Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BB7949

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
01-05-2007
Datum publicatie
15-11-2007
Zaaknummer
14.810048-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.810048.07

Datum uitspraak: 1 mei 2007

OP TEGENSPRAAK (raadsvrouw bepaaldelijk gevolmachtigd)

VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

wonende te [Adres en woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 april 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank het tenlastegelegde zal bewezen verklaren en de verdachte zal veroordelen tot gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de tijd die door de verdachte in verzekering is doorgebracht;

- de vordering van de officier van justitie tot gevangenneming van verdachte;

- hetgeen door de bepaaldelijk gevolmachtigde raadsvrouw verdachte, mr. B. Roodveldt, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

hij op of omstreeks 26 november 2006 in de gemeente Schermer (in/uit een woning gelegen aan [adres 1] te Schermerhorn) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 18.000,= euro) en/of een of meer hoeveelhe(i)d(en) softdrugs (in totaal ongeveer 450 gram) (bestaande uit een of meer joints, zakjes wiet en/of brokken hash) en/of een weegschaal en/of twee, althans een, geldtelmachine(s) (bestemd voor het tellen van munt- en/of briefgeld) en/of

een mobiele telefoon ("Sony Ericson") en/of een of meer tas(sen), in ieder geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- nadat die [slachtoffer 1] de deur van zijn woning op aankloppen / aanbellen had geopend, die deur (met kracht) heeft/hebben opengeduwd en/of (vervolgens) die woning is/zijn binnengestormd en/of gerend en/of gegaan en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben weggeduwd en/of omvergeduwd, als gevolg waarvan die [slachtoffer 1] op de grond is gevallen, en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] (met kracht) bij de nek, althans het lichaam, heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- in het bijzijn van die [slachtoffer 1] op dreigende toon heeft/hebben gezegd: "Pak een mes. Pak een mes. Steek hem neer. Laat hem stil zijn. We pakken niets wat niet van jou is" en/of "We weten van je dochter. We hebben de tip uit Beverwijk. Waar is het geld. Waar is jouw kluis. Waar is de wiet. We weten alles van de shop", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] (in een vertrek van die woning) heeft/hebben vastgehouden, terwijl die woning ondertussen werd doorzocht, en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] (met kracht) naar de bovenverdieping / zolder van die woning heeft/hebben geduwd en/of getrokken, waarbij die [slachtoffer 1] (stevig) werd vastgehouden, en/of

- (vervolgens) toen die [slachtoffer 1] verdachte en/of zijn mededader(s) in het gezicht keek, die [slachtoffer 1] op dreigende toon heeft/hebben gezegd: "Je moet niet kijken. Je moet je hoofd omlaag houden", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of (aansluitend) die [slachtoffer 1] heeft/hebben weggedraaid en/of omgedraaid en/of

- (vervolgens) in de broekzak(ken) van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevoeld en/of

- (op een gegeven moment) op dreigende toon tegen die [slachtoffer1] heeft/hebben

gezegd: "Ga op de grond liggen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] (met kracht) op de grond heeft/hebben geduwd en/of in het bijzijn van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij moest worden vastgebonden en/of

- (vervolgens) terwijl die [slachtoffer 1] (op zijn buik) op de grond lag, (met (een) kabel(s) en/of (een) (elektriciteits)snoer(en)), de handen van die [slachtoffer 1] (bijeen) (op de rug) heeft/hebben vastgebonden en/of de benen van die [slachtoffer 1] (bijeen) heeft/hebben vastgebonden, en/of

- (uiteindelijk) die [slachtoffer 1] zo heeft/hebben laten liggen en/of (vervolgens) die woning heeft/hebben verlaten.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vordering worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

hij op 26 november 2006 in de gemeente Schermer in een woning gelegen aan [adres 1] te Schermerhorn tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geldbedragen en hoeveelheden softdrugs (bestaande uit joints, wiet en hash) en een weegschaal en tassen, toebehorende aan [slachtoffer 1],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen genoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en zijn mededaders:

- nadat die [slachtoffer 1] de deur van zijn woning op aankloppen had geopend, die deur met kracht hebben opengeduwd en vervolgens die woning zijn binnengerend en

