Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BE8708

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
05-12-2007
Datum publicatie
19-08-2008
Zaaknummer
87828 / HA ZA 06-426
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisende partij voldoet niet aan haar substantiëringsplicht van art. 111 lid 3 Rv. Gevolg: repliek en dupliek. Vordering toegewezen, maar proceskosten verminderd toegewezen (overweging 4.30).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 429
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

JCV/LJS

zaak- en rolnummer: 87828 / HA ZA 06-426

datum: 5 december 2007

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

de besloten vennootschap

WARDENAAR INFRAROOD VERWARMING B.V.,

gevestigd te Heerhugowaard,

EISERES IN CONVENTIE bij dagvaarding van 25 april 2006,

VERWEERSTER IN RECONVENTIE,

procureur mr. drs. M.L. Molenaar,

tegen:

de besloten vennootschap,

WARDENAAR INFRAROOD TECHNOLOGIE B.V.,

gevestigd te Zuid-Scharwoude,

GEDAAGDE IN CONVENTIE,

EISERES IN RECONVENTIE,

procureur mr. L.T. van Eijck van Heslinga,

Partijen zullen verder worden genoemd "Wiv" respectievelijk "Wit".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

in conventie en in reconventie

1.1 Wiv heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de dagvaarding, waarbij vijf producties zijn overgelegd.

1.2 Wit heeft een conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie genomen, waarbij negen producties zijn overgelegd.

1.3 Op 23 augustus 2006 heeft de rechtbank een in deze zaak tussen partijen gewezen vonnis uitgesproken. Ter uitvoering van dat vonnis heeft op 10 november 2006 een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Voorafgaand aan deze comparitie heeft Wiv door middel van haar brief van 27 oktober 2006 21 producties in het geding gebracht.

1.4 De behandeling van deze zaak is enige tijd aangehouden, omdat partijen hebben geprobeerd het geschil door middel van mediation te beëindigen.

1.5 Wiv heeft een conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie genomen.

1.6 Wit heeft een conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie genomen, waarbij zes producties zijn overgelegd.

1.7 Wiv heeft een conclusie van dupliek in reconventie, tevens antwoordakte overlegging producties genomen,

1.8 Ten slotte is vonnis bepaald. De inhoud van al deze stukken geldt als hier ingelast.

2. DE FEITEN

in conventie en in reconventie

Tussen partijen staat het volgende vast:

a. Wiv en Wit doen regelmatig zaken met elkaar. Wiv verricht in opdracht

van Wit installatiewerkzaamheden en Wit levert aan Wiv materialen.

b. Wit gebruikt geen algemene voorwaarden. Wiv daarentegen hanteert de Metaalunievoorwaarden. In deze voorwaarden zijn de volgende bepalingen opgenomen:

(...) Artikel 12: Oplevering van het werk

"Het werk wordt als opgeleverd beschouwd wanneer:

(...) c. opdrachtnemer schriftelijk aan opdrachtgever heeft meegedeeld

dat het werk is voltooid en opdrachtgever niet binnen 14 dagen na de mededeling schriftelijke kenbaar heeft gemaakt of het werk al dan niet is goedgekeurd."

(...) Artikel 17: Betaling

(...) 17.6. Wanneer betaling niet heeft plaatsgevonden binnen de overeengekomen betalingstermijn, is opdrachtgever direct rente aan opdrachtnemer verschuldigd.

De rente bedraagt 10% per jaar, maar is gelijk aan de wettelijke rente als deze hoger is. Bij renteberekening wordt een gedeelte van de maand gezien als een volle maand.

17.7. Wanneer betaling niet heeft plaatsgevonden binnen de overeengekomen betalingstermijn, is opdrachtgever aan opdrachtnemer alle buitengerechtelijke kosten verschuldigd met een minimum van Euro 50.

