Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA7406

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-06-2007
Datum publicatie
18-06-2007
Zaaknummer
14.810195-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in een kort tijdsbestek, samen met anderen zich schuldig gemaakt aan de voorbereiding van een tweetal overvallen op woningen en aan een poging tot inbraak in een woning. Dit zijn ernstige misdrijven die behoren tot een categorie strafbare feiten die een grove inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de directe slachtoffers.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen van een Renault Espace.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.810195-06

Datum uitspraak: 12 juni 2007

OP TEGENSPRAAK

VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

gedetineerd in PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 februari 2007, alsmede op de terechtzitting van 23, 24 en 26 april 2006 en 7, 29 en 30 mei 2006.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die er toe strekt dat de rechtbank:

• de verdachte met betrekking tot de tenlastegelegde feiten 1 primair en subsidiair en 7 primair zal vrijspreken

• de tenlastegelegde feiten 2 primair, 3, 4 primair, 5 primair, 6 en 7 subsidiair bewezen zal verklaren;

• de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen naar voren is gebracht door de verdachte en de raadsman mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar.

1. TENLASTELEGGING

Op vordering van de officier van justitie is de omschrijving van de tenlastelegging op de terechtzitting van 23 april 2007 gewijzigd op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

Aan de verdachte is, nadat op 29 mei 2007 nog een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde feit is toegelaten, ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 januari 2006 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een kluis en/of een grote hoeveelheid geld (euro's en antilliaanse guldens) en/of een grote hoeveelheid sieraden en/of een grote hoeveelheid Nederlandse munten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] een hand op de mond heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam heeft/hebben

geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer 1] bij de handen en/of armen heeft/hebben vastgebonden en/of

vastgetaped en/of

- die [slachtoffer 1] de ogen en/of mond heeft/hebben dichtgetaped;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 januari 2006 tot en met 20

januari 2006 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Diemen,

althans in Nederland,

ter voorbereiding uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachten

voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer

hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer anderen aanwezig in de

woning, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

opzettelijk een revolver en/of een (electrisch) pistool en/of tape en/of een

(gestolen) voertuig (van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken

[kenteken])) voor handen heeft/hebben gehad, bestemd tot het begaan van dat

misdrijf en/of daarmee een of meer voorverkenningen gedaan;

2.

hij op of omstreeks 16 maart 2006 te Schoorl, gemeente Bergen (NH),

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een

woning gelegen aan [adres 1]

een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te

nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van

braak, verbreking en/of inklimming

een dakraam heeft/hebben geforceerd en/of opengebroken en/of (vervolgens)

door de opening van dat dakraam de woning is/zijn binnengegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] en/of [betrokkene 1] en/of een

of meer (andere) mededaders op of omstreeks 16 maart 2005 te Schoorl, gemeente

Bergen (NH),

ter uitvoering van het door hen voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een

woning gelegen aan [adres 1]

een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te

nemen geld en/of goederen onder haar/hun bereik te brengen door middel van

braak, verbreking en/of inklimming

een dakraam heeft/hebben geforceerd en/of opengebroken en/of (vervolgens)

door de opening van dat dakraam de woning is/zijn binnengegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer

tijdstippen de periode van 01 maart 2006 tot en met 16 maart 2006 te Schoorl,

gemeente Bergen (NH), en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

- mee te gaan naar de woning (al dan niet tijdens de voorverkenning) en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- zich in de directe omgeving van die woning op te houden en/of

- (wachtend) te zitten in een voertuig om - zonodig - een of meer verdachten

te vervoeren en/of een vluchtmogelijkheid te bieden en/of de buit te

vervoeren;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 maart 2006

tot 15 maart 2006 te Schoorl, gemeente Bergen (NH), en/of te Amsterdam,

althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen

misdrijf om

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of een

of meer goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

en diefstal vooraf te laten gaan en/of te laten vergezellen en volgen door

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], te plegen met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

verdachte, tezamen met een of meer van zijn mededaders

- naar de bedoelde woning is (mee)gereden) (in een gestolen auto) en/of

- een electrisch wapen en/of een stroomstootwapen en/of een revolver en/of een

of meer walkie-talkies en/of een bos bloemen heeft/hebben meegenomen en/of

voorhanden heeft/hebben gehad en/of

- aldaar heeft gewacht tot een bewoner thuis zou komen;

3.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 19 maart 2006 tot en met 22

maart 2006 en/of op een of meer tijdstippen in de periode van 02 maart 2006

tot en met 28 maart 2006 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in

het arrondissement Alkmaar en/of het arrondissement Haarlem, althans in

Nederland

ter voorbereiding van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer

hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goederen, althans in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn

mededader(s), althans alleen

en/of

- met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te gedwingen tot

de afgifte van een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goederen,

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

opzettelijk een revolver en/of een (electrisch) pistool en/of tape en/of een

(gestolen) voertuig (van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken

[kenteken])) voor handen heeft/hebben gehad, bestemd tot het begaan van dat

misdrijf;

4.

hij op of omstreeks 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (namelijk tussen 4.00 uur en

6.00 uur)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in/uit een

woning gelegen aan [adres 2]) een kluis (bevattende [onder andere] een

[grote] hoeveelheid sieraden) en/of een horloge en/of een ring en/of een of

meer broches en/of een of meer andere sieraden en/of een (geld)kistje/-kastje

(bevattende [onder andere] een rijbewijs en/of andere papieren) en/of een

hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- de woning van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] is/zijn binnengedrongen en/of

- die (in hun bed liggende) [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft/hebben geslagen en/of

gestompt en/of geschopt en/of gebeten en/of

- met een stroomstootwapen een of meer stroomsto(o)t(en) aan die [slachtoffer 6]

en/of [slachtoffer 7] heeft/hebben toegediend en/of

- (met behulp van tape) de handen en/of de voeten van die [slachtoffer 6] en/of die

[slachtoffer 7] heeft/hebben samengebonden en/of

- (met behulp van tape) de mond en/of de ogen van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7]

heeft/hebben afgeplakt;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 4] en/of een of meer mededader(s)

op of omstreeks 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, en/of te

Diemen, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in/uit een

woning gelegen aan [adres 2]) een kluis (bevattende [onder andere] een

[grote] hoeveelheid sieraden) en/of een horloge en/of een ring en/of een of

meer broches en/of een of meer andere sieraden en/of een (geld)kistje/-kastje

(bevattende [onder andere] een rijbewijs en/of andere papieren) en/of een

hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 4] en/of hun mededader(s) en/of aan

verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het

- binnendringen van de woning van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] en/of

- slaan en/of stompen en/of schoppen en/of bijten van die (in hun bed

liggende) [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of

- toedienen met een stroomstootwapen van een of meer stroomsto(o)t(en) aan die

[slachtoffer 6] en/of

- (met behulp van tape) de handen en/of de voeten van die [slachtoffer 6] en/of die

