Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2008:BD1626

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
24-01-2008
Datum publicatie
15-05-2008
Zaaknummer
246222 - CV EXPL 07-3905
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering beeindiging huurovereenkomst en ontruiming wegens dringend eigen gebruik. Verhuurder dient persoonlijk belang te hebben bij eigen gebruik, niet noodzakelijk is dat hij er zelf gaat wonen. Vordering wordt toegewezen, ontruiming binnen een week na onherroepelijk worden van het vonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 246222 CV EXPL 07-3905 WG

Uitspraakdatum: 24 januari 2008

Vonnis in de zaak van:

[eisers],

beide wonende te Bergen (N-H),

eisende partijen in conventie / verwerende partijen in reconventie,

verder ook te noemen: [eisers],

gemachtigde: voorheen mr. D.H.J. Hooreman, advocaat te Zeist, thans mr. M. Winthagen, advocaat te Zeist,

tegen

[gedaade],

wonende te Bergen (N-H),

gedaagde partij in conventie / eisende partij in reconventie,

verder ook te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. L.N. Hermes, advocaat te Alkmaar.

Het procesverloop

in conventie en in reconventie

- [eisers] hebben bij dagvaarding van 21 augustus 2007 in conventie een vordering ingesteld.

- [gedaagde] heeft in conventie bij antwoord verweer gevoerd en in (voorwaardelijke) reconventie een tegenvordering ingesteld.

- Bij akte hebben [eisers] een aantal producties overgelegd.

- De kantonrechter heeft op 31 oktober 2007 een tussenvonnis uitgesproken.

- Naar aanleiding van dat tussenvonnis heeft op 30 november 2007 een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens die zitting hebben [eisers] een akte genomen. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnotities toegelicht.

- De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

- Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

1.1 [eisers], ten tijde van de het uitbrengen van de dagvaarding 72 en 73 jaar oud, zijn sinds 1970 eigenaar van de woning gelegen aan [adres] te Bergen. Zij zijn daar ook woonachtig. In de winter 1989-1990 hebben [eisers] de woning verbouwd waarbij een deel van de woning (de voormalige (bij)keukens) zijn verbouwd tot een zelfstandige woonruimte. Deze nieuw gecreëerde zelfstandige woonruimte zal verder worden aangeduid als "[adres]" of als "het verhuurde" Tot december 1998 hebben [eisers] [adres] verhuurd aan [..]. In december 1998 hebben [eisers] [adres] verhuurd aan [gedaagde], een oud-collega van de dochter van [eisers]. In eerste instantie zijn partijen een huurovereenkomst aangegaan voor de periode van één jaar. In onderling overleg is de huurovereenkomst na ommekomst van dat ene jaar verlengd.

1.2 Begin 2005 is de dochter van [eisers], die toen zwanger was, gescheiden en kon zij haar toenmalige woonruimte niet langer bekostigen. [eisers] hebben aan [gedaagde] verzocht de [adres] te verlaten zodat de dochter van [eisers] daar met haar kind zou kunnen gaan wonen. [gedaagde] heeft dit geweigerd. In oktober 2005 is de dochter van [eisers] met haar pasgeboren dochtertje bij [eisers] in de woning getrokken. De dochter van [eisers] is beroepsmatig pianiste. Zij studeert in haar woning. Daarnaast geeft zij aan huis pianoles.

1.3 Bij brief d.d. 9 juli 2007 hebben [eisers] de huurovereenkomst met [gedaagde] opgezegd tegen 1 februari 2008 wegens, kort gezegd, het dringend nodig hebben voor eigen gebruik van het gehuurde. [gedaagde] heeft te kennen gegeven het verhuurde niet vrijwillig te zullen verlaten.

