Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA7167

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-06-2007
Datum publicatie
13-06-2007
Zaaknummer
14.700312.07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak. Alvorens in te breken hebben verdachte en zijn mededaders de woning diverse malen bezocht en afgelegd. Doordat zij werden gestoord, is het bij een poging gebleven

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.700312.07

Datum uitspraak: 12 juni 2007

OP TEGENSPRAAK

VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

thans gedetineerd in de P.I. Noord Holland, HvB Zwaag te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 februari 2007, 23, 24 en 26 april 2007 en 7, 29 en 30 mei 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die er toe strekt dat de rechtbank:

• verdachte van de tenlastegelegde feiten onder 1 primair en subsidiair en 7 primair zal vrijspreken;

• de tenlastegelegde feiten 2, 3 primair, 4 primair, 5, 6 en 7 subsidiair bewezen zal verklaren;

• de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen naar voren is gebracht door de verdachte en de raadsman mr. E.H. van den Pol, advocaat te Purmerend.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de Officier van Justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging met betrekking tot feit 3 is toegelaten, ten laste gelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 20 januari 2006 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een kluis en/of een grote hoeveelheid geld (euro's en antilliaanse guldens) en/of een grote hoeveelheid sieraden en/of een grote hoeveelheid nederlandse munten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] een hand op de mond heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer 1] bij de handen en/of armen heeft/hebben vastgebonden en/of vastgetaped en/of

- die [slachtoffer 1] de ogen en/of mond heeft/hebben dichtgetaped;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 januari 2006 tot en met 20 januari 2006 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, ter voorbereiding uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachten voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer anderen aanwezig in de woning, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen opzettelijk een revolver en/of een (electrisch) pistool en/of tape en/of een (gestolen) voertuig (van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken])) voor handen heeft/hebben gehad, bestemd tot het begaan van dat misdrijf en/of daarmee een of meer voorverkenningen gedaan;

2.

hij op of omstreeks 16 maart 2006 te Schoorl, gemeente Bergen (NH), ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een woning gelegen aan [adres1] een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming een dakraam heeft/hebben geforceerd en/of opengebroken en/of (vervolgens) door de opening van dat dakraam de woning is/zijn binnengegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 19 maart 2006 tot en met 22 maart 2006 en/of op een of meer tijdstippen in de periode van 02 maart 2006 tot en met 28 maart 2006 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

ter voorbereiding van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goederen, althans in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

en/of

- met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te gedwingen tot de afgifte van een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goederen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, opzettelijk een revolver en/of een (electrisch) pistool en/of tape en/of een

(gestolen) voertuig (van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken])) voor handen heeft/hebben gehad, bestemd tot het begaan van dat misdrijf;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] en/of [mededader 4] op een of meer tijdstippen in

of omstreeks de periode van 02 maart 2006 tot en met 22 maart 2006 te

Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland

ter voorbereiding van het door die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] en/of

[mededader 4] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer

hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goederen, althans in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn

mededader(s), althans alleen

en/of

- met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te dwingen tot de

afgifte van een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goederen, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

opzettelijk een revolver en/of een (electrisch) pistool en/of tape en/of een

(gestolen) voertuig (van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken

[kenteken])) voor handen heeft/hebben gehad, bestemd tot het begaan van dat

misdrijf

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

op een of meer tijdstippen in de periode 02 maart 2006 tot en met 22 maart

2006 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer en/of te Diemen en/of te Den

Helder, althans elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest

immers, heeft verdachte aan die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 4] en/of [mededader 3]

- verteld dat die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] geld en/of sieraden en/of drugs

in de woning zouden hebben en/of zouden bezitten en/of

- de woning van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] aangewezen en/of

- met die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 4] en/of [mededader 3] is meegereden naar

de woning teneinde de situatie ter plaatse te bekijken en/of op te nemen;

4.

