Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA7323

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-06-2007
Datum publicatie
15-06-2007
Zaaknummer
14.810387-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een diefstal met geweld door aan de plegers van dit misdrijf inlichtingen te verschaffen en ook persoonlijk de woning van de slachtoffers in Breezand aan te wijzen.

Verdachte kende deze mensen uit het verleden en heeft meermalen verklaard, ook ter terechtzitting, dat zij altijd goed voor haar zijn geweest.

Die omstandigheid heeft verdachte echter niet van het strafbare feit kunnen weerhouden. Verdachte heeft dat feit gepleegd, enkel en alleen om daar in financieel opzicht beter van te worden.

De overval in Breezand droeg een zeer gewelddadig karakter. De slachtoffers zijn in hun slaap overvallen, geslagen, gestompt en vastgebonden. Zij zijn van veel waardevolle spullen beroofd. De gevolgen van deze gebeurtenis zullen voor hen en hun familie nog lange tijd voelbaar zijn.

Verdachte kan het zich ernstig aanrekenen dat zij de plegers van de overval cruciale informatie heeft gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.810387-06

Datum uitspraak: 12 juni 2007

OP TEGENSPRAAK

VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

gedetineerd in P.I.V. HvB Nieuwersluis te Nieuwersluis.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 februari 2007, alsmede op de terechtzitting van 23, 24 en 26 april 2007 en 7, 29 en 30 mei 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de mondelinge vordering van de officier van justitie, die er toe strekt dat de rechtbank:

- het onder 2 primair, 3, 4 primair, 6 en 7 subsidiair ten laste gelegde bewezen zal verklaren;

- de verdachte zal vrijspreken voor het onder 1 primair en subsidiair, 5 primair en subsidiair en 7 primair ten laste gelegde;

- de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen naar voren is gebracht door de verdachte en de raadsvrouw, mr. R.C. Honig, advocaat te Amsterdam.

1. TENLASTELEGGING

Op vordering van de officier van justitie is de omschrijving van de tenlastelegging op de terechtzitting van 23 april 2007 gewijzigd op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

Aan de verdachte is, nadat op 29 mei 2007 nog een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde feit is toegelaten, ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 20 januari 2006 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een kluis en/of een grote hoeveelheid geld (euro's en antilliaanse guldens) en/of een grote hoeveelheid sieraden en/of een grote hoeveelheid nederlandse munten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of haar mededader(s)

- die [slachtoffer 1] een hand op de mond heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer 1] bij de handen en/of armen heeft/hebben vastgebonden en/of

vastgetaped en/of

- die [slachtoffer 1] de ogen en/of mond heeft/hebben dichtgetaped;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 januari 2006 tot en met 20 januari 2006 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, ter voorbereiding uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachten

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer

hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer anderen aanwezig in de woning, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

met een of meer van haar mededader(s), althans alleen

opzettelijk een revolver en/of een (electrisch) pistool en/of tape en/of een (gestolen) voertuig (van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken])) voor handen heeft/hebben gehad, bestemd tot het begaan van dat misdrijf en/of daarmee een of meer voorverkenningen gedaan;

2.

zij op of omstreeks 16 maart 2006 te Schoorl, gemeente Bergen (NH), ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een woning gelegen aan [adres 1] een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming een dakraam heeft/hebben geforceerd en/of opengebroken en/of (vervolgens) door de opening van dat dakraam de woning is/zijn binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] en/of [betrokkene 1] en/of een of meer (andere) mededaders op of omstreeks 16 maart 2005 te Schoorl, gemeente Bergen (NH),

ter uitvoering van het door hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een woning gelegen aan [adres 1] een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming een dakraam heeft/hebben geforceerd en/of opengebroken en/of (vervolgens) door de opening van dat dakraam de woning is/zijn binnengegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen de periode van 01 maart 2006 tot en met 16 maart 2006 te Schoorl, gemeente Bergen (NH), en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- mee te gaan naar de woning (al dan niet tijdens de voorverkenning) en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- zich in de directe omgeving van die woning op te houden en/of

- (wachtend) te zitten in een voertuig om - zonodig - een of meer verdachten te vervoeren en/of een vluchtmogelijkheid te bieden en/of de buit te vervoeren;

- informatie te verstrekken omtrent de locatie en/of de (mogelijk) weg te

nemen goederen;

3.

zij op een of meer tijdstippen in de periode van 19 maart 2006 tot en met 22 maart 2006 en/of op een of meer tijdstippen in de periode van 02 maart 2006 tot en met 28 maart 2006 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in het arrondissement Haarlem, althans in Nederland

ter voorbereiding van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer

hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goederen, althans in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van haar mededader(s), althans alleen

en/of

- met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te gedwingen tot de afgifte van een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goederen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, samen met haar mededader(s)

opzettelijk een revolver en/of een (electrisch) pistool en/of tape en/of een (gestolen) voertuig (van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken])) voor handen heeft/hebben gehad, bestemd tot het begaan van dat misdrijf;

4.

zij op of omstreeks 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (namelijk tussen 4.00 uur en 6.00 uur)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in/uit een woning gelegen aan [adres 2]) een kluis (bevattende [onder andere] een [grote] hoeveelheid sieraden) en/of een horloge en/of een ring en/of een of meer broches en/of een of meer andere sieraden en/of een (geld)kistje/-kastje (bevattende [onder andere] een rijbewijs en/of andere papieren) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of haar mededader(s)

- de woning van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] is/zijn binnengedrongen en/of

- die (in hun bed liggende) [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft/hebben geslagen en/of

gestompt en/of geschopt en/of gebeten en/of

- met een stroomstootwapen een of meer stroomsto(o)t(en) aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft/hebben toegediend en/of

- (met behulp van tape) de handen en/of de voeten van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben samengebonden en/of

- (met behulp van tape) de mond en/of de ogen van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft/hebben afgeplakt;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 4] en/of een of meer mededader(s) op of omstreeks 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, en/of te Diemen, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in/uit een woning gelegen aan [adres 2]) een kluis (bevattende [onder andere] een [grote] hoeveelheid sieraden) en/of een horloge en/of een ring en/of een of meer broches en/of een of meer andere sieraden en/of een (geld)kistje/-kastje (bevattende [onder andere] een rijbewijs en/of andere papieren) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 4] en/of hun mededader(s) en/of aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het

- binnendringen van de woning van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] en/of

- slaan en/of stompen en/of schoppen en/of bijten van die (in hun bed liggende) [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of

- toedienen met een stroomstootwapen van een of meer stroomsto(o)t(en) aan die

[slachtoffer 6] en/of

- (met behulp van tape) de handen en/of de voeten van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben samengebonden en/of

- (met behulp van tape) de mond en/of de ogen van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft/hebben afgeplakt;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

op een of meer tijdstippen in de periode 10 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, en/of te Diemen, en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft verdachte aan die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 4] en/of een of meer mededaders

- verteld dat die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] een of meer sieraden in de woning zouden hebben en/of zouden bezitten en/of

- de woning van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] aangewezen;

5.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 02 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 te Purmerend, althans in Nederland

ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededaders voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [adres 3] weg te nemen een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 8], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van haar mededader(s), althans alleen

al dan niet samen met haar mededader(s)

