Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BB3965

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
19-09-2007
Datum publicatie
20-09-2007
Zaaknummer
82165
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Boeterente bij oversluiten hypotheek. Bank hoeft geen inzage te geven in samenstelling rentepercentage bij afsluiten hypotheek. Dat dient wel te gebeuren bij het oversluiten van de hypotheek in verband met het berekenen van de vergoeding vanwege algehele vervroegde aflossing. Bank heeft dat niet juist gedaan. In het concrete geval leidt dat niet tot schade aan de kant van de geldlener.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

ljs/svr

zaak- en rolnummer: 82165 / HA ZA 05-721

datum: 19 september 2007

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Solvent Financieel Advies B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Groningen,

eiseres bij dagvaarding van 25 juli 2005,

procureur mr. G.E. Helder,

advocaat mr. W. Schoo te Hoogezand,

tegen:

de coöperatieve vereniging Rabobank Schagen en Omstreken u.a.,

gevestigd en kantoor houdende te Schagen,

gedaagde,

procureur mr. H.R.M. Jenné.

Partijen zullen ook thans verder worden genoemd "Solvent" respectievelijk "Rabobank".

1. HET VERDERE VERLOOP VAN HET GEDING

1.1 De rechtbank heeft op 26 april 2006 en 21 februari 2007 in deze zaak tussenvonnissen gewezen, naar de inhoud waarvan wordt verwezen.

1.2 Na laatstgemeld tussenvonnis is op 15 mei 2007 een comparitie van partijen gehouden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

1.3 Solvent heeft daarna een akte genomen, waarbij producties zijn overgelegd.

1.4 Rabobank heeft vervolgens een antwoord-akte genomen.

1.5 Op 25 juli 2007 hebben partijen opnieuw vonnis gevraagd.

De inhoud van alle hiervoor vermelde stukken geldt als hier ingelast.

2. DE VERDERE BEOORDELING VAN HET GESCHIL

2.1 Vooropgesteld wordt dat het aan Rabobank is om te bepalen op welke wijze zij de hypotheekrente samenstelt, die zij aan klanten aanbiedt. Daarbij doet niet ter zake of de opbouw van die rente voor derden verifieerbaar is. Een klant kan het aanbod aanvaarden of niet.

Op de laatste comparitie heeft Rabobank een kopie van de hypotheekofferte in het geding gebracht, die in dit geval op 27 november 2001 is uitgebracht. Hieruit blijkt dat 5% rente wordt aangeboden voor de desbetreffende hypotheek. Van een eventuele rentekorting wordt geen melding gemaakt.

2.2 Zoals de rechtbank in het vorige tussenvonnis heeft overwogen, is Rabobank er terecht van uit gegaan dat de adviesrente ten tijde van het oversluiten van de hypotheek voor soortgelijke leningen 3,4% bedroeg. Deze adviesrente is voor klanten van Rabobank opvraagbaar.

2.3 Rabobank heeft in haar akte na het tussenvonnis d.d. 26 april 2006 de formule opgenomen, die zij hanteert bij het contant maken van de vergoedingsrente.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis d.d. 21 februari 2007 overwogen dat die formule niet juist kon zijn. Dat heeft Rabobank erkend tijdens de laatste comparitie van partijen en zij heeft toen de juiste formule in het geding gebracht.

Deze formule luidt als volgt:

2.4 Die formule sluit aan bij wat in de Algemene Voorwaarden als volgt is omschreven:

Artikel 18 lid 1 d:

(...)

De vergoeding is gelijk aan het verschil tussen de door u over de geldlening verschuldigde rente en de rekenrente, berekend over het vervroegd af te lossen bedrag over de periode vanaf het moment van vervroegde aflossing tot de einddatum van de geldende rentevastperiode. Het berekende bedrag wordt contant gemaakt op een door de bank te bepalen wijze.

De rechtbank constateert dat de toepassing van deze formule in dit geval de vergoedingsrente oplevert, die Rabobank aan Klant in rekening heeft gebracht, namelijk € 7.985,69.

Op de comparitie heeft Rabobank verklaard dat dit de enige formule is die zij hanteert. In de nadere akte na comparitie heeft Solvent dat betwist. Solvent heeft haar standpunt onderbouwd door een formule in het geding te brengen, die in een ander geval is gehanteerd.

Hierbij merkt de rechtbank op dat de formules slechts op één onderdeel afwijken. In de door Solvent in het geding gebrachte formule is naast de variabele "rentepercentage soortgelijke leningen" een variabele "huidig basispercentage Rabohypotheekbank" opgenomen. Solvent voert aan dat het tweede percentage hoger ligt, met als gevolg een lagere vergoedingsrente, als uitkomst van de formule. De rechtbank kan Solvent daarin niet volgen. In het concrete geval staan beide percentages op 7,8.

Overigens heeft Rabobank, onder verwijzing naar het oude beeldmerk van Rabobank op de door Solvent in het geding gebrachte kopie, hierop gereageerd door te stellen dat het hier gaat om een oude formule, die tot 1-1-2001 werd gehanteerd.