[slachtoffer 7] heeft/hebben samengebonden en/of

- (met behulp van tape) de mond en/of de ogen van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7]

heeft/hebben afgeplakt;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

op een of meer tijdstippen in de periode 10 maart 2006 tot en met 21 maart

2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, en/of te Diemen, en/of elders in

Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

- aan die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 4] en/of een of meer mededaders

te vertellen dat die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] een of meer sieraden in de

woning zouden hebben en/of zouden bezitten en/of

- de woning van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] aan te wijzen;

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 02 maart 2006

tot en met 21 maart 2006 te Purmerend, althans in Nederland

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen

misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de

[adres 3] weg te nemen een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of

meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

die [slachtoffer 8], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans

alleen

al dan niet samen met zijn mededader(s)

- naar de bedoelde woning is (mee)gereden) (in een gestolen auto) en/of

- een PTT-uniform en/of een electrisch wapen en/of een stroomstootwapen en/of

een revolver en/of een of meer walkie-talkies heeft/hebben meegenomen en/of

voorhanden heeft/hebben gehad en/of

- het PTT-uniform heeft aangetrokken en/of

- zich naar (de voordeur van) bedoelde woning heeft/hebben begeven (met

medeneming van een doos/nep postpakket en/of een electrische wapen) en/of

heeft/hebben aangebeld

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2005

tot en met 21 maart 2006 te Purmerend, althans in Nederland

ter voorbereiding van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen

misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan

[adres 3] weg te nemen een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een

of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 8] en/of een of meer andere personen aanwezig in de woning, te plegen met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

(telkens) opzettelijk een revolver en/of een (electrisch) pistool en/of tape

en/of een (gestolen) voertuig (van het merk Renault Espace (voorzien van het

kenteken [kenteken])) en/of een PTT uniform en/of een of meer walkie-talkies

voor handen heeft/hebben gehad, bestemd tot het begaan van dat misdrijf;

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 2005

tot en met 28 maart 2006 te Sint Maarten, gemeente Harenkarspel, en/of te

Diemen, althans in het arrondissement Alkmaar en/of het arrondissement

Haarlem, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit meerdere personen,

waaronder verdachte,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk diefstal

uit woningen, al dan niet gepaard gaande met braak, verbreking en/of

inklimming danwel diefstal met geweld;

7.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 december 2005

tot en met 05 april 2006 te Sint Maarten, gemeente Harenkarspel, en/of te

Diemen, althans in het arrondissement Alkmaar en/of in het arrondissement

Haarlem en/of in het arrondissement Amsterdam, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken

[kenteken]) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of

heeft/hebben overgedragen,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van dat voertuig (telkens) wist(en) en/of redelijkerwijs

moest(en) vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 december 2005

tot en met 05 april 2006, te Sint Maarten, gemeente Harenkarspel, en/of te

Diemen, althans in het arrondissement Alkmaar en/of het arrondissement

Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging van een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een voorwerp, te weten een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken]), heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad, althans van een voorwerp, te weten een voertuig van het

merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken]), gebruik heeft/hebben

gemaakt, terwijl hij en/of een of meer van zijn mededaders wist(en) en/of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk

of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair, 5 primair, 6 en 7 primair is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Met betrekking tot feit 4 primair en subsidiair (Breezand) overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is onvoldoende gebleken van enige betrokkenheid van verdachte bij dit strafbare feit.

Met betrekking tot feit 5 primair (Purmerend) overweegt de rechtbank als volgt.

Van de zijde van verdachte is aangevoerd, dat er geen sprake kan zijn van een strafbare poging, nu er geen sprake is geweest van een begin van uitvoering. De verdachte [verdachte] zou immers niet hebben aangebeld bij de woning, waar de daders van plan waren een diefstal met geweld te plegen.

De rechtbank gaat uit van de verklaring van de verdachte [verdachte], dat er door hem niet is aangebeld. [verdachte] heeft dit in zijn diverse verklaringen consistent verklaard en de mede-verdachte [mededader 3] heeft als enige hierover verklaard dat hij van een afstand heeft gezien (en niet gehoord) dat er is aangebeld.

Ten laste is gelegd een poging tot diefstal. De vraag dient te worden beantwoord of de feitelijke omschrijving in de tenlastelegging, te weten het naar de woning gaan in een ptt-uniform met wapens en walkie-talkies en het zich naar de voordeur begeven, voldoende is om van een begin van uitvoering te spreken. Met andere woorden: de vraag is of de gedragingen van de daders als voorbereidingshandelingen dienen te worden aangemerkt, dan wel dat er sprake is van een begin van uitvoering, zoals vereist voor een strafbare poging.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de in de ten laste legging beschreven gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet gericht op de voltooiing van het misdrijf. Dat oordeel zou anders hebben geluid als er daadwerkelijk zou zijn aangebeld.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel, dat er geen sprake is van een poging en dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot feit 6 (deelname criminele organisatie) overweegt de rechtbank als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen onder feit 6 is tenlastegelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Uit de stukken van het dossier noch uit het onderzoek op de terechtzitting is bewijs te putten voor het bestaan van een criminele organisatie, waaraan verdachte heeft deelgenomen. Verdachte en zijn medeverdachten dienen veeleer gezien te worden als een groep personen die goeddeels voor eigen rekening en risico en in verschillende samenstellingen strafbare feiten pleegden.

Naar het oordeel van de rechtbank is het samenwerkingsverband daarmee onvoldoende gestructureerd en onvoldoende duurzaam en bestendig om van een organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht te kunnen spreken. Voorts is niet gebleken van een gemeenschappelijke doelstelling en zodanige gemeenschappelijke regels dat op deelnemende personen druk uitgeoefend kon worden om zich aan de in de organisatie levende normen en uitgangspunten te onderwerpen. Niet vast is komen staan dat de verdachten jegens elkaar verplichtingen hadden die in het kader van een organisatie afdwingbaar waren.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 3, 5 subsidiair en 7 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

2 primair.

hij op 16 maart 2006 te Schoorl, gemeente Bergen (NH), tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen uit een woning gelegen aan [adres 1] geld en/of goederen, toebehorende aan [slachtoffer 3], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of dat weg te nemen geld en die goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, en inklimming

een dakraam heeft geforceerd en vervolgens door de opening van dat dakraam de woning is binnengegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de periode van 21 maart 2006 tot en met 28 maart 2006 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, ter voorbereiding van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging

- met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5],

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

- met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen, toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5],

met zijn mededaders

opzettelijk een revolver en een elektrisch pistool en een voertuig van het merk Renault Espace, voor handen heeft gehad, bestemd tot het begaan van dat misdrijf;

