Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2008:BD6934

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
25-06-2008
Datum publicatie
11-07-2008
Zaaknummer
102082 / HA ZA 08-391
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering bij dagvaarding ingesteld op grond van art. 43 EEX-Vo. Ingevolge art. 4 Uitvoeringswet EG-executieverordening (zoals gewijzigd per 1-5-2006) dient dat een verzoekschrift te zijn. Nationaal procesrecht ook van toepassing. Art. 69 Rv. (wisselbepaling) door rechtbank toegepast. Zaak verwezen naar verzoekschriftprocedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 102082 / HA ZA 08-391

datum: 25 juni 2008

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Giebros B.V.,

gevestigd te Numansdorp,

eiseres bij dagvaarding van 4 april 2008,

procureur mr. C.H.P. de Boer,

advocaat mr. P.J.G.M. van Gool te Dordrecht,

tegen

de vennootschap naar Duits recht

[naam gedaagde] GmbH, Heizung-Sanitär,

gevestigd te Cochem (Duitsland),

gedaagde,

procureur mr. A. de Groot,

advocaat mr. P.G.E. van Grembergen.

Partijen zullen hierna Giebros en [naam gedaagde] genoemd worden.

De procedure

Bij dagvaarding d.d. 4 april 2008 heeft Giebros deze procedure aanhangig gemaakt bij deze rechtbank. De zaak is op de rolzitting geplaatst van 14 mei 2008. Op die rolzitting heef mr. De Groot zich als procureur gesteld voor de gedaagde partij. Vervolgens is de zaak verwezen naar de rolzitting van 25 juni 2008 voor het nemen van een conclusie van antwoord door [naam gedaagde].

1.2. Bij brief van 23 mei 2008 heeft de procureur van [naam gedaagde] een brief van de advocaat van [naam gedaagde] aan de rolrechter doen toekomen. Het standpunt van de advocaat van [naam gedaagde] is, dat deze zaak op onjuiste wijze is ingeleid. Het gaat hier om een verzoekschriftprocedure en niet om een dagvaardingsprocedure, aldus [naam gedaagde].

1.3. De rolrechter heeft de zaak vervolgens verwezen naar de rolzitting van 25 juni 2008, voor het wijzen van vonnis.

De behandeling

2.1. Bij beschikking van 14 februari 2008 (zaaknummer 100234 / KV RK 08-74) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank op verzoek van [naam gedaagde] verlof verleend tot tenuitvoerlegging van de beslissingen van 30 oktober 2007 en 16 november 2007 van het Landgericht Koblenz.

2.2. Voormelde beschikking van voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar is bij deurwaardersexploot d.d. 4 maart 2008 aan Giebros betekend, met bevel om aan de inhoud van de beslissingen te voldoen.

2.3. Giebros vordert nu in de onderhavige procedure de schorsing van het verlof tot tenuitvoerlegging, althans een verbod tot tenuitvoerlegging. Deze vordering is gebaseerd op art. 43 van de EG-verordening nr. 44/2001 (hierna: EEX-Vo).

Art. 43 lid 1 EEX-Vo bepaalt dat elke partij een rechtsmiddel kan instellen tegen de beslissing op het verzoek om een verklaring van uitvoerbaarheid.

Art. 43 lid 3 EEX-Vo bepaalt vervolgens dat het rechtsmiddel wordt behandeld volgens de regels van de procedure op tegenspraak.

In het Nederlandse procesrecht voldoen zowel de dagvaardingsprocedure als de verzoekschriftprocedure aan dat criterium.

Art. 4 lid 2 van de Uitvoeringswet EG-executieverordening bepaalde aanvankelijk dat het in de EEX-Vo bedoelde rechtsmiddel moest worden ingesteld en behandeld met toepassing van de regels voor de dagvaardingsprocedure. Dit artikellid is echter vervallen bij wet van 16-2-2006, Staatsblad 123. Deze wet is op 1 mei 2006 in werking getreden. In de memorie van toelichting bij dat wetsvoorstel wordt het standpunt van de wetgever weergegeven:

"Om de redenen die in de toelichting op artikel 20 van het wetsvoorstel zijn uiteengezet voor de keuze van de verzoekschriftprocedure voor het rechtsmiddel tegen een beslisisng inzake tenuitvoerlegging op grond van de verordening, zie ik aanleiding om ook in de Uitvoeringswet voor de EG-Executieverordening niet langer de dagvaardingsprocedure voor te schrijven voor het rechtsmiddel tegen de beslissing in eerste aanleg over het verlof tot tenuitvoerlegging. (...) In verband daarmee kan artikel 4, tweede lid, van die uitvoeringswet vervallen. De toepasselijkheid van de verzoekschriftprocedure impliceert dat mede van toepassing is artikel 358, vijfde lid, Rv inzake het incidenteel hoger beroep, welke bepaling van belang is in geval van hoger beroep tegen de kostenveroordeling." (Tweede Kamer 29980, nr. 3, blz. 24)

2.4 Gelet op het voorgaande dient een procedure als de onderhavige dus met een verzoekschrift te worden ingeleid en ook verder te worden behandeld volgens de regels van een verzoekschriftprocedure.

2.5 Indien een procedure wordt begonnen met het verkeerde inleidend processtuk (zoals in deze zaak is gebeurd), beveelt de rechter ingevolge de zogenoemde wisselbepaling van artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering de aanlegger (in dit geval [naam gedaagde]) dit te verbeteren. Op deze wijze wordt de wissel omgezet om de procedure alsnog in de juiste banen leiden. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad (7-5-2004, NJ 2004, 362) moet worden afgeleid dat deze regel van nationaal procesrecht ook van toepassing is op deze procedure ingevolge de EEX-Vo, nu de EEX-Vo zelf geen regeling inhoudt.

Daarom zal een mondelinge behandeling worden bepaald op nader te noemen datum, waarbij de procedure in de stand waarin zij zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure. Partijen worden desgewenst in de gelegenheid gesteld hun stellingen aan de toepasselijke procesregels aan te passen.

De beslissing

De rechtbank

- beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure;

- stelt partijen in de gelegenheid hun stellingen aan de toepasselijke regels voor de verzoekschriftprocedure aan te passen;

- bepaalt dat de mondelinge behandeling van de zaak zal plaatsvinden op

donderdag 24 juli 2008 te 14.00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Alkmaar aan de Kruseman van Eltenweg 2 te Alkmaar en beveelt dat partijen en hun raadslieden worden opgeroepen tegen voormeld tijdstip;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.