Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA9148

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
10-07-2007
Datum publicatie
10-07-2007
Zaaknummer
95936 / KG ZA 07-184
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagde heeft in juni 2006 de bankrekening van eiseres geblokkeerd. De vordering van eiseres tot opheffing van de blokkade wordt afgewezen, omdat gedaagde de blokkade inmiddels vrijwillig heeft opgeheven. Na opheffing van de blokkade heeft gedaagde bijna het volledige saldo van de rekening van eiseres overgeboekt naar een tussenrekening van een andere bank. De vordering van eiseres tot terugstorting van dit bedrag wordt ook afgewezen, omdat die andere bank als tussenkomende partij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres niet gerechtigd was tot dit bedrag. Indien eiseres meent dat zij als gevolg van de handelwijze van gedaagde onredelijk is benadeeld, dan dient dit zich op te lossen in schadevergoeding maar niet in terugboeking van de door haar ten onrechte verkregen gelden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

FV/HvdB

KG nummer: 95936/KG ZA 07-184

datum: 10 juli 2007

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

1.de commanditaire vennootschap KANKA C.V.,

gevestigd te Den Helder

en haar beherend vennoot

2.de naar het recht van Engeland opgerichte vennootschap LOWA ENTERPRISES

LIMITED,

kantoor houdende te Dymchurch (Kent), Engeland,

beide woonplaats gekozen hebbende te Hoorn,

EISERS IN KORT GEDING bij dagvaarding van 21 juni 2007 en herstelexploot van

29 juni 2007,

procureur mr. M.Th.A.M. Mes,

advocaat mr. M.P.J. Appelman te Lelystad,

tegen:

de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK NOORD-HOLLAND NOORD U.A.,

statutair gevestigd te Anna Paulowna en kantoor houdende te Den Helder,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

procureur mr. H.R.M. Jenné,

advocaat mr. S. Brenninkmeijer te Utrecht,

met als tussengekomen partij:

de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

EISERES TOT VOEGING/TUSSENKOMST IN KORT GEDING,

procureur mr. H.R.M. Jenné,

advocaat mr. J.W. van Rijswijk te Amsterdam.

Partijen zullen verder ook worden genoemd "Kanka", "de Rabobank" respectievelijk "de ABN".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Bij exploot van 21 juni 2007 heeft Kanka de Rabobank in kort geding gedagvaard. Vervolgens heeft Kanka op 29 juni 2007 een herstelexploot uitgebracht.

Ter terechtzitting van 2 juli 2007 heeft Kanka gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en herstelexploot.

De Rabobank heeft de vordering van Kanka bestreden.

De ABN heeft ter zitting een conclusie tot voeging/tussenkomst genomen, waartegen Kanka en de Rabobank geen bezwaar hebben gemaakt.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van Kanka de originele dagvaarding en van alle zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Kanka houdt zich bezig met de im- en export van mobiele telefoons.

2.2 Kanka heeft onder meer bij de Rabobank een bankrekening, met nummer rekeningnummer (hierna ook: de rekening). Deze rekening van Kanka is op

22 mei 2007 geopend en was tot begin juni 2007 nog niet in gebruik genomen. Daarnaast heeft Kanka ook een bankrekening bij de ABN.

2.3 F. K. (hierna: K) is, zoals blijkt uit het uittreksel van het handelsregister, directeur en gevolmachtigde van Kanka. Tot 1 januari 2007 dreef K in Nederland ook een eenmanszaak, genaamd Elite TC (hierna Elite).

2.4 K heeft een relatie met S.O. Zij heeft een broer, genaamd M.F.O. (hierna: O).

2.5 Op 8 juni 2007 heeft een Turks bedrijf (waarin K een belang van 95 % heeft en M.O. 5 %) uit Turkije een bedrag van euro 312.000,-- overgemaakt op de bankrekening van Elite bij de ABN. Dit bedrag is om 20.17 uur ontvangen. Als gevolg van een fout in het systeem van de ABN was op die dag via het internet op de bankrekening zowel de zogenaamde concept-overboeking als de definitieve overboeking zichtbaar en kon Elite over dat dubbele bedrag beschikken. Vóór deze overboeking bedroeg het saldo op de rekening van Elite euro 131,67. Op 8 juni 2007 heeft K om 20.45 uur van de bankrekening van Elite via internetbankieren drie bedragen, voor een totaalbedrag van euro 630.661,-- overgeboekt naar drie verschillende rekeningen van Logitel B.V. (hierna: Logitel), waarvan K enig aandeelhouder en bestuurder is. Vervolgens is die dag om 21.00 uur door Logitel een totaalbedrag van euro 621.661,-- in drie boekingen overgeboekt naar een privérekening van O.

