Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2008:BC7330

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
19-03-2008
Datum publicatie
20-03-2008
Zaaknummer
14-810232-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel door verhuur van woonruimte aan illegaal in Nederland

verblijvende personen. Voorhanden hebben en gebruik maken van vals

reisdocument

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Locatie Alkmaar

Parketnummer : 14/810232-07

Datum uitspraak : 19 maart 2008

VERSTEK

VERKORT VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

zonder vaste woon- en verblijfplaats hier te lande.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 maart 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank de verdachte zal veroordelen tot vier maanden gevangenisstraf met aftrek voorarrest, teruggave aan verdachte van een fotoalbum met 98 foto’s en onttrekking aan het verkeer van een valse Duitse identiteitskaart, en een vals Duits paspoort ten name van [betrokkene 1].

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2006 tot en met 22 mei 2007 in de gemeente Zijpe, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens)(een) ander(en), te weten [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of één of meer andere person(o)n(en), uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, dan wel haar/hem/hen daartoe gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, door

-het verschaffen en/of verhuren van woonruimte aan [adres] te

[plaatsnaam] en/of

-het bemiddelen bij arbeid

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en), dan wel ernstige redenen had(den) te vermoeden dat het verblijf wederrechtelijk was;

2.

hij op of omstreeks 22 mei 2007 in de gemeente Zijpe, op [adres] te [plaatsnaam], althans in Nederland, in het bezit was van een reisdocument, te weten een Duits identiteitsbewijs ten name [betrokkene 2], geboren [geboortedatum] 1969, waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was,

bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat deze was voorzien van een pasfoto van de verdachte en/of voornoemd identiteitsbewijs qua gebruikte reproduktietechniek afweek ten opzichte van een origineel door de autoriteiten van Duitsland afgegeven identiteitskaart van dit model;

3.

hij in of omstreeks de periode van 5 december 2006 tot en met 22 mei 2007 in de gemeente Zijpe, in elk geval in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op zijn naam gesteld reisdocument, te weten een Duits identiteitsbewijs op naam van [betrokkene 2], geboren [geboortedatum], welk gebruik hierin bestond dat hij zich met dit identiteitsbewijs heeft gelegitimeerd ten behoeve van een telefoonaansluiting op zijn adres;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1.

hij op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2006 tot en met 22 mei 2007 in de gemeente Zijpe,

anderen, te weten [persoon 1] en [persoon 2] en [persoon 3], uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, door

-het verschaffen en/of verhuren van woonruimte aan [adres] te

[plaatsnaam]

terwijl verdachte wist dat het verblijf wederrechtelijk was.

2.

hij op 22 mei 2007 in de gemeente Zijpe, op het [adres] te [plaatsnaam] in het bezit was van een reisdocument, te weten een Duits identiteitsbewijs ten name van [betrokkene 2], geboren op [geboortedatum] 1969, waarvan hij, verdachte, wist dat het reisdocument vals was,

bestaande die valsheid hierin dat dit was voorzien van een pasfoto van de verdachte en voornoemd identiteitsbewijs qua gebruikte reproduktietechniek afweek ten opzichte van een origineel door de autoriteiten van Duitsland afgegeven identiteitskaart van dit model.

3.

hij in de periode van 5 december 2006 tot en met 22 mei 2007 in de gemeente Zijpe, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op zijn naam gesteld reisdocument, te weten een Duits identiteitsbewijs op naam van [betrokkene 2], geboren op [geboortedatum] 1969, welk gebruik hierin bestond dat hij zich met dit identiteitsbewijs heeft gelegitimeerd ten behoeve van een telefoonaansluiting op zijn adres.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1

Een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij wist dat dat verblijf wederrechtelijk is, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2

Het in bezit hebben van een vals reisdocument, terwijl hij weet dat het vals is.

Ten aanzien van feit 3

Het gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld reisdocument.

5. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

6. MOTIVERING VAN DE STRAFFEN.

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich geruimte tijd schuldig gemaakt aan het uit winstbejag onderdak verschaffen aan personen van wie hij wist dat zij illegaal in Nederland verbleven. Verdachte heeft hierdoor het overheidsbeleid bij de bestrijding van illegaal verblijf in Nederland bemoeilijkt. Artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht ziet niet slechts op het tegengaan van uitbuiting van vreemdelingen, maar, naast de bescherming van het vreemdelingenbeleid, ook op de bescherming van economische en met name arbeidsmarktbelangen.

Daarnaast was verdachte in het bezit van een vals reisdocument en een valse identiteitskaart. Verdachte heeft daadwerkelijk gebruik gemaakt van het valse identiteitsbewijs. In het maatschappelijk verkeer en in het bijzonder voorzover het betreft het toezicht op in Nederland verblijvende vreemdelingen, is het van belang dat vertrouwd kan worden op de echtheid van de documenten die de vreemdeling ter identificatie bij zich heeft.

Aldus handelende heeft de verdachte het vertrouwen ondergraven dat in onze maatschappij in documenten waarmee de identiteit van een persoon kan worden vastgesteld moet kunnen worden gesteld.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit de Justitiële Documentatie, gedateerd 1 februari 2008, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder terzake van soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op haar plaats is.

7. MOTIVERING VAN DE MAATREGEL

De rechtbank is van oordeel, dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

a. een valse Duitse identiteitskaart;

b. een vals Duits paspoort tnv [betrokkene 1]

dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Het onder 2 en 3 bewezen verklaarde is met betrekking tot het onder a genoemde voorwerp begaan en het voorwerp is tot het begaan van het onder feit 2 bewezen verklaarde vervaardigd en bestemd.

Het onder b genoemde valse Duitse paspoort behoort aan verdachte toe en is bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit aangetroffen en kan dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.

Het ongecontroleerde bezit van beide voorwerpen is in strijd met de wet en het algemeen belang.

8. BESLISSING OMTRENT IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De rechtbank is van oordeel, dat het in beslag genomen fotoalbum met 98 foto’s dient te worden teruggegeven aan verdachte.

9. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 36b(oud), 36c, 36d, 57(oud), 197a en 231 van het Wetboek van Strafrecht.

10. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van vier maanden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

a. een valse Duitse identiteitskaart;

b. een vals Duits paspoort tnv [betrokkene 1]

Gelast de teruggave aan de verdachte van een fotoalbum met 98 foto’s.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A. van der Perk, voorzitter,

mr. B.H. Franke en mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg, rechters,

in tegenwoordigheid van W. Veenstra, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 maart 2008.