Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA8664

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
14-06-2007
Datum publicatie
04-07-2007
Zaaknummer
95318 / kg za 07-160
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In kort geding gevorderd om een dwangsom te verbinden aan een veroordeling bij arbitraal vonnis. De voorzieningenrechter ziet, ondanks een tussen partijen overeengekomen arbitraal beding, geen aanleiding zich onbevoegd te verklaren; de dwangsom wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

BdV

KG nummer: 95318 / KG ZA 07-160

datum: 14 juni 2007

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

1. EISER 1,

2. EISER 2,

3. EISER 3,

4. EISER 4,

5. EISER 5,

6. EISER 6,

7. EISER 7,

8. EISER 8,

9. EISER 9,

10. EISER 10,

11. EISER 11,

12. EISER 12,

13. EISER 13,

14. EISER 14,

15. EISER 15,

16. EISER 16,

17. EISER 17,

allen wonende te Schagen,

EISERS IN KORT GEDING,

procureur mr. P. van Lingen,

tegen:

de besloten vennootschap AANNEMINGSBEDRIJF PAAUW B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Schagen,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

procureur mr. M.A. Le Belle.

Partijen zullen verder ook worden genoemd "Eiser 1 c.s." respectievelijk "Paauw".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 5 juni 2007 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Gedaagde heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van eisers de originele dagvaarding en van de zijde van gedaagde pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Eiser 1 c.s. heeft in de jaren 1999 tot en met 2002 met Paauw koop/aannemingsovereenkomsten gesloten betreffende appartementsrechten, allen recht gevende op een aandeel in het appartementencomplex "Naam" aan de Straat te Schagen. Het appartementsrecht omvat een privé-gedeelte bestemd tot woning en één of meer parkeerplaatsen in de stallingsruimte. Daarnaast is Eiser 1 c.s. mede gerechtigd tot de gezamenlijke ruimtes in het gebouw.

2.2 Eiser 1 c.s. heeft tegen Paauw een arbitrageprocedure aanhangig gemaakt bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw, op grond van zijn oordeel dat Paauw op diverse punten in gebreke is gebleven met de nakoming van de gesloten overeenkomst.

2.3 Op 23 augustus 2006 heeft de Raad van Arbitrage voor de Bouw onder nummer 26.514 uitspraak gedaan in de zaak tussen partijen (hierna: het arbitraal vonnis). In het arbitraal vonnis is in de beslissing onder meer het volgende opgenomen:

"DE BESLISSING:

Arbiters, rechtdoende als goede mannen naar billijkheid;

(...)

VEROORDELEN aanneemster tot goed en deugdelijk herstel van de navolgende gebreken, als omschreven in onderdeel III van dit vonnis, zulks binnen vier maanden na dagtekening van dit vonnis:

Straat 81 (koper sub 1): gebreken sub d) (indien gewenst glasopening alsnog voorzien van afdichting), f) ,i) ,l), p), r), s), t), u), w);

Straat 55 (koper sub 2): gebreken sub a) (indien gewenst glasopening alsnog voorzien van afdichting), c), e), p), q) (dekkend schilderen paneel), r), s), u) en w);

Straat 27 (koper sub 3): gebrek sub c);

Straat 31 (koper sub 7): gebreken sub d) (indien gewenst glasopening alsnog voorzien van afdichting), m), q), s), t), en u) (dekkend schilderen paneel);

Straat 57 (koper sub 8): gebreken sub b) (indien gewenst glasopening alsnog voorzien van afdichting), d), f), g), h), i), j), k), l) (dekkend schilderen paneel), m) en n);

Straat 37 (koper sub 9): gebreken sub b) en c);

Straat 53 (koper sub 13): gebreken sub c) en d);

(...)

VEROORDELEN aanneemster tot goed en deugdelijk herstel van de navolgende gebreken in de gemeenschappelijke gedeelten, als omschreven in onderdeel IV van dit vonnis, zulks binnen vier maanden na dagtekening van dit vonnis: gebreken sub 1 (verlagen zijwand hellingbaan), 3, 4, 5, 7, 8, 9, 11, 13, 14, 15, 17, 18, 23, 24, 25, 27, 29, 35, 38, 42, 43, 44, 45, 47, 48, 54, 57, 58, 59, 59, 60, 61, 62, 63, 65, 66, 67, 68, 72, 77, 79 en 82 (indien gewenst glasopening alsnog voorzien van afdichting)."

2.4 Het arbitraal vonnis is met betrekking tot bovengenoemde veroordelingen tussen partijen in kracht van gewijsde gegaan.

2.5 De in het arbitraal vonnis gegeven termijn van vier maanden voor herstel van de in het vonnis genoemde gebreken is sinds 23 december 2006 verstreken. Tot op heden is Paauw niet overgegaan tot het herstel van deze gebreken.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Eiser 1 c.s. vordert - kort gezegd - om Paauw te veroordelen binnen één maand na betekening van het te wijzen vonnis over te gaan tot deugdelijk herstel van alle gebreken genoemd in onderdeel III en IV van het arbitraal vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van euro 5.000,- per dag, met een maximum van euro 200.000,-.

