Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BB2217

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
23-08-2007
Datum publicatie
23-08-2007
Zaaknummer
96529 KG ZA 07-232
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2010:BM1864, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Het bestuur van een stichting heeft een besluit tot statutenwijziging genomen, in die zin dat daarin een kwaliteitszetel wordt opgenomen. Voordat dit besluit bij notariele akte is verleden, heeft het bestuur het besluit ingetrokken. De voorzieningenrechter oordeelt dat aan de eisen van besluitvorming is voldaan, omdat voor een besluit tot intrekking van een eerder besluit moet worden voldaan aan de normale eisen van besluitvorming. Dat in het eerdere besluit is gelegen dat van de kwalitieitszetel slechts met eenparigheid van stemmen kan worden afgezien maakt dat niet anders, omdat dat besluit niet is geeffectueerd.

Voorts wordt geoordeeld dat het bestuur in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het ontslag van twee bestuursleden (voor wie de kwaliteitszetel bestemd was) wegens gewichtige redenen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 293
Burgerlijk Wetboek Boek 2 298
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2007/232
RO 2007, 79
JRV 2007, 679
JOR 2007/232

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

NB / HW

KG nummer: 96529 / KG ZA 07-232

datum: 23 augustus 2007

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

1. EISER SUB 1,

2. EISER SUB 2,

beiden wonende te Amsterdam,

EISERS IN KORT GEDING,

procureur mr. H.R.M. Jenné,

advocaat mr. J.W. Versteeg te Amsterdam,

tegen:

1. de stichting STICHTING "DE NOLLEN",

gevestigd te Den Helder,

2. GEDAAGDE SUB 2,

wonende te 's-Gravenhage,

3. GEDAAGDE SUB 3,

wonende te Arnhem,

4. GEDAAGDE SUB 4,

wonende te Amsterdam,

5. GEDAAGDE SUB 5,

wonende te Amsterdam,

6. GEDAAGDE SUB 6,

wonende te Leiden,

7. GEDAAGDE SUB 7,

wonende te Aerdenhout,

8. C.L.Th. VERKERK,

wonende te Amsterdam,

GEDAAGDEN IN KORT GEDING,

procureur mr. H.B. de Regt,

advocaat mr. A.W.P. Marsman te Den Haag.

Eisers zullen verder worden genoemd "de erven Van de Wint", gedaagde sub 1 "de stichting" en gedaagden sub 2 t/m 8 "de bestuurders".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 13 augustus 2007 hebben de erven Van de Wint gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

De stichting en de bestuurders hebben de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van de erven Van de Wint de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Kunstenaar R.W. van de Wint [hierna: Van de Wint sr.], de vader van eisers, heeft zich in 1980 teruggetrokken op het binnenduingebied "De Nollen" te Den Helder. Aldaar heeft hij een schilderkunstig project opgezet, dat is uitgegroeid tot een totaalkunstwerk van schilderijen, sculpturen en bouwsels, waarbij het landschap deel uitmaakt van het kunstwerk.

2.2 In 1981 is op initiatief van Van de Wint sr. de stichting opgericht. Uit de statuten blijkt dat de stichting ten doel heeft:

1. het helpen bevorderen en begeleiden van de uitvoering en de exploitatie van het schilderkunstig project van Rudi van de Wint, in het duingebied "De Nollen"te Den Helder;

2. de uitvoering van landschapsontwikkeling en beheer en behoud van natuurschoon van binnenduingebied "De Nollen", bij welke uitvoering ondermeer behoren landschapsonderhoud met inachtneming van de overige doelstellingen van Stichting "De Nollen".

2.3 In de statuten is verder, voor zover in deze procedure van belang, het volgende bepaald:

Bestuur

Artikel 5.

3. (...) Voorts eindigt het bestuurslidmaatschap door ontslag om gewichtige redenen, door het bestuur te verlenen met eenparigheid van stemmen van alle andere leden.

Statutenwijziging, ontbinding en vereffening

Artikel 13

1. Over een wijziging of aanvulling van de statuten of ontbinding van de stichting beslist het bestuur in een vergadering, waarin tenminste drie/vierde der leden aanwezig is, met een meerderheid van tenminste twee/derde der geldig uitgebrachte stemmen.

2.4 Van de Wint sr. woonde tezamen met de dames (XXX)(directeur van de stichting), (X) (die betrokken is bij het project) en Gedaagde sub 6 (gedaagde sub 6) illegaal op De Nollen. Het beheer van het gebied werd uitgevoerd via de door Van de Wint sr. opgerichte vennootschap R.W. van de Wint B.V. Deze vennootschap voerde voorts opdrachten uit voor (onder meer) de stichting.