hij op of omstreeks 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (namelijk tussen 4.00 uur en 6.00 uur) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in/uit een woning gelegen aan [adres 2]) een kluis (bevattende [onder andere] een [grote] hoeveelheid sieraden) en/of een horloge en/of een ring en/of een of

meer broches en/of een of meer andere sieraden en/of een (geld)kistje/-kastje (bevattende [onder andere] een rijbewijs en/of andere papieren) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- de woning van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] is/zijn binnengedrongen en/of

- die (in hun bed liggende) [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of gebeten en/of

- met een stroomstootwapen een of meer stroomsto(o)t(en) aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft/hebben toegediend en/of

- (met behulp van tape) de handen en/of de voeten van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben samengebonden en/of

- (met behulp van tape) de mond en/of de ogen van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft/hebben afgeplakt;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[mededader 1] en/of [mededader 5] en/of [mededader 6] en/of een of meer mededader(s) op of omstreeks 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in/uit een woning gelegen aan [adres 2]) een kluis (bevattende [onder andere] een [grote] hoeveelheid sieraden) en/of een horloge en/of een ring en/of een of

meer broches en/of een of meer andere sieraden en/of een (geld)kistje/-kastje (bevattende [onder andere] een rijbewijs en/of andere papieren) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [mededader 1] en/of [mededader 5] en/of [mededader 6] en/of hun mededader(s) en/of aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het

- binnendringen van de woning van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] en/of

- slaan en/of stompen en/of schoppen en/of bijten van die (in hun bed liggende) [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of

- toedienen met een stroomstootwapen van een of meer stroomsto(o)t(en) aan die [slachtoffer 6] en/of

- (met behulp van tape) de handen en/of de voeten van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben samengebonden en/of

- (met behulp van tape) de mond en/of de ogen van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft/hebben afgeplakt;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

op een of meer tijdstippen in de periode 10 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, en/of te Diemen, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest

immers, heeft verdachte aan die [mededader 1] en/of [mededader 5] en/of [mededader 6] en/of een of meer mededaders

- verteld dat die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] een of meer sieraden in de woning

zouden hebben en/of zouden bezitten en/of

- de woning van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] aangewezen;

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks 02 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 te Purmerend, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [adres 3] weg te nemen een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 8], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

al dan niet samen met zijn mededader(s)

- naar de bedoelde woning is (mee)gereden) (in een gestolen auto) en/of

- een PTT-uniform en/of een electrisch wapen en/of een stroomstootwapen en/of een revolver en/of een of meer walkie-talkies heeft/hebben meegenomen en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of

- het PTT-uniform heeft aangetrokken en/of

- zich naar de bedoelde woning hebben begeven en/of heeft/hebben aangebeld

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 2005 tot en met 28 maart 2006 in het arrondissement Alkmaar en/of het arrondissement Haarlem, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit meerdere personen, waaronder verdachte, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk inbraken in woningen, al dan niet gepaard gaande met geweld;

7.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 december 2005 tot en met 28 maart 2006 te Sint Maarten, gemeente Harenkarspel, althans in het arrondissement Alkmaar en/of in het arrondissement Haarlem, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken]) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat voertuig (telkens) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 december 2005 tot en met 28 maart 2006, te Sint Maarten, gemeente Harenkarspel, althans in het arrondissement Alkmaar en/of het arrondissement Haarlem, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging van een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een voorwerp, te weten een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken]), heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad, althans van een voorwerp, te weten een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken]), gebruik heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij en/of een of meer van zijn mededaders wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp – onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair, 3 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair, 5, 6 en 7 primair en subsidiair is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde feit (zaak 3, Hoofddorp) overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het dossier is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan, dat er ten huize van de medeverdachte [mededader 4] is gesproken over een huis in Hoofddorp, waar een zekere [slachtoffer 5] zou wonen, met wie medeverdachte [mededader 3] tijdens zijn eerdere detentie problemen zou hebben gehad. Volgens de medeverdachten [mededader 4] en [mededader 2] zou ook verdachte bij dat gesprek aanwezig zijn geweest en zou er gesproken zijn over inbreken in dat huis of het overvallen van de bewoners en over het feit, dat in dat huis sieraden en kettingen aanwezig moesten zijn.

