Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2008:BD6931

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
18-06-2008
Datum publicatie
11-07-2008
Zaaknummer
98571 - HA ZA 07-862
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8267, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

zorgplicht tussenpersoon autoverzekering

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Burgerlijk Wetboek Boek 6 101
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2008/135
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

AM/LH

zaaknummer / rolnummer: 98571 / HA ZA 07-862

datum: 18 juni 2008

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[EISER],

wonende te Oterleek, gemeente Schermer,

eiser bij dagvaarding van 1 november 2007,

procureur mr. M.A. le Belle,

tegen

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK ALKMAAR E.O. U.A.,

gevestigd en kantoor houdende te Alkmaar,

gedaagde,

procureur mr. H.R.M. Jenné,

advocaat mr. D.S. van Lith te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Rabobank genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 1 november 2007

- de conclusie van antwoord van 9 januari 2008

- het tussenvonnis van 23 januari 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 18 april 2008.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

[eiser] heeft op 14 augustus 2006 telefonisch zijn zojuist aangeschafte auto ter verzekering aangeboden bij de Rabobank. Het ging om een Audi S6 met kenteken 87-GG-BV, op dat moment ongeveer 6 jaar oud. Hij heeft aan zijn aldaar werkzame tussenpersoon, mevrouw [naam 1r], aangegeven dat hij - net als voor zijn Audi A4 - een verzekering wenste voor WA en diefstal.

Mevrouw [naam 1r] heeft de verzekering bij Interpolis ondergebracht, waar ook de andere verzekeringen van [eiser] via Rabobank liepen. De verzekeringsovereenkomst is op 14 augustus 2006 telefonisch tot stand gekomen. Op 15 augustus 2006 is het polisblad aan [eiser] verzonden.

Het polisblad vermeldt dat de Audi S6 voorzien moet zijn van een "SCM/TNO goedgekeurd en in werking zijnde klasse 3 alarmsysteem. De alarminstallatie mag na levering van de auto alleen worden ingebouwd door een SCM-TNO gecertificeerd bedrijf. Indien het voertuig is voorzien van een klasse 4 of 5 alarmsysteem inclusief autorisatiesysteem is er geen eigen risico van toepassing."

[eiser] heeft het polisblad na ontvangst niet gecontroleerd.

Op 13 april 2007 is de Audi S6 gestolen. Interpolis heeft bij brief van 22 mei 2007 aan [eiser] laten weten dat geen diefstaldekking bestond, aangezien de auto niet voorzien was van het juiste alarmsysteem.

Het geschil

[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Rabobank tot betaling van EUR 28.500, vermeerderd met rente en (na)kosten.

[eiser] baseert zijn vordering op de stelling dat Rabobank wanprestatie heeft gepleegd. Rabobank heeft - in de persoon van mevrouw [naam 1r] - [eiser] niet of onvoldoende geïnformeerd over aanvullende alarm-eisen in verband met de verzekering van zijn auto tegen diefstal, en heeft daarmee niet de zorg betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht.

Rabobank verweert zich met de stelling dat mevrouw [naam 1r] telefonisch aan [eiser] heeft laten weten dat een alarmklasse 3 vereist was om de auto tegen diefstal te kunnen verzekeren. Rabobank stelt dat [eiser] in reactie daarop heeft aangegeven dat de auto voorzien was van een klasse 5 alarm. Op basis van deze mededeling is de auto vervolgens door Interpolis verzekerd. Na de diefstal bleek dat de auto niet van het juiste alarm was voorzien.

Voorts betoogt Rabobank dat aan [eiser] is medegedeeld dat hij de polis van de verzekering na ontvangst goed diende te controleren, hetgeen ook zonder een dergelijke waarschuwing een plicht is van verzekeringnemers. Als [eiser] de polis had gecontroleerd, had hij direct kunnen begrijpen dat het alarm niet aan de eisen voldeed en maatregelen kunnen nemen, aldus Rabobank. Rabobank voert aan dat [eiser] in dit verband niet als gemiddelde consument gezien kan worden, aangezien hij al jaren voornamelijk dit soort sportieve auto's bezat, aankocht en verkocht. Voor de drie auto's die [eiser] al via Rabobank verzekerd had, golden allemaal verschillende clausules ten aanzien van het alarm.