De kosten worden berekend op basis van de volgende tabel:

Over de eerste Euro 3.000 15%

Over het meerdere tot Euro 6.000 10%

Over het meerdere tot Euro 15.000 8%

Over het meerdere tot Euro 60.000 5%

Over het meerdere vanaf Euro 60.000 3%

Als de werkelijk gemaakte buitengerechtelijke kosten hoger zijn dan uit bovenstaande berekening volgt, zijn de werkelijk gemaakte kosten verschuldigd.(...)"

c. Facturen voor onderhoud van een leaseauto en voor kosten van de mobiele telefoon met nummer 06 54942061 zijn naar Wiv verzonden en door Wiv betaald, hoewel Wiv geen gebruik maakte van de betreffende auto en telefoon, maar de heer [naam 1] van Wit.

3. HET GESCHIL

in conventie

3.1 Wiv heeft gevorderd, na vermindering van eis, dat de rechtbank bij vonnis, voorzover en indien mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

1. Wit zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Wiv te voldoen een bedrag [euro] 70.779,15 inclusief BTW, te vermeerderen met de overeengekomen rente vanaf de dag van opeisbaarheid van de vordering tot de dag der algehele voldoening, althans meer subsidiair de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

2. Wit zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting ter zake van buitengerechtelijke incassokosten ex artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) aan Wiv te voldoen een bedrag van [euro] 4.063,47, althans subsidiair een door de rechtbank, in goede justitie te bepalen bedrag;

3. Wit zal veroordelen in de kosten van de procedure, daaronder begrepen alle kosten welke op de tenuitvoerlegging vallen.

3.2 Wiv heeft daaraan het navolgende ten grondslag gelegd.

3.3 Wiv heeft een vordering op Wit van [euro] 70.779,15 inclusief BTW met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden door Wiv voor Wit en het doen van betalingen voor door Wit bij derden afgenomen diensten. Wit heeft, ondanks

sommaties hiertoe, deze vordering onbetaald gelaten.

3.4 Wiv bestrijdt het beroep op opschorting door Wit, omdat niet is voldaan aan de eisen die artikel 6:52 BW hieraan stelt. Naast het feit dat de samenhang tussen de opschorting en de verbintenis ontbreekt, heeft Wit geen opeisbare vordering op Wiv. Wiv stelt hiertoe dat zij haar verplichtingen jegens Wit is nagekomen en dat Wit haar niet in gebreke heeft gesteld en verzocht alsnog na te komen. Daarnaast komt Wit geen beroep op een gebrek in de prestatie van Wiv meer toe, omdat Wit op grond van artikel 15 van de tussen partijen geldende Metaalunievoorwaarden binnen 14 dagen nadat het gebrek was ontdekt had moeten reclameren.

3.5 Wit heeft de vordering en de onderbouwing daarvan op de volgende gronden weersproken.

3.6 Wit heeft de betalingen aan Wiv tot een bedrag van [euro] 21.757,11 opgeschort omdat Wiv niet voldeed aan haar verplichtingen. Wiv heeft namelijk de tussen Wiv en Wit geldende werkafspraken geschonden, omdat zij offerteaanvragen van Wit onbehandeld heeft gelaten, waardoor klanten zijn afgehaakt of rechtstreeks met Wiv een overeenkomst hebben gesloten, nadat Wiv de klanten buiten Wit om heeft benaderd.

3.7 Met betrekking tot de al uitgevoerde opdrachten heeft Wiv niet voldaan aan haar verplichtingen om ter plaatse aan Wit op te leveren en tot het afgeven van de revisietekeningen. De verplichting om aan Wit op te leveren volgt uit de tussen partijen gemaakte afspraken of, indien deze van toepassing zijn, uit artikel 12 van de Metaalunievoorwaarden. Daarnaast heeft Wiv geweigerd gebreken aan de door haar geplaatste apparatuur te verhelpen.

