Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2008:BQ5866

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-02-2008
Datum publicatie
25-05-2011
Zaaknummer
14.810200-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Moord. Vijftien jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Locatie Alkmaar

Parketnummer : 810200-07

Datum uitspraak : 12 februari 2008

TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

gedetineerd in PI Noord Holland Noord, Zuyder Bos te Heerhugowaard.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 januari 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank

- het onder 1 primair ten laste gelegde bewezen verklaart;

- de verdachte veroordeelt tot een vrijheidsbenemende straf voor de duur van 15 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij] toewijst en de verdachte voor dat bedrag de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht oplegt;

- de in beslag genomen personenauto, zoals vermeld onder 1 op de lijst in beslaggenomen goederen, wordt onttrokken aan het verkeer;

- de in beslag genomen broek en het in beslag genomen shirt, zoals vermeld onder de nrs. 2 en 3 op de lijst van in beslaggenomen voorwerpen, worden teruggegeven aan verdachte.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen hetgeen door de verdachte, alsmede door zijn raadsman, mr. J.Y. Kuit, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging is toegelaten, ten laste gelegd, dat

primair

hij op of omstreeks 30 april 2007 in de gemeente Wervershoof tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (en met voorbedachten rade) [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), met een scherprandig en/of langwerpig en stevig (hard) voorwerp in de hals van die [slachtoffer] gesneden/gestoken en/of de hals van die [slachtoffer] geperforeerd en/of met een auto (het lichaam van) die [slachtoffer] overreden, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

subsidiair

hij op of omstreeks 30 april 2007 in de gemeente Wervershoof tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de openbare weg, [straatnaam], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of een ID-kaart en/of een telefoon en/of een zakje met verdovende middelen en/of seals/wikkels met verdovende middelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader

- die [slachtoffer] (door een geopend portierraam) uit de/een auto heeft/hebben getrokken en/of

- die [slachtoffer] bij diens arm heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- die [slachtoffer]een duw heeft/hebben gegeven ten gevolge waarvan die [slachtoffer] (ruggelings) op de grond is gevallen en/of

- een knie op de borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben geduwd/gezet en/of

- die [slachtoffer] met een scherprandig en/of een langwerpig en stevig (hard) voorwerp in diens hals heeft/hebben gestoken en/of gesneden en/of diens hals heeft/hebben geperforeerd en/of

- die [slachtoffer] (terwijl hij op de grond lag) met een personenauto heeft/hebben overreden,

terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

en/of

hij op of omstreeks 30 april 2007 in de gemeente Wervershoof tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (en met voorbedachte rade) [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (te weten een halswond van circa negen centimeter waarbij de halsader deels was gekliefd en/of uit de kom geschoten sleutelbeenderen en/of zeven ribbreuken en/of kneuzing van de longen en het hart en de aorta en de longslagader en/of een breuk van de onderkaak) heeft toegebracht, door die [slachtoffer] opzettelijk (en na kalm beraad en rustig overleg) met een scherprandig en/of langwerpig en stevig (hard) voorwerp in de hals te snijden/steken en/of de hals van die [slachtoffer] te perforeren en/of door (het lichaam van) die [slachtoffer] met een auto te overrijden,

terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij op 30 april 2007 in de gemeente Wervershoof opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een auto het lichaam van die [slachtoffer] overreden, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. NADERE BEWIJSOVERWEGING

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. Daartoe is namens verdachte gesteld dat hij met de auto per ongeluk over het been van [slachtoffer] (verder te noemen het slachtoffer) is gereden. De raadsman heeft er daarbij op gewezen dat het inwendig letsel bij het slachtoffer is ontstaan door het massieve geweld dat door de medeverdachte, [naam medeverdachte], door middel van springen en stampen op het lichaam van het slachtoffer, is uitgeoefend. Daarbij is de raadsman er vanuit gegaan dat de dood van het slachtoffer mede is veroorzaakt door de direct daarop toegebrachte steekwond. Deze steekwond is, naar de raadsman heeft gesteld, niet door verdachte maar door diens medeverdachte toegebracht.