Ook is komen vast te staan, dat de medeverdachte [mededader 4], tezamen met de medeverdachte [mededader 3] in een rode Volkswagen Golf is gereden in de richting van Hoofddorp, gevolgd door verdachte en de medeverdachten [mededader 2], [mededader 1] en diens overleden vriend [betrokkene 1] in de door [mededader 1] bestuurde Peugeot.

Medeverdachte [mededader 3] is halverwege de weg naar Hoofddorp omgekeerd, omdat hij - naar hij later bij de politie heeft meegedeeld – meende, dat hij door de politie werd achtervolgd.

De medeverdachte [mededader 4] heeft op 30 november 2006 tegenover de politie verklaard, dat zij tezamen met [mededader 3] op de avond van dezelfde dag langs het huis is gereden en dat verdachte daarbij ook aanwezig was. Deze verklaring wordt op dit punt door niemand bevestigd en blijkens de bewoordingen van het vervolg van deze verklaring twijfelde [mededader 4] kennelijk zelf, gegeven het feit, dat zij verklaard heeft: “Ik kan mij niet goed herinneren of [verdachte] er nu wel was”.

De volgende dag zou volgens de verklaringen van de medeverdachten [mededader 4] en [mededader 2] de woning zijn afgelegd door [mededader 1], [betrokkene 1] en hen beiden. Verdachte is toen in ieder geval niet meegeweest.

[mededader 2] heeft verklaard, dat zij die dag met zijn vieren waren, te weten de twee Polen, [mededader 4] en hij. [mededader 4] heeft daaromtrent verklaard, dat [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte]) was opgepakt.

Uit de verklaringen van medeverdachte [mededader 2] valt af te leiden, dat uitsluitend bij die laatste gelegenheid wapens en tape zijn meegenomen.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat bij de eerste rit richting Hoofddorp, waarbij verdachte is meegeweest, de in de tenlastelegging genoemde goederen voorhanden zijn geweest. Voorts is de betrokkenheid van verdachte bij de daarop gevolgde rit of ritten naar Hoofddorp – al dan niet met medeneming van genoemde goederen – niet komen vast te staan. Verdachte dient dan ook van het primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Voorts is niet komen vast te staan, dat verdachte op de hoogte is geweest van het feit, dat de medeverdachten de volgende dag zich zouden schuldig maken aan de voorbereiding van een overval op [slachtoffer 5] en/of diens huisgenote en meer in het bijzonder niet van de aanwezigheid van de wapens en tape in de Renault Espace, kennelijk bestemd tot het begaan van een diefstal met geweld en/of afpersing. Reeds daaruit kan worden afgeleid dat verdachte niet behulpzaam kan zijn geweest bij het misdrijf, waarvan hij primair verdacht werd.

Met betrekking tot het onder 4 primair en subsidiair tenlastegelegde feit (zaak 1, Breezand) overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de stukken in het dossier kan worden geconcludeerd dat verdachte met medeverdachten in de buurt van de woning van de slachtoffers in Breezand is geweest, doch uit de stukken en uit het verhandelde ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden geconcludeerd dat verdachte als medepleger van de overval in de woning kan worden beschouwd.

Ook van de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid dient verdachte vrijgesproken te worden. Weliswaar is verdachte met medeverdachte [mededader 4] en de twee Polen naar Breezand gereden, doch verdachte bleef, bij het “afleggen” van de woning van de slachtoffers [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] door de medeverdachten, in de auto. Uit de verklaring van de medeverdachte [mededader 4] is duidelijk geworden dat de rol van verdachte slechts bestond uit het beschermen van medeverdachte [mededader 4], omdat zij medeverdachten [mededader 1] en [betrokkene 1] niet vertrouwde. Uit de stukken in het dossier en uit het verhandelde op de terechtzitting is voorts gebleken dat de informatie met betrekking de aanwezigheid van sieraden in de woning van de familie [slachtoffer 6] afkomstig was van medeverdachte [mededader 4] en dat zij ook degene is geweest, die de woning heeft aangewezen.