- die [slachtoffer 1] op de grond hebben geduwd en

- vervolgens, terwijl die [slachtoffer 1] op zijn buik op de grond lag, met elektriciteitssnoeren, de handen van die [slachtoffer 1] bijeen op de rug hebben vastgebonden en de benen van die [slachtoffer 1] bijeen hebben vastgebonden, en

- uiteindelijk die [slachtoffer 1] zo hebben laten liggen en vervolgens die woning hebben verlaten.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

? De verklaring van de getuige [slachtoffer 1] op de terechtzitting van 17 april 2007 afgelegd, voor zover zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 26 november 2006, rond 23.00 uur werd er bij mij thuis aangeklopt. Ik doe de voordeur open en ik zie iemand weglopen. Ik zag dat er drie jongens binnen stormden. Ik heb in eerste instantie gezien dat een meisje voor de deur stond. Ik probeerde de deur dicht te duwen. De deur werd open getrapt. Op zolder hebben ze spullen en geld gepakt. Ik werd op de grond gewerkt en ik werd vastgebonden met een elektriciteitskabel van een faxapparaat. Deze hebben ze losgetrokken.

Het is juist dat ik een camera op mijn voordeur heb. Ik heb deze beelden afgestaan aan de politie. Ik heb deze beelden een dag of twee later terug gekregen. Het is juist dat ik deze beelden in mijn kennissenkring heb laten zien. Een kennis meende de verdachten op de beelden te zien.

? De verklaring van de getuige [getuige 1] op de terechtzitting van 17 april 2007 afgelegd, voor zover zakelijk weergegeven inhoudende:

Ik was met meerdere personen in Schermerhorn.

? De eigen waarneming van de rechtbank betreffende de inhoud van de opnamen van de bewakingscamera, bevestigd bij de voordeur van aangever aan [adres 1] te Schermerhorn.

De rechtbank heeft ter terechtzitting de opnamen van deze bewakingscamera bekeken die zijn gemaakt op 26 november 2006. Op deze beelden heeft de rechtbank gezien dat er rond 23.00 uur door een vrouwspersoon aan de deur wordt geklopt en dat enkele manspersonen zich achter een muur begeven. Enkele momenten later is te zien dat de vrouwspersoon wegloopt en dat drie manspersonen naar de deur rennen, waarbij door de voorste persoon een trappende beweging richting de deur wordt gemaakt en dat deze drie personen vervolgens naar binnen gaan. Vervolgens is te zien dat ongeveer 10 minuten later deze drie personen met twee tassen weer lopend naar buiten begeven.

? Het proces-verbaal met nummer PL1000/06-279394 van 29 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar J. Olij.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 29 november 2006 tegenover verbalisant voornoemd afgelegde verklaring van de aangever [slachtoffer 1]:

Ik doe aangifte van diefstal met geweld en verklaar u het volgende.

Ik woon aan [adres 1] te Schermerhorn. Op 26 november 2006 omstreeks 23.05 uur was ik alleen thuis en hoorde ik dat er iemand op mijn voordeur klopte.

Toen ik de deur open deed zag ik een vrouw die ik niet kende. Ik zag dat de vrouw meteen wegdraaide naar links. Nadat zij dit deed zag ik dat er drie mannen de hal van mijn woning binnen stormden.

Terwijl ik door dader 1 werd vastgehouden in de gang, zag ik dat dader 2 en 3 mijn huis aan het doorzoeken waren.

Ik zag dat dader 2 en 3 op de zolder stonden voor mijn dressoir.

Ik wees de lade aan van mijn dressoir waar het geld lag. Ik zag dat dader 3 het geld uit de lade pakte en het aan dader 2 gaf. Ik zei: “daar liggen tassen en spullen”. Ik bedoelde hiermee wiet en joints. Ik keek hierbij dader 2 en 3 in het gezicht en heb ze goed kunnen zien.

Ik voelde dat ik hardhandig op de grond werd geduwd door dader 1, 2 en 3.

Ik lag op mijn buik en ik voelde dat mijn handen en voeten bij elkaar werden gebonden door middel van netvoedingskabels. Ik lag op mijn buik en mijn handen werden op mijn rug vastgebonden. Mijn benen werden bij elkaar vastgebonden.