5 subsidiair:

hij in de periode van 1 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 in Nederland, ter voorbereiding van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres 3] weg te nemen geld, toebehorende aan [slachtoffer 8], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 8] en/of een of meer andere personen aanwezig in de woning, te plegen met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

met zijn mededaders, opzettelijk een revolver en een (electrisch) pistool

en een voertuig (van het merk Renault Espace) en een PTT uniform en walkie-talkies

voor handen heeft gehad, bestemd tot het begaan van dat misdrijf;

7 subsidiair:

hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2006 tot en met 31 maart 2006 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander telkens een voorwerp, te weten een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken]), voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader wisten dat bovenomschreven voorwerp – onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5. BEWIJSMIDDELEN

Ten aanzien van feit 2 primair:

(SCHOORL)

- het algemeen proces-verbaal onderzoek Oscar met nummer 00-AMB-00, gedateerd 29 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar H.J. Booij.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant H.J. Booij (algemeen proces-verbaal pag. 3 t/m 15):

In diverse processen-verbaal worden personen aangeduid met bijnamen of aliassen. Tevens zijn diverse (bij)namen fonetisch weergegeven:

Verdachte [mededader 2]: [W], [A], [A], [K].

Verdachte [mededader 1]: [G], [G], grote Pool, twee Polen (i.c.m. verdachte [betrokkene 1]), vrienden van [A] (i.c.m. verdachte [betrokkene 1]).

Verdachte [mededader 4]: [D], [D], [D], vriendin van [A], vrouw van [A].

? Het proces-verbaal met nummer PL 1000/06-139213 van 1 augustus 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren J. H. Aukes en

P. O. Helstone, beiden hoofdagent van politie, afdeling Regionale Recherche, politie Noord-Holland Noord.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 augustus 2006 tegenover verbalisanten J.H. Aukes en P.O. Helstone voornoemd afgelegde verklaring van [slachtoffer 3] (pag. 96 t/m 98 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Ik doe aangifte van inbraak. Op 16 maart 2006 is er ingebroken in mijn woning aan [adres 1] te Schoorl. Ik kwam pas omstreeks 21.15 uur thuis. Ik heb rondom mijn woning een viertal beveiligingscamera’s hangen en bij het terugkijken van de opnamen rondom het tijdstip van de inbraak, is te zien dat om 20.15 uur een schim door het beeld loopt om vervolgens een van de bewegingsmelders/lampen van mijn woning af te slopen. Vervolgens is of zijn de dader(s) via het dakraam boven de keuken mijn woning binnen gekomen. Het dakraam stond op een kiertje en is met geweld verder geopend. Om 20.40 uur werd door de dader en of de daders zelf de paniekknop van het alarm in werking gesteld. Nadat de paniekknop in werking was gezet, waren al heel snel diverse mensen bij mijn woning om te kijken wat er aan de hand was.

Ik heb geen waardevolle spullen in huis, behalve een viertal horloges met een gezamenlijke waarde van ongeveer 30.000 euro.

? Het proces-verbaal met nummer 06-144602 van 20 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H. T. Hofstra en

P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 april 2006 tegenover verbalisanten H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman, voornoemd afgelegde verklaring van verdachte (pag. 18 t/m 28 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Ik denk dat de eerste ontmoeting met die twee Polen in maart 2006 was. Ik zag [betrokkene 2], [mededader 2] en die twee Polen buiten staan praten. [mededader 2] kwam toen binnen met die twee Polen. [mededader 2] vertelde mij dat die twee Polen voor hem waren gekomen om te werken. Crimineel werk om mensen in huizen te pakken. Huis overvallen bedoel ik daarmee. [mededader 2] zei me dat. Ik hoorde hem vragen "If I got people to rob".

[mededader 2] reed toen in die Opel Calibra, kleur zwart, en die twee Polen in een blauwe Peugeot, oud model station.

Bij de tweede ontmoeting kwamen [mededader 2] en die twee Polen mij halen vanaf [adres 4] (de rechtbank begrijpt: te Amsterdam). Ik ging met [mededader 2] mee naar buiten. [mededader 2] wees mij een auto, een Renault Espace, grijs van kleur. [mededader 2] startte de Renault via zijn accu. Er waren autosleutels bij. Ik kreeg die autosleutels van [mededader 2].

Ik reed achter [mededader 2] aan.

Ik parkeerde de Renault niet voor de verblijfplaats van de twee Polen. Ik moest de Renault verderop parkeren. Later hoorde ik van [mededader 2] dat de Renault gestolen was.

Ik ben ergens langs geweest waar paarden zijn. Daar was een paardenstal. Ik moest daar staan van die [mededader 2] en die twee Polen.

We reden met de Renault naar die plek. Wij waren met vier man en de vrouw van [mededader 2]. Ik reed met die twee Polen mee uit Alkmaar en [mededader 2] met zijn vrouw in die Opel. Hij is de baas. Hij had een walkietalkie en die twee Polen ook. Volgens [mededader 2] waren er geld en drugs.

[mededader 2] en die twee polen hebben daar wel ingebroken. Nadat [mededader 2] en die twee Polen daar hadden ingebroken, zijn we teruggereden naar de woning van de twee Polen. Die Polen hadden niets bij zich.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V03-05 van 21 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H.T. Hofstra en

P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 april 2006 tegenover verbalisanten H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman, voornoemd afgelegde verklaring van verdachte (pag. 35 t/m 39 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Die inbraak in de woning was in de buurt van Alkmaar. Ik stond op de uitkijk. Het was een villa met veel glas. Die paardenstal stond in de buurt van de villa. [mededader 2] en die twee Polen braken in. Ze klommen op het dak. Volgens mij zijn ze via een raampje het huis binnengekomen. Het was ’s avonds tussen 19.30 uur en 20.00 uur.

[mededader 2] en die twee Polen hadden een breekijzer, kleur zwart bij zich. Het licht ging aan bij de voordeur. Die lange Pool brak toen de sensor af.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V03-07 van 21 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 april 2006 tegenover verbalisanten H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman, voornoemd afgelegde verklaring van verdachte (pag. 42 t/m 45 zaaksdossier 5 – Schoorl):

[mededader 3] was mee bij die villa met die paardenstal.

[mededader 3] is daar later bij geweest en heeft daar ook ingebroken met die twee Polen.

? Het proces-verbaal met nummer 00-VO3-13 van 26 juli 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren P.O. Helstone, en R. Piers.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 juli 2006 tegenover verbalisanten P.O. Helstone en R. Piers, voornoemd afgelegde verklaring van verdachte (pag. 64 t/m 67 zaaksdossier – Schoorl):

Ik ben vandaag met jullie in de auto meegereden op zoek naar het huis van glas in de buurt van Alkmaar.

Ik herkende die rare kruising in dat dorpje Schoorl. Ik zag dat huis staan. Ik zag dat het [adres 1] was. Ik weet zeker dat dat het huis was met dat glas. Ik zag dat ook die paardenstal achter het huis.