2.5 Op 30 mei 2006 is Van de Wint sr. overleden. De beide zonen van Van de Wint sr., eisers, zijn de enige erfgenamen en door erfopvolging enig aandeelhouders / bestuurders van R.W. van de Wint B.V. geworden.

2.6 Doordat er een moeizame verhouding bestond tussen enerzijds de erven Van de Wint en anderzijds de dames (XXX)(directeur van de stichting), (X) en Gedaagde sub 6, die op het duingebied (illegaal) wonen, heeft de stichting op 27 juni 2006 Boer & Croon Executive Managers B.V. ingeschakeld teneinde een procesbegeleider aan te stellen om uit de impasse te geraken en een situatie te creëren waarin partijen met elkaar verder kunnen met als gemeenschappelijk doel het kunstproject De Nollen te voltooien en voor de toekomst te behouden. Na bemiddeling door Boer & Croon heeft dit tot afspraken geleid, die zijn vastgelegd in de notulen van de bestuursvergadering van 18 augustus 2006. Afgesproken is dat de erven Van de Wint zullen toetreden tot het bestuur van de stichting, onder de voorwaarde dat de erven zich niet langer zullen verzetten tegen bewoning van eerdergenoemde dames op De Nollen. Gijs van de Wint heeft bij brief van 31 augustus 2006 aangegeven dat zij er niet langer een breekpunt zouden maken, maar het wel op een later tijdstip nogmaals wilden bespreken. Vervolgens zijn de erven Van de Wint bij besluit van 15 september 2006 tot het bestuur van de stichting toegetreden.

2.7 Op 14 december 2006 heeft het bestuur besloten om een kwaliteitszetel voor een afstammeling van Van de Wint sr. in de statuten op te nemen. Naar aanleiding hiervan is een concepttekst opgesteld, die de notaris in een conceptakte heeft vastgelegd. Daarin zijn - voor zover hier van belang - de volgende bepalingen opgenomen:

Bestuur

Artikel 5

1. Het bestuur van de stichting bestaat uit minimaal zeven en maximaal vijftien leden. Een kwaliteitszetel in het bestuur is voorbehouden aan een afstammeling van de kunstenaar R.W. van de Wint, geboren te Den Helder op twee en twintig juni negentienhonderd twee en veertig.

Statutenwijziging

Artikel 13

(...)

2. Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste drie/vierde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de zitting hebbende bestuursleden aanwezig is. Wanneer de statutenwijziging ziet op het bestuurslidmaatschap van een afstammeling van de heer R.W. van de Wint dan kan er slechts met unanieme stemmen van het voltallig aanwezige bestuur een wijziging worden genomen (...).

2.8 Nadat zich een discussie heeft ontsponnen over voornoemde tekst, heeft de voorzitter van het stichtingsbestuur, Spaan (gedaagde sub 4), bij email van 29 januari 2007 geschreven dat hij formeel vaststelt dat schriftelijke consultatie over voornoemde tekst heeft geleid tot het bestuurbesluit de statutenwijziging conform de conceptakte van de notaris goed te keuren.

2.9 Bij brief van 2 maart 2007 heeft de advocaat van de erven Van de Wint aan de stichting bericht dat de samenwerking tussen de stichting en de erven niet verloopt zoals laatstgenoemden wensen. In de brief staat onder meer:

"Doel van mijn cliënten is het project De Nollen te kunnen laten voortbestaan. De stichting dient zich echter te realiseren dat voor dit voortbestaan een redelijke samenwerking met mijn cliënten onontbeerlijk is. Indien de stichting niet bereid of in staat is op redelijke wijze tegemoet te komen aan de gerechtvaardigde standpunten van mijn cliënten, kan hierdoor de continuïteit van De Nollen in gevaar komen. Immers, indien de stichting en mijn cliënten vervreemd van elkaar zullen geraken bestaat het risico dat de kunstwerken en overige zaken welke zich op De Nollen bevinden en aan mijn cliënten toebehoren in de toekomst mogelijk niet meer voor De Nollen behouden kunnen blijven, althans niet meer openbaar gemaakt kunnen worden. Ik benadruk dat dit beslist niet hetgeen is waar mijn cliënten op uit zijn, integendeel. Wel geeft het aan dat de stichting afhankelijk is van de medewerking van mijn cliënten en dientengevolge een goede relatie met hen van het grootste belang is."

