Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BB7338

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
13-09-2007
Datum publicatie
07-11-2007
Zaaknummer
57743 / HA ZA 02-101
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De geneeskundige behandelingsovereenkomst met een tandarts wordt ontbonden op grond van toerekenbare tekortkoming in de nakoming daarvan door de tandarts. Onder meer zijn de wortelkanaalbehandeling en plaatsing van kronen onnodig en niet naar de regelen der kunst verricht. De tandarts wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade als gevolg van die tekortkoming. Een voorschot op geleden immateriële schade wordt toegewezen en de zaak wordt voorts verwezen naar de schadestaatprocedure. De vordering van de tandarts tot betaling van openstaande facturen wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2008, 19

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

jfa/phl

zaaknummer / rolnummer: 57743 / HA ZA 02-101

datum: 13 september 2006

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

EISER [de tandarts],

gevestigd en praktijkhoudend te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer,

eiser in conventie bij dagvaarding van 25 januari 2002

verweerder in reconventie,

procureur voorheen mr. H.R.M. Jenné, thans zonder procureur,

advocaat voorheen mr. M.A.G. van der Burgt, vervolgens mr. D.M. Veerman te Volendam, thans zonder advocaat,

tegen

toev. nr. 4DN2311

GEDAAGDE [de patiënt],

wonende te Hoorn,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur voorheen mr J.C. Brouwer, thans mr. A.J. Vondeling-Van der Veen,

advocaat mr. H.E.C.A. Vlasman te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [de tandarts] en [de patiënt] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende gedingstukken:

- het tussenvonnis van 14 juli 2004 met de daarin genoemde gedingstukken;

- de akte overlegging en deponering van producties aan de zijde van [de tandarts];

- het deskundigenbericht van drs. W.Ph.L. Ouwerkerk, adviserend tandarts

d.d. 8 februari 2006;

- het deskundigenbericht van prof. dr. P.R.Wesselink, verbonden aan het Academisch Centrum Tandheelkunde te Amsterdam, d.d. 9 december 2004, met aanvullende brief van 23 mei 2005;

- het deskundigenbericht van drs. N. Postema, tandarts, d.d. 14 mei 2006;

1.2. Hierna heeft mr. Jenné zich als procureur onttrokken, vervolgens is door

mr. Vondeling -Van der Veen vonnis gevraagd. Daarop is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

In conventie en reconventie:

2.1. De rechtbank handhaaft hetgeen is overwogen in de tussenvonnissen van 8 oktober 2003 en 14 juli 2004.

2.2. Bij tussenvonnis van 14 juli 2004 heeft de rechtbank als deskundigen benoemd prof. dr. Wesselink, drs.N. Postema en drs. W.P.L. van Ouwerkerk, die gezamenlijk de navolgende vragen dienden te beantwoorden:

1a. Heeft [de tandarts] bij [de patiënt] verrichte wortelkanaalbehandelingen voor de elementen 36, 37, 46 en 47 uitgevoerd op grond van een terecht gediagnosticeerde noodzaak daartoe?

1b. Heeft [de tandarts] de bij [de patiënt] verrichte wortelkanaal behandelingen voor de elementen 36, 37 46, en 47 naar behoren uitgevoerd?

2. Voldeden de door [de tandarts] in eerste instantie bij [de patiënt] geplaatste kornen aan de daaraan te stellen eisen, voor wat betreft de kleur (zijn ze lichter, donkerder of hebben ze dezelfde kleur als de aangrenzende gebitselementen), de (pas)vorm, de (eventuele) scherpte van de randen en eventuele overige kwaliteitseisen?

3. Heeft [de tandarts] de (eerste) vier kronen vakkundig geplaatst? Kunt u ook aangeven of de behandeling voldeed aan de eisen die daaraan uit hygiënisch oogpunt worden gesteld?

4. Indien [de tandarts] de overige kiezen (waaronder de zogenoemde blauwe kies) heeft geslepen, kunt u dan aangeven of hiertoe aanleiding bestond en voorts of dit slijpen deugdelijk is geschied?