Het kan dat ik daar twee keer geweest ben. Ik heb toen in de bosjes gelegen samen met die

twee Polen en [mededader 3]. Dat was ’s avonds rond 19.30 uur. Het was maart 2006, dus al

donker buiten.

Die twee Polen zijn in de woning geweest.

[mededader 2] is de opdrachtgever. Hij stuurt aan met zijn walkie talkies. Wij hadden ook van die zwarte walkie talkies.

? Het proces-verbaal met nummer 00-VO5-05 van 13 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren R. Piers en P.L. Pijnaker.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 13 oktober 2006 tegenover verbalisanten R. Piers en P.L. Pijnaker, voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 4]: (blz. 272 t/m 288 zaaksdossier 5 - Schoorl):

Over Schoorl kan ik het volgende vertellen. Het was ’s avonds. Het was in het grote huis. Ik was in de auto samen met [mededader 2]. [mededader 2] had een walkie talkie. Ik weet dat die 2 Polen daar geweest zijn en een meisje en [verdachte] en zijn vriend. Ik kan me wel herinneren dat [mededader 2] eerst in de auto zat en dat hij daarna naar ze toe ging.

[mededader 2] ging daar naartoe om te kijken of de eigenaar van het huis terug zou komen.

[mededader 2] heeft me gezegd dat die vijf personen daar naartoe gingen. [mededader 2] stond aan de weg en dat ze daar geweest zijn en dat waarschijnlijk het alarm afging of de auto er aan kwam.

[mededader 2] zei dat die twee Poolse mannen daar geweest waren. Ik weet dat die twee Polen van plan waren om naar binnen te gaan.

Die twee Poolse mannen wilden iets stelen uit het huis

Ik weet dat [mededader 2] een walkie talkie had. Ze hebben met elkaar contact opgenomen. Ze hadden microfoontjes. Toen ik bij [mededader 2] kwam praatten ze met elkaar. Ik hoorde stemmen.

Toen we in Schoorl kwamen heeft [mededader 2] de walkie talkie aangezet.

Ik ben drie keer in Schoorl op die plek geweest. Die andere twee keren zijn we ook ’s avonds naar Schoorl gegaan. Ik kan me herinneren dat het een heel groot huis was, een heel mooi huis met veel lichten er omheen. Het was een vrijstaand huis.

[mededader 2] heeft gezegd dat we naar Schoorl gingen. [mededader 2] heeft gezegd wat er ging gebeuren en heeft ook gezegd dat ze daar naartoe kwamen rijden.

Volgens mij gingen die twee Poolse jongens in dat huis en die vriend van [verdachte], die zwarte. Dat heeft [mededader 2] mij gezegd.

? Het proces-verbaal met nummer 05-AMB-05 van 29 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar J-H. Aukes.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant J.H. Aukes (pag. 104/105 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Op 16 maart 2006 heeft er op [adres 1] te Schoorl een inbraak in en een poging diefstal uit een woning plaatsgevonden. De woning is voorzien van vier beveiligingscamera’s die alle bewegingen rondom de woning registreren.

Op de navolgende fotoprints valt een personenwagen waar te nemen, gelijkend op de Renault Espace uit het recherche-onderzoek:

8 maart 2006 te 20.01 uur,

9 maart 2006 te 19.46 uur en 19.48 uur,

13 maart 2006 te 20.19 uur

14 maart 2006 te 19.28

15 maart 2006 te 20.07 uur, 20.27 uur en 20.30 uur

16 maart 2006 te 19.46 uur.

De fotoprints van de voornoemde data en tijdstippen zijn bij dit proces-verbaal van bevindingen gevoegd.

Ten aanzien van feit 3:

(HOOFDDORP)

? Het proces-verbaal van 19 maart 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.

Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van medeverdachte [mededader 5] als getuige:

[mededader 6] heeft met [verdachte] gesproken. Hij stelde voor iets anders te gaan bekijken. Hij had in 2005 gedetineerd gezeten met een man over wie ik later in het dossier heb gelezen dat hij [slachtoffer 5] heet. [mededader 6] heeft twee weken in de isoleer gezeten, bont en blauw door die man. Hij sprak niet over wraak maar er werd wel over geld gesproken en gezegd dat deze man in drugs zou handelen en dure horloges zou hebben. Er zouden ook Poolse mensen bij deze man werken. Het was in Hoofddorp. Er werd in dezelfde sfeer als over Breezand gesproken. Ik weet niet of het de bedoeling was daar te gaan inbreken of die man een aframmeling te geven. We zouden gaan rijden om die woning te gaan bekijken. We zijn er met zijn allen heen gereden, [mededader 6] wist het adres. [mededader 6] reed in de rode Golf, ik zat er naast. De twee Polen reden in een grotere auto. [mededader 3] en [verdachte] zaten bij hen in de auto. Wij reden voorop, de Polen achter ons. Bij afslag Hoofddorp gingen we van de snelweg af. We zijn nog een stukje verder gereden, maar [mededader 6] werd wat paranoia en zei dat hij een undercover agent achter zich aan had. We zijn met zijn allen teruggegaan, naar Amsterdam.

De keer daarna ben ik met [verdachte] en de twee Polen naar Hoofddorp gereden. [mededader 3] zat al vast. De twee Polen en [verdachte] kwamen mij samen in de grote auto ophalen. De lange Pool stuurde. Ik heb die andere nooit zien sturen. [mededader 6] is niet meegegaan. Hij had mij op de terugweg van de eerste rit het adres van de woning gegeven.

Wij zijn langs de woning gereden. Ik heb de woning gewezen en verder is er niets gebeurd.

U houdt mij voor dat ik verklaard heb dat er in die woning horloges en sieraden waren. Ik denk wel dat ik het zo verklaard heb bij de politie.

Toen wij de tweede keer langs de woning in Hoofddorp reden, was er niemand. Het is een alleenstaand huis. Aan de voorkant zie je het huis, je ziet dat er achter nog iets is.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V02-09 van 30 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren B.A. Nederstigt en M.C.E. Boersema.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 november 2006 tegenover verbalisanten B.A. Nederstigt en M.C.E. Boersema voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 5] (blz.118 t/m 128 dossier zaak 3 – Hoofddorp):

[verdachte] heeft ons daar in Hoofddorp bij het huis gebracht. Ik heb [verdachte] dat huis aangewezen. We moesten het huis aan de Polen laten zien want [mededader 3] was opgepakt. Ik wist op dat moment als enige welk huis het was. [verdachte] en ik en die twee Polen waren daar dus.

Ik heb dat huis aangewezen. Ik zei dat er een horloge en sieraden waren. Ik heb gezegd dat er een man en een vrouw en twee kinderen zouden wonen.

Ik zou mijn aandeel krijgen, samen met mijn vriend [mededader 6].

Ik wist dat daar een man met veel geld woonde en dat hij drugs had.