Met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde feit (zaak 6, Purmerend) overweegt de rechtbank als volgt.

Van de zijde van verdachte is aangevoerd, dat er geen sprake kan zijn van een strafbare poging, nu er geen sprake is geweest van een begin van uitvoering. De medeverdachte [mededader 2] zou immers niet hebben aangebeld bij de woning, waar de daders van plan waren een diefstal met geweld te plegen.

De rechtbank gaat uit van de verklaring van de medeverdachte [mededader 2], dat er door hem niet is aangebeld. Medeverdachte [mededader 2] heeft dit in zijn diverse verklaringen consistent verklaard en verdachte heeft als enige hierover verklaard dat hij van een afstand heeft gezien (en niet gehoord) dat er is aangebeld.

Ten laste is gelegd een poging tot diefstal. De vraag dient te worden beantwoord of de feitelijke omschrijving in de tenlastelegging, te weten het naar de woning gaan in een ptt-uniform met wapens en walkie-talkies en het zich naar de voordeur begeven, voldoende is om van een begin van uitvoering te spreken. Met andere woorden: De vraag is of de gedragingen van de daders als voorbereidingshandelingen dienen te worden aangemerkt, dan wel dat er sprake is van een begin van uitvoering, zoals vereist voor een strafbare poging.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de in de ten laste legging beschreven gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet gericht op de voltooiing van het misdrijf. Dat oordeel zou anders hebben geluid als er daadwerkelijk zou zijn aangebeld.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel, dat er geen sprake is van een poging en dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 6 ten laste gelegde feit ( deelneming criminele organisatie, zaak 8) overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de stukken van het dossier noch uit het onderzoek op de terechtzitting is bewijs te putten voor het bestaan van een criminele organisatie, waaraan verdachte heeft deelgenomen. Verdachte en zijn medeverdachten dienen veeleer gezien te worden als een groep personen die goeddeels voor eigen rekening en risico en in verschillende samenstellingen strafbare feiten pleegden.

Naar het oordeel van de rechtbank is het samenwerkingsverband daarmee onvoldoende gestructureerd en onvoldoende duurzaam en bestendig om van een organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht te kunnen spreken. Voorts is niet gebleken van een gemeenschappelijke doelstelling en zodanige gemeenschappelijke regels dat op deelnemende personen druk uitgeoefend kon worden om zich aan de in de organisatie levende normen en uitgangspunten te onderwerpen. Niet vast is komen staan dat de verdachten jegens elkaar verplichtingen hadden die in het kader van een organisatie afdwingbaar waren.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

2.

hij op 16 maart 2006 te Schoorl, gemeente Bergen (NH), tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen uit een woning gelegen aan [adres1] geld en/of goederen, toebehorende aan [slachtoffer 3] en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of dat weg te nemen geld en/of die goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak en/of inklimming,

een dakraam heeft geforceerd en vervolgens door de opening van dat dakraam de woning is binnengegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. BEWIJSMIDDELEN:

Ten aanzien van feit 2:

(SCHOORL)

- het algemeen proces-verbaal onderzoek Oscar met nummer 00-AMB-00, gedateerd 29 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar H.J. Booij.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant H.J. Booij (algemeen proces-verbaal pag. 3 t/m 15):

In diverse processen-verbaal worden personen aangeduid met bijnamen of aliassen. Tevens zijn diverse (bij)namen fonetisch weergegeven:

Verdachte [mededader 5]: [W], [A], [A], [K].

Verdachte [mededader 1]: [G], [G], grote Pool, twee Polen (i.c.m. verdachte [betrokkene 1]), vrienden van [A] (i.c.m. verdachte [betrokkene 1]).

Verdachte [mededader 6]: [D], [D], [D], vriendin van [A], vrouw van [A].