2.6 Op 11 juni 2007 heeft O van zijn rekening om 8.05 uur een totaalbedrag van

euro 611.000,-- overgemaakt naar de rekening van Logitel bij de Rabobank. Dit geld is diezelfde dag overgeboekt naar twee rekeningen in het buitenland, euro 500.090,-- naar een rekening van Logitel Iletisim voornoemd en euro 102.652,48 naar Behind Mount Royal Hotel te Dubai.

2.7 Op 12 juni 2007 heeft O op zijn privérekening van een turks bedrijf (waarvan M. O. mede-eigenaar is) uit Turkije een bedrag van euro 500.015,-- ontvangen. In verband met een zelfde fout in het systeem van de ABN zoals die zich op 8 juni 2007 voordeed, kon O over het dubbele bedrag beschikken. Diezelfde dag heeft O om 22.43 uur in totaal een bedrag van euro 1.009.863,-- overgeboekt naar een bankrekening bij de ABN, op naam van S. O. Deze rekening is op 31 juli 2006 geopend en niet eerder gebruikt.

2.8 Op 13 juni 2007 is om 8.36 uur van voormelde rekening van S.O een totaalbedrag van euro 1.009.847,-- via 5 afzonderlijke boekingen overgemaakt naar een privérekening van S.O en/of L.E. Diezelfde dag is er van laatstgenoemde rekening 18 keer een bedrag van euro 50.000,- overgemaakt naar de rekening van Kanka. Tevens is in totaal een bedrag van euro 109.847,-- overgeboekt naar een rekening van Logitel.

2.9 De Rabobank heeft vervolgens op 13 juni 2007 de rekening van Kanka op verzoek van de ABN geblokkeerd en op 19 juni 2007 van die rekening twee bedragen afgeboekt en gestort op een tussenrekening van de ABN. Het betreft een bedrag van euro 318.699,33 ten behoeve van Elite en een bedrag van euro 499.999,92 ten behoeve van M.F. O. Hierna heeft de Rabobank de blokkering van de rekening opgeheven.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Kanka vordert, kort gezegd, (1) veroordeling van de Rabobank tot opheffing van de blokkering van de rekening, voor zover dat nog niet of niet volledig is geschied en met oplegging van een dwangsom van euro 10.000,-- per dag of dagdeel, (2) veroordeling van de Rabobank tot restitutie van het volledige bedrag dat zij uit eigen beweging heeft overgeboekt naar een bankrekening bij de ABN althans een andere bankinstelling, eveneens met oplegging van een dwangsom van euro 10.000,-- per dag of dagdeel, alsmede (3) verwijzing van de Rabobank in de proceskosten.

3.2 Kanka legt aan haar vordering, samengevat, ten grondslag dat de ABN een fout heeft gemaakt als gevolg waarvan haar rekening is gecrediteerd voor een bedrag van euro 312.000,--. Kanka heeft geen recht op dat bedrag en het is haar niet duidelijk waarom de ABN dit bedrag op de rekening heeft bijgeschreven. Kanka is bereid om mee te werken aan terugbetaling van dit bedrag aan de ABN. De ABN heeft echter geen gehoor gegeven aan de aangeboden medewerking van Kanka en heeft in plaats daarvan contact opgenomen met de Rabobank met het verzoek om de rekening te blokkeren. De Rabobank heeft zonder enig nader onderzoek en zonder inlichtingen bij Kanka in te winnen aan het verzoek van de ABN voldaan. Als gevolg van de blokkade van de rekening kan Kanka niet meer over haar tegoeden beschikken en ligt haar bedrijf stil. Kanka heeft de Rabobank om opheldering gevraagd, maar zij ontving hierop slechts een inhoudsloze en ongemotiveerde brief waarin het woord 'fraude' is gebruikt. Met vorenomschreven handelwijze handelt de Rabobank onrechtmatig jegens Kanka. De Rabobank heeft op grond van het bepaalde in artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden immers een zorgplicht jegens Kanka. Door zonder het beginsel van hoor en wederhoor toe te passen en in strijd met de jegens Kanka te betrachten geheimhouding gevolg te geven aan het verzoek van de ABN heeft de Rabobank haar zorgplicht op grove wijze geschonden. De blokkade van de rekening is inmiddels opgeheven, maar de Rabobank heeft onverwijld na opheffing van de blokkering van de rekening aan de ABN een bedrag van euro 818.000,-- overgemaakt, zijnde het vrijwel volledige creditsaldo, zonder dat daaraan een opdracht van Kanka ten grondslag lag. De Rabobank dient dit aan Kanka terug te betalen, alles aldus Kanka.