- naar de bedoelde woning is (mee)gereden (in een gestolen auto) en/of

- een PTT-uniform en/of een electrisch wapen en/of een stroomstootwapen en/of een revolver en/of een of meer walkie-talkies heeft/hebben meegenomen en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of

- het PTT-uniform heeft aangetrokken en/of

- zich naar (de voordeur van) bedoelde woning heeft/hebben begeven met medeneming van een doos/nep postpakket en/of een electrische wapen en/of heeft/hebben aangebeld

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[mededader 2] en/of [mededader 1] en/of [mededader 5] en/of [mededader 3] en/of een of meer mededaders op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 02 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 te Purmerend,

ter uitvoering van het door door hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [adres 3] weg te nemen een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of die mededader(s),

en die diefstal te laten voorgegaan en/of te vergezellen en/of te volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 8], met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen in de periode van 02 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 te Purmerend opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door mee te gaan naar de genoemde woning en (aldaar) op de uitkijk te blijven (staan) en/of (vooraf) informatie gegeven over de locatie van de woning en/of de in de woning aan te treffen goederen;

6.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 2005 tot en

met 28 maart 2006 te Diemen, althans in het arrondissement Alkmaar en/of het arrondissement Haarlem, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit meerdere personen, waaronder verdachte, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk diefstal uit woningen, al dan niet gepaard gaande met braak, verbreking en/of inklimming danwel diefstal met geweld;

7.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 december 2005 tot en met 05 april 2006 te Sint Maarten, gemeente Harenkarspel en/of te Diemen, althans in het arrondissement Alkmaar en/of Haarlem en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken]) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen,

terwijl zij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat voertuig (telkens) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 december 2005 tot en met 05 april 2006, te Sint Maarten, gemeente Harenkarspel, en/of te Diemen, althans in het arrondissement Alkmaar en/of Haarlem en/of Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging van een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) een voorwerp, te weten een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken]), heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad, althans van een voorwerp, te weten een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken]), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij en/of een of meer van zijn mededaders wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp – onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair, 4 primair, 5 primair en subsidiair, 6 en 7 primair en subsidiair is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde (Schoorl) overweegt de rechtbank als volgt:

Noch uit de stukken, noch uit het verhandelde op de terechtzitting is de betrokkenheid van verdachte bij dit feit gebleken.

Met betrekking tot het onder 5 primair en subsidiair ten laste gelegde (Purmerend) overweegt de rechtbank als volgt:

Van enige betrokkenheid van verdachte bij dit strafbare feit is niet gebleken, zodat zij van het primair en subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 6 ten laste gelegde (deelname criminele organisatie) overweegt de rechtbank als volgt:

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen onder 6 is tenlastegelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Uit de stukken van het dossier noch uit het onderzoek op de terechtzitting is bewijs te putten voor het bestaan van een criminele organisatie, waaraan verdachte heeft deelgenomen. Verdachte en haar medeverdachten dienen veeleer gezien te worden als een groep personen die goeddeels voor eigen rekening en risico en in verschillende samenstellingen strafbare feiten pleegden.

Naar het oordeel van de rechtbank is het samenwerkingsverband daarmee onvoldoende gestructureerd en onvoldoende duurzaam en bestendig om van een organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht te kunnen spreken. Voorts is niet gebleken van een gemeenschappelijke doelstelling en zodanige gemeenschappelijke regels dat op deelnemende personen druk uitgeoefend kon worden om zich aan de in de organisatie levende normen en uitgangspunten te onderwerpen. Niet vast is komen staan dat de verdachten jegens elkaar verplichtingen hadden die in het kader van een organisatie afdwingbaar waren.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 en 4 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

3.

zij in de periode van 21 maart 2006 tot en met 28 maart 2006 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

ter voorbereiding van het door verdachte en haar mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en goederen, toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5],

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

- met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen, toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5],

met haar mededaders,

opzettelijk een revolver en een elektrisch pistool en een voertuig van het merk Renault Espace voor handen heeft gehad, bestemd tot het begaan van dat misdrijf;

4 subsidiair:

[mededader 1] en een mededader op 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen, in een

woning gelegen aan [adres 2], een kluis bevattende onder andere een grote hoeveelheid sieraden en andere sieraden en een geldkistje (, bevattende een rijbewijs en andere papieren) en een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 6] en die [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld bestond uit het

- binnendringen van de woning van die [slachtoffer 6] en die [slachtoffer 7] en

- slaan en stompen van die in hun bed liggende [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en

- toedienen met een stroomstootwapen van stroomstoten aan die [slachtoffer 6] en

- met behulp van tape de handen en de voeten van die [slachtoffer 6] en die

[slachtoffer 7] samenbinden en

- met behulp van tape de mond en de ogen van die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] afplakken,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op tijdstippen in de periode 10 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, en te Diemen en elders in

Nederland opzettelijk inlichtingen heeft verschaft,

immers, heeft verdachte aan die [mededader 1] en diens mededader verteld dat die [slachtoffer 6] en die [slachtoffer 7] sieraden in de woning zouden hebben en de woning van die [slachtoffer 6] en die [slachtoffer 7] aangewezen;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5. BEWIJSMIDDELEN

Ten aanzien van feit 3 (Hoofddorp)

? Het proces-verbaal van 19 maart 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.

Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte als getuige in de zaken tegen de medeverdachten:

[mededader 6] heeft met [mededader 5] gesproken. Hij stelde voor iets anders te gaan bekijken. Hij had in 2005 gedetineerd gezeten met een man over wie ik later in het dossier heb gelezen dat hij [slachtoffer 5] heet. [mededader 6] heeft twee weken in de isoleer gezeten, bont en blauw door die man. Hij sprak niet over wraak maar er werd wel over geld gesproken en gezegd dat deze man in drugs zou handelen en dure horloges zou hebben. Er zouden ook Poolse mensen bij deze man werken. Het was in Hoofddorp. Er werd in dezelfde sfeer als over Breezand gesproken. Ik weet niet of het de bedoeling was daar te gaan inbreken of die man een aframmeling te geven. We zouden gaan rijden om die woning te gaan bekijken. We zijn er met zijn allen heen gereden, [mededader 6] wist het adres. [mededader 6] reed in de rode Golf, ik zat er naast. De twee Polen reden in een grotere auto. [mededader 3] en [mededader 5] zaten bij hen in de auto. Wij reden voorop, de Polen achter ons. Bij afslag Hoofddorp gingen we van de snelweg af. We zijn nog een stukje verder gereden, maar [mededader 6] werd wat paranoia en zei dat hij een undercover agent achter zich aan had. We zijn met zijn allen teruggegaan, naar Amsterdam.

De keer daarna ben ik met [mededader 5] en de twee Polen naar Hoofddorp gereden. [mededader 3] zat al vast. De twee Polen en [mededader 5] kwamen mij samen in de grote auto ophalen. De lange Pool stuurde. Ik heb die andere nooit zien sturen. [mededader 6] is niet meegegaan. Hij had mij op de terugweg van de eerste rit het adres van de woning gegeven.

Wij zijn langs de woning gereden. Ik heb de woning gewezen en verder is er niets gebeurd.

U houdt mij voor dat ik verklaard heb dat er in die woning horloges en sieraden waren. Ik denk wel dat ik het zo verklaard heb bij de politie.

