Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2008:BG1438

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
26-08-2008
Datum publicatie
23-10-2008
Zaaknummer
103280 / OT RK 08-735
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ouders en minderjarigen zonder mededeling aan BJZ, danwel instemming van BJZ vertrokken naar Groot-Brittanie. Kinderrechter bevoegd op verzoek tot verlenging ots te beslissen op rond van de Brussel II-bis verordening.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253
Burgerlijk Wetboek Boek 1 256
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2009/15
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR verlenging ondertoezichtstelling

Sector civiel recht

mb

Rekestnummer: 103280 / OT RK 08-735

Datum uitspraak: 26 augustus 2008

Beschikking van de kinderrechter in bovenvermelde rechtbank, gegeven in de zaak met betrekking tot de minderjarigen:

[KIND 1], geboren te Alkmaar, op [geboortedatum],

[KIND 2], geboren te Heerhugowaard, op [geboortedatum],

[KIND 3}, geboren te Heerhugowaard, op [geboortedatum],

vader: [naam vader],

moeder: [naam moeder],

beiden wonende te Londen, Groot-Brittannië,

gezag: de moeder.

PROCESGANG

De kinderrechter te Alkmaar heeft bij beschikking van 31 juli 2007 de ondertoezichtstelling van de minderjarigen uitgesproken voor de duur van een jaar, tot 31 juli 2008.

Op 7 juli 2008 heeft de rechtbank van Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, vestiging Alkmaar, (hierna: BJZ) een verzoekschrift ontvangen tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen, voor de duur van een jaar.

De kinderrechter heeft kennis genomen van:

De brief - met bijlagen - van de ouders van 23 augustus 2008;

De vooraankondiging schriftelijke aanwijzing van BJZ van 22 augustus 2008;

De brief van BJZ van 20 augustus 2008;

Het plan van aanpak gezinsvoogdij van BJZ van 8 februari 2008 en de evaluatie ondertoezichtstelling van BJZ over de periode van 28 juli 2008 ten aanzien van [kind 1];

Het plan van aanpak gezinsvoogdij van BJZ van 2 juli 2008 en de evaluatie ondertoezichtstelling van BJZ van 28 juli 2008 betreffende [kind 2];

Het plan van aanpak gezinsvoogdij van BJZ van 11 juli 2008 en de evaluatie ondertoezichtstelling van BJZ van 28 juli 2008 ten aanzien van [kind 3].

De moeder heeft op 17 juli 2008 telefonisch meegedeeld dat zij en de vader niet op de

- aanvankelijk op 24 juli 2008 geplande - mondelinge behandeling kunnen komen in verband met vakantie, maar dat zij wel graag ter zitting willen verschijnen. Gelet hierop is de mondelinge behandeling verplaatst naar 26 augustus 2008 en is de ondertoezichtstelling van de minderjarigen bij beschikking van de kinderrechter te Alkmaar van 17 juli 2008 voor de duur van een maand, van 31 juli 2008 tot 31 augustus 2008, ambtshalve verlengd en is het meer verzochte aangehouden.

Op 26 augustus 2008 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. Verschenen is: de gezinsvoogd [naam]. Alhoewel hiertoe behoorlijk opgeroepen zijn de ouders niet ter zitting verschenen.

STANDPUNTEN PARTIJEN

Uit de brief van de ouders blijkt dat zij niet ter zitting zullen verschijnen en dat zij met de kinderen naar een Engeland zullen verhuizen omdat zij - kort samengevat - zich bedrogen en misbruikt voelen door de hulpverlening.

OVERWEGINGEN

Uit het GBA-uittreksel van de gemeente Heerhugowaard van 26 augustus 2008 blijkt dat de gezaghebbende moeder en de kinderen op 18 augustus 2008 zijn uitgeschreven uit Heerhugowaard wegens vertrek naar Londen, Groot-Brittannië. Derhalve dient allereerst de vraag beantwoord te worden of de Nederlandse rechter bevoegd is om te beslissen op (het resterende deel van) het verzoek van BJZ.

Van toepassing is de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkzaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, in Nederland gebruikelijk aangeduid als de Brussel II-bis Verordening. Blijkens artikel 8 is het gerecht van de lidstaat bevoegd, waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt.

Ten tijde van de indiening van het verzoekschrift door BJZ, op 7 juli 2008, hadden de betrokken minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Heerhugowaard, Nederland. Derhalve acht de kinderrechter zich bevoegd om op onderhavig verzoek te beslissen.

Gelet op artikel 2 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 (Verdrag betreffende de bevoegdheid der autorriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen, Den Haag 5 oktober 1961, Trb. 1963, 29) is de Nederlandse rechter bevoegd

- met toepassing van hun interne wet - de nodige maatregelen te nemen.

Derhalve overweegt de kinderrechter als volgt.

Op grond van artikel 254 lid 1 juncto artikel 256 lid 2 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de kinderrechter een minderjarige ondertoezicht stellen of de ondertoezichtstelling verlengen indien een minderjarige zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of naar is te voorzien zullen falen.

Reeds uit de rapportages is de kinderrechter gebleken van ernstige zorgen over zowel de kinderen als de ouders en is sprake van pedagogische onmacht van de ouders. Deze zorgen worden niet door de ouders onderkend. Voorts hebben de ouders BJZ niet ingelicht over hun voorgenomen verhuizing naar Londen, waarmee zij BJZ de mogelijkheid hebben ontnomen om de voortgang van de hulpverlening in Londen te waarborgen. De kinderrechter kan zich daarbij niet aan de indruk onttrekken dat de ouders zich doelbewust aan de hulpverlening hebben willen onttrekken. Echter, juist nu al gedurende lange tijd verschillende vormen van hulpverlening in het gezin aanwezig zijn (geweest) en de problemen blijven bestaan, hebben de ouders hiermee zeer tegen het belang van de kinderen in gehandeld.

Op grond van de verkregen inlichtingen, en gelet op het vorenstaande is de kinderrechter van oordeel dat de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de kinderen thans nog ernstig worden bedreigd. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling dan ook verlengen tot 31 juli 2009.

Onder verwijzing naar artikel 5 van voornoemd Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961, overweegt de kinderrechter wellicht ten overvloede dat de in Nederland uitgesproken verlenging van de ondertoezichtstelling - ondanks de verhuizing naar Groot-Brittannië - in deze staat van het nieuwe gewone verblijf van de minderjarigen van kracht blijft. Wanneer echter voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling handelingen van tenuitvoerlegging in Groot-Brittannië noodzakelijk zijn, worden de erkenning en tenuitvoerlegging van de ondertoezichtstelling hetzij geregeld door de interne wet van Groot-Brittannië, hetzij door de internationale overeenkomsten (artikel 7 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961).

BESLISSING

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen:

[KIND 1], geboren te Alkmaar, op [geboortedatum],

[KIND 2], geboren te Heerhugowaard, op [geboortedatum],

[KIND 3], geboren te Heerhugowaard, op [geboortedatum],

tot 31 juli 2009;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven te Alkmaar door mr. M.E.J. van Lieshout-Segers, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 augustus 2008, in tegenwoordigheid van mr. M. Broek als griffier.