De eerste keer dat we in Hoofddorp zijn gaan kijken was na 10 maart 2006.

De Polen waren een keer met de zilverkleurige auto en een keer met een donkere auto. [mededader 3] zat de eerste keer met [verdachte] en die twee Polen in een andere auto achter ons.

Nadat ik ze het huis in Hoofddorp had laten zien zouden de twee Polen contact met mij opnemen. Meneer [mededader 6] wilde dat ik die Polen zou bellen. Op 27 maart 2006 had ik nog contact met die lange Pool. Hij zei dat hij komende donderdag naar Polen zou gaan. Meneer [mededader 6] begon te schreeuwen. Hij had het erover dat hij geen geld had gekregen. Hij wist zeker dat er in Hoofddorp geld moest zijn en hij dacht dat hij bestolen was van zijn deel.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V03-14 van 26 juli 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren P.O. Helstone en R. Piers.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 juli 2006 tegenover verbalisanten P.O. Helstone en R. Piers voornoemd afgelegde verklaring van verdachte ( blz. 61 t/m 63 dossier zaak 3 – Hoofddorp):

We reden over de A4 vanuit Amsterdam, Holendrecht. [mededader 5] reed in haar eigen rode auto. [mededader 3], ik en die 2 Polen reden toen in de Peugeot die door de lange Pool werd bestuurd. We zijn toen richting Schiphol gereden. We hebben de afslag genomen. We zagen toen politie achter ons. We waren toen in de buurt van dat huis. We zijn toen weer terug gegaan.

De volgende dag zijn we weer naar Schiphol gegaan. Die Polen kwamen toen met de Renault Espace. We hebben toen [mededader 5] opgehaald en we zijn toen met zijn vieren naar dat huis gereden bij Schiphol. We kwamen op een gegeven moment langs dat huis. Ik wees het u al aan. Die boerderij herkende ik ook. We waren toen met die Polen en [mededader 5] nog een keer langs dat huis gereden. Nu zie ik dat het [huisnummer] is.

Dat is het huis dat [mededader 5] ook aan de Polen heeft aangewezen. Ik wilde eigenlijk wel gelijk dat huis overvallen. Ik zou op de uitkijk staan. Die Polen zouden naar binnen gaan. Ze zouden aanbellen met een smoesje van autopech. Dit alles speelde zich af in maart 2006.

? Het relaas proces-verbaal met nummer ZK 3 van 15 december 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar A. Boom.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant A. Boom (blz. 3 t/m 19 dossier zaak 3 – Hoofddorp):

[slachtiffer 5] woont te Hoofddorp, [adres 5]. Hij is de levenspartner van [slachtoffer 4].

? Het proces-verbaal met nummer 03-AMB-01 van 31 juli 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren R. Piers en P.O. Helstone.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisanten R. Piers en P.O. Helstone voornoemd (blz. 141 en 142 dossier zaak 3 – Hoofddorp):

Op woensdag 26 juli 2006 bevonden wij ons in een onopvallend dienstvoertuig, samen met de verdachte [verdachte]. Verdachte [verdachte] had in eerdere verklaringen aangegeven dat hij bij een woning in de buurt van Schiphol was geweest. Hierop hebben wij aan verdachte [verdachte] voorgesteld om rond te rijden, zodat hij ons deze locatie mogelijk kon aanwijzen.

In Hoofddorp zijn wij op [adres 5] blijven rijden en verlieten wij de bebouwde kom van Hoofddorp. Toen wij ter hoogte van [adres 5] reden, zag ik, eerste verbalisant, dat [verdachte] naar die boerderij wees en ik hoorde hem zeggen dat die boerderij/woning hem bekend voor kwam, maar dat hij twijfelde.

[verdachte] verklaarde dat hij die boerderij herkende, omdat hij met die Polen daar ook was gekeerd, om nog een keer langs die andere boerderij te rijden.

Toen verklaarde hij ook opeens dat hij wist dat de woning die overvallen moest worden de woning naast de boerderij, waar we gekeerd waren, lag of de volgende boerderij. Toen wij weer de woning/boerderij op [adres 5] hadden gepasseerd, verklaarde hij dat het toch die boerderij met [adres 5] was. Hij verklaarde dat hij de caravan op het terrein herkende en dat hij de grote vrijstaande witte gastank herkende, die naast de boerderij in het weiland staat.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V03-13 van 30 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H. Bruinemeijer en P.O. Helstone.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 november 2006 tegenover verbalisanten H. Bruinemeijer en P.O. Helstone voornoemd afgelegde verklaring van verdachte:

[mededader 5] en de Polen hadden samen afspraken gemaakt. Zij hadden afgesproken dat die Polen mij op kwamen halen. Wij hebben daarna [mededader 5] opgehaald. Ik moest met die Polen naar binnen gaan. Ik moest die Polen achtervolgen. Die Polen hadden een revolver, elektrisch pistool en tape bij zich.

[mededader 3] zat toen vast. [mededader 5] wist dat het om een tomatenbedrijf ging. We zaten in één auto, namelijk een Renault.

Ten aanzien van feit 5 subsidiair:

(PURMEREND)

? De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 24 april 2006 afgelegd, voor zover zakelijk weergegeven inhoudende:

Ik ben twee keer in Purmerend geweest.

Ik ben daar geweest met [mededader 2] en [mededader 3] en de twee Polen. Dit was alle drie de keren zo. [mededader 2] reed in de Calibra, de twee Polen in de Peugeot en ik in de Espace. [mededader 2] reed samen met zijn vrouw. Ik kwam vanuit Holendrecht met de Espace, samen met [mededader 3]. De anderen kwamen mij eerst ophalen. We reden met drie auto’s achter elkaar naar Purmerend. We hadden tijdens het rijden contact met de personen in de andere auto’s. Er was wel een stroomstootwapen. Ik heb dat wapen in de Renault Espace gezien. Er was ook een revolver. Ik weet niet wie die mee heeft genomen. Ik heb dat wapen gezien in Purmerend. We hebben in de Renault Espace de wapens uitgedeeld. Ik weet niet welke keer dat was. We hadden van tevoren afgesproken dat we daar een huis zouden gaan bekijken met de bedoeling om daar een overval te plegen. Het was de bedoeling dat de bewoner thuis zou zijn. Dat was vóór de eerste keer al besproken. Er is mij uitgelegd dat op dat adres een drugsdealer woonde die heel veel geld in huis moest hebben. [mededader 2] heeft mij dat uitgelegd. Die twee Polen waren hier ook bij aanwezig. [mededader 3] was ook bij dat gesprek maar heeft zich er niet echt mee bemoeid. Het ging om twee miljoen. Ik weet niet wanneer er voor het eerst sprake was van een PTT-jasje. De laatste keer had ik hem aan. De derde keer ben ik met een PTT-jas aan de deur geweest bij die woning. Ik had al gehoord dat die man dood moest. Hij moest dingen slikken om zijn geheugen kwijt te raken. Ik vertrouwde dit allemaal niet. Ik besloot om het niet te doen. Ik heb niet aangebeld. Ik ben weggelopen. Ik ging weer terug naar de auto. Ik heb in de auto gezegd dat ik de camera zag bewegen en dat ik dacht dat mijn gezicht in beeld was en dat ik hem daarom gesmeerd was.

