Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2008:BD6942

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
11-06-2008
Datum publicatie
11-07-2008
Zaaknummer
101310 / FA RK 08-270
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek wijziging gezamenlijk gezag in éénhoofdig gezag ten aanzien van een buiten huwelijk geboren kind, waarvan de ouders op het moment van geboorte van het kind beiden de Ethiopische nationaliteit hadden. De Nederlandse rechter is bevoegd, omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Het Nederlandse recht is van toepassing, omdat de Nederlandse rechter de in zijn interne wet voorkomende maatregelen neemt. Omdat de Wet conflictenrecht afstamming niet van toepassing is, wordt op basis van het ongeschreven Nederlandse internationaal privaatrecht ten aanzien van buitenechtelijke kinderen de rechtsverhouding tot de vader beheerst door de nationale wet van de vader. De nationaliteit van de ouders en het kind zijn thans onbekend. Op grond van deze omstandigheid is het Nederlandse rechtsstelsel van toepassing. Het verzoek wordt toegewezen, nu van de vader geen gegevens bekend zijn en hij derhalve niet in staat is om op enige wijze invulling te geven aan zijn gezagsuitoefening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

BB

zaak- en rekestnummer: 101310 / FA RK 08-270

datum: 11 juni 2008

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[naam moeder],

wonende te Alkmaar,

verzoekende partij,

procureur: mr. J.J. Wedemeijer,

tegen:

[naam vader],

zonder bekende woon- en/of verblijfplaats,

gerekwestreerde,

niet verschenen.

Partijen zullen verder ook worden aangeduid als moeder en vader.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter griffie van deze rechtbank is op 31 maart 2008 het verzoekschrift van de moeder ingekomen waarin wordt verzocht het gezamenlijk gezag van de moeder en de vader te beëindigen, in die zin dat de moeder zal worden belast met het gezag over de minderjarige [naam kind], geboren te Awasa, Ethiopië op [geboortedatum].

Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

Door de omstandigheid dat de nationaliteit van de moeder, de vader en de minderjarige onbekend is draagt de onderhavige zaak een internationaal karakter zodat eerst de vraag dient te worden beantwoord of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt.

Deze vraag kan op grond van het bepaalde in artikel 1 van het Haags Kinderbeschermingsver-drag 1961 bevestigend worden beantwoord, nu uit de overgelegde stukken is gebleken dat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft.

Vervolgens komt aan de orde welk rechtsstelsel van toepassing is.

Op het verzoek is op grond van het bepaalde in artikel 2 van het Haags Kinderbeschermings-verdrag 1961 het Nederlandse rechtsstelsel van toepassing, aangezien de Nederlandse rechter de in zijn interne wet voorkomende maatregelen neemt.

De moeder legt aan het verzoek het volgende ten grondslag.

Zij heeft met de vader in concubinaat geleefd. Uit dit concubinaat is de minderjarige geboren. Op het moment van geboorte hadden de moeder en de vader de Ethiopische nationaliteit. Afgaand op het werk "Burgerlijke Stand en Buitenlanders" blijkt dat naar Ethiopisch recht een kind geboren uit concubinaat de verwekker als juridische vader heeft. Afgaande op hetzelfde werk blijkt dat daarmee de vader ook het gezag krijgt over de minderjarige. Uit het ten name van de minderjarige overgelegde uittreksel uit de basisadministratie van de gemeente Alkmaar blijkt dat de vader is vermeld als ouder 1, terwijl daarnaast uit de handmatige bijschrijving blijkt dat beide ouders het gezag hebben.

Sinds haar vertrek naar Nederland (in 1999) heeft de moeder geen contact meer met de vader. Nu de minderjarige ouder wordt beginnen er problemen te komen met betrekking tot de gezamenlijke gezagsuitoefening. Zo wenst de moeder een paspoort aan te vragen en kan daarvoor geen toestemming krijgen, omdat ze geen enkel contact heeft met de vader.

Gelijk de moeder heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat de Wet conflictenrecht afstamming (verder: WCA) niet van toepassing is, omdat de geboorte van de minderjarige heeft plaatsgevonden voordat de WCA in werking is getreden. Voorts is de rechtbank van oordeel dat op basis van het ongeschreven Nederlandse internationaal privaatrecht ten aanzien van buitenechtelijke kinderen de rechtsverhouding tot de vader wordt beheerst door de nationale wet van de vader. Omdat van de vader geen gegevens bekend zijn anders dan door de vrouw gesteld, kan de nationaliteit van de vader niet worden vastgesteld.

Zoals hierboven reeds is vastgesteld, is op basis van het bepaalde in artikel 2 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 het Nederlandse rechtsstelsel van toepassing.

Met betrekking tot de gezagssituatie van de minderjarige is de rechtbank van oordeel dat op grond van artikel 3 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 de moeder en de vader gezamenlijk zijn belast met het gezag over de minderjarige.

De rechtbank zal het verzoek van de moeder om haar alleen met het gezag over de minderjarige te belasten toewijzen, nu deze voorziening het meest in het belang van de minderjarige is te achten. De vader is, gelet op de feitelijke situatie, niet in staat om op enige wijze invulling te geven aan zijn gezagsuitoefening.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Bepaalt dat thans de moeder zal worden belast met de uitoefening van het gezag over de minderjarige [naam kind], geboren te Awasa, Ethiopië op [geboortedatum].

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, lid van gemelde kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.