5. Waardoor is het plaatsen van nieuwe kronen ingegeven? Zijn de verrichtingen van tandarts [tandarts S] (zoals deze blijken uit de door [tandarts S] aan [de patiënt] verstuurde nota d.d. 10 april 2001, productie 2 bij conlusie van antwoord in conventie, eis in reconventie) hieraan mede debet geweest, en zo ja, in hoeverre? Wilt u de door [tandarts S] op 21 maart 2001 gemaakte röntgenfoto's in uw antwoord betrekken?

6. Heeft [de tandarts] de vier nieuwe kronen deugdelijk aangebracht? Zijn de hierop voorkomende (oranje) strepen eenvoudig te verwijderen?

7. Kunt u aangeven of [de tandarts] adequate nazorg heeft verricht?

8. Indien er bij [de patiënt] ontstekingen onder de kronen bestonden c.q. bestaan, kunt u dan aangeven hoe deze zijn ontstaan?

9. Is er bij [de patiënt] een gingivestomiebehandeling uitgevoerd?

10. Kunt u aangeven hoe de scheur in de voortand van [de patiënt] is ontstaan? Is deze scheur naar enige graad van waarschijnlijkheid veroorzaakt door het te snel terugtrekken van de verdovingsspuit?

11. Hoe beoordeelt u de kauwfunctie van [de patiënt]? Indien deze gebrekkig is, kunt u dan aangeven of deze situatie het gevolg si geweest van de tandheelkundige werkzaamheden van [de tandarts]?

12. Heeft [de tandarts] als tandarts in het algemeen zijn werkzaamheden verricht zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht? Indien u van mening bent dat [de tandarts] een of meer van de door hem verrichte werkzaamheden niet naar behoren heeft uitgevoerd, kunt u dan aangeven of, en zo ja op welke wijze, de gebitsproblemen die [de patiënt] ondervindt kunnen worden verholpen en welke kosten hiermee (bij benadering) zijn gemoeid?

13. Wat zijn de gebruikelijke tarieven (gespecificeerd per verrichting) voor de door [de tandarts] verrichte tandheelkundige werkzaamheden?

14. Welke bedragen (gespecificeerd per verrichting) kunnen - de bevindingen van het onderzoek in aanmerking nemende - in redelijkheid in rekening worden gebracht voor de door [de tandarts] uitgevoerde tandheelkundige behandelingen?

15. Geeft het onderzoek u nog aanleiding tot verdere opmerkingen? Zo ja, tot welke?

2.3. Bij de beantwoording heeft prof. dr. Wesselink de vragen 1a, 1b, 8 en 10 voor zijn rekening genomen, drs. Postema heeft de vragen 2 tot en met 7, 9, 11 en 12 beantwoord en drs. Van Ouwerkerk de vragen 13 en 14. In de respectievelijke deskundigenberichten van voormelde deskundigen zijn de vragen als volgt beantwoord.

Vraag 1 a. Bij het ontbreken van foto's voorafgaand aan de behandeling is dit moeilijk vast te stellen daar nu niets te zeggen valt over de omvang van eventueel aanwezige cariës en restauraties. Indien deze foto's inderdaad niet zijn gemaakt is er sprake van een tekortkoming. Uit de informatie van de patiënt blijkt dat de beslissing tot het uitvoeren van de kanaalbehandeling niet is opgenomen op basis van aanwezige pijn.

Vraag 1 b. Op basis van de aanwezige röntgenfoto's valt waar te nemen dat de kanaalvullingen tot op de juiste lengte zijn maar uit de omvang (breedte) van de kanalen lijkt er sprake te zijn van een minimale preparatie die mogelijk goed spoelen en voldoende reiniging in de weg staat. Uit de anamnese blijkt dat de behandeling niet onder cofferdam is uitgevoerd en ook geen lengtefoto's zijn gemaakt. Dat zou eventueel uit de rekeningen te destilleren zijn. Gedeclareerd moeten zijn tenminste 4 foto's voor alle vier de kiezen als de naast elkaar liggen kiezen tegelijkertijd behandeld zijn, nl. twee lengtefoto's en de eindfoto's welke laatste beschikbaar zijn. Als geen foto's zijn gemaakt dient elektrisch lengte te zijn bepaald hetgeen ook in de rekening terug te vinden moet zijn.