Toen wij de tweede keer langs de woning in Hoofddorp reden, was er niemand. Het is een alleenstaand huis. Aan de voorkant zie je het huis, je ziet dat er achter nog iets is.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V02-09 van 30 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren B.A. Nederstigt en M.C.E. Boersema.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 november 2006 tegenover verbalisanten B.A. Nederstigt en M.C.E. Boersema voornoemd afgelegde verklaring van verdachte (blz.118 t/m 128 dossier zaak 3 – Hoofddorp):

[mededader 5] heeft ons daar in Hoofddorp bij het huis gebracht. Ik heb [mededader 5] dat huis aangewezen. We moesten het huis aan de Polen laten zien want [mededader 3] was opgepakt. Ik wist op dat moment als enige welk huis het was. [mededader 5] en ik en die twee Polen waren daar dus.

Ik heb dat huis aangewezen. Ik zei dat er een horloge en sieraden waren. Ik heb gezegd dat er een man en een vrouw en twee kinderen zouden wonen.

Ik zou mijn aandeel krijgen, samen met mijn vriend [mededader 6].

Ik wist dat daar een man met veel geld woonde en dat hij drugs had.

De eerste keer dat we in Hoofddorp zijn gaan kijken was na 10 maart 2006.

De Polen waren een keer met de zilverkleurige auto en een keer met een donkere auto. [mededader 3] zat de eerste keer met [mededader 5] en die twee Polen in een andere auto achter ons.

Nadat ik ze het huis in Hoofddorp had laten zien zouden de twee Polen contact met mij opnemen. Meneer [mededader 6] wilde dat ik die Polen zou bellen. Op 27 maart 2006 had ik nog contact met die lange Pool. Hij zei dat hij komende donderdag naar Polen zou gaan. Meneer [mededader 6] begon te schreeuwen. Hij had het erover dat hij geen geld had gekregen. Hij wist zeker dat er in Hoofddorp geld moest zijn en hij dacht dat hij bestolen was van zijn deel.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V03-14 van 26 juli 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren P.O. Helstone en R. Piers.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 juli 2006 tegenover verbalisanten P.O. Helstone en R. Piers voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 5] ( blz. 61 t/m 63 dossier zaak 3 – Hoofddorp):

We reden over de A4 vanuit Amsterdam, Holendrecht. [verdachte] reed in haar eigen rode auto. [mededader 3], ik en die 2 Polen reden toen in de Peugeot die door de lange Pool werd bestuurd. We zijn toen richting Schiphol gereden. We hebben de afslag genomen. We zagen toen politie achter ons. We waren toen in de buurt van dat huis. We zijn toen weer terug gegaan.

De volgende dag zijn we weer naar Schiphol gegaan. Die Polen kwamen toen met de Renault Espace. We hebben toen [verdachte] opgehaald en we zijn toen met zijn vieren naar dat huis gereden bij Schiphol. We kwamen op een gegeven moment langs dat huis. Ik wees het u al aan. Die boerderij herkende ik ook. We waren toen met die Polen en [verdachte] nog een keer langs dat huis gereden. Nu zie ik dat het [huisnummer] is.

Dat is het huis dat [verdachte] ook aan de Polen heeft aangewezen. Ik wilde eigenlijk wel gelijk dat huis overvallen. Ik zou op de uitkijk staan. Die Polen zouden naar binnen gaan. Ze zouden aanbellen met een smoesje van autopech. Dit alles speelde zich af in maart 2006.

? Het relaas proces-verbaal met nummer ZK 3 van 15 december 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar A. Boom.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant A. Boom (blz. 3 t/m 19 dossier zaak 3 – Hoofddorp):

[slachtoffer 5] woont te Hoofddorp, [adres 4]. Hij is de levenspartner van [slachtoffer 4].

? Het proces-verbaal met nummer 03-AMB-01 van 31 juli 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren R. Piers en P.O. Helstone.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisanten R. Piers en P.O. Helstone voornoemd (blz. 141 en 142 dossier zaak 3 – Hoofddorp):

Op woensdag 26 juli 2006 bevonden wij ons in een onopvallend dienstvoertuig, samen met de verdachte [mededader 5]. Verdachte [mededader 5] had in eerdere verklaringen aangegeven dat hij bij een woning in de buurt van Schiphol was geweest. Hierop hebben wij aan verdachte [mededader 5] voorgesteld om rond te rijden, zodat hij ons deze locatie mogelijk kon aanwijzen.

In Hoofddorp zijn wij op de Hoofdweg blijven rijden en verlieten wij de bebouwde kom van Hoofddorp. Toen wij ter hoogte van [adres 4] reden, zag ik, eerste verbalisant, dat [mededader 5] naar die boerderij wees en ik hoorde hem zeggen dat die boerderij/woning hem bekend voor kwam, maar dat hij twijfelde.

[mededader 5] verklaarde dat hij die boerderij herkende, omdat hij met die Polen daar ook was gekeerd, om nog een keer langs die andere boerderij te rijden.

Toen verklaarde hij ook opeens dat hij wist dat de woning die overvallen moest worden de woning naast de boerderij, waar we gekeerd waren, lag of de volgende boerderij. Toen wij weer de woning/boerderij op [nummer] hadden gepasseerd, verklaarde hij dat het toch die boerderij met [nummer] was. Hij verklaarde dat hij de caravan op het terrein herkende en dat hij de grote vrijstaande witte gastank herkende, die naast de boerderij in het weiland staat.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V03-13 van 30 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H. Bruinemeijer en P.O. Helstone.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 november 2006 tegenover verbalisanten H. Bruinemeijer en P.O. Helstone voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 5]:

[verdachte] en de Polen hadden samen afspraken gemaakt. Zij hadden afgesproken dat die Polen mij op kwamen halen. Wij hebben daarna [verdachte] opgehaald. Ik moest met die Polen naar binnen gaan. Ik moest die Polen achtervolgen. Die Polen hadden een revolver, elektrisch pistool en tape bij zich.

[mededader 3] zat toen vast. [verdachte] wist dat het om een tomatenbedrijf ging. We zaten in één auto, namelijk een Renault.

Ten aanzien van feit 4 subsidiair: (Breezand)

? Het proces-verbaal met nummer PL1030/06-141106 van 21 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar H.J.M. Siemons.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 maart 2006 tegenover verbalisant H.J.M. Siemons voornoemd afgelegde verklaring van de aangever [slachtoffer 6] alsmede de bij de aangifte behorende goederen bijlage ( blz. 67 t/m 100 dossier zaak 1 - Breezand):

Ik doe aangifte van diefstal met geweld.

Op 20 maart 2006, omstreeks 21.00 uur hoorde ik kloppen op de deur. Ik zei tegen mijn vrouw dat zij even moest kijken. Ik hoorde later van mijn vrouw dat er twee mannen aan de deur waren, vermoedelijk Pools of Joegoslavisch, die zeiden dat ze pech hadden met de auto. Mijn vrouw had alleen het kleine luikje in de voordeur opengedaan.

Omstreeks 23.00 uur zijn mijn vrouw en ik naar bed gegaan.Omstreeks 03.00 uur ben ik naar de WC gegaan. Hierna ben ik weer naar bed gegaan.

Ik voelde plots een arm om me heen. Ik schrok wakker. Deze arm trok mij om, op mijn rug. Ik zag ook vonkjes aan de linkerkant van mijn gezicht. Ik probeerde me te verweren. Ik zag dat een persoon met mij bezig was en dat een andere persoon met mijn vrouw bezig was. Ik zag dat mijn vrouw echt geslagen en gestompt werd. Mijn handen werden gelijk aan elkaar getapet. Ik hoorde dat door de mannen werd geroepen: “quiet, quiet, money, gold”.