Ik hoorde dader 2 zeggen: “kom [M] we gaan”.

Op het moment dat de daders naar beneden liepen, heb ik mij los gemaakt. De kabels zaten niet strak.

Voordat de daders binnen waren lag er 2500 a 3000 Euro op de trap. Ik zag dat dit geld verdwenen was.

Ik zag dat de daders de volgende goederen hadden meegenomen:

- 480 gram wiet

- in totaal 18.000 Euro;

- een weegschaal, merk Weda;

Ik zou zeker twee van de daders kunnen herkennen.

Omschrijving signalement verdachte 2:

- man

- 25 jaar oud

- 1.80 meter

- Marokkaans/Turks uiterlijk

- Stevig postuur

- Zwart haar

- Licht getint gezicht

- Baardje

- Donkere ogen

Omschrijving signalement verdachte 3:

- man

- 25 jaar oud

- iets kleiner dan verdachte 2

- Marokkaans uiterlijk

- Normaal postuur

- Zwart haar

Omschrijving signalement verdachte 1:

- man

- 30 jaar oud

- kleinste van de 3

- zwart kort haar.

? Het proces-verbaal met nummer PL1000/06-279394 van 7 februari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar M.D.W. Groot.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant:

Op woensdag 7 februari 2007 confronteerde ik in het bureau van politie te Alkmaar, met behulp van de confrontatiespiegel, de aangever [slachtoffer 1] met de verdachte [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats].

? Het proces-verbaal met nummer PL1000/06-279394 van 7 februari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar M.D.W. Groot.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 februari 2007 tegenover verbalisant M.D.W. Groot voornoemd afgelegde verklaring van [slachtoffer 1]:

Ik kan u verklaren dat ik de persoon waarmee u mij heeft geconfronteerd voor 100 procent herken als één van de personen die mij heeft overvallen op 26 november 2006.

? Het proces-verbaal met nummer PL1000/06-279394 van 27 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren N. Holswilder en J. Luucies.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant:

Op 26 november 2006 omstreeks 23.18 uur kregen wij de opdracht te gaan naar [adres 1] te Schermerhorn. Alhier zou een overval hebben plaatsgevonden waarbij drie Marokkaanse mannen betrokken zouden zijn.

Ter plaatse werden wij aangesproken door de bewoner van [adres 2]. Wij hoorden dat deze bewoner zei: “Het is weer raak geweest aan de overkant. Volgens mij is hij overvallen. Ik zag drie jongens met zwarte tassen wegrennen in de richting van de [adres 3]”.

In de woning werd ik, Holswilder, aangesproken door het slachtoffer [slachtoffer1]. [slachtoffer 1] meldde door drie mannen te zijn overvallen in zijn woning.

? Het proces-verbaal met nummer PL1000/06-279394 van 7 december 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren J. Olij en J.M. Schouwenaars.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisanten:

Ik, verbalisant Olij heb de beelden bekeken van de camera waarop de overvallers te zien zouden zijn.

Ik verbalisant zag dat nadat de vrouw had aangebeld er drie jongens de woning betraden. Ik herkende de eerste persoon die de woning betrad als zijnde [getuige 1].

Ik, verbalisant Schouwenaars, heb de printen van de beelden van de beveiligingscamera bekeken. Ik herkende twee van de overvallers als zijnde [getuige 1] en [mededader 1].

? Het proces-verbaal met nummer PL1000/06-279394 van 7 december 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar E.D.L. de Jong.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant:

Naar aanleiding van een overval in de woning [adres 1] te Schermerhorn op 26 november 2006 heb ik een onderzoek ingesteld.

Op de zolderverdieping waren twee ruimtes, gescheiden door een houten wand met een deur.

Voorts lag er op de vloer een zwart elektriciteitssnoer waarin enkele knopen zaten.

? Het proces-verbaal met nummer PL1000/06-279394 van 30 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar J. Luucies.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 november 2006 tegenover verbalisant J. Luucies voornoemd afgelegde verklaring van de getuige [getuige 2]:

Ik woon aan [adres 2] te Schermerhorn. Op 26 november 2006, omstreeks 23.10 uur zat ik op de bank in de woonkamer. Ik had goed zicht op de woning van de buurman op [adres 1]. Ik zag voor de woning van de buurman 2 jongemannen staan. Op een gegeven moment stormden de jongens naar binnen. Ongeveer 10 a 15 minuten later zag ik dat de twee jongens hard weglopen in de richting van [adres 4]. Ik zag de jongens twee tassen met zich meedroegen.

5. NADERE BEWIJSOVERWEGING

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastegelegde diefstal met geweld door twee of meer verenigde personen wettig en overtuigend bewezen kan worden. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet alle ten laste gelegde geweldshandelingen wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Het met geweld naar binnen treden in de woning en het op de grond vastbinden van het slachtoffer zijn de geweldshandelingen die naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hiervan is door de aangever aangifte gedaan, die door hem ter terechtzitting onder ede is bevestigd. Het aanvullend bewijs voor deze geweldshandelingen kan naar het oordeel van de rechtbank worden gevonden in de opnamen van de bewakingscamera die door de rechtbank ter terechtzitting zijn bekeken en in voormeld proces-verbaal van de opsporingsambtenaar De Jong waarin melding wordt gemaakt van het aantreffen van een elektriciteitssnoer met knopen.

Door de raadsvrouw van verdachte is onder meer naar voren gebracht dat haar cliënt ten tijde van het plegen van het delict met zijn arm in het gips liep. Nu de aangever niet rept over een persoon met zijn arm in het gips en nu op de camerabeelden ook geen persoon voorkomt met de arm in het gips meent de raadsvrouw dat haar cliënt daar toen niet is geweest zodat vrijspraak dient te volgen.

De rechtbank verwerpt dit verweer nu verdachte op geen enkele wijze heeft willen meewerken aan een onderzoek naar de feitelijke juistheid van de bewering dat hij ten tijde van de overval op de woning in Schermerhorn op 26 november 2006 met zijn arm in het gips liep. Ook overigens is dit op geen enkele wijze aannemelijk geworden.

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft samen met twee anderen het slachtoffer in zijn woning overvallen. Verdachte is met zijn twee mededaders naar de woning toegegaan en zij hebben een vierde –vrouwelijke- persoon laten aankloppen omdat zij reeds het vermoeden hadden dat het slachtoffer voor hen de deur niet zou openen.

Nadat het slachtoffer de deur had geopend, is verdachte samen met zijn mededaders de woning binnen gegaan waarbij de deur met geweld werd open gehouden. Het slachtoffer is door de verdachte en zijn mededaders op de zolder aan handen en benen vastgebonden. De verdachte en zijn mededaders hebben vervolgens met medeneming van een geldbedrag, softdrugs, weegschaal en twee tassen de woning weer verlaten.

Zoals door het slachtoffer in zijn slachtofferverklaring omschreven is deze gebeurtenis door hem als zeer bedreigend en beangstigend ervaren en te verwachten valt dat hij nog geruime tijd zal lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen verdachte en zijn mededaders hem hebben aangedaan.

De rechtbank rekent het de verdachte en zijn mededaders aan dat een grove inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer is gemaakt door hem in zijn eigen woning – een plek waar hij wordt geacht zich veilig te kunnen voelen – te overvallen.

Niet alleen de aard en de ernst van het gepleegde feit, maar ook de gewelddadige wijze waarop het is uitgevoerd, heeft de rechtsorde ernstig geschokt. Een feit als het onderhavige voedt ook bij uitstek gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 6 februari 2007, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van vermogens-, Opiumwet- en geweldsdelicten tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld.

Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

Uit een briefrapport van mevrouw E. Yavuz-Aydogan, reclasseringswerker, gedateerd 12 maart 2007 blijkt dat verdachte niet heeft gereageerd op uitnodigingen van de zijde van de Reclassering Nederland.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

9. BENADEELDE PARTIJ

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet op de bij de wet voorgeschreven wijze middels een voegingsformulier is ingediend.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

11. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert het hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feit.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 15 maanden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet ontvankelijk in de vordering.

Wijst af de vordering tot gevangenneming.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B.H. Franke, voorzitter,

mr. N.O.P. Roché en mr. S.N. Schipper, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 mei 2007.