Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2008:BG4180

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
27-10-2008
Datum publicatie
13-11-2008
Zaaknummer
08/1067 BELEI
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft het verzoek van eiseres om een subsidie ter dekking van haar begrotingstekort op grond van de Algemene subsidieverordening gemeente Drechterland (hierna ASV) voor het jaar 2008, ten behoeve van het in de vaart houden van reddingsboten en -samengevat- de activiteiten die samenhangen met het uitvoeren van reddingswerkzaamheden voor de kust van Drechterland, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: 08/1067 BELEI

Uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van:

Stichting Reddingsstation Wijdenes,

gevestigd te Wijdenes,

eiseres,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland,

verweerder.

Ontstaan en loop van de zaak

Bij besluit van 14 augustus 2007 heeft verweerder het verzoek van eiseres om een subsidie ter dekking van haar begrotingstekort op grond van de Algemene subsidieverordening gemeente Drechterland (hierna ASV) voor het jaar 2008, ten behoeve van het in de vaart houden van de boten “De Zeehond” en “De Orka” en -samengevat- de activiteiten die samenhangen met het uitvoeren van reddingswerkzaamheden voor de kust van Drechterland, afgewezen.

Het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar heeft verweerder bij besluit van 26 februari 2008 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

Hiertegen heeft eiseres bij brief van 31 maart 2008 beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting van 16 oktober 2008, waar eiseres is vertegenwoordigd door haar voorzitter [naam1] en penningmeester [naam2].

Verweerder is ter zitting vertegenwoordigd door R.J.H. van der Riet, M. Smakman, M. Smit en N. A. Heilig.

Motivering

1. Allereerst stelt de rechtbank vast dat, voor zover ter zitting is betoogd dat verweerder voornemens is voor het jaar 2008 alsnog een waarderingssubsidie aan eiseres toe te kennen, thans daartoe nog geen besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is genomen. Van een besluit als bedoeld in artikel 6:18 van de Awb is dan ook geen sprake. Ter beoordeling ligt derhalve enkel het bestreden besluit voor. Daarbij gaat de rechtbank uit van het volgende.

2. Ingevolge artikel 1 van de ASV - voor zover hier van belang - wordt verstaan onder:

organisatie: een vereniging of stichting die zich ten doel stelt activiteiten te verrichten op sociaal-maatschappelijk gebied.

subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan betaling voor geleverde goederen of diensten.

Ingevolge artikel 3, derde lid, van de ASV is het college bevoegd besluiten te nemen tot verlening en vaststelling van subsidies, alsmede besluiten tot weigering, intrekking of wijziging van subsidies.

Ingevolge artikel 12, eerste lid, aanhef en onder c, van de ASV kan subsidieverlening, naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de Awb geregelde gevallen, worden geweigerd als naar het oordeel van het college redenen bestaan om aan te nemen dat subsidieverlening niet past binnen het gevoerde gemeentelijk beleid dan wel de betreffende activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben.

3. Aan de bij het bestreden besluit gehandhaafde weigering heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de activiteiten van het reddingsstation Wijdenes niet passen binnen het gevoerde gemeentelijk beleid als bedoeld in artikel 12, eerste lid, aanhef en onder c van de ASV. Daarbij is het standpunt ingenomen dat de gemeentelijke zorg op het water met een voldoende kwaliteits- en kwantiteitsniveau wordt geleverd door de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij Enkhuizen (hierna: de KNRM Enkhuizen) en de reddingsbrigade Notwin Hoorn.

4. Eiseres heeft aangevoerd dat zij wel voor subsidie in aanmerking dient te komen. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de zorg op het water met de inzet van de KNRM Enkhuizen en de reddingsbrigade Notwin Hoorn niet voldoende gewaarborgd is. Daarbij heeft eiseres aangegeven dat het de gemeente Venhuizen is geweest die indertijd het besluit heeft genomen om vanuit het haventje van Wijdenes reddingsboten te laten varen en dat er nimmer door die gemeente dan wel door de opvolgende gemeente Drechterland anders is besloten. Volgens eiseres heeft overdracht van haar taken aan de KNRM Enkhuizen nimmer plaatsgevonden en kan de boot van de reddingsbrigade Notwin Hoorn onvoldoende hulp bieden, omdat die boot alleen in het weekend vaart. Het overbodig zijn van het reddingsstation Wijdenes is volgens eiseres dan ook niet aangetoond. Voorts heeft eiseres aangegeven dat naar haar mening verweerder - nu hij eiseres geen subsidie heeft toegekend - de jaarlijkse door de provincie verstrekte uitkering uit het gemeentefonds in onvoldoende mate heeft besteed aan watergerelateerde zaken.

5. De rechtbank stelt voorop dat slechts ter beoordeling voorligt het bestreden besluit, voor zover daarbij de aanvraag is geweigerd op voornoemde grond. Veel van hetgeen eiseres heeft aangevoerd gaat de directe reikwijdte van die beoordeling te buiten. Bijvoorbeeld hetgeen eiseres heeft opgemerkt over de afspraken met de gemeente Venhuizen in het verleden, de opzegging van de tot 1 januari 2007 bestaande samenwerkingsovereenkomst en de wijze van besteding van gelden uit het gemeentefonds door de gemeente Drechterland. Bij beslissingen over subsidieverleningen als de onderhavige komt verweerder bovendien een ruime mate van beleidsvrijheid toe. In dat licht bezien dient de rechtbank het bestreden besluit terughoudend te toetsen. Het bestreden besluit komt slechts dan voor vernietiging in aanmerking, indien het beleid of de gevolgde gedragslijn als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd of indien verweerder dat beleid of de gedragslijn op onjuiste wijze heeft toegepast.

6. Het vorenstaande in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat subsidieverlening niet past binnen het gevoerde gemeentelijk beleid, nu de gemeentelijke zorg op het water met een voldoende kwaliteits- en kwantiteitsniveau wordt geleverd door de KNRM Enkhuizen en de reddingsbrigade Notwin Hoorn.

Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verweerder in het bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd dat hem uit onderzoek is gebleken dat door de KNRM Enkhuizen en de reddingsbrigade Notwin Hoorn samen - ook zonder de reddingsboten in Wijdenes - wordt voldaan aan de door de KNRM vastgestelde prestatienormen op het gemeentelijk ingedeeld gebied op het water van Drechterland. Voorts is verweerder uit informatie van de directeur van de KNRM gebleken dat het reddingsstation Wijdenes weliswaar een welkome aanvulling is op de huidige reddingsstations, maar niet noodzakelijk is. Van een ontkenning door verweerder van haar zorg op het water is reeds hierom geen sprake. In hetgeen eiseres heeft betoogd ter zake van de wijze van alarmeren door de kustwacht en de overdracht van verantwoordelijkheden aan Hoorn en Enkhuizen heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien voor een ander oordeel. Evenmin in de omstandigheid dat eiseres een andere mening is toegedaan over de te stellen prestatienormen, in haar aannamen over de besteding door de gemeente van haar uitkering uit het gemeentefonds als ook in hetgeen overigens is aangevoerd.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling is bij deze beslissing geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 27 oktober 2008 door mr. P.H. Lauryssen, voorzitter,

mr. drs. C.M. van Wechem en mr. L. Boonstra, leden, in tegenwoordigheid van

mr. P. Verweel, griffier.

griffier voorzitter

Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden - in elk geval de eisende partij - en verweerder hoger beroep instellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (beroepschrift) en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.