De man die mij tapete had een apparaat in zijn hand waar vonkjes uitkwamen. Ik kreeg stroomstootjes met dat apparaat en ook klappen met dat apparaat.

Mijn mond werd getapet en daarna mijn benen, bij mijn enkels. Ook werden mijn ogen dichtgetapet.

Ik lag nog steeds op bed. Mijn vrouw werd ook getapet. De mannen hebben de hele slaapkamer doorzocht. De laadjes van het bureau en de toilettafel werden opengedaan en doorzocht. In het bureau zat een kluis die met bouten aan de muur zit vastgeschroefd. Ik werd door de mannen uit het bed getild, op mijn knieën voor de kluis gezet en ik kreeg wat sleutels in mijn handen gedrukt. De persoon die achter mij stond had een hand in mijn nek en hield mijn gezicht richting de kluis. De sleutel zat er niet bij. De brede man stond volgens mij naast me en de dunnere man achter mij.

Ik werd weer op het bed gelegd en toen werden mijn handen en ogen weer dichtgetapet.

In de kluis zaten allemaal sieraden. Familiesieraden en wat we verzamelden. De kluis weegt ongeveer 70 á 80 kilo. Met z’n tweeën hebben de mannen de kluis uit de slaapkamer getild. U vraagt mij naar het geld dat ook is weggenomen. Op mijn bureau had ik een kleedje liggen met daaronder twee enveloppen. Eén was van de postcheque en girodienst met hierin € 500,-- en een witte enveloppe met € 750,--. Dat was cashgeld.

Signalement dader 1:

man, 25 á 30 jaar oud, 1.75 meter, breed, body buildertype, rond blank gelaat, sprak volgens hem een Servische taal, kleding (droeg bivakmuts…)..

Signalement dader 2:

man, 25 á 30 jaar oud, 1.70 meter, normaal slank postuur, smal mager gelaat, lichte kleur, kleding(droeg bivakmuts…).

? Het proces-verbaal met nummer PL1030/06-141106 van 21 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar P.O. Helstone.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 maart 2006 tegenover verbalisant P.O. Helstone voornoemd afgelegde verklaring van de aangeefster [slachtoffer 7] (blz. 110 t/m 116 dossier zaak 1 - Breezand):

Ik zat op 20 maart 2006 tussen 20.30 en 21.00 uur TV te kijken in onze woning aan [adres 2] te Breezand. Ik hoorde gerommel. Mijn man zei dat er iemand aan de deur was. Ik ben naar de voordeur gelopen. Ik zag dat een buitenlands persoon voor de voordeur stond. Ik dacht dat dit een Pool was. Ik hoorde hem zeggen: “wother “. Ik zag dat de man een plastic literfles in zijn handen had en deze fles aan mij gaf. Ik heb de voordeur niet geopend.

Ik heb de fles met water aan de man gegeven. Ik heb het raampje gelijk dichtgedaan.

Mijn man en ik zijn omstreeks 23.45 uur naar bed gegaan.

Onder het bureau staat de kluis. Deze is met bouten aan de muur vastgemaakt. Ik werd wakker omdat ik een hand over mijn mond voelde. Ik voelde dat de hand die voor mijn mond zat was voorzien van een handschoen. Ik kon nauwelijks ademhalen. Ik ben gaan vechten voor mijn leven. Ik voelde ondertussen dat ik meermalen met kracht werd geslagen op mijn hoofd. Ik heb diverse verwondingen aan mijn hoofd opgelopen. Ik was bang dat wij vermoord werden.

Ik voelde dat ik op een gegeven moment werd omgedraaid. Ik lag dus op mijn rug op bed. Toen ik op mijn rug lag, ben ik ook met kracht op mijn hoofd geslagen. Ik voelde dat mijn mond werd afgeplakt met een stuk tape.

Ik voelde dat mijn hele hoofd rondom werd ingetapet, dus ook over mijn ogen. Ik voelde vervolgens dat mijn handen kruislings voor mijn lichaam aan elkaar werden getapet. Ik voelde dat mijn horloge werd afgedaan. Ik voelde dat een ring van mijn linker ringvinger werd afgehaald. De tape zat zo strak dat ik een dood gevoel in mijn handen kreeg. Ook mijn voeten werden aan elkaar getapet. Ik heb mij vervolgens voor dood gehouden. Ik voelde dat ik door twee personen werd opgetild.

Ik ga tenminste uit van twee mannen omdat ik door twee mannen ben opgetild. Volgens mij spraken ze Pools/Russisch/Joegoslavisch.

In de kluis zaten sieraden die ik in de afgelopen jaren heb gespaard. Onder een kleed een enveloppe met 700 Euro en een blauwe giro-enveloppe met daarin 500 Euro..

De man die ’s avonds aan de deur kwam kan ik als volgt omschrijven:

man, blank, 30 á 35 jaar, donkerbruin haar, kort gedekt haar, geen stekels, lengte 1.80 meter, stevig gezicht, geen baard of snor, donkere kleding.

? Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring van een arts, gedateerd 5 april 2006.

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als omschrijving van de door de arts waargenomen uitwendig letsel bij aangever [slachtoffer 6] ( blz. 106 dossier zaak 1 - Breezand):

hechtwond voorhoofd links;

2 tanden uit kunstgebit;

blauwe plekken gelaat;

gering bloedverlies.

? Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring van een arts, gedateerd 5 april 2006.

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als omschrijving van de door de arts waargenomen uitwendig letsel bij aangever [slachtoffer 7] ( blz. 109 dossier zaak 1 - Breezand):

kneuzing neus en aangezicht;

bloeduitstorting oogkas links;

drukpijnlijke ribben links;

rode en gezwollen handen ten gevolge van afknelling;

afgebroken tand.

? Het proces-verbaal met nummer 06-14 1106 van 22 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H.J.M. Siemons en H. van Houten.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 22 maart 2006 tegenover verbalisanten H.J.M. Siemons en H. van Houten voornoemd afgelegde aanvullende verklaring van aangever [slachtoffer 6] (blz. 117 t/m 120 dossier zaak 1 — Breezand):

We missen ook een klein bruin brandkastje van staal. Je kunt het ook een geldkistje noemen. In dit brandkastje zat mijn rijbewijs, de originele verzekeringspolissen en nog meer papieren.

? Het proces-verbaal met nummer 06-012240 van 3 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren R. van der Wal en P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 oktober 2006 tegenover verbalisanten R. van der Wal en R.E.H. Koeman voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 4] ( blz. 606 dossier zaak 1 - Breezand):

Ik ben er een keer bij geweest tijdens een gesprek tussen die Poolse mannen, [mededader 2], twee donkere mannen en die andere vrouw. Het ging om oudere mensen die een hoeveelheid antiek hadden. Het ging over een overval op oudere mensen.

? Het proces-verbaal met nummer 06-0 12240 van 3 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren R. van der Wal en P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 3 oktober 2006 tegenover verbalisanten R. van der Wal en R.E.H. Koeman voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 4] ( blz. 624 t/m 633 dossier zaak 1 - Breezand):

Ik was bij een gesprek aanwezig in het pension in Sint Maarten, het huis van die Poolse mensen. Die twee Poolse mannen, [mededader 2], die vrouw van de foto, die man van de foto en [mededader 5] waren hierbij aanwezig.