3.3 De ABN concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Kanka en vordert verkort weergegeven en voor het geval het verweer van de Rabobank niet wordt gehonoreerd (a) dat de Rabobank veroordeeld wordt om hetgeen zij aan K/Kanka moet voldoen te betalen op een nader op te geven rekening bij de ABN en dat (b) K/Kanka verplicht wordt om die betaalwijze te gehengen en te gedogen, een en ander in afwachting van de uitkomst van de bodemprocedure, kosten rechtens.

3.4 De ABN stelt zich op het standpunt dat uit de overboekingen op 8, 11, 12 en 13 juni 2007 blijkt dat er misbruik is gemaakt van een onvolkomenheid in het systeem van de ABN. De overboekingen vertonen alle kenmerken van een witwasoperatie, omdat de bedragen zijn opgesplitst, via een aantal elkaar snel opvolgende en via verschillende rekeningen lopende boekingen eerst zijn verspreid, daarna weer samengevoegd en (deels) overgeboekt zijn naar het buitenland. De na de zogenaamde verdubbeling van de bedragen in gang gezette keten van debiteringen en crediteringen van de diverse daarbij betrokken bankrekeningen hadden niets te maken met het voldoen van schulden door debiteuren aan crediteuren. Dit misbruik en deze boekingen raken de integriteit van het betalingsverkeer en moeten geacht worden geen rechtsgevolg te hebben gehad. De ABN is slachtoffer geworden van een bewust opgezette of doorgezette frauduleuze benadeling waarbij de Rabobank eigenlijk slechts bij toeval betrokken is geraakt. Het ingrijpen van de Rabobank op verzoek van de ABN was daarom gerechtvaardigd. De formele bevoegdheid tot het treffen van passende maatregelen kan - al dan niet naar analogie - worden afgeleid uit artikel 12 en 13 van de Algemene Bankvoorwaarden, op grond waarvan de rekeninghouders de bankafschriften moeten controleren en onjuistheden aan de bank moeten melden, zodat de bank die kan herstellen. De in de onderhavige zaak betrokken rekeninghouders hebben niet aan deze verplichting voldaan. De afdracht door de Rabobank aan de ABN van (de van de rekening van K/Kanka afkomstige) euro 818.000,-- valt te vergelijken met de figuur van de stornering. Onder de gegeven omstandigheden mocht de Rabobank tot uitgangspunt nemen dat de voorafgaande boekingen loos waren, op basis waarvan de Rabobank tot uitvoering van de 'gewraakte' afdracht van voornoemd bedrag aan de ABN mocht overgaan, alles aldus de ABN.

3.5 De Rabobank voert tegen de vorderingen aan hetgeen door de ABN naar voren is gebracht. Daarnaast betoogt zij dat zij gerechtigd was om op basis van het resultaat van het onderzoek van de ABN op verzoek van laatstgenoemde de rekening van Kanka te blokkeren en om twee bedragen op verzoek van de ABN van die rekening over te maken naar een tussenrekening van de ABN. De afdeling debiteurenbeheer van de ABN ontdekte dat de rekeningen van Elite en O forse ongeoorloofde debetstanden vertoonden. Daarop is de afdeling Veiligheidszaken van de ABN ingeschakeld en die heeft een onderzoek ingesteld. De ABN heeft vervolgens aan de Rabobank op 13 juni 2007 gevraagd om in afwachting van de uitkomst van dat onderzoek de rekening van Kanka tijdelijk te blokkeren. Aan dit verzoek mocht de Rabobank in de gegeven omstandigheden gevolg geven. Op

18 juni 2007 heeft de ABN aan de Rabobank gevraagd om twee bedragen terug te boeken naar een tussenrekening van de ABN, waarbij de ABN de Rabobank heeft gevrijwaard voor eventuele aanspraken van derden in dit kader. De bedragen komen overeen met de door de gewraakte overboekingen ontstane ongeoorloofde debetstanden, alles aldus de Rabobank.