De raadsman heeft er voorts op gewezen dat de bevindingen van dr. G.N. Rutty (forensisch patholoog en werkzaam aan de universiteit van Leicester in Groot-Brittannië), zoals neergelegd in het proces-verbaal van verhoor van de rechter-commissaris van 21 januari 2008, gebaseerd zijn op het feit dat dr. Rutty “noodzakelijkerwijs op het verkeerde been is gezet en bevooroordeeld is”, omdat hij eerst tot deze bevindingen is gekomen nadat hem was verteld dat een getuige had waargenomen dat het slachtoffer door een auto was overreden.

De rechtbank verwerpt deze verweren en overweegt daartoe als volgt.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben over hetgeen op de bewuste avond op [straatnaam] te Wervershoof is gebeurd verschillend en tegenstrijdig verklaard. Verdachte en zijn medeverdachte hebben echter beiden verklaard dat verdachte de auto heeft bestuurd en dat verdachte over het lichaam van het slachtoffer heen is gereden, nadat deze in de hals was gestoken en buiten bewustzijn was geraakt.

Over de wijze waarop verdachte over het lichaam van het slachtoffer is gereden en de gevolgen daarvan, gaat de rechtbank uit van hetgeen in het kader van het forensisch onderzoek aan het lichaam van het slachtoffer is vastgesteld, waaronder de bevindingen van de forensisch patholoog dr. Rutty, en hetgeen met name door de medeverdachte is verklaard. De rechtbank merkt in dit verband op dat de verklaringen van de medeverdachte, gelet op de wijze waarop door hem is verklaard, de innerlijke consistentie van zijn verklaringen en mede gelet op de verklaringen van de getuige [naam getuige], als betrouwbaarder en geloofwaardiger zijn aan te merken dan de verklaringen van verdachte. Reeds in zijn eerste verhoor heeft de medeverdachte direct en uitgebreid verklaard, terwijl hij in zijn latere verklaringen, waaronder die naar aanleiding van de op 2 oktober 2007 gehouden reconstructie, op de belangrijkste punten consistent is gebleven.

Uit het forensisch onderzoek is gebleken dat het slachtoffer nog in leven was op het moment dat hij werd overreden. Wat betreft het door de verdediging gestelde, dat dr. Rutty bevooroordeeld zou zijn door, kort gezegd, voorwetenschap, merkt de rechtbank het volgende op.

Niet alleen dr. Rutty , maar ook arts patholoog dr. R. Visser van het Nederlands Forensisch Instituut heeft geconcludeerd dat het slachtoffer nog in leven was op het moment van overrijden. Deze conclusies hebben de deskundigen in hun rapporten en in hun verhoren bij de rechter-commissaris herhaald en bevestigd. In hun onderzoeken hebben de deskundigen diverse mogelijkheden van overlijden betrokken. Dr. Rutty heeft uiteindelijk en uitdrukkelijk overwogen dat er aan de huid van het slachtoffer geen verwondingen waren die veroorzaakt kunnen worden door stampen en springen op het lichaam van het slachtoffer. Derhalve bestaat er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanleiding om aan de bevindingen van dr. Rutty te twijfelen.

Op grond van het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank de door verdachte gegeven lezing van de gebeurtenissen op [straatnaam] te Wervershoof niet aannemelijk geworden. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte inconsistent heeft verklaard, steeds zijn lezing van de gebeurtenissen heeft aangepast en, wanneer hij werd geconfronteerd met ongerijmdheden in zijn eerdere verklaringen, zijn lezing heeft aangepast aan de nieuw opgekomen feiten en/of omstandigheden, dan wel heeft volstaan met het volharden in eerdere verklaringen, dan wel heeft aangegeven het niet meer te weten.

Gelet op de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten.

Verdachte had op 30 april 2007 een afspraak met het slachtoffer om cocaïne van het slachtoffer te kopen. Verdachte had met het slachtoffer “nog een appeltje te schillen” in verband met de slechte kwaliteit van een eerdere levering van cocaïne. Verdachte heeft, samen met zijn medeverdachte, het slachtoffer in de door verdachte bestuurde Chevrolet Beretta opgehaald bij een bushalte in Wervershoof. In plaats van het gebruikelijke korte rondje met de auto is verdachte naar de verkaveling buiten het dorp gereden en op [straatnaam] gestopt. Vervolgens is verdachte uitgestapt en heeft hij het slachtoffer door het raam van de auto naar buiten getrokken. Het slachtoffer is daarna op enig moment door verdachte en/of zijn medeverdachte in de hals gestoken.