2.10 Bij brief van 23 maart 2007 heeft de advocaat van de erven Van de Wint aan het bestuur van de stichting uiteengezet hoe de erven Van de Wint zich de samenwerking met het bestuur voorstellen. Daarbij hebben de erven Van de Wint zich onder meer (wederom) op het standpunt gesteld dat geen bewoning van De Nollen dient plaats te vinden door (XXX), (X) en Gedaagde sub 6, alsmede dat de opdrachten tot het tot stand brengen voor de door Van de Wint sr. ontworpen kunstwerken steeds aan R.W. van de Wint B.V. dienen te worden verleend.

2.11 Naar aanleiding van voornoemde brieven heeft het bestuur tijdens de bestuursvergadering van 26 april 2007 besloten om de statutenwijziging met betrekking tot de kwaliteitszetel aan te houden.

2.12 In de bestuursvergadering van 21 mei 2007 heeft het bestuur de erven Van de Wint als bestuursleden ontslagen. Nadat de erven Van de Wint de vergadering hebben verlaten, is voorts besloten de kwaliteitszetel niet meer door te voeren. Omdat deze punten niet op de agenda voor die vergadering stonden, zijn zij nogmaals geagendeerd voor de vergadering van 13 juni 2006. Tijdens die vergadering is (opnieuw) het besluit genomen dat de kwaliteitszetel niet meer in de statuten zal worden opgenomen en is het besluit tot het ontslag van de erven Van de Wint als bestuursleden bekrachtigd.

2.13 Bij brief van 8 juni 2007 heeft de advocaat van de erven Van de Wint de stichting gesommeerd om binnen veertien dagen ervoor zorg te dragen dat de statutenregeling omtrent de kwaliteitszetel is doorgevoerd. De stichting heeft niet aan deze sommatie voldaan.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 De erven Van de Wint vorderen bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

A. de stichting en de bestuurders hoofdelijk te veroordelen om mee te werken aan de uitvoering van het bestuursbesluit tot opnemen van een kwaliteitszetel, zodanig dat binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis een notariële akte bevattende de statutenwijziging omtrent de kwaliteitszetel zoals geformuleerd door de notaris in artikelen 5 lid 1 en 2 alsmede artikel 13, door een notaris is gepasseerd;

B. de stichting en de bestuurders hoofdelijk te veroordelen om conform de onder A genoemde statutenwijziging te handelen;

C. de stichting en de bestuurders hoofdelijk te verbieden uitvoering te geven aan de beslissing genomen op 13 juni 2007 inhoudende dat er van een kwaliteitszetel wordt afgezien;

D. de erven Van de Wint toe te laten als bestuurders van de stichting;

E. de stichting en de bestuurders hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.

3.2 De erven Van de Wint stellen hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende. Ten onrechte is geen uitvoering gegeven aan het bestuursbesluit tot het opnemen van een kwaliteitszetel in de statuten. Het nadien genomen besluit om van de kwaliteitszetel af te zien had niet genomen kunnen worden. In het oorspronkelijke besluit tot het opnemen van een kwaliteitszetel is namelijk gelegen dat dát niet mogelijk is, aangezien een wijziging omtrent de kwaliteitszetel alleen mogelijk is bij unanieme stemmen. De op 13 juni 2007 genomen beslissing tot het afzien van de kwaliteitszetel is niet met eenparigheid van stemmen genomen, zodat geen sprake is van een besluit. Mocht daarvan wel sprake zijn, dan menen de erven Van de Wint dat dit besluit vernietigbaar is op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW. Met betrekking tot het ontslagbesluit stellen de erven Van de Wint zich op het standpunt dat de volgens de statuten vereiste gewichtige redenen ontbreken. Volgens de bestuurders is er sprake van een onoverbrugbaar verschil van inzicht over het te voeren beleid tussen de erven Van de Wint en (de rest van) het bestuur, ten gevolge waarvan het vertrouwen in een vruchtbare samenwerking in de toekomst is komen te ontbreken. Volgens de erven Van de Wint valt echter niet in te zien waarom een bestuurder geen afwijkende mening mag hebben. Bovendien is het beleid van de stichting hierdoor niet belemmerd, omdat de erven Van de Wint een minderheidspositie vormden. Het ontslagbesluit is daarom in strijd met de statuten en dus nietig. Subsidiair betogen de erven Van de Wint dat het betreffende besluit vernietigbaar is wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. Omdat de erven Van de Wint niet meer als bestuurder optreden en daardoor geen stem meer hebben in het beleid van de stichting, hebben zij een spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen.