3.8 Voorts is Wiv bij verscheidene opdrachten haar verplichtingen niet nagekomen, te weten:

3.9 Nettendroger: De door Wiv geleverde droogtunnel heeft nimmer heeft gewerkt en Wiv heeft de leveringstermijn overschreden. Hierdoor heeft de opdrachtgever van Wit de overeenkomst ontbonden en de koopprijs teruggevorderd.

3.10 Chocolate Bar: Wiv heeft de installatie niet volgens de voorschriften geplaatst en vervolgens geweigerd de benodigde herstelwerkzaamheden te verrichten. Hierdoor moest Wit deze werkzaamheden ten bedrage van [euro] 1.000,00 zelf uitvoeren.

3.11 Wonders: De klant heeft Wit verzocht storingen te verhelpen aan door Wiv geplaatste stralers.

3.12 Urenco: Wiv heeft geweigerd een door de klant gemelde storing te verhelpen.

3.13 Rookmachine: Aangezien de klant had aangegeven dat de prototype van de rookmachine niet voldeed, heeft Wit Wiv verzocht om een nieuwe opzet en aanpassing van de tekeningen. Aangezien Wiv hier geen gehoor aan heeft gegeven, is de machine niet afgeleverd en heeft de klant zijn opdracht ingetrokken.

3.14 Goubergh: De klant heeft geklaagd dat de installatie door Wiv onjuist is uitgevoerd.

3.15 Oude Rijkswerf: Wiv heeft verzuimd meetrapporten onderhoud aan te leveren.

3.16 NAC: Wit heeft de factuur met nummer 60018 van 14 januari 2006 nimmer ontvangen. De factuur met nummer 60074 betreft niet opgeleverde werkzaamheden, waarvoor de klant weigert te betalen. Voorts heeft Wiv nagelaten informatie aan NAC te zenden.

3.17 Met betrekking tot de facturen met nummers 60040 en 60043, beide van 6 februari 2006, heeft Wit gesteld dat zij deze niet hoeft te voldoen, omdat deze zijn gecrediteerd. Dit geldt eveneens voor de facturen met de nummers 60068, 60080 en 60081, omdat Wit deze bij schrijven van 6 maart 2006 met opgaaf van redenen aan Wiv heeft geretourneerd.

3.18 Ten aanzien van de facturen met betrekking tot de telefoonkosten heeft Wit gesteld dat zij deze facturen vanaf 16 november 2005 niet meer hoeft te voldoen. Op 16 november 2005 heeft Wit namelijk Vodafone gevraagd de telefoon op haar naam over te schrijven. Dat dit niet is gelukt is te wijten aan Wiv, omdat zij haar medewerking hieraan heeft onthouden.

3.19 Met betrekking tot de kosten voor de leaseauto heeft Wit gesteld dat zij niet verantwoordelijk kan worden gehouden indien deze kosten na de overzetting bij Wiv in rekening zijn gebracht en dat de leaseauto op naam van Boukens BV is gezet.

3.20 Als laatste stelt Wit dat zij ook een vordering heeft op Wiv van [euro] 44.477,96, omdat Wiv de facturen van Wit over de periode 15 december 2005 tot 27 maart 2006 onbetaald heeft gelaten.

in reconventie

3.21 Wit heeft gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk

uitvoerbaar bij voorraad,

1. zal verklaren voor recht dat Wiv jegens Wit onrechtmatig heeft gehandeld door het contract met Vodafone voor de mobiele telefoon met nummer 06 5492061 op te zeggen;

2. Wiv zal veroordelen tot vergoeding van de door Wit geleden schade ten gevolge van de onrechtmatige daad zoals gesteld onder punt 1, nader op te maken bij staat;

3. Wiv zal veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Wit te betalen

een bedrag van [euro] 44.477,96 alsmede (primair) de overeengekomen rente van

10 % vanaf de dag van opeisbaarheid van de afzonderlijke facturen, (subsidiair)

de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van het indienen van de conclusie van de eis in reconventie;

4. Wiv zal veroordelen tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten conform de Metaalunievoorwaarden, zijnde een bedrag van [euro] 3.017,00;

5. Wiv zal veroordelen in de kosten van de procedure

3.22 Wit heeft daaraan - verkort en zakelijk weergegeven - het navolgende ten grondslag gelegd.

3.23 Wiv heeft onrechtmatig gehandeld jegens Wit, omdat zij opdracht heeft gegegeven voor het afsluiten van de mobiele telefoon van de heer Verdonschot, Hierdoor werd Wit voor haar klanten onbereikbaar, waardoor zij schade heeft geleden.