Op het moment dat ik die derde keer naar die woning liep had ik het stroomstootwapen bij mij onder een PTT-doosje. Ik heb de PTT-jas aangetrokken in de Renault. Vanaf die plaats kon je ook het huis zien waar het om ging.

? Het proces-verbaal met nummer 06-144602 van 23 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H. T. Hofstra en P.E.H. Koeman en J.G.M. Ruitenberg.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 april 2006 tegenover verbalisanten Hofstra, Koeman en Ruitenberg, voornoemd afgelegde verklaring van verdachte (pag. 91 t/m 95 zaaksdossier 6 - Purmerend):

U vraagt mij wiens idee dit was om mij als PTT’er uit te geven. Dat was het idee van [mededader 2].

Ik moest de man in bedwang houden als hij de deur open zou doen. Ik moest de man in bedwang houden met dat elektrische pistool, die onder de PTT jas verborgen hield. Ik belde dus niet aan. Ik deed alsof. Nadat ik bij [mededader 2] terugkwam zei [mededader 2]: shit, fuck. Die twee Polen stonden iets verder op. Ik herinner mij dat de man die we moesten overvallen [slachtoffer 8] (fonetisch) heette. [mededader 2] vertelde mij dat de man [slachtoffer 8] heette.

? Het proces-verbaal met nummer 00-G13-01 van 4 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren P.O. Helstone en R. Piers.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 4 oktober 2006 tegenover verbalisanten Helstone en Piers, voornoemd afgelegde verklaring van [slachtoffer 8] (pag. 336 t/m 338 zaaksdossier 6 - Purmerend):

Ik woon op [adres 34] te Purmerend.

? Het proces-verbaal met nummer 06-AMB-01 van 31 juli 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren R. Piers en P.O. Helstone.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisanten R. Piers en P.O. Helstone voornoemd (blz. 110 en 111 dossier zaak 6 – Purmerend):

Op 26 juli 2006 bevonden wij verbalisanten ons in een onopvallend dienstvoertuig samen met verdachte [verdachte]. Wij reden met [verdachte] over de rijksweg A7, komende uit de richting Amsterdam. Wij zijn de afrit Purmerend-Zuid afgegaan en richting de Verzetslaan gereden. [verdachte] zei dat wij de Verzetslaan door moesten rijden. We zijn linksaf de Brandjesstraat ingereden. Wij hoorden [verdachte] zeggen dat het hier was en dat we gelijk rechtsaf moesten slaan. We kwamen uit op een gedeelte van [adres 3] wat is gesitueerd als een soort pleintje. Wij zagen dat hij naar een woning wees met het [adres 3]. Wij hoorden hem hierbij zeggen: “Kijk daar is die camera”. Wij zagen dat boven de voordeur van [adres 3] een afdakje zat waaraan een kastje hing.

? Het proces-verbaal van 19 april 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.

Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van medeverdachte [mededader 4]:

Het is juist dat we best vaak naar Purmerend gingen.

U houdt mij mijn verklaring bij de politie voor dat ik er achter ben gekomen dat ze gingen inbreken. Ik weet niet wat ze daar gedaan hebben. Ik heb een keer [verdachte], [mededader 3] en de twee Polen over straat zien lopen. Ik was in de auto, [mededader 2] ging met hen mee.

Ik heb een andere keer [verdachte] en [mededader 2] in Purmerend gezien. Ik zat toen ook in de auto

Ik ben vijf keer in Purmerend geweest. Twee keer daarvan heb ik de mensen die ik noemde gezien. De andere keren ging [mededader 2] de auto uit. Ik heb met [mededader 2] in de auto gereden.

Ik heb aan [mededader 2] gevraagd wat ze daar gingen doen. [mededader 2] zei dat ze van plan waren daar in te breken. Dat was bij de derde keer. Hij was toen langer weg. Hij zei dat ze geprobeerd hadden in te breken. Het was niet gelukt, de man kwam terug of zoiets.

? Het proces-verbaal met nummer 06-012240 van 26 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren P.L. Pijnaker en E.S. Bakker.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 april 2006 tegenover verbalisanten Pijnaker en Bakker voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 3] (pag. 156 t/m 163 zaaksdossier 6 - Purmerend):

Ik zat in januari 2006 vast in Diemersluis. Ik ben pas op 2 maart 2006 vrijgekomen. Toen ik vrijkwam, ging ik bij een vriend van [verdachte] inwonen.

(pag. 157)

[verdachte] stelde die Pool voor als een vriend van hem. Die Pool [mededader 2] kwam met spullen waar [verdachte] winst op kon maken. Die dag, voordat [mededader 2] weg ging, zei hij: Tomorrow I wil call you, i have a job for you. I”ll call you.

De volgende dag kwam die [mededader 2] in de avonduren langs en zei hij: Ik heb 5 mensen nodig om iemand in elkaar te timmeren. Iedereen zou 500 euro krijgen. Er moesten 5 mensen meegaan.

Drie of twee dagen later komt [mededader 2], maar hij komt met twee vrienden, in ieder geval twee Polen. Je had een korte Pool en een lange Pool. [mededader 2] zei weer tegen [verdachte]: I have a job. Ik was erbij. Hij had in ieder geval [verdachte] nodig om als postbode ergens aan te bellen. [mededader 2] zegt: ”Sure, two million”

(pag. 158)

[verdachte] zei: mijn vriend gaat mee en daar bedoelde hij mij mee. Ze hadden besproken en [mededader 2] zegt: is goed, hij mag mee. Ik krijg toestemming om mee te gaan.

[verdachte] zijn opdracht was, een postbodepak aantrekken, een doos vasthouden en onder die doos zat een elektrisch wapen van takke, takke, tak. Het adres waar ze naar toe moesten gaan was een man in Purmerend die hasj verkoopt dan wel inkoopt vanaf 50 kilo. [verdachte] moest dat pak aantrekken, aanbellen en als iemand opendeed dan takke, takke, takk en dan zouden die twee polen vanaf de zijkant komen. Met takke takke takk bedoel ik dat elektrische wapen. [mededader 2] zou in de auto blijven kijken op de uitkijk. De vriend van mij zou met die Polen meegaan. Ze zouden met z’n vieren naar binnengaan en later zou [mededader 2] ook komen.

Ik zei: ik ga mee. Ik had het met [verdachte] besproken.