(aanvulling:) De heer [de tandarts] heeft mij uitgelegd op welke wijze de wortelkanaalbehandeling is uitgevoerd en aanvullende informatie gegeven ten aanzien van mijn antwoord op vraag 1b. Ik heb destijds gemeld dat mogelijk uit de omvang (breedte) van de gevulde kanalen op de röntgenfoto er sprake lijkt te zijn van een minimale preparatie. Met opzet heb ik deze voorzichtige formulering gebruikt daar dit moeilijk aan de hand van een röntgenfoto is vast te stellen. De heer [de tandarts] heeft mij gezegd dat hij minstens 3 maten vijlen verder heeft gevijld dat de eerste vijl die dentine afnam. Dit is een gebruikelijke procedure en zou betekenen dat de kanalen zowel op de juiste lengte als ook dikte zijn geprepareerd.

Hoewel de heer [de patiënt] (de rechtbank begrijpt: [de tandarts]) aanvullende informatie heeft gegeven over het maken van beginfoto's, gebruik van rubberdam en elektrische lengtebepaling, kan ik deze niet verifiëren.

Vraag 2 en vraag 5. Uit het verslag op het journaal van [tandarts S] maak ik op:

1. cementresten tussen de elementen en kronen

2. kroonranden sluiten niet aan en zijn op sommige plaatsten te dik. Dit is te zien op de röntgenfoto's van 2001 van tandarts Tevens.

3. niet in occlusaal contact met de antagonisten aan de linkerzijde. [tandarts S] slijpt in. De kleur is niet te bepalen omdat de kronen er niet meer zijn.

4. de eerste 4 kronen zijn onvoldoende doordat de randaansluiting niet correct is, te zien op de röntgenfoto's van [tandarts S] van 2001.

Vraag 3. Occlusie is niet in orde, zie [tandarts S], dus antwoord is nee. Hygiëne is niet te beoordelen.

Vraag 4. Een heel klein beetje van kiezen afslijpen die tegenover de kroon (moeten) functioneren komt veel voor en is niet risicovol. Wel moet patiënte duidelijk worden uitgelegd waarom aan een natuurlijk element wordt geslepen. Het slijpen lijkt correct te zijn gebeurd.

Vraag 6. De basiskleur is correct, de oranje strepen (fissuren) zijn makkelijk te verwijderen. Zoals ik de kronen nu aantref is de pasvorm van allemaal onvoldoende. De outline (kroonrand) zit diep onder het tandvlees. Het is niet duidelijk of dat noodzakelijk was in verband met cariës. De preparaties zijn erg kort. De vorm van de binnenzijde van de kronen komen niet overeen met de vormen van depreparaties van de stompen. Ik trof de kronen aan zonder cement. Er was geen cariës. Er waren nergens labiale of linguale vullingen.

Vraag 7. De kronen zijn niet geplaatst met definitief cement. Het niet definitief plaatsen van de kronen is risicovol! De retentie van de tijdelijk geplaatste kronen dient regelmatig gecontroleerd te worden. De nazorg lijkt onvoldoende, ik trof vier ontstekingen aan onder de vier molaren. De 36 vertoont een abces in de buccale (wangzijde) omslagplooi. Ik heb [de patiënt] geadviseerd om naar de huistandarts te gaan.

Vraag 8. Er bestaan zeer zeker bij de beide kiezen linksonder ontstekingen, wat opmerkelijk is zo kort na het uitvoeren van een kanaalbehandeling aan kiezen die, het lijkt, levende pulpae hebben bevat voorafgaand aan de behandeling. Waarschijnlijk is tijdens de behandeling besmetting opgetreden, mogelijk door het niet toepassen van cofferdam of sluiten nu de kanaalvullingen onvoldoende af. Normaal gesproken ligt het succespercentage bij de behandelingen rond 90%, hier lijkt dit niet het geval. De snelle aanwezigheid van de ontstekingen is sterk suggestie voor een kwalitatief onvoldoende behandeling

(aanvulling:) De snelle aanwezigheid van de ontstekingen is sterk suggestief maar niet zonder meer een bewijs voor een kwalitatief onvoldoende behandeling

Vraag 9. Er is zeer waarschijnlijk geen gingivectomie gedaan, omdat er geen sprake is van enig parodontaal verval. Als er gingiva is weggehaald, dan is dat zeer waarschijnlijk tengevolge van irritatie van de kroonrand of behandeling.

Vraag 10. Het is niet met zekerheid te zeggen wat de oorzaak van de scheur in de voortand is maar dat het snel terugtrekken van de spuit de oorzaak zou moeten zijn lijkt met niet aannemelijk.

Vraag 11. De kauwfunctie is verstoord geraakt door:

1. Pijn

2. Geen occlusie

3. Pijn ten gevolge van de mislukte endo's.

Vraag 12. [de tandarts] heeft niet gehandeld als een redelijk bekwaam collega.

1. de eerste 4 kronen deugden niet

2. wat is de indicatie geweest voor de kronen.

3. Alle 4 de endo's, door [de tandarts] gedaan, vertonen ernstige problemen terwijl de endo's in de bovenkaak geen problemen vertonen.

4. Er was nog cariës aanwezig in de 16 en 26, terwijl er in de onderkaak vier kronen zijn gemaakt. Een redelijk bekwaam tandarts saneert eerst, d.w.z. dat de cariës wordt weggenomen en opgevuld met vulmateriaal zodat de schade niet groter wordt dan nodig. [de tandarts] heeft cariës laten zitten in eerste instantie. De behandeling door [de tandarts] van patiënte [de patiënt] is de meest kostbare weg met een desastreus resultaat.

5. De endo's zullen opnieuw gedaan moeten worden en ook de kronen zullen over moeten. (opmerking rechtbank: de inschatting van de kosten hiervan, die de deskundige in zijn voorlopig rapport nog wel had vermeld, ontbreken in de definitieve versie)

Vraag 13 en 14 zijn niet specifiek beantwoord per vraag. Wel heeft het rapport van drs. Van Ouwerkerk betrekking op de nota (nr. 4134) die aan de conventionele vordering ten grondslag ligt. Daarover heeft hij het volgende gerapporteerd:

1. Uit de nota blijkt dat eerste een kroon is gemaakt en geplaatst op de 36 (21-12-2000), daarna op de 37 en 47 (15-2-2001 en als laatste op de 46 (1-3-2001). De eenvoudige beetregistratie (G10) op 15-2-2001 komt derhalve enigszins uit de lucht vallen omdat eenzelfde verrichting ook wordt opgevoerd op 30 januari 2001. Overigens: een eenvoudige beetbepaling is in het tarief van een kroon opgenomen. De opgevoerde verrichting G10 wordt in de tarievenlijst weliswaar een eenvoudige registratie genoemd, maar behelst nog altijd het aanbrengen van een extra-orale facebow. Dit is een apparaat dat in de beide gehoorgangen wordt strakgetrokken met steun op de neus waarbij een verbinding bestaat met de tandboog van de bovenkaak. Een apparaat dat het wordt gebruikt, redelijk veel indruk maakt op de patiënt die zich dat opzeker kan herinneren. Gezien de momenten van declareren waag ik te betwijfelen of deze vorm van beetregistratie daadwerkelijk is uitgevoerd. Immers, de beetregistratie is nodig voordat een kroon wordt vervaardigd door het tandtechnisch laboratorium terwijl uit de nota blijkt dat een dergelijke registratie is uitgevoerd als de kronen worden geplaatst op 15-2-2001.

2. Op 21-12-2000 is tweemaal een verdoving (A10) in rekening gebracht, terwijl op die dag alleen de kroon op de 36 is geplaatst. Aangenomen moet worden dat 1 van die verdovingen was bedoeld voor de wortelkanaalbehandeling d.d. 6-12-2000. Het geven van een verdoving op 21-12-2000 bij het plaatsen van de kroon op de 36 is gezien de al eerder uitgevoerde wortelkanaalbehandeling een weinig doelmatige verrichting.

3. Het declareren van studiemodellen op 30-1-2001 is weinig doelmatig als het behandelplan al is gemaakt en er al een kroon op de 36 is geplaatst. Studiemodellen zijn immers op 6-12-2000 ook al in rekening gebracht.

4. Op 6-12-2000 is een wortelkanaalbehandeling aan de 36 uitgevoerd. Opmerkelijk is dat er geen verdoving wordt gedeclareerd (zie wel mijn opmerking onder 2) en dat er geen cofferdam wordt gedeclareerd (= rubberlapje dat er voor zorgt dat er geen speeksel en/of bacteriën in het wortelkanaal kunnen komen tijdens de behandeling).

5. Indien vooraf duidelijk is dat een kroon wordt vervaardigd, is het niet geoorloofd een kroon van plastisch materiaal (V14+ V20) te declareren omdat het vulmateriaal wordt gebruikt als plastische opbouw ten behoeve van de kroon. Daartoe dient code R31 te worden gebruikt (opbouw van plastisch materiaal). Het bedrag was in 2000 f 51,50 en in 2001 f 54,50. De verrichting (V14 + V 20) is derhalve viermaal onterecht in rekening gebracht en zou moeten worden vervangen door 4 x R 31.

6. Het declareren van E75 is alleen gerechtvaardigd als in een waarneemregeling een start wordt gemaakt met een wortelkanaalbehandeling zodat de patiënt van de pijn af is en de eigen tandarts de wortelkanaalbehandeling kan afmaken. In deze casus is daarvan geen sprake en kan worden aangenomen dat E85 4 x ten onrechte in rekening is gebracht.

7. Het declareren van V40 (bijwerken/polijsten van een vulling) is niet aan de orde in deze casus. Dit betreft een behandeling aan reeds langer bestaande vullingen.

8. Voor verdovingen op 1-3-2001 verwijs ik naar mijn opmerking onder 2 over doelmatigheid. As de verdoving al nodig zou zijn of gewenst dan is voor het plaatsen van 1 kroon slechts 1 verdoving noodzakelijk.

9. Het aanpassen/corrigeren van het tandvlees is inbegrepen in het tarief van een kroon. Een gingivectomie is een zelfstandige verrichting die er doorgaans op gericht is het tandvlees is het kader van een tandvleesbehandeling weer gezond te krijgen. In deze casus lijkt me de gedeclareerde T82 niet terecht, temeer daar uit de nota ook niet blijkt dat er diagnostiek ten aanzien van tandvleesafwijkingen is bedreven.

10. Indien een afspraak niet of niet tijdig is afgezegd kan de vrijgevallen tijd in rekening worden gebracht in redelijkheid ten bedrage tussen 0 en 100% van de voorgenomen behandeling. Patiënten dienen wel van de regeling op de hoogte te zijn. Ik kan niet beoordelen of de gedeclareerde bedragen redelijk zijn.

11. Over de doelmatigheid van opnieuw studiemodellen (2 x C50 op 25-4-2001) maken bij opnieuw vervaardigen van dezelfde kronen kan een vraagteken worden gezet. Het is onwaarschijnlijk dat er opnieuw studiemodellen zijn gemaakt.

12. Alle tarieven die op 25 april 2001 en op 23 mei 2001 in rekening zijn gebracht, zijn niet in overeenstemming de geldende tarieven op dat moment. Op 1 juli 2001 zijn de tarieven op geleide van het CTG tussendoor verhoogd en de tarieven van na 1-7-2001 zijn op bovengenoemde data in rekening gebracht. Dit duidt op het met terugwerkende kracht declareren van verrichtingen.

2.4. De rechtbank zal allereerst overgaan tot de bespreking van de reconventionele vordering tot ontbinding van de geneeskundige behandelingsovereenkomst, aangezien een eventuele toewijzing van die vordering direct gevolgen heeft voor de toewijsbaarheid van de conventionele vordering.

2.5. [de patiënt] heeft aan haar vordering tot ontbinding ten grondslag gelegd dat [de tandarts] (toerekenbaar) tekortgeschoten is in de nakoming van die overeenkomst. De bewijslast van deze stelling rust op [de patiënt]. De rechtbank is van oordeel dat uit de verschillende deskundigenberichten volgt dat [de patiënt] in haar bewijslevering is geslaagd. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