3.24 Wiv heeft zes facturen voor door Wit geleverde materialen in de periode 15 december 2005 tot 27 maart 2006 ad [euro] 32.410,96 onbetaald gelaten evenals de facturen voor rente en aflossing vanaf 31 december 2005 ter hoogte van [euro] 12.067,00. Wit heeft daarom een vordering op Wiv van [euro] 44.477,96.

3.25 Indien de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn op de transacties die tussen partijen hebben plaatsgevonden, zijn deze ook van toepassing op de openstaande facturen van Wit. Op grond van deze voorwaarden vordert Wit de contractuele rente van 10% en buitengerechtelijke incassokosten van [euro] 3.017,00.

4. DE BEOORDELING VAN HET GESCHIL

in conventie en reconventie

4.1 Aangezien het verweer van Wit in conventie heeft geleid tot één van de vorderingen in reconventie, zal de rechtbank de vordering in reconventie eerst bespreken.

in reconventie

Telefoon

4.2 Wit heeft niet bestreden, zoals door Wiv ter afwering van de vordering is gesteld, dat Wiv herhaaldelijk Wit heeft verzocht om de telefoon over te laten schrijven. Voorts heeft Wit onvoldoende gesteld om aannemelijk te maken dat de overschrijving niet is gelukt, doordat Wiv hieraan haar medewerking heeft onthouden. De brief van Vodafone van 31 maart 2006, overgelegd als productie 9 bij de conclusie van dupliek in conventie/conclusie van repliek in reconventie, waar Wit naar verwijst, kan deze stelling niet dragen. Uit deze brief blijkt namelijk dat Wiv bereid was om hieraan mee te werken, mits Wit de achterstallige betalingen zou voldoen. Tevens heeft Wit niet bestreden dat zij facturen ter zake van de telefoonkosten onbetaald heeft gelaten. Gezien deze feiten is de rechtbank van oordeel dat Wiv niet onrechtmatig jegens Wit heeft gehandeld door de telefoon af te laten sluiten.

Geldlening

4.3 Wit heeft op grond van een overeenkomst uit geldlening betaling van het bedrag van [euro] 12.067,00 van Wiv gevorderd, zijnde onbetaald gelaten facturen met betrekking tot rente en aflossing. Ter onderbouwing van haar vordering heeft zij als productie 2 bij de conclusie van antwoord/eis in reconventie een overeenkomst van koop en verkoop aandelen overgelegd, waar in artikel 10 een overeenkomst van geldlening is opgenomen. Deze overeenkomst is echter gesloten tussen Vebit enerzijds en de heren [naam 2] en [naam 3] anderzijds. Voor dit deel van haar vordering zal de rechtbank daarom Wit niet-ontvankelijk verklaren.

Levering materialen

4.4 Voorts heeft Wit gesteld dat zij een vordering ter hoogte van [euro] 32.410,96 op Wiv heeft uit hoofde van geleverde materialen. Met betrekking tot de nota's met de nummers 500120, 500127, 600003 en 600013 heeft Wiv als verweer aangevoerd dat deze niet opeisbaar zijn, omdat Wit ondanks verzoeken hiertoe de onjuiste bedragen niet heeft gecorrigeerd. Wit heeft dit verweer getracht te weerleggen door te stellen dat zij de facturen weer aan Wiv heeft gestuurd en dat Wiv deze vervolgens zonder protest heeft behouden. De brief van 28 maart 2006 waar Wit in dit verband naar verwijst, te weten productie 15 bij de conclusie van dupliek in conventie/ conclusie van repliek in reconventie, kan deze stelling niet dragen, aangezien deze betrekking heeft op andere factuurnummers. Hierdoor blijft onweersproken dat de door gefactureerde bedragen onjuist waren, zodat de vorderingen van Wit nog niet opeisbaar zijn.