3.6 De Rabobank betoogt dat, nu de blokkering van de rekening inmiddels weer is opgeheven, Kanka in deze vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Ook dient Kanka in de vordering tot terugbetaling niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat Kanka niets stelt omtrent haar spoedeisend belang bij deze vordering. Daarbij komt dat de vordering op inhoudelijke gronden evenmin kan worden toegewezen, omdat de bank in situaties als de onderhavige het recht heeft om de gewraakte overboekingen terug te draaien, onder meer op grond van het bepaalde in de Algemene Bankvoorwaarden. Ook vloeit die bevoegdheid voort uit de goede trouw die men ten opzichte van elkaar in acht hoort te nemen en is (handhaving van) een frauduleuze overboeking als de onderhavige in strijd met de openbare orde en goede zeden, wederom alles aldus de Rabobank.

3.7 Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van overgelegde pleitnotities. Voor zover nodig voor de beslissing, wordt daarop hierna ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 Kanka vordert allereerst, voor zover dat nog niet of nog niet volledig is geschied, opheffing van de blokkade van de rekening. Gebleken is inmiddels dat de blokkade op 19 juni 2007 door de Rabobank is opgeheven. Omdat daarnaast niet gesteld of gebleken is dat die opheffing niet volledig heeft plaatsgevonden, valt niet in te zien welk belang Kanka nog heeft bij deze vordering. Daarbij komt dat de Rabobank onweersproken gesteld heeft dat Kanka sedertdien weer over de rekening kan beschikken en dat ook daadwerkelijk heeft gedaan. Deze vordering van Kanka wordt daarom afgewezen.

4.2 Met betrekking tot de gevorderde terugbetaling van de bedragen die de Rabobank van de rekening van Kanka heeft afgeschreven en gestort op een tussenrekening van de ABN geldt het volgende. Ter terechtzitting heeft K erkend dat het bedrag van euro 312.000, -- aan de ABN toekomt. Vast staat dat dit bedrag inmiddels op een tussenrekening van de ABN staat. Het voorgaande brengt mee dat Kanka geen belang heeft bij deze vordering, voor zover deze ziet op voormeld bedrag. In het navolgende wordt er van uitgegaan dat deze vordering van Kanka ziet op een bedrag van afgerond euro 500.000,--, zijnde het bedrag van de overboeking waarmee de reeks van overboekingen op 12 juni 2007 is begonnen en dat uiteindelijk op de rekening van Kanka terecht is gekomen.

4.3 Vast staat dat er op 8 juni 2007 en 13 juni 2007 een fout in het systeem van de ABN is opgetreden, als gevolg waarvan gedurende enige tijd via internet op de overzichten van de bankrekeningen zowel concept-overboekingen als definitieve overboekingen zichtbaar waren. Bovendien konden de rekeninghouders over de bedragen van beide boekingen gedurende korte tijd beschikken. Verder staat ten aanzien van de fout die op 12 juni 2007 is opgetreden, het volgende vast. Op 12 juni 2007 ontvangt O uit Turkije een bedrag van euro 500.000,--. O kon, gezien vorenomschreven fout in het systeem van de ABN, over het dubbele bedrag beschikken. O heef hiervan gebruik gemaakt. Via verschillende overboekingen, zoals hiervoor onder punt 2.7. en 2.8 is omschreven, is uiteindelijk een bedrag van euro 900.000,-- bij Kanka terechtgekomen. Dit bedrag vloeit voort uit de aanvankelijke overboeking van euro 500.000,-- op de rekening van O. Ter zitting

heeft de ABN de reeks van overboekingen toegelicht aan de hand van een door haar opgesteld overzicht. Kanka heeft de juistheid van de inhoud van dit overzicht niet betwist, zodat de voorzieningenrechter voorshands zal uitgaan van de juistheid van dat overzicht. In het licht van de omstandigheden, zoals deze blijken uit het transactieoverzicht, had het op de weg van Kanka gelegen om voldoende aannemelijk te maken dat aan de diverse overboekingen concrete vorderingen of facturen ten grondslag lagen. Kanka heeft dat echter nagelaten. Op grond van het voorgaande heeft de ABN voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat de verschillende (rechts)personen op onrechtmatige wijze geprofiteerd hebben van de fout in het systeem van de ABN, waardoor de ABN voor een bedrag van ten minste

euro 500.000,-- is benadeeld. Dit bedrag is, zoals blijkt uit de feitelijke gang van zaken zoals hiervoor onder 2.7 en 2.8 is weergeven, bij Kanka terecht gekomen. Kanka is echter niet gerechtigd tot dit bedrag. In het licht van het voorgaande heeft de ABN terecht een onderzoek ingesteld naar de feitelijke gang van zaken.