Blijkens de verklaringen van de medeverdachte is verdachte, nadat hij het slachtoffer in hulpeloze toestand (wegens de steekwond in zijn hals) in de berm van de weg had achtergelaten, in de auto gestapt en weggereden in de richting Zwaagdijk, waarbij verdachte het lichaam van het slachtoffer heeft overreden. Vervolgens is verdachte met zijn auto gekeerd en met hoge snelheid teruggereden naar de plaats waar het slachtoffer was achterlaten en is hij met zijn auto, terwijl hij met zijn hoofd uit het raam hing om te kijken wat hij aan het doen was, nogmaals over het lichaam van het slachtoffer gereden .

Naar het oordeel van de rechtbank ligt in de gedragingen van verdachte, zoals hiervoor weergegeven, de opzet op de dood van het slachtoffer en de voorbedachten rade besloten. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte voor en tijdens het keren van de auto, teneinde weer terug te rijden naar de plaats waar het slachtoffer was achtergelaten, de tijd heeft gehad om zich te bezinnen op het te nemen of genomen besluit om het slachtoffer –nogmaals - te overrijden.

5. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

Moord.

6. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Het slachtoffer, [naam slachtoffer], was een bekende van verdachte. Verdachte heeft meerdere keren cocaïne van het slachtoffer gekocht. Enige tijd voor de fatale dag hebben verdachte en het slachtoffer samen nog op een terras een drankje genuttigd. Op 30 april 2007, heeft verdachte het slachtoffer opgebeld omdat hij wederom verdovende middelen van hem wilde kopen. Op de afgesproken plaats is het slachtoffer bij verdachte en diens medeverdachte in de auto gestapt en vervolgens, in goed vertrouwen, met hen meegereden. Onderweg is verdachte uitgestapt, naar eigen zeggen omdat hij moest plassen. Het slachtoffer is kort hierna door verdachte uit de auto getrokken.

Ondanks het feit dat ook voor de rechtbank niet duidelijk is geworden wat er zich op dat moment precies buiten de auto van verdachte heeft afgespeeld, staat in ieder geval voor de rechtbank vast dat het slachtoffer, bloedend uit een nekwond en buiten bewustzijn, aan de kant van de weg lag in de nabijheid van verdachtes auto. Verdachte is op enig moment daarna met een behoorlijke snelheid weggereden waarbij hij het slachtoffer gewond en in hulpeloze toestand heeft achtergelaten. Vervolgens heeft verdachte zijn auto gekeerd, is teruggereden naar de plek waar het slachtoffer op de grond lag waarna hij met zijn auto nogmaals over het slachtoffer is heengereden als gevolg waarvan deze is overleden.

Het opzettelijk benemen van het leven van een ander behoort tot de zwaarste categorie strafbare feiten die het Wetboek van Strafrecht kent. De rechtsorde is door het benemen van het leven van het slachtoffer ernstig geschokt en heeft daarnaast bij de burgers gevoelens van angst en onveiligheid teweeg gebracht. De wijze waarop verdachte geweld heeft toegepast, als gevolg waarvan op abrupte wijze een einde is gekomen aan het leven van een 16-jarige jongen, is gruwelijk. Daarnaast heeft de verdachte de nabestaanden van het slachtoffer, waaronder zijn vader, moeder en broertje, oneindig veel leed berokkend. Het behoeft naar het oordeel van de rechtbank geen betoog dat zij voor de rest van hun leven de gevolgen van dit vreselijke feit met zich zullen meedragen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 3 mei 2007, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van een geweldsdelict tot straf is veroordeeld.

Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 13 september 2007 van C.J.C. Kok als reclasseringswerkster verbonden aan de Brijder Verslavingszorg.

