Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2008:BD0228

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
22-04-2008
Datum publicatie
23-04-2008
Zaaknummer
14.810470-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Meerdere (pogingen tot) berovingen van o.a. toeristen door groepje minderjarige en meerderjarige jongeren in Enkhuizen. Weerlegging verweer dat verdachte geen rol heeft gespeeld. Verdachte was op de hoogte van plan tot beroven, is meegelopen en heeft als groep het slachtoffer ingesloten en zich ten tijde van de afpersing niet gedistantieerd. Bij gelijktijdige beroving van 2 personen zo nauw en volledig samenwerken dat deelneming aan beide berovingen bewezenverklaard kan worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer : 14.810470-07

Datum uitspraak : 22 april 2008

TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte]

geboren te [woonplaats] op [geboortedatum],

gedetineerd in de penitentiaire inrichting Noord-Holland Noord, Huis van Bewaring Zwaag te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 april 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van

- de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank

- de verdachte zal vrijspreken van het onder 1 primair tenlastegelegde;

- het onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde bewezen zal verklaren;

- de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van Reclassering Nederland, ook als dit inhoudt het meewerken aan een COVA training met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] zal toewijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- hetgeen door de verdachte en mr. G.E. Menick, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging is toegelaten ten laste gelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 22 september 2007, te Enkhuizen (op of aan de Nieuwstraat)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een gsm-telefoon, merk Sony, en/of ongeveer 35 euro, althans een geldbedrag

en/of een rode pet, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (als groep) naar die

[slachtoffer 2] zijn/is toegegaan en/of die [slachtoffer 2] hebben/heeft ingesloten

en/of die [slachtoffer 2] hebben/heeft vastgepakt en/of die [slachtoffer 2] een mes,

althans een scherp en/of puntig voorwerp, op de keel hebben/heeft gezet en/of

die [slachtoffer 2] op de grond hebben/heeft gegooid en/of om geld hebben/heeft

geroepen en/of die [slachtoffer 2] hebben/heeft getrapt;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks de periode van 22 september 2007 te Enkhuizen, (telkens) op of aan de openbare weg, de Nieuwstraat, in elk geval (telkens) op of aan een openbare weg, (telkens) openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], welk geweld (telkens) bestond uit het slaan en/of het stampen en/of het schoppen en/of het trappen en/of het duwen en/of uit het om/bij de nek en/of de/het licha(a)m(en) vastpakken en/of grijpen van die/deze [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]en/of het tonen van een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp aan die/deze [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3];

Meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 22 september 2007 te Enkhuizen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft mishandeld door genoemde [slachtoffer 2] een of meerma(a)l(en) op/tegen het hoofd, en/of (elders) op/tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of door genoemde [slachtoffer 3] een of meerma(a)l(en) op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam te slaan en/of te stampen en/of te schoppen en/of te trappen, waardoor die/deze [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (telkens) letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 23 september 2007 te Enkhuizen (op of aan de Dijk)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte

van in totaal 7 euro, althans een of meer geldbedragen, in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of verdachtes mededader(s) (als groep) naar die [slachtoffer 4] zijn/is toegegaan

en/of die [slachtoffer 4] hebben/heeft ingesloten en/of een mes, althans een scherp en/of

puntig voorwerp, op korte afstand van die [slachtoffer 4] hebben/heeft gehouden en/of

getoond en/of die [slachtoffer 4] hebben/heeft getracht te fouilleren en/of op dwingende

manier om geld hebben/heeft gevraagd;

3.

hij op of omstreeks 23 september 2007 te Enkhuizen (op of aan de

Ooievaarsteeg)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of diens mededader(s) (als groep) naar die [slachtoffer 1] zijn/is

toegelopen en/of die de [slachtoffer 1] hebben/heeft ingesloten en/of een mes, althans

een scherp en/of puntig voorwerp, hebben/heeft getrokken en/of aan die

[slachtoffer 1] voorgehouden en/of hebben/heeft geroepen dat zij/hij geld wilde(n) en/of

die [slachtoffer 1] hebben/heeft vastgegrepen en/of op de rug van die [slachtoffer 1] zijn/is

gesprongen en/of die [slachtoffer 1] op de grond hebben/heeft gegooid en/of geduwd

en/of gewerkt en/of die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschopt en/of geslagen;