Er werd gesproken over een vrijstaand huis in de buurt van Den Helder. Ze zijn er heen gereden om te kijken.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V05-07 van 23 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren M.C.E. Boersema en P.O. Helstone.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 november 2006 tegenover verbalisanten M.C.E. Boersema en P.O. Helstone voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 4] ( blz. 703 t/m 707 dossier zaak 1 - Breezand):

[mededader 2] ging alleen naar binnen in het huis van de Polen, het pension. Ik bleef in de auto en na 10 à 15 minuten ging ik hem halen. Toen ik binnen kwam zag ik die twee Poolse mannen. [verdachte] zat aan een tafeltje. [mededader 5] en [mededader 3] zaten aan de andere zijde op de bank. [mededader 2] stond. Ze waren over oude mensen aan het praten die antieke spullen hadden. Ze waren allemaal aan het praten. [mededader 2] was de tolk. Ze hebben geen Breezand genoemd maar ik weet dat het ergens dichtbij was. Ze spraken over een vrijstaand huis. Ik heb gehoord dat ze zeiden dat ze gingen proberen in te breken of te overvallen. Dat zei [mededader 5], [mededader 3] of [verdachte]. Ze hebben het elektrische pistool aan elkaar doorgegeven. Ik heb ook een pistool gezien en walkie talkies. Ze spraken erover dat, als ze niet konden inbreken, ze zouden overvallen.

Ik heb gehoord dat ze een slot wilden openen met een schroevendraaier en als ze dat niet konden doen gingen ze die mensen overvallen.

Het proces-verbaal met nummer 06-0 12240 van 4 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren R. van der Wal en P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisanten R. van der Wal en P.E.H. Koeman voornoemd (blz.582 tlm 598 dossier zaak 1 — Breezand):

Op 3 oktober 2006 hebben wij aan een getuige (de rechtbank leest verdachte)

[mededader 4], geboren op [geboortedatum] 1980 een vijftiental foto‘s getoond.

Deze foto‘s zijn genummerd 1 tot en met 15.

? Het proces-verbaal van 17 april 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.

Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van medeverdachte [mededader 4] als getuige:

U neemt met mij de bijeenkomst in de woning van de Polen door. Ik weet niet meer precies wanneer dat was, volgens mij zo'n anderhalf jaar geleden, het was koud. De twee Polen waren aanwezig, [verdachte], [mededader 3] en ik dacht dat [mededader 5] er ook bij was. [mededader 2] en ik zelf waren er.

U houdt mij voor dat ik bij de politie gesproken heb over de man en de vrouw van de foto. Met de vrouw bedoel ik [verdachte], dat is foto 11 (De rechtbank begrijpt blz. 594).U toont mij de foto's die ook bij mijn verhoor bij de politie op 3 oktober 2006 te 09:15 uur zijn getoond. Nummer 5 (de rechtbank begrijpt blz. 588) is [mededader 1], nummer 6 (de rechtbank begrijpt blz. 589) de tweede Poolse man..

Er werd gesproken in verschillende talen. [mededader 3] sprak Engels tegen [mededader 2]. [mededader 2] vertaalde dat in het Pools voor de twee Polen. Ik verstond beide talen. Het ging over mensen die antieke spullen hadden. .

Ik weet niet of [mededader 2] bij de bijeenkomst eerst naar binnen ging en ik later. Toen ik binnen kwam zaten ze al met elkaar te praten, over mensen die antieke spullen hadden. Er is geen plaats genoemd. Er werd langere tijd gesproken. Ik kan me niet herinneren of [mededader 5] er bij aanwezig was. In het begin heb ik dat wel verklaard maar ik weet het niet zeker. Het was een vrijstaand huis. Ik dacht dat met die antieke spullen schilderijen werd bedoeld omdat dat meestal zo is.

Ik begreep dat het over diefstal ging, en niet over het kopen van schilderijen. Ik heb hen niet een plan horen maken. Ik heb wel iets gehoord over een slot dat opengemaakt moest worden. U vraagt mij of het woord diefstal is gevallen. Er werd gezegd dat het om stelen ging. Ik weet niet wie dat zei. Ik heb het woord diefstal een keer gehoord.

U vraagt mij of ik nog rare spullen in de woning heb gezien. Ja, iets dat leek op een pistool, zwart van kleur en drie a vier walkie talkies, allemaal op de tafel in de woonkamer. Ik kan me herinneren dat [verdachte] tegenover de twee Poolse mannen zat. [mededader 3] zat op de bank of het bed. [mededader 2] stond, ik eerst ook maar ik ben later gaan zitten. Ik kan me het moment herinneren dat een van de Poolse mannen het pistool gepakt heeft en het heeft laten zien. Ik denk aan [mededader 3].

? De eigen waarneming van de rechtbank betreffende de personen op de foto’s die door de rechter-commissaris aan de getuige [mededader4] zijn getoond ter gelegenheid van haar verhoor op 17 april 2007. De rechtbank heeft ter terechtzitting geconstateerd dat de personen op de foto’s 5, 8, 9 en 11 respectievelijk de verdachten [mededader 1], [mededader 3], [mededader 5] en [verdachte] betreffen.

? Het proces-verbaal van 19 maart 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.

Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte als getuige in de zaken tegen de medeverdachten:

Ik heb begin maart 2006 een tijdje een lange en een korte Pool gekend. U toont mij een foto van iemand waarvan u zegt dat hij [betrokkene 1] heet. Dat is de korte Pool. U toont mij een foto van iemand waarvan u zegt dat hij [mededader 1] heet. Dat is de lange Pool.

Ik weet dat het de eerste helft van maart was, ik weet geen datum en ook geen dag. [mededader 3], die ik ongeveer een jaar ken, [mededader 5] en de twee Polen kwamen bij mij thuis, [mededader 6] was daar ook bij aanwezig.

Het gesprek ging met name tussen [mededader 6] en [mededader 5], zij zaten op de bank. Ik werd op een gegeven moment door [mededader 6] apart geroepen, bij de trap. Hij vroeg mij: "je kent toch die mensen uit Breezand ? Je gaat daar heen om het huis te zoeken. De jongens gaan wat regelen en wij krijgen geld." Ik dacht wel dat ze misschien zouden inbreken daar.

Ik ben met de twee Polen en [mededader 3] vertrokken in één auto, de auto met het Poolse kenteken, blauw, het kan een Peugeot zijn. De lange Pool reed, ik zat voorin. [mededader 3] en de korte Pool zaten achterin. Ik wist de weg. Ik ben nooit in die woning van die mensen in Breezand geweest, maar wist het adres uit het dossier.

We hebben de straat in Breezand gevonden en de auto geparkeerd, ik ben met de twee Polen richting de woning gelopen. [mededader 3] is in de auto gebleven. Ik heb het huis aangewezen en we zijn weer teruggelopen. Ze zouden de situatie nog een keer overdag bekijken. Vervolgens zijn we weer teruggereden naar het pension in Sint Maarten.