- Het psychologisch rapport gedateerd 8 augustus 2007 van drs. P.E. Geurkink, forensisch psycholoog te Zeist, houdt als beantwoording van de vraagstelling onder meer het volgende in:

“1. Is onderzochte lijdende aan een ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens en zo ja, hoe is dit in diagnostische zin te omschrijven?

Betr. is niet lijdende aan een ziekelijke stoornis der geestvermogens of een gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens. Wel is er sprake van misbruik van alcohol en cocaïne.

2. Hoe was dit ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde?

Ten tijde van het tenlastegelegde was betr. niet lijdende aan een ziekelijke ontwikkeling der geestvermogens of een gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens. Betr. was weliswaar naar zijn zeggen onder invloed van alcohol, maar het misbruik van alcohol door betr. is niet toe te schrijven aan het bestaan van een stoornis en derhalve een vrije keuze van betr.

3. Beïnvloedde de eventuele ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens onderzochtes gedragskeuzen c.q. zijn gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde (zodanig dat het tenlastegelegde daaruit verklaard kan worden)?

N.v.t. (zie 1 en 2)

4. Zo ja, kan de deskundige dan gemotiveerd aangeven:

a) op welke manier dat geschiedde, en

b) in welke mate het geschiedde?

c) welke conclusie m.b.t. de toerekeningsvatbaarheid op grond hiervan te adviseren is.

Betr. is een grotendeels ontkennende verdachte. Over het tenlastegelegde — indien bewezen — kan slechts hypothetisch worden gesproken. Mogelijk is er sprake van een uit de hand gelopen ruzie, waarbij betr. onder invloed van alcohol - die een ontremmend effect heeft - agressief is geworden naar het slachtoffer. Het gebruik van alcohol kan betr. echter volledig worden toegerekend.

Betr. is naar de mening van ondergetekende voor het thans tenlastegelegde als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen. ”

Met de inhoud van laatstgenoemd rapport, voor zover hiervoor weergegeven, kan de rechtbank zich verenigen.

Gelet op al hetgeen reeds in dit vonnis is overwogen en met name gelet op de ernst, de gruwelijkheid en de onherstelbaarheid van het geweldsdelict, acht de rechtbank, die de verdachte het feit volledig toerekent, een gevangenisstraf van lange duur passend en geboden.

8. MOTIVERING VAN DE MAATREGEL

De rechtbank is van oordeel, dat de in beslaggenomen personenauto (Chevrolet, Beretta, [kentekennummer] ) dient te worden onttrokken aan het verkeer.

Het bewezen verklaarde is met behulp van de in beslaggenomen auto begaan.

9. BESLISSING OMTRENT IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De rechtbank is van oordeel, dat de in beslag genomen broek en shirt dienen te worden teruggegeven aan verdachte.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken, dat deze persoon als rechthebbende kunnen worden aangemerkt.

10. BENADEELDE PARTIJ

[nabestaande slachtoffer], wonende te [adres],[woonplaats] heeft als benadeelde partij vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van

€ 4.765,40 wegens schade die de verdachte met zijn mededader aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, ook al is een andere dader daarbij betrokken, rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededader aan de benadeelde partij is voldaan.

11. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 primair bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

12. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 289 van het Wetboek van Strafrecht.

13. BESLISSING

De rechtbank:

? Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

? Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert het hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feit.

? Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 15 (vijftien) jaren.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

? Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1.00 stk personenauto

[kentekennummer], Chevrolet Beretta

? Gelast de teruggave aan de verdachte: van:

1.00 stk Broek

D&G Spijker

1.00 stk Shirt

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [nabestaande slachtoffer], wonende te [adres], [woonplaats] .

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 4.765,40, (vierduizend zevenhonderd vijfenzestig euro en veertig eurocenten) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededader zijn voldaan.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam benadeelde partij] te betalen een som geld ten bedrage van

€ 4.765,40, (vierduizend zevenhonderd vijfenzestig euro en veertig eurocenten), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 26 (zes en twintig) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B.H. Franke, voorzitter,

mr. F.J. Lourens en mr. M.E. Francke, rechters,

in tegenwoordigheid van R. van der Vecht, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 februari 2008.