4.5 Wiv heeft de verschuldigdheid van de nota's met nummer 500121 en 600019, met een totaal bedrag van [euro] 3.868,69 niet bestreden, maar heeft gesteld dat zij de betaling ervan heeft opgeschort, omdat Wit in gebreke bleef met de betaling van haar nota's. Gezien het onderstaande oordeel in conventie, slaagt het beroep van Wiv op opschorting. Omdat Wiv met betrekking tot deze nota's een beroep doet op verrekening, zal het toe te wijzen bedrag in conventie met [euro] 3.868,69 worden verminderd.

4.6 Op grond van het voorstaande is Wit niet-ontvankelijk in de vordering uit geldlening en zullen de overige vorderingen van Wit worden afgewezen. Wit zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

In conventie

4.7 Wit heeft de vordering van Wiv bestreden door enerzijds een beroep op opschorting te doen en anderzijds een aantal vorderingen te betwisten. De rechtbank zal eerst beoordelen of Wit terecht een beroep op opschorting heeft gedaan. Anders dan Wiv is de rechtbank van oordeel dat het beroep van Wit op opschorting niet strandt wegens onvoldoende samenhang tussen de vorderingen op Wiv en de verbintenissen jegens Wiv, aangezien partijen regelmatig zaken met elkaar deden. Voor een geslaagd beroep op opschorting dient vervolgens beoordeeld te worden of Wit een opeisbare vordering tot nakoming heeft op Wiv, omdat Wiv haar verplichtingen jegens Wit niet of niet behoorlijk is nagekomen.

4.8 Wit heeft onvoldoende gesteld om aannemelijk te maken dat Wiv offerteaanvragen van Wit onbehandeld heeft gelaten om vervolgens klanten buiten Wit om te benaderen. Dit blijkt namelijk niet uit de producties waarnaar Wit in dit kader verwijst, te weten producties 4 en 5 bij de conclusie van antwoord/ conclusie van eis in reconventie. Hoewel in de als productie 4 overgelegde e-mails Wit verzoeken tot offertes doet, blijkt daar niet uit dat Wiv deze stelselmatig onbehandeld heeft gelaten. Gezien het gebrek aan onderbouwing van dit verweer en de betwisting ervan door Wiv, is de rechtbank van oordeel dat de schending van deze verplichting door Wiv niet is komen vast te staan.

4.9 Wit heeft gesteld dat Wiv op basis van tussen hen gemaakte afspraken de verplichting had om revisietekeningen aan haar af te geven. Wiv heeft dit bestreden en aangevoerd dat partijen weliswaar samenwerkten, maar dat een uitgebreid draaiboek, waarin de verplichtingen van Wiv jegens Wit waren opgenomen, ontbrak. Wit heeft deze betwisting door Wiv onvoldoende weerlegd. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom niet komen vast te staan dat er afspraken zijn op grond waarvan Wiv gehouden was tot de afgifte van de revisietekeningen aan Wit.

4.10 Dit geldt tevens voor het verweer van Wit met betrekking tot de verplichting tot het ter plaatse opleveren door Wiv aan Wit. Uit de als productie 4 bij de conclusie van antwoord/ conclusie van eis in reconventie overgelegde e-mails blijkt dat Wit aan Wiv verzoeken tot oplevering heeft gedaan, maar hieruit volgt niet dat deze verzoeken berustten op tussen partijen gemaakte afspraken hieromtrent.

4.11 Voorts heeft Wit ter ondersteuning van haar verweer aangevoerd dat de verplichting tot oplevering aan Wit volgt uit artikel 12 van de Metaalunievoorwaarden, voor zover deze van toepassing zijn. De rechtbank zal daarom eerst de toepasselijkheid van deze voorwaarden beoordelen. Wiv heeft gesteld dat de Metaalunievoorwaarden op haar werkzaamheden van toepassing zijn. Wit heeft dit bestreden door te verwijzen naar haar opdrachtbevestigingen waarop geen algemene voorwaarden staan vermeld. Zij verbindt hieraan de conclusie dat er geen voorwaarden zijn overeengekomen en dat partijen derhalve een afwijkende regeling zijn overeengekomen. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet juist. De door Wiv overgelegde producties 34 en 35 bij de conclusie van dupliek in reconventie ondersteunen het standpunt van Wiv dat zij voorafgaand aan een opdracht een offerte aan Wit verzond waarop stond vermeld dat de Metaalunievoorwaarden van toepassing waren. Door acceptatie van deze offerte rechtsverhouding tussen partijen van toepassing zijn.

4.12 Artikel 12 van de Metaalunievoorwaarden bevat regels omtrent het opleveren van het werk. Volgens artikel 12 lid c wordt het werk ook als opgeleverd beschouwd wanneer de opdrachtnemer dit schriftelijk aan de opdrachtnemer heeft meegedeeld en de opdrachtgever niet binnen veertien dagen schriftelijk kenbaar heeft gemaakt of het werk al dan niet is goedgekeurd. Hieruit volgt dat niet is komen vast te staan dat er een verplichting op Wiv rustte om de projecten ter plaatse aan Wit op te leveren.

4.13 Daarnaast heeft Wit aangevoerd dat Wiv bij verscheidene projecten haar verplichtingen jegens Wiv heeft geschonden. De rechtbank zal deze hierna behandelen, voor zover Wit deze afzonderlijk heeft onderbouwd.

4.14 Wit heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd om aannemelijk te maken dat het niet functioneren van de Nettendroger het gevolg was van een onjuiste installatie door Wiv en dat de overschrijding van de termijn aan Wiv te wijten was. Hierdoor is niet komen vast te staan dat Wiv haar verplichtingen in dit project jegens Wit niet is nagekomen.

4.15 Wit heeft haar verweer dat Wiv de installatie bij het project Chocolate Bar niet volgens de voorschriften heeft geplaatst en geweigerd heeft om herstelwerkzaamheden uit te voeren niet nader onderbouwd. Gezien de betwisting hiervan door Wiv, had het op de weg van Wit gelegen dit verweer nader te onderbouwen. Nu zij dit heeft nagelaten, is niet komen vast te staan dat Wiv haar verplichtingen met betrekking tot dit project heeft geschonden.

4.16 Wit heeft haar verweer dat Wiv bij het project Wonders in Bergen haar verplichting tot het verhelpen van storingen niet is nagekomen op geen enkele wijze onderbouwd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de schending van een verplichting van Wiv niet is komen vast te staan.

4.17 Ook ten aanzien van het project Urenco heeft Wit aangevoerd dat Wiv haar verplichting om storingen te verhelpen niet is nagekomen. Gezien de gemotiveerde betwisting hiervan door Wiv, had het op de weg van Wit gelegen haar stelling nader met bescheiden te onderbouwen. Nu zij dit heeft nagelaten, is niet komen vast te staan dat er op Wiv een verplichting rustte tot het verhelpen van deze storing en dat zij deze niet is nagekomen.

4.18 Ten aanzien van het project Rookmachine heeft Wit tegenover de gemotiveerde betwisting door Wiv, onvoldoende gesteld om aannemelijk te maken dat Wiv naast de installatie ook verantwoordelijk was voor het ontwerp van het prototype van de rookmachine. De brieven van 30 juni 2005 en 31 december 2005, waarnaar Wit verwijst en welke zijn overgelegd als productie 12 bij de conclusie van dupliek in conventie/conclusie van repliek in reconventie, tonen dit niet aan, aangezien deze zien op de verhouding tussen de klant en Wit.