2.6. Allereerst volgt uit het deskundigenonderzoek dat de noodzaak voor de wortelkanaalbehandeling en het aanbrengen van kronen niet is gebleken. Wel is gebleken dat [de tandarts] het gebit niet heeft gesaneerd voorafgaande aan deze behandeling, hetgeen een redelijk bekwaam tandarts wel had moeten doen. Vervolgens blijkt uit het deskundigenbericht dat de eerst aangebrachte kronen niet deugdelijk zijn geweest. Kort gezegd pasten de kronen niet goed. Ook het aanbrengen van de nieuwe kronen is niet volgens de regelen der kunst gebeurd, aldus de deskundigen. Met name de pasvorm is bij alle kronen niet in orde. De deskundigen zijn enigszins terughoudend in hun conclusies omtrent de vereiste hygiëne die zou zijn betracht tijdens het aanbrengen van de kronen. Uit de verschillende waarnemingen van de deskundigen, in onderlinge samenhang beschouwd, kan echter worden afgeleid dat de hygiëne onvoldoende was. Immers, uit de anamnese blijkt niet van het gebruik van een zogenoemde cofferdam en bovendien is een dergelijke cofferdam niet in rekening gebracht. Daarbij zijn kort na het uitvoeren van de kanaalbehandeling bij beide kiezen linksonder ontstekingen aangetroffen. Deze snelle aanwezigheid is volgens de deskundige -hoewel geen sluitend bewijs- sterk suggestief voor een kwalitatief onvoldoende behandeling. De nieuwe kronen zijn bovendien niet geplaatst met definitief cement, hetgeen risicovol is en regelmatige controle vergt. Volgens drs. Postema lijkt de nazorg onvoldoende geweest in welk kader hij melding maakt van zowel ontstekingen onder de vier kiezen als een abces bij de 36. De rechtbank begrijpt hieruit dat de ontstekingen en het abces door Postema in causaal verband worden gebracht met het aanbrengen van tijdelijk cement zonder behoorlijke nazorg.

2.7. [de tandarts] heeft niet meer van de gelegenheid gebruik gemaakt te reageren op de deskundigenberichten. De conclusies zijn derhalve door hem niet bestreden.

2.8. Alle bovenvermelde bevindingen tezamen rechtvaardigen de conclusie dat [de tandarts] tekort geschoten is in de nakoming van de overeenkomst. De tekortkomingen hebben bovendien betrekking op de kern van de verplichting, en zijn zodanig dat deze de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigen.

2.9. [de tandarts] heeft aangevoerd dat hij niet in gebreke gesteld is en dat een situatie als bedoeld in artikel 6:83 BW zich niet voordoet. De rechtbank overweegt daaromtrent het volgende. Vaststaat dat [de patiënt], nadat zij ontevreden was over de eerste behandeling en daaromtrent een second opinion had ingeroepen, terug is gegaan naar [de tandarts] en hem in de gelegenheid heeft gesteld om tot herstel over te gaan. Uit het hiervoor overwogene volgt dat zowel de plaatsing van de kronen in eerste instantie, als de plaatsing van de nieuwe kronen niet naar behoren is verricht. Meer in het algemeen heeft [de tandarts] niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend tandarts mag worden verwacht. [de tandarts] heeft evenwel steeds ontkend dat de behandeling niet naar behoren zou zijn verricht en is -naar eigen zeggen- blijven aandringen op betaling van de facturen. Ook in deze procedure heeft [de tandarts] -zie conclusie van antwoord in reconventie onder 31- de gestelde en thans vaststaande tekortkomingen volledig betwist. Herstel is dan niet mogelijk. Dit leidt tot de conclusie dat zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 6:83 derde lid BW. [de tandarts] is in verzuim gekomen.

In conventie voorts

2.10. Ontbinding van de overeenkomst brengt mee dat de verplichtingen uit die overeenkomst komen te vervallen. De verplichting tot betaling van de facturen is daarmee eveneens komen te vervallen, zodat de vordering in conventie moet worden afgewezen. [de tandarts] zal in conventie als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

In reconventie voorts

2.11. Het voorgaande brengt mee dat het gevorderde onder I wordt toegewezen.

2.12. De rechtbank zal hieronder ingaan op de overige onderdelen van de reconventionele vordering, zij het in iets gewijzigde volgorde.

2.13. Gevraagd wordt veroordeling van [de tandarts] tot vergoeding van alle geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade die het gevolg is van de tekortkoming in de nakoming, vermeerderd met wettelijke rente daarover, een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

2.14. [de patiënt] heeft daartoe aangevoerd dat de schade nog niet vast staat,

maar dat deze onder meer materiele schade bevat in de vorm van de kosten voor een second opinion, en tevens immateriële schade.