3.2 Eiser 1 c.s. heeft het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd. Paauw is ondanks meerdere sommaties nog steeds niet overgegaan tot het herstel van de gebreken, tot welk herstel hij in het arbitraal vonnis is veroordeeld. Eiser 1 c.s. ondervindt ernstige hinder en overlast omdat deze gebreken niet zijn hersteld en heeft er dus belang bij dat alsnog een dwangsom wordt verbonden aan de uitgesproken veroordeling, teneinde Paauw op deze manier te dwingen tot uitvoering van het arbitraal vonnis.

3.3 Paauw heeft tegen deze vordering verweer gevoerd op gronden die hierna, voor zover van belang, aan de orde zullen komen.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 Paauw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de voorzieningenrechter onbevoegd is om kennis te nemen van het geschil, omdat partijen in de tussen hen geldende koop/aannemingsovereenkomst hebben bepaald dat alle geschillen naar aanleiding van die overeenkomst worden beslecht door arbitrage.

4.2 Tussen partijen is niet in geschil dat zij in de tussen hen geldende koop/aannemingsovereenkomst een arbitraal beding hebben opgenomen. Er vanuit gaande dat het genoemde arbitraal beding tevens een arbitraal kort geding omvat, volgt uit artikel 1051 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat de voorzieningenrechter, alle omstandigheden in aanmerking nemende, zich onbevoegd kàn verklaren door de zaak te verwijzen naar het overeengekomen arbitraal kort geding. Van deze mogelijkheid hoeft de voorzieningenrechter echter geen gebruik te maken. In dit verband wordt overwogen dat voor het treffen van de gevorderde voorziening geen speciale expertise nodig is van de Raad van Arbitrage voor de Bouw, nu slechts de oplegging van een dwangsom wordt gevorderd. Gezien het voorgaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding zich onbevoegd te verklaren en acht hij zich bevoegd om van het geschil kennis te nemen.

4.3 Verder heeft Paauw aangevoerd dat het arbitraal vonnis tot executieproblemen kan leiden, omdat Eiser 1 c.s. geen meerderheid vormt in de vereniging van eigenaren van "Naam". Paauw zal voor het herstel van de gemeenschappelijke gedeelten echter ook overeenstemming moeten bereiken met de vereniging van eigenaren. Dit verweer kan niet slagen. In het arbitraal vonnis is reeds overwogen dat op grond van het bepaalde in de toepasselijke algemene voorwaarden de individuele eigenaren herstel kunnen verlangen van een gebrek in de gemeenschappelijke gedeelten. Deze bevoegdheid staat los van de bevoegdheid van de vereniging van eigenaren. Niet valt in te zien waarom Eiser 1 c.s. niet bevoegd zou zijn om te vorderen dat een dwangsom wordt verbonden aan de tussen dezelfde partijen gewezen veroordeling in het arbitraal vonnis.

4.4 Vast staat dat Paauw in het arbitraal vonnis is veroordeeld tot het herstel van de gebreken zoals hierboven weergegeven in rechtsoverweging 2.3 en dat Paauw niet binnen de daaraan verbonden termijn is begonnen met het herstel van deze gebreken. Het enkele feit dat de vertraging in het herstel van de gebreken zou zijn te wijten aan de onderaannemer, zoals door Paauw is aangevoerd, ontslaat Paauw niet van de verplichting het arbitraal vonnis uit te voeren. Gelet op het voorgaande is de gevorderde dwangsom toewijsbaar.

4.5 Het wordt redelijk geacht om aan de op te leggen dwangsom een termijn te verbinden van drie maanden, binnen welke termijn Paauw dient over te gaan tot goed en deugdelijk herstel van de gebreken genoemd in het arbitraal vonnis.

4.6 De gevorderde hoogte van de dwangsom van euro 5.000,- per dag, met een maximum van euro 200.000,- zal worden toegewezen. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat Eiser 1 c.s. ter terechtzitting onbetwist heeft gesteld dat de kosten van het totale herstel van de gebreken ongeveer euro 200.000,- bedragen. Aan deze veroordeling zal worden toegevoegd dat bij gedeeltelijke nakoming van het vonnis de dwangsom naar evenredigheid wordt aangepast.

4.7 Paauw zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt Paauw om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis over te gaan tot goed en deugdelijk herstel van alle gebreken genoemd in het dictum van het tussen partijen op 23 augustus 2006 gewezen arbitraal vonnis onder nummer 26.514 door de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven, te weten alle gebreken in de individuele appartementen Straat 81, 55, 27, 31, 57, 37 en 53, zoals nader omschreven in onderdeel III van het arbitraal vonnis, alsmede alle gebreken in de gemeenschappelijke gedeelten, zoals nader omschreven in onderdeel IV van het arbitraal vonnis, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van

euro 5.000,- per dag dat Paauw in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen, met een maximum van euro 200.000,-, waarbij bij gedeeltelijke nakoming van het vonnis de dwangsom naar evenredigheid wordt aangepast;

- veroordeelt Paauw in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Eiser 1 c.s. begroot op euro 251,- aan verschotten en op euro 816,- aan salaris procureur;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. J.M. Vrakking, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2007 in tegenwoordigheid van mr. B. de Vos, griffier.