Solvent heeft zodoende niet voldoende onderbouwd dat Rabobank meer dan één formule hanteert voor de berekening van de vergoedingsrente, die tot verschillende uitkomsten leiden, zodat aan dit verweer zal worden voorbijgegaan.

Teneinde discussies op dit punt in de toekomst te voorkomen, lijkt het mogelijk dat Rabobank de door haar gehanteerde formule ook naar buiten kenbaar maakt, bijvoorbeeld door publicatie ervan op internet. Vooralsnog lijken daartegen geen bezwaren vanuit concurrentie-oogpunt te bestaan, gelet op de inhoud van de formule en de daarbij gebruikte variabelen.

2.5 Bij het afsluiten van de hypotheek heeft Rabobank in het concrete geval van Klant een interne rentekorting gegeven op de in rekening te brengen rente. Zoals hiervoor onder 2.1 is overwogen, stond dat Rabobank vrij, ook zonder Klant daarvan in kennis te stellen.

Tijdens de comparitie heeft Rabobank herhaald dat zij voor het berekenen van de adviesrente ten tijde van het oversluiten van de lening, de adviesrente voor soortgelijke leningen eerst heeft verminderd met diezelfde, eerder gegeven interne rentekorting van 0,3%.

Dat is niet in overeenstemming met de geldende Algemene Voorwaarden:

a. Definities

rentekorting: de in de akte vermelde of anderszins met u overeengekomen korting waarmee bij de vaststelling van het voor de geldlening verschuldigde percentage rekening is gehouden.

rekenrente: de adviesrente verminderd met een eventuele rentekorting

Vast staat dat de interne korting niet met Klant is overeengekomen en ook niet in de akte is vermeld. Rabobank had daarom de voor haar klanten kenbare adviesrente niet mogen verminderen met een niet voor haar klanten kenbare interne rentekorting. Als dit Rabobank wel zou worden toegestaan, dan zou dat inhouden dat Rabobank naar eigen believen bij het oversluiten van een hypotheek zou kunnen meedelen welke -dus niet voor haar klanten kenbare- interne rentekorting zij bij het afsluiten van de hypotheek had gehanteerd.

De door Solvent gevorderde verklaring voor recht en de daarbij behorende vordering ter zake van onverschuldigde betaling op dit onderdeel zijn echter niettemin niet toewijsbaar, gelet op wat hierna zal worden overwogen.

Wel kan worden vastgesteld dat de door Rabobank toegepaste berekeningswijze niet in overeenstemming is met de Gedragscode Hypothecaire Financieringen 2003:

"art. 11 lid 4 (...)

De methode van berekening van de vergoeding bij vervroegde algehele aflossing dient door de hypothecair financier in zijn voorwaarden zodanig omschreven te zijn dat de daarin voorkomende variabelen voor de consument controleerbaar zijn."

2.6 Rabobank heeft voldoende onderbouwd, dat zij de adviesrente die voor Klant gold ten tijde van het oversluiten van de hypotheek eerst heeft verlaagd met 0,3% in verband met de eerder verleende interne rentekorting, maar vervolgens heeft verhoogd met een opslag van 0,3%, omdat het hier om een combihypotheek ging. Voor de uiteindelijke berekening van de vergoedingsrente is zodoende uitgegaan van een adviesrente van 3,4% voor soortgelijke leningen op het moment van oversluiten. Dat is het juiste en ook voor Klant kenbare en controleerbare percentage.

Er is dus per saldo door Rabobank het juiste bedrag aan Klant in rekening gebracht. Van een onverschuldigde betaling is daarom geen sprake.

2.7 Solvent zal als grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Die veroordeling zal echter worden beperkt tot het hierna te vermelden bedrag. Rabobank is immers op één onderdeel in het ongelijk gesteld, hoewel dat niet in het dictum tot uiting zal komen.

Daarnaast heeft Rabobank aangegeven dat zij van mening was bepaalde proceshandelingen (pleidooi, laatste akte na comparitie) te moeten verrichten om eerdere standpunten aan te vullen en te corrigeren. De kosten die Solvent in dat kader heeft gemaakt, zullen als nodeloze kosten voor rekening van Rabobank worden gebracht.

Op deze wijze worden volgens het liquidatietarief 31/2 punten aan Rabobank toegekend en 21/2 punten aan Solvent. Per saldo zal Solvent daarom 1 punt volgens tarief II aan Rabobank als bijdrage in de proceskosten dienen te voldoen.

3. DE BESLISSING

De rechtbank:

Wijst het subsidiair onder 3. en 5 gevorderde en primair en subsidiair onder 6. gevorderde af;

Verwijst Solvent in de kosten van het geding, tot heden aan de zijde van Rabobank begroot op € 291,- aan verschotten en op € 384,- aan salaris van de procureur;

Verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. L.J. Saarloos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 september2007 in tegenwoordigheid van de griffier.