? Het proces-verbaal met nummer PL 1000/06-139213 van 1 augustus 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren J. H. Aukes en

P. O. Helstone.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 augustus 2006 tegenover verbalisanten J.H. Aukes en P.O. Helstone voornoemd afgelegde verklaring van [slachtoffer 3] (pag. 96 t/m 98 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Ik doe aangifte van inbraak. Op 16 maart 2006 is er ingebroken in mijn woning aan [adres1] te Schoorl. Ik kwam pas omstreeks 21.15 uur thuis. Ik heb rondom mijn woning een viertal beveiligingscamera’s hangen en bij het terugkijken van de opnamen rondom het tijdstip van de inbraak, is te zien dat om 20.15 uur een schim door het beeld loopt om vervolgens een van de bewegingsmelders/lampen van mijn woning af te slopen Vervolgens is of zijn de dader(s) via het dakraam boven de keuken mijn woning binnen gekomen. Het dakraam stond op een kiertje en is met geweld verder geopend. Om 20.40 uur werd door de dader en of de daders zelf de paniekknop van het alarm in werking gesteld. Nadat de paniekknop in werking was gezet, waren al heel snel diverse mensen bij mijn woning om te kijken wat er aan de hand was.

Ik heb geen waardevolle spullen in huis, behalve een viertal horloges met een gezamenlijke waarde van ongeveer 30.000 euro.

? Het proces-verbaal met nummer 06-144602 van 20 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H. T. Hofstra en

P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 april 2006 tegenover verbalisanten H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman, voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 2] (pag. 18 t/m 28 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Ik denk dat de eerste ontmoeting met die twee Polen in maart 2006 was. Ik zag [betrokkene 2], [mededader 5] en die twee Polen buiten staan praten. [mededader 5] kwam toen binnen met die twee Polen. [mededader 5] vertelde mij dat die twee Polen voor hem waren gekomen om te werken. Crimineel werk om mensen in huizen te pakken. Huis overvallen bedoel ik daarmee. [mededader 5] zei me dat. Ik hoorde hem vragen "If I got people to rob".

[mededader 5] reed toen in die Opel Calibra, kleur zwart, en die twee Polen in een blauwe Peugeot, oud model station.

Bij de tweede ontmoeting kwamen [mededader 5] en die twee Polen mij halen vanaf [adres 4]. Ik ging met [mededader 5] mee naar buiten. [mededader 5] wees mij een auto, een Renault Espace, grijs van kleur. [mededader 5] startte de Renault via zijn accu. Er waren autosleutels bij. Ik kreeg die autosleutels van [mededader 5].

Ik reed achter [mededader 5] aan.

Ik parkeerde de Renault niet voor de verblijfplaats van de twee Polen. Ik moest de Renault verderop parkeren. Later hoorde ik van [mededader 5] dat de Renault gestolen was.

Ik ben ergens langs geweest waar paarden zijn. Daar was een paardenstal. Ik moest daar staan van die [mededader 5] en die twee Polen.

We reden met de Renault naar die plek. Wij waren met vier man en de vrouw van [mededader 5]. Ik reed met die twee Polen mee uit Alkmaar en [mededader 5] met zijn vrouw in die Opel. Hij is de baas. Hij had een walkietalkie en die twee Polen ook. Volgens [mededader 5] waren er geld en drugs.

[mededader 5] en die twee polen hebben daar wel ingebroken. Nadat [mededader 5] en die twee Polen daar hadden ingebroken, zijn we teruggereden naar de woning van de twee Polen. Die Polen hadden niets bij zich.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V03-05 van 21 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H.T. Hofstra en

P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 april 2006 tegenover verbalisanten H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman, voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 2] (pag. 35 t/m 39 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Die inbraak in de woning was in de buurt van Alkmaar. Ik stond op de uitkijk. Het was een villa met veel glas. Die paardenstal stond in de buurt van de villa. [mededader 5] en die twee Polen braken in. Ze klommen op het dak. Volgens mij zijn ze via een raampje het huis binnengekomen. Het was ’s avonds tussen 19.30 uur en 20.00 uur.

