Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2008:BD3877

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
21-05-2008
Datum publicatie
13-06-2008
Zaaknummer
100659 / FA RK 08-179
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een eenzijdig verzoek van de vader om tezamen met de moeder te worden belast met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen. Het verzoek wordt toegewezen, nu het bepaalde in artikel 1:252 BW (te weten: een verzoek tot gezamenlijk gezag kan slechts op gezamenlijk verzoek) een ongeoorloofde beperking is van het door artikel 6 lid 1 EVRM aan de vader gegarandeerde recht op toegang tot de rechter ter vaststelling van zijn aan artikel 8 lid 1 EVRM ontleende aanspraak op bescherming van zijn recht op "the exercise of parental rights".Dit leidt er toe dat artikel 1:253c lid 1 BW aldus moet worden uitgelegd dat de vader niet alleen om toeknning van eenhoofdig, maar ook van gezamenlijk gezag over het kind kan verzoeken, en dat artikel 1:253e BW aldus moet worden uitgelegd dat inwilliging van dit verzoek tot gevolg heeft dat, indien de moeder het gezag tot dusverre alleen uitoefende, zij dit voortaan gezamenlijk met de vader uitoefent.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 407
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

BB

zaak- en rekestnummer: 100659 / FA RK 08-179

datum: 21 mei 2008

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[naam vader],

wonende te Den Helder,

verzoekende partij,

procureur: mr. N.J.M. Plat,

tegen:

[naam moeder],

wonende te Den Helder,

gerekwestreerde,

niet verschenen.

Partijen zullen verder ook worden aangeduid als vader en moeder.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter griffie van deze rechtbank is op 28 februari 2008 het verzoekschrift van de vader ingekomen waarin wordt verzocht:

a. te bepalen dat de minderjarigen [naam kind 1], geboren in de gemeente Den Helder op [geboortedatum] en [naam kind 2], geboren in de gemeente Den Helder op [geboortedatum] hun gewone verblijfplaats bij de moeder zullen hebben;

b. tussen de vader en voornoemde minderjarigen een omgangsregeling vast te stellen zoals in punt 3 van het verzoekschrift nader is omschreven;

c. de vader en de moeder met het gezamenlijk gezag over de minderjarigen te belasten.

De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.

Er is een verklaring van de moeder ingekomen, waaruit blijkt dat zij kennis heeft genomen van het verzoekschrift en dat zij geen verweer zal voeren.

Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

Partijen hebben van 1999 tot en met medio 2007 een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie zijn voornoemde minderjarigen geboren. De minderjarigen zijn door de vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag uit over de minderjarigen.

De vader verzoekt tezamen met de moeder te worden belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen. Blijkens voormelde verklaring stemt de moeder met dit verzoek in.

De rechtbank overweegt met betrekking tot dit verzoek als volgt.

Dit verzoek van de vader dient te worden beoordeeld aan de hand van het bepaalde in artikel 253c van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank is van oordeel dat de vraag, of de in artikel 1:252 BW besloten liggende regel dat de rechter het gezamenlijk gezag over een kind van ouders die niet met elkaar gehuwd zijn (geweest) en die nimmer het gezag over hun kind gezamenlijk hebben uitgeoefend, slechts op gezamenlijk verzoek van de ouders en niet enkel op verzoek van de vader kan toekennen, een ongeloorloofde beperking is van het door artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) aan de vader gegarandeerde recht op toegang tot de rechter ter vaststelling van zijn aan artikel 8 lid 1 EVRM ontleende aanspraak op bescherming van zijn recht op "the exercise of parental rights", bevestigend moet worden beantwoord. Dit leidt er toe dat artikel 1:253c lid 1 BW aldus moet worden uitgelegd dat de vader niet alleen om toekenning van eenhoofdig, maar ook van gezamenlijk gezag over het kind kan verzoeken, en dat artikel 1:253e BW aldus moet worden uitgelegd dat inwilliging van dit verzoek tot gevolg heeft dat, indien de moeder het gezag tot dusverre alleen uitoefende, zij dit voortaan gezamenlijk met de vader uitoefent.

Het vorenstaande brengt naar het oordeel van de rechtbank mee, mede gelet op de omstandigheid dat de moeder met dit verzoek van de vader instemt, dat het verzoek van de vader op dit onderdeel dient te worden toegewezen, nu toewijzing van dit verzoek in het belang van de minderjarigen wenselijk wordt geacht.

Ook de hierboven onder a. en b. genoemde verzoeken zullen als het meest in het belang van de minderjarigen worden toegewezen.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Bepaalt dat de vader gezamenlijk met de moeder belast wordt met de uitoefening van het gezag over de minderjarigen:

[naam kind 1], geboren in de gemeente Den Helder op [geboortedatum] en

[naam kind 2], geboren in de gemeente Den Helder op [geboortedatum].

Bepaalt dat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats bij de moeder zullen hebben.

Bepaalt dat de omgang tussen de minderjarigen en de ouder bij wie de minderjarigen niet de gewone verblijfplaats hebben als volgt zal worden geregeld:

- tot de dag dat de minderjarige [naam kind 2] naar de basisschool gaat: elke woensdag en gedurende één weekend per veertien dagen van vrijdag 12.00 uur tot en met zondag 18.00 uur;

- vanaf de dag dat de minderjarige [naam kind 2] naar de basisschool gaat:

a. elke maandag, dinsdag en donderdag tussen de middag zullen de minderjarigen bij de vader blijven lunchen als de moeder niet thuis is. Als de moeder op een van deze dagen vrij is, haalt zij de minderjarigen zelf tussen de middag op uit school. De moeder zal de vader ruim van tevoren laten weten op welke dagen de minderjarigen bij de vader zullen verblijven, zodat de vader daar rekening mee kan houden;

b. elke vrijdagmiddag na schooltijd tot 18.00 uur;

c. alsmede gedurende één weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag na schooltijd tot zondag 18.00 uur;

d. de verdeling van vakanties en feestdagen bij helfte in onderling overleg.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, lid van gemelde kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.