? Het proces-verbaal met nummer 06-144602 van 31 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren D. Zwagerman en R.T. Engelkens.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisanten D. Zwagerman en R.T. Engelkens ( blz. 172 dossier zaak 1 – Breezand):

Op 30 maart 2006 waren wij aanwezig op de plaatsdelict, zijnde pension [pension], gevestigd aan [adres 5] te Sint Maarten. Op genoemd perceel staat tevens een groene houten garage met daaraan vast gebouwd een verlaagde houten schuur.

Wij hebben op het dak van de garage en de schuur gekeken. Op het dakgedeelte zagen wij een klein model doorzichtig sealzakje liggen. Het zakje bleek te zijn voorzien van een sluitrand.

In het zakje werden de navolgende goederen aangetroffen:

- goudkleurig horloge analoog, merk Seiko, genummerd A 300-01

- goudkleurige (tweekleurig) geschakelde polsketting, genummerd A 300-02

- goudkleurige geschakelde (fijne schakel) halsketting, genummerd A300-03.

Wij hebben het zakje met sieraden veiliggesteld en inbeslaggenomen.

? Het proces-verbaal met nummer 06-144602 van 1 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar J.W. de Bruijn.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant J.W. de Bruijn (blz. 168 en 169 dossier zaak 1- Breezand):

Op 28 maart 2006 werd in het perceel [adres 5] te Sint Maarten het levenloze lichaam aangetroffen van [betrokkene 1]. Op de plaats delict werd op 28 maart 2006 ook aangetroffen een man genaamd [mededader 1].

? Het proces-verbaal met nummer PL1030/06-144602 van 30 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H. van Houten en Y.I. van den Berg.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisanten H. van Houten en Y.I. van den Berg (blz. 174 en 175 dossier zaak 1 - Breezand):

Naar aanleiding van het aantreffen van de sieraden die zijn aangetroffen op het dak van een achter de garage gelegen schuurtje behorende bij het Pension [pension], [adres 5] te Sint Maarten vond een confrontatie plaats met de aangever/benadeelde van een gewapende overval op 21 maart 2006 in de woning aan [adres 2] te Breezand.

Van de aangetroffen sieraden werden foto’s gemaakt.

Foto 1 en 1.1: Benadeelde [slachtoffer7] herkende dit horloge onmiddellijk als het gouden horloge van haar man welke tijdens de gewapende overval door de daders was meegenomen. Dit horloge lag in een rood doosje, in het nachtkastje aan de linkerzijde van het bed in de slaapkamer.

Aangever (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 6]) herkende zijn horloge zeker op foto 1.1. Hij vertelde ons dat dit horloge aan de band een lichte beschadiging had en dat deze beschadiging ook was te zien op de foto.

Foto 2 en 2.1:

Benadeelde [slachtoffer7] herkende deze gouden armband als een armband die eveneens tijdens eerdergenoemde gewapende overval werd meegenomen door de daders. Zij vertelde ons dat zij deze armband had opgeborgen in een kluis en dat deze armband samen met meerdere sieraden opgeborgen was in een plastic sealzakje met een sluitrand.

Foto 3 en 3.1: Benadeelde [slachtoffer7] herkende dit gouden kettinkje als een van de gouden kettinkjes die tijdens voornoemde gewapende overval door de daders zijn meegenomen. Zij vertelde vervolgens dat aan dit gouden kettinkje een gouden ovale medaillon hing van zo’n 3 tot 4 centimeter. Zij vertelde verder dat zij dit kettinkje had opgeborgen in een vaal roze gebloemd stoffen juwelenkistje. Dit kistje stond ten tijde van de overval op de toilettafel in de slaapkamer van aangever/benadeelde en was door de daders in deze slaapkamer achtergelaten.

? Het proces-verbaal met nummer 00-AMB-07 van 10 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar H.J.M. Siemons.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant H.J.M. Siemons (blz. 179 en 180 dossier zaak 1 - Breezand):

Op 6 april 2006 vond er een zoeking plaats in de tuin van het perceel [adres 5] te Sint Maarten en in de caravan die in deze tuin stond.

Tijdens de zoeking werden volgende goederen aangetroffen:

onder de caravan:

- plastic zak Karwei, inhoud 3 slijpschijven, merk Piranha

- haakse slijper, verpakt in 2 plasticzakken Karwei, merk Einhell;

- plastic zak, wit van kleur, inhoud rode zak van stof.

Opgemerkt dient te worden dat aan de buitenzijde van de plasticzakken van Karwei bloed werd aangetroffen.

Een van de drie slijpschijven was gebruikt. In de doos van de haakse slijper werd een kassabon aangetroffen van de Karwei te Schagen. Hieruit bleek dat de haakse slijper en de slijpschijven op 21 maart 2006 omstreeks 10.00 uur gekocht waren.

? Het proces-verbaal met nummer PL1030/06-141106 van 15 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar P.C.G. Denneman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant P.C.G. Denneman ( 2e aanvulling algemeen dossier):

Op 11 april 2006 stelde ik op verzoek van de teamleiding een aanvullend onderzoek in aan een aantal inbeslaggenomen goederen:

Ad1: een plastic zak groot 60 bij 100 centimeter met daarin een rechthoekig pakket verpakt in twee plastic draagtassen van het bedrijf Karwei.

Ad2: een papieren zak groot 40 bij 60 centimeter met daarin een gevulde plastic draagtas van het bedrijf Karwei.

De draagtassen van het bedrijf Karwei genoemd onder ad1 en ad2 zijn door mij, overeenkomstig de DNA-wetgeving behandeld en in beslag genomen.

Aangetroffen/inbeslaggenomen sporen:

01: twee “Karwei”-tassen als genoemd onder ad 1, als één spoor, voorzien van het DNA-nummer AFZ433.

02: één “Karwei”-tas als genoemd onder ad 2, voorzien van DNA-nummer AFZ 434.

? Het proces-verbaal met nummer PL1000/06-141 106 van 11 mei 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar R. van Ooyen.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant R. van Ooyen voornoemd (blz. 227a dossier aanvulling algemeen proces-verbaal):

Op 11 mei 2006 is door mij op de door de Minister van Justitie voorgeschreven wijze en met de voorgeschreven hulpmiddelen wangslijmvlies afgenomen van de verdachte [mededader 1], geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats]. Het afgenomen celmateriaal werd op de voorgeschreven wijze verpakt, gewaarmerkt en verzegeld.

? Een geschrift, zijnde een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie te Den Haag gedateerd 7 november 2006, opgemaakt door de gerechtelijk deskundige A.D. Kloosterman, op de door deze als vast gerechtelijk deskundige afgelegde belofte (blz. 261 t/m 276 dossier zaak 1 – dossier Breezand):

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

als ontvangen onderzoeksmateriaal:

- RFI526: een referentiemonster wangslijmvlies van de verdachte [mededader 1] (geboren op [geboortedatum] 1974)

- AFZ433: twee plastic tassen (verpakking van een doos met haakse slijper)

- AFZ434: plastic tas (verpakking van een doos met slijpschijven)

De twee plastic tassen (AFZ433) zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Op beide tassen is op diverse locaties bloed aangetroffen. Van elk van de twee tassen zijn twee bloedsporen bemonsterd.

De plastic tas (AFZ434) is eveneens onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Op deze tas is op diverse locaties bloed aangetroffen. Twee bloedsporen van deze tas zijn bemonsterd.

Conclusie bemonstering (AFZ433)#5 van de tas:

Van het celmateriaal in de bemonstering van de tas is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel is gelijk aan het DNA-profiel van de verdachte [mededader 1] (RFI526). De kans dat een willekeurig gekozen man dit DNA-profiel heeft is kleiner dan één op een miljard.

