorderd van twee dagen na betekening van dit vonnis, waarbij zij heeft aangevoerd dat de bezwaarprocedures omtrent dit project inmiddels afgehandeld zijn en zij op korte termijn een begin wil maken met daadwerkelijk uitvoering van haar plannen. Door gedaagden is niet een standpunt ingenomen omtrent een ontruimingstermijn.

4.3 De voorzieningenrechter acht bij het bepalen van de termijn het volgende van belang. Desgevraagd heeft eiseres ter zitting verklaard dat zij in het overleg met gedaagden sub 1 en 2 begin december 2007 geen concreet voorstel heeft gedaan voor alternatieve huisvesting. Nadat zij tijdens een schorsing door de voorzieningenrechter alsnog in de gelegenheid gesteld was de mogelijkheden van een concreet voorstel voor alternatieve huisvestiging te onderzoeken, is eiseres echter met een redelijk alternatief gekomen. Zij hebben gedaagden sub 1 en 2 een aanbod gedaan om tijdelijk hun intrek te nemen in een thans leegstaand sportcomplex aan de Vlietlanden te Medemblik. Hier zouden gedaagden gebruik kunnen maken van de aanwezige nutsvoorzieningen in de kantine van het complex en eventueel gebruik kunnen maken van de kleedkamers. Eiseres heeft aangegeven dat zij hierbij nog een slag om de arm moest houden omdat dit voorstel nog voorgelegd moest worden aan B&W van de gemeente Medemblik, maar dat kon zonodig nog deze week plaatsvinden en zij verwachtte van die zijde geen problemen.

4.4 Hoewel eiseres derhalve een concreet voorstel heeft gedaan, dat een redelijk alternatief voor gedaagden oplevert, zijn gedaagden niet op dit voorstel ingegaan. Daartoe hebben zij aangevoerd dat de ramen in de woning waar zij thans verblijven meermalen zijn ingegooid door jongens van de sportclub, zodat zij niet in het sportcomplex willen verblijven. Van de zijde van eiseres is deze stellingname betwist en nogmaals benadrukt dat het sportcomplex thans leeg staat. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het aanbod van eiseres een redelijk alternatief biedt voor het huisvestigingsprobleem van gedaagden. Het staat gedaagden uiteraard vrij niet op dit aanbod in te gaan, maar daarmee nemen zij het risico dat zij binnen afzienbare tijd op straat komen te staan. Nu eiseres met een redelijk alternatief is gekomen, dient thans het belang van eiseres bij de voortgang van de voorgenomen sloop van de opstallen zwaarder te wegen dan het belang van gedaagden bij het voortgezet gebruik van deze woning. De vorderingen van eiseres kunnen derhalve worden toegewezen, waarbij de hierna te vermelden termijn voor nakoming de voorzieningenrechter redelijk voorkomt. De voorzieningenrechter geeft eiseres daarbij in overweging in de tussenliggende periode met gedaagden nogmaals de mogelijkheid van realisering van haar hiervoor genoemde aanbod te onderzoeken.

4.5 Gedaagden zullen worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt gedaagden, thans verblijvende in de onroerende zaak (of gedeelte daarvan) aangeduid als "het woonhuis" en/of "de woning", gelegen aan [adres], gemeente Medemblik, tot ontruiming van deze woning met alle daarin aanwezige personen en zaken uiterlijk voor 1 februari 2009 onder afgifte aan eiseres van alle sleutels en met machtiging aan eiseres om na betekening van dit vonnis de ontruiming zonodig te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, voor zover gedaagde(n) met tijdige ontruiming in gebreke mocht(en) blijven;

- verbiedt gedaagden voorts hun intrek te nemen in (één van) de andere zich op het perceel bevindende opstallen (of gedeelten daarvan), aangeduide als "kas" en "schuur" en veroordeelt gedaagden zonodig tot ontruiming van deze opstallen, met alle daarin aanwezige personen en zaken uiterlijk voor 1 februari 2009 onder afgifte van alle sleutels aan eiseres en met machtiging aan eiseres om na betekening van dit vonnis de ontruiming zonodig te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, voor zover gedaagde(n) met tijdige ontruiming in gebreke mocht(en) blijven;

- bepaalt dat het vonnis op de voet van artikel 557a lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tot één jaar na 1 februari 2009 ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich in een van de zich op het perceel bevindende opstallen, waaronder het woonhuis, de kas en de schuur, bevindt of daar binnentreedt, telkens wanneer zich dat voordoet;

- veroordeelt gedaagden in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op [euro] 339,98 aan verschotten en op [euro] 816,- aan salaris advocaat;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- weigert de meer of anders gevorderde voorziening.

Gewezen door mr. H. Warnink, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2009 in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier.