Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BB4866

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
03-10-2007
Datum publicatie
04-10-2007
Zaaknummer
93840
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het bestuur van een huisartsenpost handelt in strijd met de statuten door te besluiten het honorarium van een aantal huisartsen te verlagen. Het besluit houdt wijziging van een Reglement in, waartoe alleen de Algemene Ledenvergadering bevoegd is. Het besluit is nietig op grond van artikel 2:14 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 14
Burgerlijk Wetboek Boek 2 15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JRV 2008, 29
JIN 2007/595
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

AJB/LJS

zaak- en rolnummer: 93840 / HA ZA 07-199

datum: 3 oktober 2007 (bij vervroeging)

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[] Eiser in conventie,

wonende te [woonplaats]

EISER IN CONVENTIE bij dagvaarding van 26 februari 2007,

VERWEERDER IN RECONVENTIE,

procureur: mr. A.J.J. Sweens,

tegen:

De Coöperatieve Centrale Huisartsenpost Kop Van Noord-Holland U.A.,

statutair gevestigd en zaakdoende te Den Helder,

GEDAAGDE IN CONVENTIE,

EISERES IN RECONVENTIE,

procureur: mr. E.M. Diesfeldt.

Partijen zullen verder worden genoemd "Eiser in conventie" respectievelijk "de CCHP".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

in conventie en in reconventie

1.1 Eiser in conventie heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de dagvaarding, waarbij zeven producties zijn overgelegd.

1.2 De CCHP heeft een conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie genomen, waarbij zeven producties zijn overgelegd.

1.3 Eiser in conventie heeft een conclusie van antwoord in reconventie genomen.

1.4 Bij fax van 9 augustus 2007 heeft de CCHP twee producties in het geding gebracht.

1.5 Op 9 mei 2007 heeft de rechtbank een in deze zaak tussen partijen gewezen vonnis uitgesproken. Ter uitvoering van dat vonnis heeft op 24 augustus 2007 een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

1.6 Ten slotte is vonnis gevraagd. De inhoud van al deze stukken geldt als hier ingelast.

2. DE FEITEN

in conventie en in reconventie

Tussen partijen staat het volgende vast:

a. Eiser in conventie is huisarts op []

b. De CCHP is een coöperatie waarbij huisartsen uit de Kop van Noord-Holland zich kunnen aansluiten. In mei 2002 hebben de [] huisartsen, onder wie Eiser in conventie, zich aangesloten bij de CCHP.

c. De CCHP brengt de handelingen die door aangesloten huisartsen in de avond-, nacht- en weekenduren worden verricht bij de patiënten in rekening en int de betalingen. De CCHP keert een financiële vergoeding aan de huisartsen uit.

d. Op 15 januari 2002 zijn de statuten van de CCHP vastgesteld. Artikel 30 van de statuten bepaalt, voor zover van belang, het volgende:

1. Tot wijziging van deze statuten, het Reglement Huisartsenposten en andere reglementen kan (op voorstel van het bestuur) slechts worden besloten in een algemene ledenvergadering, indien:

a gedurende een periode van vijf dagen voor de algemene ledenvergadering tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden, een afschrift van het voorstel tot wijziging van de statuten, - in welk afschrift de voorgedragen wijziging woordelijk moet zijn opgenomen - ten kantore van de coöperatie voor de leden van de coöperatie ter inzage is gelegd;

b tenminste veertien dagen voor de algemene ledenvergadering het voorstel tot wijziging van de statuten ter kennis is gebracht van de leden;

c het besluit tot wijziging wordt genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde der uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee/derde gedeelte van de deelnemende huisartsen per Huisartsenpost aanwezig of vertegenwoordigd is. (...)

e. Op 29 november 2004 is het Reglement Huisartsenposten (hierna: het Reglement) opnieuw vastgesteld. Het Reglement bepaalt, voor zover van belang, het volgende:

Artikel 13 Honorarium en kosten

1. De verrichtingen door de dienstdoende huisarts en de assistentes van de huisartsenpost met betrekking tot een patiënt worden gefactureerd en geïnd door de CCHP.

2. Naar rato van het aantal feitelijke diensturen zoals door de CCHP geregistreerd op basis van het dienstrooster, ontvangen de leden een door het CTG vastgesteld honorarium.

3. Per lid wordt het honorarium per maand uitgekeerd op basis van het aantal diensturen.

f. In de loop van 2004 is door de CCHP een tekort op de begroting voor 2005 voorzien, in welk kader het College Tarieven Gezondheidszorg (hierna: het CTG) bij brief van 28 december 2004 aan de CCHP de suggestie heeft gedaan een lager uurtarief voor de [] huisartsen te hanteren.

g. Op de bestuursvergadering van de CCHP van 11 januari 2005 is deze brief besproken.

h. In het huisartsenoverleg van de []huisartsen van 24 januari 2005 is een bezuinigingsvoorstel besproken, inhoudende verlaging van het uurtarief voor de []huisartsen tijdens avond-, nacht- en weekenduren. Eiser in conventie heeft zich als enige van de aanwezigen uitgesproken tegen dit voorstel.

i. Tijdens de Beleidsdagen van 8 en 9 februari 2005 heeft het bestuur van de CCHP voormeld bezuinigingsvoorstel verder uitgewerkt en een bestuursbesluit genomen, inhoudende aanpassing van het honorarium voor nachtelijke uren voor de [] huisartsen met ingang van 1 januari 2005 zodanig dat alle uren tussen 24:00 en 8:00 uur worden vergoed tegen een achterwachtvergoeding van 25% (hierna: het Bestuursbesluit).

j. Bij brief van 20 april 2005 heeft de CCHP het Bestuursbesluit medegedeeld aan Eiser in conventie.

k. Het Bestuursbesluit is als mededeling van het bestuur op de agenda gezet van de Algemene Ledenvergadering van 26 april 2005.

l. De notulen van voormelde vergadering vermelden - voor zover van belang - het volgende:

Mededelingen bestuur:

- Honorering huisartsen [] 2005

CTG heeft aangegeven dat het tarief voor de huisartsen op [] omlaag moet. De [] huisartsen zijn onder protest akkoord gegaan met de ... regeling.

(...)

[] vraagt de vergadering te sympathiseren met het bestuursvoorstel.

Motie van Eiser in conventie: Vindt de vergadering deze oplossing in overeenstemming met het solidariteitsbegrip zoals verwoord in artikel 13.2?

[]geeft aan dat deze motie twee weken voor de vergadering ingediend had moeten worden, in deze vergadering kan deze motie niet worden behandeld. Indien noodzakelijk kan dit op een volgende ALV behandeld worden.

m. Bij brief van 16 maart 2006 heeft de gemachtigde van Eiser in conventie de CCHP verzocht om hem achterstallig honorarium te betalen.

n. Op 7 december 2006 is in de Algemene Ledenvergadering van de CCHP een statutenwijziging aangenomen, inhoudende een gewijzigde organisatiestructuur. De CCHP en drie andere huisartsenorganisaties zijn samengegaan in één organisatie: de Coöperatieve Huisartsenorganisatie Kop van Noord-Holland (hierna: de HKN).

3. HET GESCHIL

in conventie

3.1 Eiser in conventie heeft gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a zal verklaren voor recht dat het Bestuursbesluit niet heeft geleid tot een rechtsgeldig genomen besluit van de CCHP, en dat dit besluit nietig is;

b zal verklaren voor recht dat de CCHP aan Eiser in conventie met ingang van 1 januari 2005 zijn honorarium dient uit te keren op basis van de systematiek zoals deze tot 1 januari 2005 gold;

c de CCHP zal veroordelen tot betaling aan Eiser in conventie tegen behoorlijk bewijs van kwijting van zijn achterstallig honorarium 2005 tot een bedrag van euro 21.384,=;

d de CCHP zal veroordelen tot betaling aan Eiser in conventie tegen behoorlijk bewijs van kwijting van zijn achterstallig honorarium 2006 tot een bedrag van euro 21.686,=;

e de CCHP zal veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de aan Eiser in conventie toekomende bedragen met ingang van 1 januari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, althans met ingang van de vervaldata van de verschuldigde betalingen, althans met ingang van de dag van de inleidende dagvaarding;

f de CCHP zal veroordelen in de buitengerechtelijke kosten tot een bedrag van euro 1.788,=;

g de CCHP zal veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2 Eiser in conventie heeft daaraan - verkort en zakelijk weergegeven - het navolgende ten grondslag gelegd. Het Bestuursbesluit is nietig omdat bij de totstandkoming van het besluit is gehandeld in strijd met de wet, respectievelijk de statuten en het Reglement van de CCHP. Het bestuur is niet bevoegd om deze beslissing, die aanpassing van artikel 13.2 van het Reglement inhoudt, te nemen. Alleen de algemene ledenvergadering is daartoe bevoegd, maar dat orgaan heeft geen besluit genomen over de kwestie. De CCHP handelt in strijd met de richtlijnen van het CTG nu de vergoeding die Eiser in conventie ontvangt niet langer in overeenstemming is met de richtlijnen van het CTG. Voorts gaat niet de CCHP maar het CTG over de tarieven van de huisartsen. Het besluit is in strijd met de redelijkheid en billijkheid doordat begrotingsproblemen eenzijdig op de [] huisartsen worden afgewenteld.

3.3 De CCHP heeft de vordering en de gronden daarvan gemotiveerd weersproken op gronden die hierna, voor zover van belang, aan de orde zullen komen.

in reconventie

3.4 De CCHP heeft gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Eiser in conventie zal veroordelen tot afgifte van de door hem onrechtmatig toegeëigende bestanden telkens met oplegging van een dwangsom van euro 1.000, = voor elke dag dat Eiser in conventie binnen twee dagen na betekening van het vonnis in gebreke blijft aan afgifte te voldoen.

3.5 De CCHP heeft daaraan - verkort en zakelijk weergegeven - het navolgende ten grondslag gelegd. Eiser in conventie houdt onrechtmatig softwaregegevens van de CCHP voor privé-doeleinden onder zich en heeft deze in zijn huiskamer en slaapkamer geïnstalleerd. Deze software is uitsluitend voor gebruik van de CCHP. Eiser in conventie heeft geen toestemming voor gebruik gehad. De CCHP lijdt hierdoor schade.

3.6 Eiser in conventie heeft de vordering en de gronden daarvan gemotiveerd weersproken op gronden die hierna, voor zover van belang, aan de orde zullen komen.

4. DE BEOORDELING VAN HET GESCHIL

in conventie

Ten aanzien van het ontvankelijkheidsverweer

4.1 De rechtbank zal eerst het meest verstrekkende verweer van de CCHP bespreken, inhoudende dat Eiser in conventie niet ontvankelijk is omdat hij de verkeerde, althans een niet meer bestaande, rechtspersoon heeft gedagvaard aangezien de CCHP per 1 januari 2007 is opgegaan in de HKN. De rechtbank hecht in dit kader groot gewicht aan de verklaring ter zitting van de CCHP dat ''de coöperatie bleef bestaan maar dat de structuur eromheen was veranderd omdat een aantal artsenorganisaties met elkaar was geïntegreerd''. Uit deze verklaring blijkt dat van een verandering de rechtspersoon zelf betreffende geen sprake is. Voorts is gesteld noch gebleken dat de CCHP in redelijkheid kon menen dat met de aanduiding in de dagvaarding een andere rechtspersoon was bedoeld dan zijzelf, in het verlengde waarvan de CCHP geen in rechte te respecteren belang heeft bij haar beroep op onjuiste vermelding in de dagvaarding. Tot slot constateert de rechtbank dat de CCHP in het geding is verschenen en een conclusie van antwoord heeft genomen. Uit de conclusie blijkt dat de CCHP de strekking van de dagvaarding begrepen heeft. Een en ander leidt ertoe dat de CCHP niet zodanig in haar belangen is geschaad dat Eiser in conventie niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard. De rechtbank verwerpt daarom het ontvankelijkheidsverweer.

Ten aanzien van de rechtsgeldigheid van het Bestuursbesluit

4.2 De CCHP heeft zich ter zake verweerd met de stelling dat van strijd met artikel 30 lid 1 van de Statuten geen sprake is nu de meerderheid van de [] huisartsen in het huisartsenoverleg van 24 januari 2005 akkoord is gegaan met het bezuinigingsvoorstel, alleen Eiser in conventie was tegen. De door Eiser in conventie op de Algemene Ledenvergadering van 26 april 2005 ingediende motie is niet behandeld, omdat deze te laat was ingediend. Tot op heden heeft Eiser in conventie geen nieuwe motie ingediend. Het besluit is niet in strijd met de tariefbepaling door het CTG omdat het CTG slechts maximumtarieven vaststelt. De huisartsen op [] draaien al langere tijd een lagere productie dan de huisartsen op de vaste wal. Dat levert een tekort op de begroting op. De CCHP heeft alle mogelijkheden overwogen om het financiële gat te dichten. Juist uit het oogpunt van solidariteit moest het honorarium van de [] huisartsen worden verlaagd: hun verdiensten voor de CCHP bleven namelijk ver achter bij die van de andere huisartsen. Omslag van het tekort over alle huisartsen zou, gelet op de hogere productie op de vaste wal, onterecht zijn.

4.3 De rechtbank begrijpt dit verweer aldus dat, naar het oordeel van de CCHP, de [] huisartsen in het huisartsenoverleg het besluit hebben genomen althans bekrachtigd, en er bijgevolg aan gebonden zijn.

4.4 De rechtbank dient allereerst te beoordelen of het Bestuursbesluit een besluit in de zin van artikel 2:14 BW betreft. Het besluit betreft het verlagen van de uurtarieven voor de nachturen voor enkele leden van de coöperatie, namelijk de [] huisartsen. De beslissing hierover heeft rechtsgevolgen voor de coöperatie, terwijl het bestuur en de algemene ledenvergadering ingevolge de wet organen van de vereniging zijn. Het Bestuursbesluit betreft derhalve een besluit van organen van een rechtspersoon in de zin van artikelen 2:14 BW.

4.5 De hoofdregel met betrekking tot de ongeldigheid van besluiten is te vinden in artikel 2:14 lid 1 BW: een besluit van een orgaan van een rechtspersoon dat in strijd is met de wet of de statuten, is nietig. De rechtbank stelt voorop dat een besluit strijdig met de wet of de statuten kan zijn op grond van onbevoegdheid van het orgaan dat het neemt.

4.6 Aan de orde is de vraag of het Bestuursbesluit, gelet op de wet en de statuten van de CCHP, onbevoegd is genomen. Daartoe dient eerst de vraag te worden beantwoord of het Bestuursbesluit een wijziging van artikel 13.2 van het Reglement inhoudt. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Het Bestuursbesluit houdt een aanzienlijke wijziging van het Reglement in, omdat het uurtarief van de [] huisartsen op grond van een lager aantal patiëntencontacten wordt verlaagd terwijl artikel 13.2 uitgaat het door het CTG vastgestelde tarief.

4.7 Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden welk orgaan bevoegd is tot wijziging van artikel 13.2 van het Reglement. Tot aanpassing van het Reglement kan, zoals blijkt uit artikel 30 van de Statuten, onder bepaalde voorwaarden slechts worden besloten in een Algemene Ledenvergadering. Vaststaat dat het Bestuursbesluit tijdens de Beleidsdagen door het bestuur van de CCHP is genomen. Gelet op het voorgaande was dit orgaan hiertoe echter niet bevoegd.

4.8 Nu alleen de Algemene Ledenvergadering bevoegd is tot bekrachtiging, dient de rechtbank op grond van artikel 2:14 lid 2 BW na te gaan of dit orgaan het Bestuursbesluit alsnog heeft bekrachtigd. Het Bestuursbesluit is als ''mededeling van het bestuur'' op de agenda voor de Algemene Ledenvergadering van 26 april 2005 gezet. Uit zowel de notulen als de verklaring van de CCHP ter zitting blijkt dat het bestuur de leden mondeling heeft verzocht te ''sympathiseren'' met het besluit. De rechtbank is van oordeel dat deze gang van zaken niet strookt met de vereiste handelwijze voor wijziging van het Reglement zoals geformuleerd in de Statuten, waaronder agendering van het voorstel, vastgestelde perioden voor terinzagelegging en terkennisgeving, quorum en stemming bij gekwalificeerde meerderheid. Van bekrachtiging van het Bestuursbesluit door het daartoe bevoegde orgaan, in die zin dat het besluit daarmee wordt geheeld zoals bedoeld in artikel 2:14 lid 2 BW, is daarom geen sprake.

4.9 Dat de meerderheid van de [] huisartsen op 24 januari 2005 akkoord is gegaan met het bezuinigingsvoorstel, sorteert naar het oordeel van de rechtbank geen effect. Nog los van het feit dat alleen de Algemene Ledenvergadering bevoegd is om een besluit inhoudende wijziging van het Reglement te nemen of te bekrachtigen, kan van het nemen of bekrachtigen van een besluit al geen sprake zijn nu het Bestuursbesluit niet identiek aan het bezuinigingsvoorstel is, maar een nadere uitwerking daarvan betreft, het [] huisartsenoverleg voorafgaand aan het Bestuursbesluit heeft plaatsgevonden en het [] huisartsenoverleg geen orgaan van de vereniging is dat besluiten kan nemen in de zin van artikel 2:14 BW. De rechtbank gaat derhalve voorbij aan dit verweer van de CCHP.

4.10 Uit het voorgaande volgt dat het Bestuursbesluit nietig is op grond van artikel 2:14 lid 1 BW, omdat het is genomen door een orgaan dat daartoe niet bevoegd is.

4.11 De rechtbank stelt voorop dat een vordering tot nietigverklaring, in tegenstelling tot een vordering tot vernietiging, niet aan een bepaalde termijn is gebonden. Met Eiser in conventie is de rechtbank van oordeel dat de vervaltermijn van artikel 2:15 lid 5 BW niet in de weg staat aan onderhavige vordering van Eiser in conventie.

4.12 Gelet op het bovenstaande komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van de overige stellingen van Eiser in conventie en verweren van de CCHP op dit punt.

Ten aanzien van de gevolgen van de nietigverklaring

4.13 Aangezien de rechtbank het Bestuursbesluit nietig acht, zal zij de door Eiser in conventie gevorderde verklaring voor recht toewijzen. De te dien aanzien gevorderde verklaring van uitvoerbaarheid bij voorraad zal echter worden afgewezen, aangezien de aard van een verklaring voor recht zich daartegen verzet.

4.14 Nu het Bestuursbesluit nietig wordt verklaard, dient de CCHP met terugwerkende kracht de systematiek zoals deze tot 1 januari 2005 gold, toe te passen voor de periode na deze datum. De gevorderde verklaring voor recht ter zake zal worden toegewezen, ook thans met dien verstande dat de gevorderde verklaring van uitvoerbaarheid bij voorraad te dien aanzien zal worden afgewezen, nu de aard van een verklaring voor recht zich daartegen verzet.

4.15 Uit het voorgaande volgt dat de CCHP vanaf 1 januari 2005 zonder rechtsgrond ten aanzien van Eiser in conventie een korting heeft doorgevoerd op het volledige honorarium voor de nachtelijke uren. Dit dient met terugwerkende kracht ongedaan te worden gemaakt, wat betekent dat de CCHP over 2005 en 2006 het verschil tussen het honorarium op basis van de tot 1 januari 2005 gehanteerde systematiek en het reeds uitgekeerde bedrag alsnog dient uit te betalen.

4.16 Eiser in conventie heeft gesteld dat zijn achterstallig honorarium voor 2005 een bedrag van euro 21.384,= en voor 2006 een bedrag van euro 21.686,= inhoudt. Nu de CCHP deze bedragen niet heeft betwist, zal de rechtbank bij de veroordeling van de CCHP tot betaling van het achterstallig honorarium van deze bedragen uitgaan.

4.17 Eiser in conventie heeft vergoeding van de wettelijke rente gevorderd vanaf 1 januari 2005, subsidiair vanaf de vervaldata van de verschuldigde betalingen en meer subsidiair vanaf de datum van de dagvaarding. De rechtbank oordeelt de gevorderde wettelijke rente toewijsbaar vanaf de datum van de dagvaarding, zijnde 26 februari 2007, nu Eiser in conventie de nietigheid van het besluit pas voor het eerst bij dagvaarding heeft ingeroepen en een eerdere verzuimdatum gesteld noch gebleken is. Met betrekking tot dat laatste merkt de rechtbank op dat de brief van 16 maart 2006, die weliswaar een verzoek inhoudt om het achterstallig honorarium uiterlijk bij de eerstvolgende afrekening bij te schrijven, niet kan worden beschouwd als een ingebrekestelling, nu de CCHP niet is aangezegd dat deze na afloop van de gestelde termijn in verzuim komt.

4.18 De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen omdat, na de gemotiveerde betwisting door de CCHP, onvoldoende is gesteld of gebleken dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht.

4.19 De CCHP zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij de kosten van de procedure in conventie moeten dragen.

in reconventie

4.20 Eiser in conventie heeft zich tegen de vordering in reconventie verweerd met de volgende stellingen. De CCHP heeft Eiser in conventie nooit eerder benaderd over deze kwestie. Eiser in conventie is nimmer gesommeerd of in gebreke gesteld en verkeert derhalve niet in verzuim. Eiser in conventie is zich van geen kwaad bewust: de CCHP is geen rechthebbende van software die Eiser in conventie in zijn bezit heeft. De vordering is amper onderbouwd en daardoor niet te begrijpen.

4.21 De rechtbank stelt voorop dat een partij die een beroep doet op een rechtsgevolg een stelplicht heeft ten aanzien van de feiten die tot dat rechtsgevolg leiden, hetgeen inhoudt dat die partij moet aanvoeren dat die feiten zich hebben voorgedaan, en dat zij duidelijk moet maken dat en waarom de rechtbank die feiten als vaststaand moet aannemen en aan zijn beslissing ten grondslag moet leggen. De CCHP heeft gesteld dat Eiser in conventie onrechtmatig software in zijn bezit heeft, maar heeft deze stelling niet met feiten onderbouwd. Tegenover de gemotiveerde ontkenning van Eiser in conventie heeft de CCHP haar stellingen ter zitting (deels) herhaald, zodat deze niet meer blijven dan een enkel vermoeden. De CCHP heeft hiermee naar het oordeel van de rechtbank niet aan haar stelplicht voldaan. De rechtbank komt dan ook niet toe aan het aangeboden bewijs en wijst de vordering reeds om deze reden af.

4.22 De CCHP zal als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van de procedure in reconventie moeten dragen.

5. DE BESLISSING

De rechtbank:

in conventie

5.1 verklaart voor recht dat het Bestuursbesluit nietig is;

5.2 verklaart voor recht dat de CCHP aan Eiser in conventie met ingang van 1 januari 2005 zijn honorarium dient uit te keren op basis van de systematiek zoals deze tot 1 januari 2005 gold;

5.3 veroordeelt de CCHP tot betaling aan Eiser in conventie tegen behoorlijk bewijs van kwijting van zijn achterstallig honorarium 2005 tot een bedrag van euro 21.384,= en van zijn achterstallig honorarium 2006 tot een bedrag van euro 21.686,=;

5.4 veroordeelt de CCHP tot vergoeding van de wettelijke rente over de aan Eiser in conventie toekomende bedragen met ingang van de dag der dagvaarding, zijnde 26 februari 2007;

5.5 verwijst de CCHP in de kosten van de procedure, tot heden aan de zijde van Eiser in conventie begroot op euro 1.069,31 aan verschotten en op euro 1.788,= aan salaris van de procureur.

in reconventie

5.6 wijst de vordering af;

5.7 verwijst de CCHP in de kosten van de procedure, tot heden aan de zijde van Eiser in conventie begroot op nihil aan verschotten en op euro 452,= aan salaris van de procureur.

in conventie en in reconventie

5.8 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van punt 5.3, 5.4, 5.5 en 5.7;

5.9 wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. L.J. Saarloos en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 3 oktober 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.