Tegen deze achtergrond weegt het feit dat [eiser] de polis niet heeft gecontroleerd zwaarder, aldus Rabobank, en staat dit in de weg aan aansprakelijkheid van de bank. Indien de bank toch aansprakelijk gehouden zou worden, dient de aansprakelijkheid van de bank met tenminste 70% verminderd te worden vanwege de eigen schuld van [eiser].

De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat Rabobank niet de zorg heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Zij overweegt daartoe als volgt.

Ter comparitie is door Rabobank verklaard dat zij met Interpolis een beleidsafspraak heeft die inhoudt dat de bij Rabobank werkzame personen die belast zijn met het sluiten van verzekeringsovereenkomsten (hierna tussenpersonen) niet op de hoogte hoeven te zijn van de inhoudelijke of technische aspecten van de verschillende mogelijke alarmklassen van auto's. Mevrouw [naam 1r] heeft ter comparitie verklaard dat zij niet op de hoogte is van de verschillen tussen de afzonderlijke klassen van alarmsystemen.

Ook is ter comparitie door Rabobank verklaard dat het niet tot het beleid van Rabobank of Interpolis behoort om als bewijs van de aanwezigheid van het juiste alarmsysteem, de verzekerde om een certificaat alarmsysteem te vragen.

Partijen twisten over de vraag of de verzekeringsovereenkomst in één of in meerdere telefoongesprekken tot stand is gekomen en over de vraag of daarin is gesproken over de door Interpolis vereiste alarmklasse. Deze feiten zijn niet vast komen te staan. Gezien het feit echter dat het beleid van Rabobank is dat haar tussenpersonen niet op de hoogte hoeven te zijn van de verschillen tussen de diverse alarmklassen, acht de rechtbank dit niet relevant voor de beoordeling van de vraag of Rabobank de zorg heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Rabobank heeft met dit beleid (dat er in feite op neerkomt dat de personen die belast zijn met het sluiten van verzekeringsovereenkomsten, naar ter comparitie op navrante wijze is gebleken, de meest elementaire kennis ter zake ontberen) immers bewust het risico genomen op onduidelijkheden in de communicatie tussen haar cliënten en haar tussenpersonen op een essentieel onderdeel van de verzekeringsovereenkomst en wenst deze onduidelijkheden blijkbaar eenzijdig af te wentelen op haar cliënten. Ook indien telefonisch gesproken is over een klasse 3 en een klasse 5 alarm door mevrouw [naam 1r] en [eiser] had mevrouw [naam 1r] naar de overtuiging van de rechtbank niet de juiste informatie kunnen krijgen van de verzekeringnemer en geen zorgvuldig advies kunnen geven nu zij niet op de hoogte was van de verschillen tussen de alarmklassen.

Tegen deze achtergrond had het op de weg van Rabobank of Interpolis gelegen om van de verzekeringnemer tenminste een certificaat te verlangen als bewijs van de aanwezigheid van het juiste alarm, echter ook dit behoort niet tot het beleid.

Nu het ontbreken van het juiste alarm de ingrijpende consequentie heeft dat geen dekking tegen diefstal bestaat, dient naar het oordeel van de rechtbank een redelijk bekwaam en redelijk handelend tussenpersoon een zodanig beleid te hanteren dat op dit punt geen miscommunicatie kan ontstaan. Nu dit in het onderhavige geval niet is gebeurd acht de rechtbank de stelling van [eiser] dat hij onvoldoende geïnformeerd is over de aanvullende alarm-eisen voor de verzekering tegen diefstal van zijn Audi S6, juist. Aldus heeft Rabobank naar het oordeel van de rechtbank niet de zorg betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht en is zij tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen.