De geschillen

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

2.1 [eisers] vorderen in conventie, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

(i) voor recht te verklaren dat [eisers] voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij respectievelijk hun dochter en kleindochter het verhuurde zo dringend nodig hebben voor eigen gebruik dat van hen, de belangen van beide partijen naar billijkheid in aanmerking genomen, niet kan worden gevergd dat de huurovereenkomst tussen partijen wordt verlengd respectievelijk nog langer in stand blijft;

(ii) de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden respectievelijk te beëindigen tegen 1 februari 2008;

(iii) [gedaagde] te veroordelen om het verhuurde te ontruimen, met machtiging aan [eisers] bij gebreke aan volledige voldoening hieraan dit zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm;

(iv) [gedaagde] te veroordelen tot het betalen van een gebruiksvergoeding, gelijk aan de huurprijs, voor iedere maand of deel daarvan dat hij de woonruimte na ontbinding (de kantonrechter begrijpt: of beëindiging) van de huurovereenkomst in gebruik houdt;

(v) kosten rechtens.

2.2 [eisers] voeren daartoe -zakelijk weergegeven- het volgende aan. Het verhuurde is destijds tot zelfstandige woonruimte/muziekstudio verbouwd om daar zijn dochter in te laten wonen. Aan de huurders daarvan is ook steeds medegedeeld dat zij het verhuurde dienden te verlaten zodra en indien hun dochter daar zou willen wonen. Toen de dochter van [eisers] met haar dochtertje zonder woning kwam is aan [gedaagde] gevraagd of hij het verhuurde wilde verlaten. In strijd met de gemaakte afspraken wilde hij dat niet. De dochter is toen bij [eisers] ingetrokken. Daarna is de verstandhouding tussen partijen aanzienlijk verslechterd. Het inwonen van de dochter van [eisers] alsmede de spanningen met [gedaagde] leiden tot gezondheidsklachten bij [eisers]. De pianostudie en de pianolessen die de dochter van [eisers] nu noodgedwongen in de woning van [eisers] doet, geeft [eisers] overlast omdat zij daardoor beperkt zijn in de bewegingsvrijheid in hun eigen huis. Het is voor hen, mede gelet op hun leeftijd en slechte gezondheid van belang dat hun dochter bij hen inwoont, dan wel vlak in de buurt woont zodat zij [eisers] kan verzorgen. Het lukt de dochter van [eisers], die moet leven van een inkomen op bijstandsniveau, niet ergens anders te huren omdat zij daar geen piano kan spelen. Het verhuurde is daar juist wel voor geschikt gemaakt. De belangen van [eisers] wegen zwaarder dan die van [gedaagde]. Bovendien is passende woonruimte voor [gedaagde] beschikbaar en zijn [eisers] bereid om [gedaagde] bij zijn vertrek een financiële vergoeding te betalen. [gedaagde] weigert echter het verhuurde te verlaten.

2.3 [gedaagde] betwist de stellingen van [eisers]. Hij stelt daarbij, onder meer, dat hij nooit heeft toegezegd het gehuurde te zullen verlaten indien de dochter van [eisers] daar zou willen wonen. Zij kan ook elders woonruimte vinden. [gedaagde] heeft verder aangevoerd dat zijn belangen zwaarder wegen dan die van [eisers] tot beëindiging van de huurovereenkomst. Hij heeft er daarbij op gewezen dat zijn woonlasten hoogstwaarschijnlijk zullen gaan toenemen en dat er in de gemeente Bergen geen betaalbare woningen voorhanden zijn. Omdat hij in 2007, met behoud van zijn bijstandsuitkering, door de gemeente Bergen in de gelegenheid is gesteld een vierjarige lerarenopleiding te volgen, zal een verhuizing naar een andere gemeente verstrekkende gevolgen voor zijn opleiding kunnen hebben. Dat de relatie tussen partijen is verslechterd, is geheel te wijten aan [eisers]. Zij hebben, voor zover hier van belang, onder meer de brievenbus van [gedaagde] verwijderd en de kabelaansluiting verbroken.

2.4 Voor het geval niet aannemelijk is geworden dat [eisers] het gehuurde dringend nodig hebben voor eigen gebruik, vordert [gedaagde] in reconventie, kort gezegd, veroordeling van [eisers] te gehengen en te gedogen dat ten behoeve van het verhuurde de brievenbus wordt teruggeplaatst en dat de kabelexploitant een kabelaansluiting aanbrengt.

