Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BC5197

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
06-12-2007
Datum publicatie
27-02-2008
Zaaknummer
242267 - CV EXPL 07-1565
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Reparatiewerk aan het serredak van een restaurant. Gedaagden schorten betalingen op. Ktr. 'een nadere ingebrekestelling is niet nodig. Immers op het moment dat de lekkage optreedt staat vast dat eiser tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met gedaagden. Dat verzuim was op dat moment niet meer ongedaan te maken'.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Den Helder

Zaaknr/rolnr.: 242267 \ CV EXPL 07-1565 WG

Uitspraakdatum: 6 december 2007

Vonnis in de zaak van:

[eiser], wonende althans zaakdoende te Amstelveen

eiser

gemachtigde: J. v.d. Vlies, gerechtsdeurwaarder te Den Helder

tegen

1. de vennootschap onder firma Quinty's Enzo, mede h.o.d.n. Pension Zeekraal, gevestigd en kantoorhoudende te De Koog, gemeente Texel

2. [vennoot2], vennoot van gedaagde sub 1, wonende althans zaakdoende te De Koog, gemeente Texel

3. [vennoot3], vennoot van gedaagde sub 1, wonende althans zaakdoende te De Koog, gemeente Texel

gedaagden

gemachtigde: mr. V. Quint, advocaat te Almere.

Het procesverloop

Eiser heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 25 juni 2007.

Gedaagden hebben bij antwoord verweer gevoerd.

Vervolgens is gediend van repliek en dupliek.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

1. Nadat gedaagden op 3 november 2006 een pand met een serre hadden gekocht teneinde daarin per 7 december 2006 een restaurant te exploiteren, ontdekten zij dat het serredak lekkage vertoonde.

Die serre was gebouwd door eiser, reden voor gedaagden om eiser te verzoeken die lekkage te verhelpen.

Eiser toonde zich daartoe bereid, mits gedaagden de helft van de nog openstaande rekening van de vorige eigenaar van het litigieuze pand ten bedrage van €1.433,95 aan eiser zouden betalen.

Gedaagden hebben dat bedrag aan eiser betaald.

2. Op 1 december 2006 heeft eiser in opdracht van gedaagden onder meer werkzaamheden verricht aan het serredak.

3. Na nieuwe lekkages heeft eiser op 7 december 2006 wederom reparatiewerk aan het dak verricht.

4. Gedaagden hebben de door eiser opgestelde servicerapporten van 1 en 7 december 2006 ondertekend.

5. Na hernieuwde lekkage hebben gedaagden aan een derde opdracht gegeven het serredak te repareren.

Het geschil

6. Eiser vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van een bedrag ad € 2.197,37, rente en kosten rechtens.

Kort weergegeven stelt eiser dat gedaagden hebben ingestemd met betaling van de helft van de openstaande rekening van de vorige eigenaar van het litigieuze pand.

Op 1 december 2006 is het overeengekomen werk uitgevoerd, en na hernieuwde lekkage heeft eiser op 7 december 2006 wederom reparatie, nu op een andere plek aan het serredak, verricht.

Eiser acht zich niet in verzuim nu geen ingebrekestelling heeft plaatsgevonden.

Daarnaast stelt eiser dat de serre slecht was onderhouden en de aansluiting van het serredak met de rabatdelen van het pand voldeed niet meer.

De lekkage na 1 december 2006 is tevens toe te rekenen aan een hevige storm met regen. Gedaagden hebben het werk akkoord bevonden gezien de getekende servicerapporten.

7. Voor zover relevant wordt hierna bij de beoordeling ingegaan op het verweer gedaagde.

De beoordeling

8. Voor zover gedaagden zich ten aanzien van de betaling van genoemd bedrag van € 1.433,95 beroepen op misbruik van omstandigheden wordt dat verweer verworpen, nu van omstandigheden als bedoeld in artikel 3:44 lid 4 BW, zoals noodtoestand of afhankelijkheid van gedaagden aan eiser e.d., niet is gebleken. Ook is de betaling niet onverschuldigd gedaan, nu die plaatsvond in het kader van een opdracht aan eiser, dus met een rechtsgrond.

9. Het verweer van gedaagden dat eiser wanprestatie heeft gepleegd treft doel. In dit verband wordt allereerst overwogen dat ondertekening van servicerapporten niet meer inhoudt dan een acceptatie door gedaagden van de opgegeven arbeidsuren e.d.. Met die ondertekening wordt uiteraard niet tot uitdrukking gebracht dat eiser geen wanprestatie zou hebben gepleegd, nu de vaststelling daarvan pas na regen kan worden vastgesteld.

10. Gedaagden hebben aan eiser de opdracht tot de reparatie van het serredak gegeven omdat eiser die serre had gebouwd en omdat hij de reparatie voor de opening van de restaurant kon uitvoeren.

Mede in het licht van deze feiten is van belang dat eiser bij het aanvaarden van de opdracht geen enkel voorbehoud heeft gemaakt, terwijl ook de hoogte van de in rekening gebrachte kosten geen aanwijzing vormt voor een beperkte opdracht of een voorwaardelijke aanvaarding daarvan. Gedaagden mochten er van uitgaan dat eiser het dak afdoende zou repareren.

Op het moment dat na regenval bleek dat zulks niet het geval was, verkeerde eiser in verzuim. Een nadere ingebrekestelling was daarvoor niet nodig.

Immers op het moment dat de lekkage optreedt staat vast dat eiser te kort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met gedaagden. Dat verzuim was op dat moment niet meer ongedaan te maken.

Eiser heeft zich nog beroepen op een storm, doch dat vormt in het Nederlandse klimaat uiteraard geen verschoning van zijn wanprestatie.

Ook het slechte onderhoud van de serre, alsmede de onjuiste aanhechting van het serredak met rabatdelen van het hoofdpand, vormt geen verschoning. Eiser had ter zake een voorbehoud kunnen maken, dan wel een behoorlijk bestek kunnen geven aan gedaagden.

11. Het vorenoverwogene betekent dat gedaagden tegenover de wanprestatie van eiser terecht hun betalingsverplichting hebben opgeschort, zodat het gevorderde zal worden afgewezen. Eiser dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt eiser in de proceskosten, die tot heden voor gedaagden worden vastgesteld op een bedrag van € 300,00 voor salaris van de gemachtigde van gedaagden, waarover eiser geen BTW verschuldigd is.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.G. Vroom, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 6 december 2007 in het openbaar uitgesproken.