4.19 Met betrekking tot het project Goubergh heeft Wit aangevoerd dat de installatie door Wiv onjuist is uitgevoerd. Gezien de betwisting door Wiv bij repliek, had het op de weg van Wit gelegen om haar stellingen op dit punt nader te onderbouwen en met bescheiden te staven. Nu zij dit heeft nagelaten, is niet komen vast te staan dat Wiv de installatie niet juist heeft uitgevoerd.

4.20 Ten aanzien van het project Oude Rijkswerf heeft Wit aangevoerd dat op Wiv de verplichting rustte om aan haar meetrapporten onderhoud aan te leveren. Zij heeft echter niet aangegeven op grond waarvan deze verplichting bestond. Mede gezien de door Wiv als productie 10 overgelegde verklaring, waaruit blijkt dat de opdrachtgever van Wit geen aanmerkingen had op het werk van Wiv, is daarom niet vast komen te staan dat Wiv haar verplichtingen tot het afgeven van meetrapporten onderhoud heeft geschonden.

4.21 Wit heeft aangevoerd dat zij de factuur met nummer 60018 van 14 januari 2006 met betrekking tot het project NAC niet heeft ontvangen. Wiv heeft dit bestreden met een verwijzing naar de reactie van NAC, die als productie 12 door Wiv is overgelegd. Uit deze reactie blijkt namelijk dat NAC alle betalingen aan Wit heeft voldaan. Hieruit trekt Wiv (bij repliek) de conclusie dat Wit de beschikking moet hebben gehad over de nota van Wiv, anders had zij het verschuldigde bedrag niet aan NAC kunnen factureren. Die conclusie is niet bestreden door Wit. Daarom is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat Wit de factuur niet heeft ontvangen. Er is daarom geen grond, mede gezien het feit dat Wit de vordering van Wiv niet heeft betwist, om de betaling van deze factuur op te schorten.

4.22 Wit heeft ten aanzien van factuur met nummer 60074 aangevoerd dat de werkzaamheden niet zijn opgeleverd en dat Wiv verzuimd heeft informatie naar NAC te zenden. Uit r.o. 4.6 in dit vonnis blijkt dat Wiv niet gehouden was ter plaatse aan Wit op te leveren. Aangezien Wit heeft nagelaten haar stelling met betrekking tot het niet verzenden van informatie te onderbouwen, is ook de schending van deze verplichting niet komen vast te staan.

4.23 Als laatste heeft Wit aangevoerd dat haar een beroep op opschorting toekomt omdat Wiv een vordering ter hoogte van [euro] 44.477,96 onbetaald heeft gelaten. In reconventie is echter vast komen te staan dat de vordering van Wit maar tot een bedrag van [euro] 3.868,69 opeisbaar was. Gezien de verhouding tussen het door Wiv onbetaald gelaten bedrag en het door Wiv gevorderde bedrag komt Wit geen beroep op opschorting toe, aangezien dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

4.24 Uit het bovenstaande volgt dat er geen gronden zijn die een beroep op opschorting door Wit rechtvaardigen.

4.25 Wit heeft de vorderingen met betrekking tot de leaseauto en de telefoonkosten betwist. Met betrekking tot de leaseauto heeft Wit gesteld, zo begrijpt de rechtbank het verweer van Wit, dat niet Wit maar Boukens BV voor de betaling van de facturen van de leaseauto moet worden aangesproken. Aangezien Wit heeft nagelaten dit verweer te onderbouwen en zij, volgens het door haarzelf als productie 3 bij de conclusie van antwoord/ eis in reconventie overgelegde overzicht, de nota ten bedrage van [euro] 1.357,97 heeft geaccordeerd, gaat de rechtbank aan dit verweer voorbij. Ook het verweer van Wit dat zij de nota's voor de leaseauto niet behoeft te betalen, omdat het niet aan haar is te wijten dat de facturen hiervoor naar Wiv zijn gestuurd, kan niet slagen. Indien de facturen naar Wiv zijn gezonden, maar zien op kosten die ten behoeve van Wit zijn gemaakt, dient Wit deze te voldoen.