3.3 De stichting en de bestuurders hebben verweer gevoerd. Hierop wordt bij de gronden van de beslissing, voor zover van belang, ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

Kwaliteitszetel

4.1 Tussen partijen is niet in geschil dat het bestuur op 14 december 2006 rechtsgeldig het besluit heeft genomen tot het wijzigen van de statuten, in die zin dat daarin een kwaliteitszetel voor een afstammeling van Van de Wint sr. wordt opgenomen.

4.2 Voordat het besluit tot statutenwijziging bij notariële akte is verleden, heeft het bestuur tijdens de vergadering van 13 juni 2007 besloten tot intrekking van dat besluit. De erven Van de Wint betogen dat niet kan worden gesproken van een (intrekkings)besluit. Ingevolge het besluit van 14 december 2006 kan een statutenwijziging die ziet op het bestuurslidmaatschap van een afstammeling van Van de Wint sr. slechts met unanieme stemmen van het voltallig aanwezige bestuur worden genomen. Nu de beslissing van 13 juni 2007 niet met eenparigheid van stemmen is genomen (omdat de erven Van de Wint tegen hebben gestemd), is deze in strijd met zodanige fundamentele totstandkomingsvoorschriften dat geen sprake is van een besluit, aldus de erven Van de Wint.

4.3 In dit betoog worden de erven Van de Wint niet gevolgd. Een wijziging van de statuten van een stichting dient op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand te komen. Het besluit tot statutenwijziging van 14 december 2006 is niet notarieel vastgelegd, zodat dit besluit geen rechtskracht heeft.

4.4 De stichting en de bestuurders hebben terecht aangevoerd dat voor de totstandkoming van een besluit tot intrekking van het eerdere besluit moet worden voldaan aan de normale eisen voor besluitvorming. Dit betekent dat voor het besluit tot intrekking - evenals voor een besluit tot statutenwijziging - is vereist dat deze met een meerderheid van twee / derde der geldig uitgebrachte stemmen wordt genomen. Dat in het (niet-uitgevoerde) besluit van 14 december 2006 is gelegen dat van de kwaliteitszetel slechts met eenparigheid van stemmen kan worden afgezien maakt dat niet anders, omdat dat besluit niet is geëffectueerd doordat dit niet gevolgd is door een wijziging van de statuten. Dit leidt tot het oordeel dat aan de vereisten van besluitvorming is voldaan, nu behoudens de erven Van de Wint alle overige bestuursleden voor intrekking van het besluit van 14 december 2006 hebben gestemd.

4.5 Subsidiair hebben de erven Van de Wint zich op het standpunt gesteld dat het intrekkingsbesluit vernietigbaar is, omdat het niet uitvoeren van het genomen besluit tot statutenwijziging in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die artikel 2:8 BW vereist. Ook hierin worden de erven Van de Wint niet gevolgd. Het enkele feit dat het bestuur het eerder genomen besluit niet heeft uitgevoerd maar ingetrokken, brengt niet mee dat dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Het besluit tot intrekking is met de vereiste meerderheid van stemmen genomen en de erven Van de Wint hebben onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die tot het oordeel leiden dat het bestuur dit besluit in redelijkheid niet heeft kunnen nemen. Daar komt nog bij dat het bestuur naar het oordeel van de voorzieningenrechter, gelet op hetgeen hierna wordt overwogen omtrent het ontslag van de erven Van de Wint als bestuurders, gegronde redenen heeft gehad om het besluit tot intrekking te nemen.

Ontslag van de erven Van de Wint als bestuursleden

4.6 De erven Van de Wint stellen dat hun ontslag als bestuursleden tot stand is gekomen in strijd met de statuten, omdat de vereiste gewichtige redenen ontbreken.

4.7 In de statuten staat niet omschreven wat onder gewichtige redenen moet worden verstaan. Met de stichting en de bestuurders is de voorzieningenrechter van oordeel dat bij de uitleg van het begrip 'gewichtige redenen' kan worden aangesloten bij de criteria die staan vermeld in de Code Cultural Governance [hierna: de code]. Deze code heeft weliswaar geen formele status, maar de inhoud daarvan wordt in de kunstwereld wel gezien als een norm.