2.5 [eisers] hebben het door [gedaagde] gevorderde betwist.

De beoordeling van de geschillen

in conventie

3.1 Voor toewijzing van de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst is vereist dat [eisers] aannemelijk maken dat zij het verhuurde zo dringend nodig hebben voor zijn eigen gebruik, vervreemding van het verhuurde niet daaronder begrepen, dat van hen, de belangen van beide partijen naar billijkheid in aanmerking genomen, niet kan worden gevergd dat de huurovereenkomst wordt verlengd. Tevens dient te blijken dat [gedaagde] andere (bijdragen van het Rijk buiten beschouwing latend) passende woonruimte kan verkrijgen.

3.2 Voor zover [eisers] aan het gevorderde ten grondslag leggen dat hun dochter of kleindochter het gehuurde dringend nodig hebben voor hun eigen gebruik, zal dit worden afgewezen. Dit omdat voor de wet weliswaar niet vereist is dat [eisers] het verhuurde persoonlijk weer in gebruik gaan nemen, echter zij dienen bij die ingebruikneming wel een eigen belang te hebben. Dat hun dochter of kleindochter daarbij belang hebben, is in deze zaak niet relevant.

3.3 Voldoende hebben [eisers] aangetoond dat passende vervangende woonruimte voor [gedaagde] beschikbaar is. [gedaagde] heeft een bijstandsuitkering en huurt thans voor € 350,- inclusief gas water en licht een woonruimte van, naar eigen zeggen, 46 m², bestaande uit een woonkamer, keuken, slaapkamer met afzonderlijk een douche en een toilet. Als passende woonruimte mag worden beschouwd alle woonruimte, inclusief flats, die in de gemeente Bergen zijn gelegen, maar ook in de daar omheen liggende gemeenten, nu [gedaagde] niet gebonden is aan de gemeente Bergen als woonplaats. Hij volgt immers een opleiding in Alkmaar en doet één dag per week stage op een school in Bergen, dat op korte afstand van Alkmaar is gelegen. Weliswaar hebben de door [eisers] genoemde beschikbare woningen allen een hogere huur dan die welke [gedaagde] nu betaalt, echter [eisers] hebben voldoende aangetoond dat [gedaagde] binnen redelijke termijn een woning moet kunnen vinden tussen de 400 en 500 euro exclusief gas water en licht, welk bedrag als passend mag worden beschouwd.

3.4 De kantonrechter begrijpt het door [eisers] gestelde dringend eigen gebruik aldus dat zij het verhuurde nodig hebben omdat, in de eerste plaats de aanwezigheid van hun dochter in of zeer nabij de woning van [eisers] van belang is omdat zij dan aan [eisers] de nodige zorg kan geven. Daarvoor dient hun dochter met kind in het verhuurde te wonen, dan wel kan de dochter bij [eisers] wonen en kan zij het verhuurde (mede) gebruiken voor haar pianostudie en/of het geven van pianoles. In de tweede plaats, zo begrijpt de kantonrechter, [eisers], hebben zij een belang bij het vertrek van [gedaagde] omdat zijn aanwezigheid een slechte invloed heeft op de gezondheid van [eisers].

3.5 Dit laatste argument is op zich niet relevant voor de vraag of [eisers] het verhuurde nodig hebben voor eigen gebruik, maar dient wel, gelet op de woonsituatie waarbij het verhuurde is gelegen in hetzelfde pand als de woning van [eisers] en het feit dat de verstandhouding tussen partijen de laatste jaren aanzienlijk is verslechterd, wel (in beperkte mate) mee te wegen in de beoordeling van de belangen over en weer.