Het heeft zich afgespeeld in maart. Ze komen vroeg, wij lagen nog te slapen. Iets van 08.00 uur. Ze hadden ons wakker gemaakt van “Change, change, we go now”. [verdachte] kreeg zijn PTT-jas aan en een doos. [verdachte] ging voor de PTT-doos.

(pag. 159)

[verdachte] had het schietpistool met stroom eronder. We lopen naar die parkeerplaats toe. [mededader 2] stapte in de Calibra van hem waar zijn zoon en vrouw in zaten. Een zwarte Calibra. Die twee polen gingen in een grijze auto, een station. [verdachte] kreeg toen de sleutel van een Renault, grijs.

We rijden naar Purmerend. We konden communiceren met die walkie talkies. Ik zat met [verdachte] in die Renault en [verdachte] had een walkie talkie. Die Polen hadden ook een walkie talkie en [mededader 2] en zijn vrouw hadden er één.

Aangekomen in Purmerend zijn we van auto gewisseld. Die twee Polen kwamen in die Renault en [mededader 2] heeft een rondje gemaakt bij die woning van die man van de hasj.

[verdachte] moest achterin die Renault zitten. [mededader 2] is achter het stuur gaan zitten. [mededader 2] is met ons zijnde [verdachte], die twee Polen en mijzelf naar dat huis gereden. Die Calibra heeft die vrouw een stuk verderop gezet. We hebben een rondje langs het huis gereden. [mededader 2] heeft de Renault neergezet bij het speelterrein. [verdachte] stapte uit en die twee Polen stapten uit. Ik bleef gewoon in die Renault met [mededader 2]. Die man was wel thuis want [verdachte] zei later tegen me dat de camera’s van die woning bewogen.

[verdachte] wilde dus weglopen, maar [mededader 2] zei: No, no stay door de walkie talkie. [verdachte] stay niet maar liep naar de Renault toe en die andere Polen kwamen ook en we reden weg. Wij zijn naar de andere auto’s toegegaan, dus waar die vrouw was en die oude station. [verdachte] en ik bleven in de Renault, die twee Polen in de station en [mededader 2] stapte bij zijn vrouw en zoon in.

Ten aanzien van feit 7 subsidiair (witwassen):

? Het proces-verbaal met nummer PL1010/05-296997 van 21 december 2005, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar L.E. Kuiper.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 december 2005 tegenover Kuiper, voornoemd afgelegde verklaring van aangever [slachtoffer 9] (blz 37 en 38 dossier zaak 7 – witwassen Renault Espace):

Ik doe aangifte van diefstal. Het weggenomene behoort mij geheel in eigendom toe. Niemand had het recht of de toestemming dit goed weg te nemen.

Op dinsdag 20 december 2005 heb ik mijn auto afgesloten en achtergelaten op het garagepad naast mijn woning. Op 21 december 2005 omstreeks 07.00 uur wilde ik naar mijn werk gaan en zag dat mijn auto van het garagepad was verdwenen. In juni 2005 is de tas van mijn echtgenote gestolen, waar onder andere een autosleutel in zat.

omschrijving ontvreemde motorvoertuig:

kenteken: [kenteken 2];

Renault Espace, bouwjaar 2000.

? Het proces-verbaal met nummer 06-144602 van 20 april 2006, in de wettelijke

vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 april 2006 tegenover verbalisanten Hofstra en Koeman voornoemd afgelegde verklaring van verdachte (blz. 70 t/m 80 dossier zaak 7 – witwassen Renault Espace):

Ik denk dat de eerste ontmoeting met die twee Polen in maart 2006 was. Ik zag [betrokkene 2], [mededader 2] en die twee Polen buiten staan praten. [mededader 2] kwam toen binnen met die twee Polen. [mededader 2] vertelde mij dat die twee Polen voor hem waren gekomen om te werken. Crimineel werk om mensen in huizen te pakken. Huis overvallen bedoel ik daarmee. [mededader 2] zei me dat. Ik hoorde hem vragen "If I got people to rob".

[mededader 2] reed toen in die Opel Calibra, kleur zwart, en die twee Polen in een blauwe Peugeot, oud model station.

Bij de tweede ontmoeting kwamen [mededader 2] en die twee Polen mij halen vanaf [adres 4].

Ik ging met [mededader 2] mee naar buiten. [mededader 2] wees mij een auto, een Renault Espace, grijs van kleur aan. [mededader 2] vroeg of ik die auto weg kon brengen. [mededader 2] startte de Renault via zijn accu en de autoruiten waren bevroren. Er waren autosleutels bij. Ik kreeg de autosleutels van [mededader 2]. We gingen richting Noord. Ik reed achter [mededader 2] die in de Opel Calibra reed. Achter mij reden die twee Polen uit Alkmaar in de Peugeot.

Ik parkeerde de Renault niet voor de verblijfplaats van de twee Polen. Ik moest de Renault verderop parkeren. Later hoorde ik van [mededader 2] dat de Renault gestolen was en dat die auto uit Polen kwam.

[mededader 2] wees mij die keer toen ik die Renault had weggebracht een geheime plek in de keuken. [mededader 2] maakte de onderkant van de keuken los en daar lagen toen kentekenplaten..

Dat waren Nederlandse kentekenplaten en [mededader 2] vertelde dat de platen waren van dezelfde auto, van de Renault, maar dan andere nummers.

? Het proces-verbaal met nummer 06042006 1122 4153 van 6 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar R. van der Wal.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant R. van de Wal voornoemd (pag. 22 dossier zaak 7 – witwassen Renault Espace):

Op 5 april 2006 zag ik op een parkeervak, gelegen aan [adres 6] te Sint Maarten een grijze personenauto van het merk Renault Espace staan. Ik zag dat deze auto voorzien was van een Nederlands kenteken met de cijfer/letter combinatie [kenteken]. Ik zag dat het geen originele Nederlandse kentekenplaat was. Ik heb hierop de grijze Renault Espace af laten slepen naar het politiebureau te Schagen.

? Het proces-verbaal met nummer 120406 1100 2024 van 25 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren S.J. Dogger en J. van de Hee.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisanten Dogger en Van de Hee voornoemd (pag 27 en 28 dossier zaak 7 – witwassen Renault Espace):

Op 8 april 2006 is een onderzoek ingesteld aan een Renault Espace, voorzien van het kenteken [kenteken]. De op het voertuig gemonteerde kentekenplaten waren gelet op het uiterlijk kennelijk geheel vals.

Het voertuig was voorzien van het identificatienummer [IDENTIFICATIENUMMER].

Navraag in het BPS-systeem leerde dat een voertuig met dit VIN-nummer tussen 20 en 21 december 2005 te Castricum zou zijn ontvreemd en dat het voertuig overeenkwam met de in de aangifte van de diefstal vermelde omschrijving en voorzien zou moeten zijn van het kenteken [kenteken 2].