Conclusie bemonstering (AFZ434)#1 van de tas:

Van het celmateriaal in de bemonstering van de tas is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel is gelijk aan het DNA-profiel van de verdachte [mededader 1] (RFI526). De kans dat een willekeurig gekozen man dit DNA-profiel heeft is kleiner dan één op een miljard.

Conclusie bemonstering (AFZ434)#2 van de tas:

Van het celmateriaal in de bemonstering van de tas is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel is gelijk aan het DNA-profiel van de verdachte [mededader 1] (RFI526). De kans dat een willekeurig gekozen man dit DNA-profiel heeft ik kleiner dan één op een miljard.

? Het proces-verbaal met nummer 01-AMB-21 van 19 april 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar Hermanus Jan Booij.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant H.J. Booij ( blz. 90 en 91 2e aanvulling algemeen dossier):

Er is in het onderzoek Meerval op 2 april 2006 een kennisgeving van inbeslagneming opgemaakt door politieambtenaar R.L. Sonderman. Hierin staat vermeld dat de Peugeot met het Poolse kenteken [KENTEKEN 2] op 31 maart 2006 op [adres 5] te Sint Maarten in beslag is genomen.

? Het proces-verbaal met nummer 06-141106 van 31 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H.J.M. Siemons en P.O. Helstone.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 31 maart 2006 tegenover verbalisanten H.J.M. Siemons en P.O. Helstone voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 1] (blz. 50 t/m 55 persoonsdossier):

Ik reed zelf in de Peugeot. [betrokkene 1] kon niet zo goed rijden met een auto.

? Het proces-verbaal met nummer PL1000/06-141106 van 26 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar P.C.G. Denneman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant P.C.G. Denneman ( blz. 253 en 254 dossier zaak 1- Breezand):

Op 24 april 2006 stelde ik, tezamen met de collega’s R. Spruit en J. Moerlands van de politieregio Midden en West Brabant, een onderzoek in in en aan de personenauto Peugeot, type 405, voorzien van het Poolse kenteken [KENTEKEN 2].

Het onderzoek betrof een Luminolonderzoek gericht op het vinden van latent aanwezige bloedsporen. Het daadwerkelijke Luminolonderzoek werd verricht door voornoemde collega’s Spruit en Moerlands, zijnde deskundigen op dit onderzoeksgebied.

Door hen werden in het voertuig 7 mogelijke plaatsen van latent aanwezig bloed bemonsterd. Deze 7 sporen werden aan mij overhangdigd en te 15.00 uur in beslag genomen conform de DNA-wetgeving:

- uitgesneden stukje bekleding met bloed van de zitting van de rechter zijde van de achterbank – DNA nr. CCA728;

- uitgesneden stukje bekleding met bloed van de linker bovenzijde van de rugleuning van de achterbank – DNA nr. CCA729;

- uitgesneden stukje bekleding met bloed van de linkerzijde van de rugleuning van de achterbank – DNA nr. CCA730;

- uitgesneden stukje bekleding met bloed van de linkerzijde van de rugleuning van de achterbank – DNA nr. CCA731;

- uitgesneden stukje bekleding met bloed van de achterzijde links van de achterbank – DNA nr. 732;

- het uitgesneden bekledingsdeel waarin zich de sporen CCA729, CCA730, en CCA731 bevonden – DNA nr. 733;

- het uitgesneden bekledingsdeel waarin zich spoor CCA728 bevond – DNA nr. 734.

Genoemde stukken van overtuiging zijn op 26 april 2006 afgegeven aan het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag.

Het proces-verbaal met nummer PL1O3O/06-141106 van 29 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar H. Knobbe.

? Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant H. Knobbe voornoemd (bit. 1245 dossier zaak 1-Breezand):

Op 29 maart 2006 is door mij op de door de Minister van Justitie voorgeschreven wijze en met de voorgeschreven hulpmiddelen wangslijmvlies afgenomen van aan gever/benadeelde [slachtoffer 6], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]1935. Het afgenomen celmateriaal werd op de voorgeschreven wijze verpakt, gewaarmerkt en verzegeld.

? Een geschrift, zijnde een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie te Den Haag gedateerd 7 november 2006, opgemaakt door de gerechtelijk deskundige A.D. Kloosterman, op de door deze als vast gerechtelijk deskundige afgelegde belofte (blz. 261 t/m 276 dossier zaak 1 - Breezand):

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

als ontvangen onderzoeksmateriaal:

REP954: een referentiemonster wangslijmvlies van het slachtoffer [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum]1935);

CCA729: uitgesneden stuk bekleding van de bovenzijde van de rugleuning van de achterbank van een auto met Pools kenteken [KENTEKEN 2];

CCA730: uitgesneden stuk bekleding van de linkerzijde van de rugleuning van de achterbank van een auto met Pools kenteken [KENTEKEN 2].

De bovengenoemde veiliggestelde bemonsteringen en de referentiemonsters van de twee slachtoffers [slachtoffer 6] (REP954) en [slachtoffer 7] (RFG929) en de verdachte [mededader 1] (RFI526) zijn onderworpen aan een (vergelijkend) DNA-onderzoek.

Conclusie bemonstering CCA 729#1 van de bekleding van de auto.

Het verkregen DNA-profiel is gelijk aan het DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer 6]. De kans dat een willekeurig gekozen man dit DNA-profiel heeft is kleiner dan één op een miljard. In het DNA-profiel van de bemonstering CCA729#1 zijn additionele, zwak aanwezige DNA-kenmerken zichtbaar, die wijzen op de aanwezigheid van celmateriaal van minimaal nog twee andere personen. Deze zwak aanwezige DNA-kenmerken zijn vergeleken met de DNA-kenmerken in de DNA-profielen van het slachtoffer [slachtoffer 7] (RFG929) en de verdachte [mededader 1] (RFI526). Op grond van deze vergelijking kan niet worden uitgesloten dat de bemonstering CCA729#1 eveneens een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal van de verdachte [mededader 1] bevat.

Conclusie bemonstering CCA730#1 van de bekleding van de auto.

Van het celmateriaal van de bemonstering is een complex DNA-mengprofiel verkregen dat de DNA-kenmerken bevat van minimaal 4 personen. Op grond van het vergelijkend DNA-onderzoek kunnen het slachtoffer [slachtoffer 6], [mededader 1] en de verdachte [mededader 2] niet worden uitgesloten als één van de donoren van het celmateriaal in de bemonstering.

Conclusie bemonstering CCA731#1 van de bekleding van de auto.

Van het celmateriaal van de bemonstering is een complex DNA-mengprofiel verkregen dat de DNA-kenmerken bevat van minimaal 4 personen. Op grond van het vergelijkend DNA-onderzoek kunnen het slachtoffer [slachtoffer 6] en de verdachte [mededader 1] niet worden uitgesloten als één van de donoren van het celmateriaal in de bemonstering.

De hiervoor genoemde geschriften zijn slechts gebezigd in verband met de inhoud van de overige hiervoor genoemde bewijsmiddelen.

6. BEWIJSVERWEREN

Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank als volgt.