4.26 Anders dan Wit is de rechtbank van oordeel dat Wit ook de telefoonkosten die na haar poging tot overschrijving zijn ontstaan dient te betalen, aangezien deze kosten zijn ontstaan als gevolg van het gebruik van de telefoon door Wit.

4.27 Gezien het vorenstaande ligt de vordering van Wiv voor toewijzing gereed.

4.28 De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voor-werk II - worden afgewezen. Wiv heeft immers nagelaten een omschrijving te geven van de voor haar rekening verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. De kosten waarvan Wiv vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

4.29 Aangezien Wit niet heeft weersproken dat de door Wiv gevorderde contractuele rente op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing is, zal de rechtbank deze toewijzen. Wiv heeft de rente gevorderd vanaf het moment dat de gehele vordering opeisbaar is geworden. Aangezien de als productie 3 bij de dagvaarding overgelegde sommatie niet ziet op de gehele vordering, is de gevorderde rente pas toewijsbaar vanaf de dag der dagvaarding, zijnde 25 april 2006.

4.30 Wit zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld. In dat kader overweegt de rechtbank nog het volgende. In artikel 111 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat de eisende partij in het exploot van dagvaarding de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren dient te vermelden. Deze regel is in 2002 in het wetboek opgenomen om zoveel mogelijk te bewerkstelligen dat partijen de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren. Zodoende kan het schriftelijke debat tussen partijen in eerste instantie zoveel mogelijk worden beperkt tot één schriftelijke ronde.

In deze zaak vermeldt eiseres in de dagvaarding: "voor zover eiseres te hare informatie bekend zal gedaagde geen verweer voeren tegen de vorderingen van eiseres. Nimmer heeft eiseres enige reactie ontvangen van gedaagde."

Uit het verdere verloop van de procedure is echter gebleken dat partijen lange tijd over verschillende onderdelen van de vorderingen over en weer met elkaar hebben gesproken en gecorrespondeerd. Dat is onder meer nog gebeurd in correspondentie met de advocaat van eiseres enkele weken voor het uitbrengen van de dagvaarding. Eiseres heeft daarom niet voldaan aan haar hiervoor bedoelde substantiëringsplicht. Onder meer daarom is nog een tweede schriftelijke ronde met re- en dupliek noodzakelijk geweest.

Hierin ziet de rechtbank aanleiding om het toe te wijzen bedrag aan salaris voor de procureur te baseren op drie punten van het liquidatietarief in plaats van vier.

5. DE BESLISSING

De rechtbank:

In conventie

Veroordeelt Wardenaar Infrarood Technologie B.V. tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Wardenaar Infrarood Verwarming B.V. te betalen een bedrag van [euro] 66.910,46 (zegge: zesenzestigduizend negenhonderdentien euro en zesenveertig eurocent), vermeerderd met de overeengekomen rente ad 10% per jaar over dat bedrag vanaf 25 april 2006, tot aan de voldoening.

Verwijst Wardenaar Infrarood Technologie B.V. in de kosten van het geding, die van voormelde beslagen daaronder begrepen, tot heden aan de zijde van Wardenaar Infrarood Verwarming B.V. begroot op [euro] 2.035,04 aan verschotten en op [euro] 2.682,00 aan salaris van de procureur.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie

Verklaart Wardenaar Infrarood Technologie B.V. niet ontvankelijk in de vordering uit geldlening.

Wijst de overige vorderingen af.

Verwijst Wardenaar Infrarood Technologie B.V. in de kosten van het geding, tot heden aan de zijde van Wardenaar Infrarood Verwarming B.V. begroot op [euro] 894,00 aan salaris van de procureur.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. L.J. Saarloos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 december 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.