Blijft over de vraag of het feit dat [eiser] de polis niet heeft gecontroleerd geheel of gedeeltelijk in de weg staat aan aansprakelijkheid van Rabobank, zoals Rabobank met een beroep op eigen schuld van [eiser] betoogt. Voor een beroep op eigen schuld is noodzakelijk dat de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan [eiser] kan worden toegerekend.

Rabobank voert aan dat wanneer [eiser] de polis had gecontroleerd, hij direct had kunnen begrijpen dat het alarm niet aan de eisen voldeed en maatregelen kunnen treffen. Rabobank heeft in dit kader betoogd dat [eiser] niet gezien kan worden als een gemiddelde consument, omdat hij al jaren handelt in vooral snelle auto's.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet vast komen te staan dat [eiser] niet gezien kan worden als een gemiddelde consument. [eiser] had op het moment dat hij de Audi S6 ter verzekering aanbood drie auto's verzekerd bij Interpolis. In de periode na de diefstal tot de datum van de comparitie is daar één auto bij gekomen. Daarmee is niet aannemelijk geworden dat [eiser] al jaren handelt in auto's, zoals Rabobank betoogt. Bovendien was voor geen van de andere auto's een klasse 3 alarm vereist. Aldus is er geen aanleiding bij [eiser] een grotere kennis te verwachten omtrent alarm-eisen, dan bij een gemiddelde consument. Op basis van het voorgaande is niet aannemelijk geworden dat de schade voorkomen had kunnen worden als [eiser] de polis had gecontroleerd. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat het haar bevreemdt dat Rabobank van haar cliënten meer kennis verwacht omtrent alarmsystemen, dan van haar tussenpersonen.

Bij de beoordeling van de vraag of het kale feit dat [eiser] de polis na ontvangst niet heeft gecontroleerd aanleiding geeft de vergoedingsplicht van Rabobank te verminderen, stelt de rechtbank voorop dat Rabobank gevolgd kan worden in haar betoog dat van een verzekeringnemer verwacht mag worden dat hij de polis na ontvangst controleert. In de omstandigheden van het onderhavige geval oordeelt de rechtbank echter dat deze nalatigheid van [eiser] in het niet valt tegenover de grove tekortkomingen van de tussenpersoon. Daarbij neemt de rechtbank naast bovenstaande in ogenschouw het feit dat op de comparitie is gebleken dat ook op een ander essentieel punt van de verzekeringsovereenkomst sprake is geweest van een fout van de tussenpersoon. Partijen zijn het erover eens dat de Audi S6 net als de Audi A4 verzekerd diende te worden tegen diefstal en WA. Uit de polis die ter zitting is besproken bleek echter dat de Audi A4 'beperkt casco' was verzekerd en de Audi S6 'volledig casco'. Op de vraag van de behandelend rechter aan mevrouw [naam 1r] of zij het verschil kon toelichten, moest zij het antwoord schuldig blijven. Tegen deze achtergrond acht de rechtbank het feit dat [eiser] achterwege heeft gelaten om de polis te controleren van onvoldoende gewicht om de schadevergoedingsverplichting van Rabobank te verminderen.

De vordering van [eiser] zal dus worden toegewezen. De nevenvordering aan rente zal als onbestreden eveneens worden toegewezen. De gevorderde veroordeling in nakosten moet worden afgewezen, nu in artikel 237 lid 4 Rv voor het verhaal van deze kosten een bijzondere procedure is voorgeschreven.

Rabobank zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 84,31

- vast recht EUR 625

- salaris procureur EUR 1.158 ( 2 punten × tarief EUR 579)

Totaal EUR 1.867,31

De beslissing

De rechtbank

- veroordeelt Rabobank om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van EUR 28.500 (zegge: achtentwintigduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over dit bedrag vanaf 13 april 2007 tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt Rabobank in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 1.867,31.

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2008.