? Het proces-verbaal met nummer 06-144602 van 21 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 april 2006 tegenover verbalisanten Hofstra en Koeman voornoemd afgelegde verklaring van verdachte (blz. 90 t/m 94 dossier zaak 7 – witwassen Renault Espace):

U vraagt mij hoe vaak ik op die Polen en [mededader 2] in de Renault heb moeten wachten. Alleen bij die villa waar die twee polen en [mededader 2] hebben ingebroken. Ik moest rijden van [mededader 2] en meegaan en zitten wachten in de auto.

? Het proces-verbaal met nummer 06-144602 van1 mei 2006, in de wettelijke

vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren Hendria Tiny Hofstra en Michel Smit.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 mei 2006 tegenover verbalisanten Hofstra en Smit, voornoemd afgelegde verklaring van verdachte (pag. 139 t/m 151dossier zaak 7 - witwassen )

Wij gingen met de Peugeot, de Renault en de Calibra. Ik was met [mededader 3] in de Renault. Ik reed, [mededader 2] reed voorop in de Calibra daarachter de twee Polen in de

Peugeot en daarna kwam ik met de Renault met [mededader 3].

Ik moest de Renault rijden.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V03-13 van 30 november 2006, in de

wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H. Bruinemeijer en P.O. Helstone.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de

op 30 november 2006 tegenover verbalisanten H. Bruinemeijer en P.O. Helstone, voornoemd afgelegde verklaring van verdachte (blz. 83 t/m 89 dossier zaak 7 – witwassen Renault Espace)

Hoofddorp (Schiphol)

[mededader 5] en de twee Polen hadden samen afspraken gemaakt. Ze hadden afgesproken dat die Polen mij op kwamen halen. Wij hebben daarna [mededader 5] gehaald.

V: De tweede keer zaten jullie in één auto. Welke auto was dat.

A. Toen was het de Renault.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V01-10 van 5 september 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren B.A. Nederstigt en H.J. Booij.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de

op 5 september 2006 tegenover verbalisanten Nederstigt en Booij, voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 1] (blz. 158 t/m 171 dossier zaak 7 – witwassen Renault Espace):

Er was ook een Renault Espace. Ik heb die auto bekeken. Het kenteken was een beetje vreemd. Het was een Nederlands kenteken. Hoe langer ik met de auto reed hoe beter ik aan de kentekenplaten merkte dat de letters erop geplakt waren. Ik had het idee dat de platen misschien gestolen waren. De autopapieren leken mij ook niet duurzaam genoeg. Het papier was te dun. Ik heb een paar keer in deze auto gereden.

U toont mij een foto van de Renault Espace. Ja, dit is de auto.

? Het proces-verbaal met nummer 06-012240 van 26 april 2006, in de

wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren

P.L. Pijnaker en E.S. Bakker.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de

op 26 april 2006 tegenover verbalisanten Pijnaker en Bakker, voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 3] (pag. 131 t/m 138 dossier zaak 7 - witwassen)

Die twee Polen gingen in een grijze auto, een station. [verdachte] kreeg toen een sleutel van een Renault, zo’n familieauto, grijs. Die Renault bleek er al lang te staan, want [verdachte] en ik moesten krabben. Die Renault moest gestart worden met startkabels. Wij rijden naar Purmerend. Ik zat met [verdachte] in die Renault. Aangekomen in Purmerend bij een parkeerplaats, zijn we van auto gewisseld. Die twee Polen kwamen in die Renault en [mededader 2] heeft een rondje gemaakt bij die woning van die man van de hash.

[verdachte] moest achter in de Renault zitten. [mededader 2] is achter het stuur gaan zitten. [mededader 2] is met ons zijnde [verdachte], die twee Polen en mijzelf naar dat huis gereden. Nadat we het rondje hebben gemaakt, heeft [mededader 2] de Renault neergezet bij het speelterrein. Ik bleef gewoon in die Renault met [mededader 2].

6. BEWIJSOVERWEGING:

Met betrekking tot feit 3 heeft naar het oordeel van de rechtbank de steller van de tenlastelegging bedoeld aan verdachte ten laste te leggen dat hij ook als medepleger van de feitelijke voorbereidingshandelingen moet worden beschouwd.

7. BEWIJSVERWEREN

Met betrekking tot feit 2 primair heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte niet aangemerkt kan worden als medepleger van dit feit en daarom van dit feit dient te worden vrijgesproken.

Verdachte heeft aanvankelijk bij de politie verklaard dat hij ook bij de poging tot inbraak aanwezig is geweest. Later is verdachte daarop teruggekomen en heeft hij verklaard dat hij slechts tweemaal aanwezig is geweest bij de voorverkenning.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

In de aanvankelijk bij de politie afgelegde verklaringen heeft verdachte specifieke daderinformatie verstrekt. Verdachte heeft ondermeer verklaard, dat:

- hij zag dat de grote Pool een sensor afbrak;

- hij zag dat het licht aan ging;

- hij (verdachte) para werd;

- het aanvankelijke idee was dat hij met een bos bloemen naar de voordeur zou gaan en

daar zou aanbellen, maar dat hij het met dat idee niet eens was.

Gelet op de aard van de door verdachte verstrekte, zeer specifieke informatie, is de rechtbank van oordeel dat verdachte aan zijn oorspronkelijke, tegenover de politie afgelegde verklaring gehouden dient te worden.

De rechtbank heeft daarbij ook in aanmerking genomen dat deze verklaring van verdachte wordt ondersteund door de verklaring van medeverdachte [mededader 4], zoals opgenomen onder de bewijsmiddelen.

8. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 2 primair:

poging tot diefstal door twee of meer personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming.

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van voorbereiding van:

diefstal, voorafgegaan of vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heterdaad aan zich of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van feit 5 subsidiair:

medeplegen van voorbereiding van:

diefstal, voorafgegaan of vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heterdaad aan zich of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van feit 7 subsidiair:

Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

9. MOTIVERING VAN DE STRAF.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft in een kort tijdsbestek, samen met anderen zich schuldig gemaakt aan de voorbereiding van een tweetal overvallen op woningen en aan een poging tot inbraak in een woning. Dit zijn ernstige misdrijven die behoren tot een categorie strafbare feiten die een grove inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de directe slachtoffers.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen van een Renault Espace.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 24 april 2006, waaruit blijkt dat de verdachte eerder terzake vermogensdelicten tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is veroordeeld.

- het over de verdachte uitgebrachte afloopbericht d.d. 2 mei 2006, van mevrouw E. Ebbinkhuysen als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, ingekomen op 7 maart 2007 van S.J. Soffner als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

10. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 46, 47, 57, 311, 312, 317, 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

11. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair, 5 primair, 6 en 7 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2 primair, 3, 5 subsidiair en 7 subsidiair ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3 (DRIE) JAAR en 6 (ZES) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Westdorp, voorzitter,

mr. S.M. Jongkind-Jonker en mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis en D.H. Geuze, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 juni 2007.