4.4 Omtrent dat onderzoek geldt het volgende. Kanka stelt zich op het standpunt dat de Rabobank aanvankelijk ten onrechte heeft gesuggereerd dat ook zij bij dat onderzoek betrokken is geweest. Wat daar verder ook van zij, K heeft zelf ter zitting verklaard dat hij op de dag van het blokkeren van de rekening door de Rabobank, gebeld is door de ABN en is uitgenodigd voor een gesprek. Verder heeft hij verklaard dat hij diezelfde dag op kantoor is geweest bij de ABN en dat er een gesprek heeft plaatsgevonden, in verband met de dubieuze overboekingen. Derhalve moet worden aangenomen dat in het onderzoek door de ABN het beginsel van hoor en wederhoor op juiste wijze is toegepast. Hiermee ligt thans de vraag voor of de Rabobank vervolgens terecht de rekening heeft geblokkeerd. Deze vraag moet naar het oordeel van de voorzieningenrechter in bevestigende zin worden beantwoord en daartoe strekt het volgende. Omdat het onderzoek van de ABN op correcte wijze is uitgevoerd en Kanka in de persoon van K hierover is gehoord, had de Rabobank geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de resultaten van dat onderzoek en mocht zij derhalve die resultaten voor waar aannemen, zonder dat zij gehouden was om een zelfstandig onderzoek te verrichten. Hiermee is voldoende aannemelijk dat de Rabobank haar zorgplicht op dit punt in acht heeft genomen. De Rabobank mocht derhalve tot blokkering van de rekening overgaan.

4.5 Het enkele feit dat de Rabobank tot blokkering van de rekening mocht overgaan, brengt echter nog niet met zich dat de Rabobank op verzoek van de ABN bedragen van de rekening van Kanka mocht afboeken en storten op een tussenrekening van de ABN. De beantwoording van dit geschilpunt kan in dit kort geding echter in het midden blijven. Uitgangspunt is immers dat, zoals hiervoor onder 4.3 is overwogen, het bedrag van euro 500.000,-- uiteindelijk op de rekening van Kanka is gekomen, zonder dat zij hiertoe gerechtigd was. Verder is niet in geschil dat dit bedrag is ontstaan door een fout bij de ABN. Toewijzing van de gevorderde terugstorting door de Rabobank op de rekening van Kanka zou leiden tot een situatie waarin Kanka wederom over dat bedrag zou kunnen beschikken terwijl zij niet als gerechtigde tot dat bedrag is aan te merken. Hoewel Kanka in dit verband ter zitting ervan blijk gaf alle medewerking te willen verlenen om de bedragen die de ABN zouden toekomen aan haar te voldoen, is dit een onnodige handeling die bovendien tot onnodige kosten leidt. Bovendien kan niet met een voldoende mate van zekerheid gezegd worden dat Kanka daadwerkelijk dat bedrag aan de ABN zou overmaken, omdat Kanka zelf heeft gesteld dat zij het geld dringend nodig heeft voor haar bedrijfsvoering. Onder deze omstandigheden heeft Kanka onvoldoende belang bij toewijzing van deze vordering. Indien Kanka meent dat zij als gevolg van de mogelijk onjuist handelwijze van de Rabobank onredelijk is benadeeld en daardoor schade heeft geleden, dan dient dit zich op te lossen in een vorm van schadevergoeding maar niet in terugboeking van de ten onrechte door Kanka verkregen gelden.

4.6 Het voorgaande leidt tot afwijzing van de hiervoor onder 3.1. als punt (2) weergegeven vordering van Kanka. Dit leidt tevens tot afwijzing van de door de ABN ingestelde vordering.

4.7 Kanka wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het geding aan de zijde van de Rabobank. Omdat de vordering van de ABN wordt afgewezen, dienen de door haar gemaakte kosten voor haar rekening te blijven, mede gezien het voorwaardelijke karakter van de door haar ingestelde vordering.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- weigert de door Kanka en de ABN gevorderde voorziening;

- veroordeelt Kanka in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de Rabobank begroot op euro 251,-- aan verschotten en op euro 816,-- aan salaris procureur;

- verklaart dit vonnis wat de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;

Gewezen door mr. H.A. van den Berg, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2007 in tegenwoordigheid van mr. F. Vermeij, griffier.