Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2008:BC9157

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-03-2008
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
07/1908
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiser kon met het bezwaarschrift niet het door hem beoogde doel, te weten een hogere WOZ-waarde ten behoeve van een betere onderhandelingspositie bij verkoop, bereiken. Het bezwaar had wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Dit heeft verweerder niet gedaan, zodat het beroep gegrond is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2008-0804
Belastingblad 2008/631

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: 07/1908 WOZ

Uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van:

[naam],

wonende te [plaatsnaam],

eiser,

tegen

de heffingsambtenaar van de gemeente Alkmaar,

verweerder.

Ontstaan en loop van de zaak

Bij beschikking gedateerd 25 februari 2007 heeft verweerder ter uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van eisers onroerende zaken aan de [adres1] en [adres2] te Alkmaar (hierna: de WOZ-objecten) voor het belastingjaar 2007 vastgesteld op € 129.000,00 respectievelijk € 35.000,00, waarbij is uitgegaan van

1 januari 2005 als waardepeildatum.

Het hiertegen door eiser gemaakte bezwaar heeft verweerder bij uitspraak op bezwaar van

22 juni 2007 ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft eiser beroep ingesteld bij brief van 20 juli 2007.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 februari 2008, waar eiser in persoon is verschenen. Verweerder is, daartoe ambtshalve opgeroepen, vertegenwoordigd door

R.J. Ligthart, coördinator onroerende-zaakbelastingen bij de gemeente Alkmaar.

Motivering

1. De rechtbank dient te beoordelen of verweerder het bezwaarschrift van eiser terecht ontvankelijk (en ongegrond) heeft verklaard. De rechtbank overweegt als volgt.

2. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting is eiser van mening dat zijn belang bij een hogere WOZ-waarde is gelegen in zijn onderhandelingspositie bij vervreemding van de WOZ-objecten. Eiser vreest dat hij bij verkoop in het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) dan wel bij verkoop van de WOZ-objecten aan een projectontwikkelaar, die vervolgens doorverkoopt aan derden, zal worden benadeeld.

3. De rechtbank is van oordeel dat - zoals zij reeds in de uitspraak met kenmerk WOZ 05/1642 ten aanzien van een eerder door eiser ingediend beroepschrift over de WOZ-waarde van het object aan de [adres2] heeft overwogen - de vastgestelde WOZ-waarde niet relevant is in het kader van de Wvg. In de Wvg zijn geen aanknopingspunten te vinden dat de WOZ-waarde bij deze prijsbepaling van belang is. In de Wvg zijn voldoende waarborgen neergelegd om te komen tot een reële prijsbepaling op de vervreemdingsdatum in geval van verkoop van de WOZ-objecten.

4. Verder kan niet worden gezegd dat de omstandigheid dat de WOZ-waarde van eisers

WOZ-objecten mogelijk te laag is, eiser in een nadelige positie heeft gebracht. Illustratief in dit verband is het bedrag (€ 310.000,00) dat BAM Vastgoed op 1 februari 2008 voor de WOZ-objecten heeft geboden. Daarbij is de vrees voor een mogelijke benadeling bij verkoop aan een projectontwikkelaar in het kader van de toetsing van de WOZ-waarde niet van belang. Het is immers aan eiser om te beslissen zijn WOZ-objecten al dan niet te verkopen.

5. Uit het voorgaande volgt dat eiser met het bezwaarschrift niet het door hem beoogde doel, te weten een hogere WOZ-waarde ten behoeve van een betere onderhandelingspositie bij verkoop, kon bereiken en dat het bezwaar wegens het ontbreken van procesbelang

niet-ontvankelijk had dienen te worden verklaard. De omstandigheid dat eiser heeft gesteld zo nodig bereid te zijn om meer belasting te betalen, maakt dit niet anders. Hetgeen eiser overigens heeft aangevoerd, behoeft dan ook geen bespreking.

6. Nu verweerder heeft nagelaten het bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren, is het beroep gegrond. De uitspraak op bezwaar zal worden vernietigd. Aangezien er naar het oordeel van de rechtbank slechts één uitkomst mogelijk is, ziet de rechtbank met het oog op een definitieve oplossing van het geschil aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak te voorzien door eisers bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.

7. Gelet op het feit dat het beroep gegrond is, kan, anders dan verweerder ter zitting heeft gesteld, niet worden gezegd dat eiser onnodig procedeert. Voor een proceskostenveroordeling ten gunste van verweerder, zoals verweerder voorstaat, is reeds hierom geen plaats.

8. Voor een proceskostenveroordeling ten gunste van eiser is evenmin aanleiding nu niet is gebleken dat eiser daarvoor in aanmerking te nemen kosten heeft gemaakt. Wel dient het griffierecht aan eiser te worden vergoed, omdat het beroep gegrond is.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;

- verklaart het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- bepaalt dat de gemeente Alkmaar aan eiser het door hem betaalde griffierecht van

€ 39,00 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 12 maart 2008 door mr. T. Luigjes voorzitter,

mr. drs. C.M. van Wechem en mr. drs. W.P. van der Haak, leden, in tegenwoordigheid van

mr. S.C. Jacobs, griffier.

griffier rechter

Tegen deze uitspraak kunnen partijen hoger beroep instellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (beroepschrift) en een kopie van deze uitspraak te zenden aan het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.