4.8 In de code staat onder meer dat bestuursleden aftreden bij onvoldoende functioneren, structurele onenigheid van inzichten, onverenigbaarheid van belangen of anderszins. De bestuurders hebben aangevoerd dat sprake is zowel een structureel verschil van inzicht als belangenverstrengeling, op grond waarvan zij in redelijkheid heeft kunnen besluiten de erven Van de Wint als bestuurders te ontslaan. De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent als volgt.

4.9 De stichting heeft als voorwaarde voor toetreding tot het bestuur gesteld dat de erven Van de Wint de lopende discussie over de bewoning door de dames (XXX), (X) en gedaagde sub 6 op De Nollen, laten rusten. Uit de notulen van de bestuursvergadering van 18 augustus 2006 blijkt dat is beslist dat de bewoning wordt opgelost zodra de nieuwbouw gereed is en de bewoning verplaatst kan worden. Bij brief van 31 augustus 2006 hebben de erven Van de Wint ermee ingestemd deze kwestie te laten rusten, zij het met de aantekening dat zij hier op een later moment nog over wilden spreken. Uit de notulen van de vergadering van 15 september 2006 blijkt dat de hiervoor genoemde beslissing van 18 augustus 2006 nog eens is herhaald. Vervolgens hebben de erven - in weerwil van het vorenstaande - de kwestie over de bewoning bij brief van 23 maart 2007 van hun advocaat toch weer aan de orde gesteld. Die brief is volgens de erven Van de Wint weliswaar in hun hoedanigheid van erfgenamen geschreven, maar ook in de bestuursvergaderingen die nadien hebben plaatsgevonden, hebben de erven Van de Wint volhard in hun eis dat een einde zou worden gemaakt aan de bewoning op De Nollen. Door vorenstaande handelwijze van de erven Van de Wint is een grote hindernis ontstaan om tot een vruchtbare samenwerking in de toekomst te komen, die binnen het bestuur vereist is. Dat de erven Van de Wint een minderheidspositie binnen het bestuur bekleedden, doet daar niet aan af.

4.10 Daarnaast heeft het bestuur aangevoerd dat sprake is belangenverstrengeling, omdat de erven Van de Wint zowel handelen in de functie bestuurslid als in de hoedanigheid van enig aandeelhouder en bestuurder van R.W. van de Wint B.V. De erven Van de Wint menen dat thans niet aan hen kan worden tegengeworpen dat zij die beide functies uitoefenen, omdat het bestuur hiervan reeds op de hoogte was toen zij werden benoemd tot bestuurslid. Op zich is dit standpunt juist. Uit de notulen van de bestuursvergadering van 15 september 2006 blijkt echter dat is gesproken over een taakverdeling tussen de stichting en de vennootschap. Niet gebleken is dat is afgesproken dat alle opdrachten tot het tot stand brengen van door Van de Wint sr. ontworpen kunstwerken steeds aan R.W. van de Wint B.V. zouden worden verleend. Deze eis stellen de erven Van de Wint echter wel in de brief van 23 maart 2007 van hun advocaat. Door deze eis te stellen in hun hoedanigheid van aandeelhouders en bestuurders van R.W. van Wint B.V., is wel degelijk een onverenigbaarheid van belangen ontstaan. De stichting en de bestuurders hebben onweersproken aangevoerd dat R.W. van de Wint B.V. aanmerkelijk hogere prijzen in rekening brengt dan Van de Wint sr. altijd deed. Het is dan ook alleszins redelijk dat de stichting, die voor een groot deel afhankelijk is van subsidies, onderzoekt of zij de werkzaamheden voor een goedkoper tarief door een derde kan laten uitvoeren.

4.11 Gelet op het vorenstaande is er sprake van gewichtige redenen op grond waarvan het bestuur in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het ontslag van de erven Van de Wint als bestuursleden. Het belang van het bestuur van de stichting om op een behoorlijke wijze haar taak uit te oefenen, dient daarbij te prevaleren boven het belang van de erven om een stem te hebben in de stichting.

4.12 Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de gevorderde voorzieningen worden geweigerd. De erven Van de Wint worden, als de in het ongelijk te stellen partijen, veroordeeld in de proceskosten.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- weigert de gevorderde voorzieningen;

- veroordeelt de erven Van de Wint in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de stichting en de bestuurders begroot op euro 251,-- aan verschotten en op

euro 816,-- aan salaris procureur.

Gewezen door mr. H. Warnink, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 augustus 2007 in tegenwoordigheid van mr. N. Boots, griffier.