4.

hij op of omstreeks 23 september 2007 te Enkhuizen (op of aan de

Ooievaarsteeg) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of

goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij

die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te

doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5], te

plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] te dwingen tot de

afgifte van geld en/of goederen, in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan die [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen (als groep) naar die [slachtoffer 5] zijn/is toegegaan en/of die De [slachtoffer 5] hebben/heeft ingesloten en/of een

mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, hebben/heeft getrokken en/of

aan die [slachtoffer 5] hebben/heeft voorgehouden en/of daarbij hebben/heeft geroepen

"Je geld, je geld", althans woorfden van een dergelijke strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Uit het bewijsmateriaal volgt dat verdachte op 22 september 2007 met een groep jongens aanwezig was op de Nieuwstraat te Enkhuizen en dat een deel van deze groep openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. Verdachte heeft tijdens het politieverhoor, het verhoor door de rechter-commissaris en ter terechtzitting telkens ontkend bij deze openlijke geweldpleging betrokken te zijn geweest. Naar zijn zeggen stond hij op een afstand van ongeveer twintig tot dertig meter. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft als getuige tegenover de rechter-commissaris verklaard zeker te weten dat verdachte niet bij dit incident betrokken is geweest. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat hij verdachte niet heeft gezien ten tijde van het onderhavige voorval. Daartegenover staat de verklaring van [getuige] inhoudende dat verdachte één van de slachtoffers heeft geslagen en/of geschopt. Nu deze op zichzelf staande verklaring geen steun vindt in de overige afgelegde verklaringen acht te rechtbank dit onvoldoende om tot een bewezenverklaring van dit feit te komen.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

2.

hij op 23 september 2007 te Enkhuizen tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van in totaal 7 euro toebehorende aan [slachtoffer 4], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en verdachtes mededaders als groep naar die [slachtoffer 4] zijn toegegaan en die [slachtoffer 4] hebben ingesloten en verdachtes mededader(s) een mes op korte afstand van die [slachtoffer 4] hebben gehouden en die [slachtoffer 4] hebben getracht te fouilleren en op dwingende manier om geld hebben gevraagd;

3.

hij op 23 september 2007 te Enkhuizen (op of aan de Ooievaarsteeg) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en diens mededaders als groep naar die [slachtoffer 1] zijn/is toegelopen en verdachte en/of diens mededader(s) een mes aan die [slachtoffer 1] hebben/heeft voorgehouden en hebben/heeft geroepen dat zij/hij geld wilde(n) en die [slachtoffer 1] hebben/heeft vastgegrepen en op de rug van die [slachtoffer 1] zijn/is gesprongen en die [slachtoffer 1] op de grond hebben/heeft gewerkt en die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschopt en geslagen;

4.

hij op 23 september 2007 te Enkhuizen (op of aan de Ooievaarsteeg) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk om zich en/of ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van geld toebehorende aan die [slachtoffer 5], met zijn mededaders als groep naar die [slachtoffer 5] is toegegaan en zijn mededader een mes aan die [slachtoffer 5] heeft voorgehouden en daarbij heeft geroepen "Je geld, je geld", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5. BEWIJSVERWEREN EN NADERE MOTIVERING

Ten aanzien van feit 2:

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat verdachte weliswaar aanwezig was bij deze afpersing maar dat hij hierbij geen rol heeft gespeeld. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte niets heeft gedaan en zich toevallig op de plek van de beroving bevond.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij op de hoogte was van het plan om de groep waarin slachtoffer [slachtoffer 4] zich bevond te beroven, dat hij in die wetenschap is meegelopen met de groep die [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot afgifte van geld en dat hij zich ten tijde van de afpersing niet heeft gedistantieerd van die groep. Blijkens verdachtes verklaring ter terechtzitting bestond zijn aandeel in de afpersing uit het met anderen als groep insluiten van [slachtoffer 4]. Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank hetgeen verdachte onder 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 4:

Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte zich, zakelijk weergegeven, op het standpunt gesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de beroving van slachtoffer [slachtoffer 1] op 23 september 2007 te Enkhuizen en dat hij niet betrokken is geweest bij de poging tot beroving van [slachtoffer 5], welke gelijktijdig en op enige afstand plaatsvond.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt. Uit de bij de politie afgelegde verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] blijkt dat hij kort voorafgaand aan de poging tot afpersing in aanwezigheid van verdachte heeft gesproken over het plan om twee personen, die later bleken te zijn [slachtoffer 5] en [slachtoffer 1], te beroven. Verdachte is na zijn capuchon over zijn hoofd te hebben getrokken met mededaders naar die twee personen toegelopen. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft zich, toen die [slachtoffer 5] en die [slachtoffer 1] zich verzetten, met anderen gericht op het beroven van [slachtoffer 5] en verdachte heeft zich met mededaders geconcentreerd op de beroving van [slachtoffer 1]. Verdachte is aldus bij de planvorming van de beide berovingen aanwezig geweest en heeft bijgedragen aan de uitvoering ervan. De rol van verdachte en van elk van zijn mededaders bij deze twee berovingen die op korte afstand van elkaar plaatsvonden waren onderling inwisselbaar. Hieruit volgt dat verdachte ter uitvoering van een gezamenlijk plan zo nauw en volledig met anderen heeft samengewerkt dat op grond daarvan kan worden aangenomen dat hij het ten laste gelegde tezamen en in vereniging met die anderen heeft begaan.

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2:

Afpersing, terwijl het feit werd gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 3:

Diefstal voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, terwijl het feit werd gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 4:

Poging tot afpersing, terwijl het feit werd gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. MOTIVERING VAN DE STRAF.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich op één avond schuldig gemaakt aan drie opvolgende vermogensdelicten met geweld en/of bedreiging met geweld. Verdachte heeft met zijn mededaders een persoon gedwongen tot afgifte van een geldbedrag. Vervolgens heeft verdachte met zijn mededaders een persoon beroofd en een persoon gepoogd te beroven. Door zijn handelen heeft verdachte de slachtoffers grote angst aangejaagd. Ook heeft hij een slachtoffer materiële schade toegebracht. Naar de ervaring leert, kampen slachtoffers van zulke misdrijven in psychisch opzicht nog geruime tijd met de gevolgen daarvan. Bovengenoemde feiten dragen in sterke mate bij aan de gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 8 november 2007, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van een geweldsdelict tot een werkstraf is veroordeeld. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 24 januari 2008 van M. Dozeman als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland, waarin onder meer geadviseerd wordt tot het opleggen van een voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, ook indien dit inhoudt het meewerken aan een COVA-training.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke vrijheidsstraf passend en geboden is, een en ander op de wijze zoals hierna in de rubriek BESLISSING zal worden aangegeven. Gelet op de vrijspraak van feit 1 komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie gevorderd.

9. BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [slachtoffer 1], heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 35,00 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 35,00 kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

10. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

11. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 141, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

12. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 10 (tien) maanden.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook indien dit inhoudt het meewerken aan een COVA training, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt.

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 35,00 (vijfendertig euro) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 september 2007 tot aan de dag van voldoening.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] te betalen een som geld ten bedrage van € 35,00 (vijfendertig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.J. Lourens, voorzitter,

mr. F.A. Egter van Wissekerke en mr. K.G.F. van der Kraats, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.C. André-van Rijn, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 april 2008.