3.6 Het eerste argument voor het gestelde dringend eigen gebruik snijdt wel hout. Gelet op de leeftijd van [eisers] en gelet op de overgelegde verklaring (productie 6) van hun huisarts Th.J. Laarhoven waaruit de huidige serieuze gezondheidsklachten van [eisers] blijken, hebben [eisers] voldoende aannemelijk gemaakt er zelf dringend belang bij te hebben dat hun dochter bij hen inwoont dan wel weer komt inwonen. Verder blijkt uit deze verklaring van de huisarts dat het inwonen van de dochter van [eisers] en in het bijzonder het uitoefenen van haar beroep in de woning van [eisers] (uitvoerend pianiste en pianodocente) het woongenot van [eisers] ernstig belemmert, hetgeen nadelig werkt op de gezondheid van [eisers]. Voldoende aannemelijk hebben [eisers] gemaakt dat zijn woongenot zal toenemen indien hun dochter in de woning van [eisers] geen pianostudie meer hoeft te doen of pianolessen hoeft te geven maar daarvoor het verhuurde kan gebruiken.

3.7 De belangen van beide partijen naar billijkheid in aanmerking nemend is de kantonrechter van oordeel dat het belang (hun gezondheid en welzijn) van [eisers] bij het hiervoor geschetste eigen gebruik dermate dringend is dat niet van [eisers] gevergd kan worden dat de huurovereenkomst wordt voortgezet. Daarbij neemt de kantonrechter in overweging dat [gedaagde] onvoldoende heeft aangevoerd om aan te nemen dat een andere gemeente hem niet in de gelegenheid zal stellen met behoud van een bijstandsuitkering zijn opleiding voort te zetten.

3.8 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het gevorderde toewijsbaar is zoals hierna vermeld. Gelet op het bepaalde in artikel 7:272 eerste lid Burgerlijk Wetboek hebben [eisers] echter geen bijzondere omstandigheden gesteld die rechtvaardigen dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Dit omdat de beëindiging van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde terwijl het vonnis nog niet onherroepelijk is tot een min of meer onomkeerbare situatie zou leiden.

In (voorwaardelijke) reconventie

3.9 Gelet op hetgeen in conventie is overwogen en beslist, is aan de voorwaarde voor de reconventie niet voldaan en komt de kantonrechter aan een inhoudelijke beoordeling daarvan niet toe.

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

3.10 De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] als de voor het grootste deel in het ongelijk gestelde partij, terwijl de proceskosten in (voorwaardelijke) reconventie wegens de nauwe samenhang van de zaak in conventie en die in (voorwaardelijke) reconventie worden vastgesteld op nihil.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

Verklaart voor recht dat [eisers] voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij het verhuurde zo dringend nodig hebben voor eigen gebruik dat van hen, de belangen van beide partijen naar billijkheid in aanmerking genomen, niet kan worden gevergd dat de huurovereenkomst tussen partijen verlengd wordt respectievelijk nog langer in stand blijft.

Beëindigt de huurovereenkomst tussen partijen per 1 februari 2008.

Veroordeelt [gedaagde] om de woonruimte aan de [adres] te Bergen met al hetgeen zich daarin of daarop vanwege [gedaagde] bevinden, respectievelijk bevindt, binnen één week na het onherroepelijk worden van dit vonnis volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met overgifte van de sleutels in lege en behoorlijke staat ter beschikking van [eisers] te stellen, een en ander met machtiging aan [eisers] bij gebreke van voldoening hieraan deze verlating en ontruiming zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie en op kosten van [gedaagde].

Veroordeelt [gedaagde] tot het betalen van een gebruiksvergoeding, gelijk aan het te berekenen bedrag aan huurpenningen, voor iedere maand of gedeelte daarvan dat hij voornoemde woonruimte na beëindiging van de huurovereenkomst tussen partijen in gebruik houdt;

in (voorwaardelijke) reconventie

Wijst het gevorderde af.

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

Veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die tot heden voor [eisers] worden vastgesteld op een bedrag van € 498,64 [inclusief btw indien en voorzover door [gedaagde] verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 300,00 voor salaris van de gemachtigde van [eisers] [waarover [gedaagde] geen btw verschuldigd is].

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 24 januari 2008 bij vervroeging in het openbaar uitgesproken.