2.15. De rechtbank stelt voorop dat zij heeft vastgesteld dat sprake was van een tekortkoming in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Op grond van artikel 6:74 BW verplicht iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend. Van dit laatste is niet gebleken. [de tandarts] is derhalve gehouden de schade te vergoeden die [de patiënt] lijdt of zal lijden als gevolg van zijn tekortkoming.

2.16. Uit het deskundigenbericht volgt dat als gevolg van de vastgestelde tekortkoming de endo's opnieuw gedaan moeten worden en dat de kronen opnieuw moeten worden aangebracht. Vast staat op grond van de deskundigenberichten dat deze herbehandeling extra kosten met zich brengt, zodat reeds op grond hiervan aannemelijk is dat [de patiënt] schade lijdt of zal lijden. De hoogte van deze kosten staat nog niet vast, nu [de patiënt] de herbehandeling nog niet heeft ondergaan. De door [de patiënt] vermelde kosten met betrekking tot de second opinion zijn al wel gemaakt. Bij de gedingstukken bevindt zich een factuur van tandarts [tandart S]. De totale omvang van de materiële schade is derhalve thans nog niet vast te stellen. Vaststaat voorts dat [de patiënt] als gevolg van de vaststaande tekortkomingen pijn geleden heeft en lijdt aan verlies van de kauwfunctie. Derhalve is reeds aannemelijk dat ook immateriële schade heeft geleden. Derhalve wordt voldaan aan de vereisten voor verwijzing naar de schadestaatprocedure.

2.17. [de patiënt] vordert voorts een voorschot van [euro] 2.500,- op de door haar geleden en nog te lijden schade. Hierbij is niet vermeld dat het gaat om schade die het gevolg is van de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst, doch de rechtbank begrijpt de vordering wel zo, nu hiernaar in het lichaam wel verwezen wordt.

2.18. Als hierboven reeds vermeld, volgt uit het deskundigenbericht dat er extra kosten gemaakt zullen moeten worden in verband met de herbehandeling en is bovendien aannemelijk dat er immateriële schade is geleden. Het gevraagde voorschot kan derhalve worden toegewezen.

2.19. De gevorderde verklaring voor recht dat [de tandarts] aansprakelijk is voor de door [de patiënt] geleden schade zal worden afgewezen bij gebrek aan belang. Immers, de rechtbank zal immers de veroordeling tot vergoeding van deze schade reeds toewijzen.

2.20. Nu [de tandarts] moet worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij, zal deze worden veroordeeld in de proceskosten.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. wijst de vorderingen af,

in reconventie

3.2. ontbindt de geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen partijen

3.3. veroordeelt [de tandarts] tot vergoeding van alle als gevolg van het tekortschieten in de nakoming van de overeenkomst door [de patiënt] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

3.4. veroordeelt [de tandarts] om aan [de patiënt] te betalen het bedrag van [euro] 2.500,- als voorschot op de door [de patiënt] geleden en nog te lijden schade;

3.5. verklaart [de patiënt] niet-ontvankelijk in haar vordering tot verkrijgen van een verklaring voor recht dat [de tandarts] aansprakelijk is voor het ontstaan van de schade welke [de patiënt] heeft geleden en nog zal lijden;

in conventie en in reconventie voorts

3.6. veroordeelt [de tandarts] in de proceskosten, aan de zijde van [de patiënt] tot op heden begroot op [euro] 230,- aan vastrecht en [euro] 2.566,- aan kosten deskundigen, en op [euro] 1344,- aan salaris procureur, en veroordeelt [de tandarts] mitsdien te voldoen

aan de griffier van deze rechtbank door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.736 ten name van MvJ Arrondissement Alkmaar onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer,

[euro] 2.566,- voor in debet gestelde kosten deskundigen

[euro] 1.344,- voor salaris van de procureur

derhalve in totaal [euro] 3.910,-, met welk bedrag zal dienen te worden gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij artikel 243 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en aan [de patiënt] [euro] 230,- voor niet in debet gesteld griffierecht

3.7. verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad,

3.8. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Aalders en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2006.