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte opzet had op de voorbereiding van een diefstal met geweld nu er geen aanwijzingen zijn dat verdachte wetenschap heeft gehad op welke manier de geplande diefstal zou worden gepleegd, zodat de verdachte zou moeten worden vrijgesproken.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Verdachte is korte tijd vóór de voorbereidingshandelingen voor een overval in Hoofddorp bij de voorbespreking over een te overvallen woning in Breezand aanwezig geweest in de kamer van het pension in Sint Maarten, waar de twee Polen [mededader 1] en [betrokkene 1] verbleven. Naast verdachte waren bij die bespreking aanwezig [mededader 1], [betrokkene 1], [mededader 2], [mededader 4] en [mededader 3]. Tijdens deze bespreking is volgens medeverdachte [mededader 4] een stroomstootwapen/elektrisch pistool van hand tot hand gegaan. Daar de kamer van [mededader 1] en [betrokkene 1] klein bemeten is, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte het stroomstootwapen moet hebben gezien. Gelet op het feit dat verdachte met [mededader 1] en [betrokkene 1], samen met medeverdachte [mededader 5], in de Renault Espace van de twee Polen naar de woning in Hoofddorp is gereden en gelet op het feit dat medeverdachte [mededader 5] verklaart dat hij toen wapens heeft gezien in die auto, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op de koop toe genomen dat bij de te plegen diefstal geweld zou worden gebruikt.

De rechtbank wijst in dit verband ook op de door medeverdachte [mededader 5] op 26 juli 2006 afgelegde verklaring, onder meer inhoudende dat hij in Hoofddorp wel gelijk het huis wilde overvallen, dat het avond en donker was en dat er licht brandde in de woning. Volgens [mededader 5] zouden de Polen aanbellen met een smoesje van autopech en naar binnen gaan. De Polen zouden echter tegen verdachte een smoesje hebben gebruikt om die avond niet naar binnen te gaan.

Verdachte heeft, gelet op één en ander, moeten beseffen dat de voorbereiding niet slechts een diefstal betrof, maar ook dat bij die diefstal geweld zou kunnen worden gebruikt tegen de bewoners van het pand, dan wel dat die bewoners met geweld zouden worden bedreigd.

Ten aanzien van feit 4 subsidiair.

De raadsvrouw van verdachte heeft gesteld dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte medeplichtig is aan diefstal. Verdachte heeft inlichtingen verstrekt over de in de woning van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] aanwezige sieraden en zij heeft deze woning aangewezen aan de medeverdachten. De raadsvrouw stelt dat niet bewezen kan worden dat verdachte opzet had op het door de medeverdachten toegepaste geweld, daarvan zou de verdachte moeten worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het onder feit 4 subsidiair ten laste gelegde en door de rechtbank bewezen verklaarde feit moet worden gekwalificeerd als medeplichtigheid aan diefstal met geweld. Dat geldt ook indien het opzet van verdachte minder ver zou zijn gegaan dan het opzet van de plegers van de overval. Met een eventueel minder opzet zou echter wel rekening moeten worden gehouden bij de strafoplegging. De rechtbank verstaat het verweer van de verdediging dan ook in die zin, maar is tevens van oordeel dat het geen doel kan treffen.

Verdachte is aanwezig geweest bij een tweetal voorbesprekingen over Breezand, een bespreking in haar woonhuis in Diemen en een bespreking in de kamer van het pension in Sint Maarten, waar de twee Polen [mededader 1] en [betrokkene 1] verbleven. Zoals eerder overwogen is bij gelegenheid van de bijeenkomst in Sint Maarten volgens medeverdachte [mededader 4] een stroomstootwapen/elektrisch pistool van hand tot hand gegaan en kan dat verdachte niet zijn ontgaan.

Verdachte had, gezien de omstandigheden en in aanmerking nemende dat zij in zee ging met haar onbekende personen, ernstig rekening moeten houden met de mogelijkheid dat de diefstal in Breezand gepaard zou gaan met geweld of bedreiging daarmee. Voor zover zij dat niet heeft gedaan, geldt dat zij daarmee de aanmerkelijke kans dat het niet louter om een diefstal zou gaan, kennelijk op de koop toe heeft genomen.

7. NADERE MOTIVERING

Ten aanzien van feit 3 (Hoofddorp):

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de steller van de tenlastelegging bedoeld aan verdachte ten laste te leggen dat zij ook als medepleger van de feitelijke voorbereidingshandelingen moet worden beschouwd.

De rechtbank laat de verklaring van verdachte ter terechtzitting, die zij ten aanzien van dit feit heeft afgelegd, buiten beschouwing. Ten aanzien van dit feit houdt de rechtbank de verdachte aan haar tegenover de politie en tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaringen.

8. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 3:

medeplegen van voorbereiding van:

diefstal, voorafgegaan of vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heterdaad aan zich of haar mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 4 subsidiair:

Medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

9. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

10. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een diefstal met geweld door aan de plegers van dit misdrijf inlichtingen te verschaffen en ook persoonlijk de woning van de slachtoffers in Breezand aan te wijzen.

Verdachte kende deze mensen uit het verleden en heeft meermalen verklaard, ook ter terechtzitting, dat zij altijd goed voor haar zijn geweest.

Die omstandigheid heeft verdachte echter niet van het strafbare feit kunnen weerhouden. Verdachte heeft dat feit gepleegd, enkel en alleen om daar in financieel opzicht beter van te worden.

De overval in Breezand droeg een zeer gewelddadig karakter. De slachtoffers zijn in hun slaap overvallen, geslagen, gestompt en vastgebonden. Zij zijn van veel waardevolle spullen beroofd. De gevolgen van deze gebeurtenis zullen voor hen en hun familie nog lange tijd voelbaar zijn.

Verdachte kan het zich ernstig aanrekenen dat zij de plegers van de overval cruciale informatie heeft gegeven.

Verdachte is er ook niet voor teruggedeinsd om na haar bezoek aan Sint Maarten en Breezand andermaal met [mededader 1], [betrokkene 1] en [mededader 5] op pad te gaan, dit keer naar Hoofddorp. Verdachte heeft zich daarbij schuldig gemaakt aan het medeplegen van de voorbereiding van een aldaar te plegen overval, andermaal op een woning. Ook dit keer hoopte verdachte een aandeel te zullen krijgen in de buit.

Overvallen op woningen behoren tot de categorie ernstige misdrijven met een voor de slachtoffers en de samenleving schokkend karakter.

Tot diezelfde categorie rekent de rechtbank ook het behulpzaam zijn bij een dergelijk feit en het voorbereiden daarvan.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 29 augustus 2006, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van vermogens- en geweldsdelicten tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld. Dit heeft de verdachte er kennelijk ook niet van weerhouden te recidiveren.

- het over de verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport, gedateerd 21 mei 2007 van J. Vreman, reclasseringswerker bij Reclassering Nederland.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de bewezen verklaarde feiten in de strafoplegging tot uitdrukking dient te komen en dat een vrijheidsstraf van aanzienlijke duur op haar plaats is. Dit geldt temeer nu verdachte ook geen first offender is.

Een elektronisch toezicht is in deze situatie niet aan de orde.

11. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 46, 48, 57, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

12. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair, 4 primair, 5 primair en subsidiair, 6 en 7 primair en subsidiair heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 3 en 4 subsidiair ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3 (drie) jaren.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Westdorp, voorzitter,

mr. S.M. Jongkind-Jonker en mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis en D.H. Geuze, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 juni 2007.