[mededader 5] en die twee Polen hadden een breekijzer, kleur zwart bij zich. Het licht ging aan bij de voordeur. Die lange Pool brak toen de Sensor af.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V03-07 van 21 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 april 2006 tegenover verbalisanten H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman, voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 2] (pag. 42 t/m 45 zaaksdossier 5 – Schoorl):

[verdachte] was mee bij die villa met die paardenstal.

[verdachte] is daar later bij geweest en heeft daar ook ingebroken met die twee Polen.

? Het proces-verbaal met nummer 00-VO3-13 van 26 juli 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren P.O. Helstone, en R. Piers.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 juli 2006 tegenover verbalisanten P.O. Helstone en R. Piers, voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 2] (pag. 64 t/m 67 zaaksdossier – Schoorl):

Ik ben vandaag met jullie in de auto meegereden op zoek naar het huis van glas in de buurt van Alkmaar.

Ik herkende die rare kruising in dat dorpje Schoorl. Ik zag dat huis staan. Ik zag dat het [adres1]was. Ik weet zeker dat dat het huis was met dat glas. Ik zag dat ook die paardenstal achter het huis.

Het kan dat ik daar twee keer geweest ben. Ik heb toen in de bosjes gelegen samen met die

twee Polen en [verdachte]. Dat was ’s avonds rond 19.30 uur. Het was maart 2006, dus al

donker buiten.

Die twee Polen zijn in de woning geweest.

[mededader 5] is de opdrachtgever. Hij stuurt aan met zijn walkie talkies. Wij hadden ook van die zwarte walkie talkies.

? Het proces-verbaal met nummer 00-VO5-05 van 13 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren R. Piers en P.L. Pijnaker.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 13 oktober 2006 tegenover verbalisanten R. Piers en P.L. Pijnaker, voornoemd afgelegde verklaring van [mededader 6]: (blz. 272 t/m 288 zaaksdossier 5 - Schoorl):

Over Schoorl kan ik het volgende vertellen. Het was ’s avonds. Het was in het grote huis. Ik was in de auto samen met [mededader 5]. [mededader 5] had een walkie talkie. Ik weet dat die 2 Polen daar geweest zijn en een meisje en [mededader 2] en zijn vriend. Ik kan me wel herinneren dat [mededader 5] eerst in de auto zat en dat hij daarna naar ze toe ging.

[mededader 5] ging daar naartoe om te kijken of de eigenaar van het huis terug zou komen.

[mededader 5] heeft me gezegd dat die vijf personen daar naartoe gingen. [mededader 5] stond aan de weg en dat ze daar geweest zijn en dat waarschijnlijk het alarm afging of de auto er aan kwam.

[mededader 5] zei dat die twee Poolse mannen daar geweest waren. Ik weet dat die twee Polen van plan waren om naar binnen te gaan.

Die twee Poolse mannen wilden iets stelen uit het huis

Ik weet dat [mededader 5] een walkie talkie had. Ze hebben met elkaar contact opgenomen. Ze hadden microfoontjes. Toen ik bij [mededader 5] kwam praatten ze met elkaar. Ik hoorde stemmen.

Toen we in Schoorl kwamen heeft [mededader 5] de walkie talkie aangezet.

Ik ben drie keer in Schoorl op die plek geweest. Die andere twee keren zijn we ook ’s avonds naar Schoorl gegaan. Ik kan me herinneren dat het een heel groot huis was, een heel mooi huis met veel lichten er omheen. Het was een vrijstaand huis.

[mededader 5] heeft gezegd dat we naar Schoorl gingen. [mededader 5] heeft gezegd wat er ging gebeuren en heeft ook gezegd dat ze daar naartoe kwamen rijden.

Volgens mij gingen die twee Poolse jongens in dat huis en die vriend van [mededader 2], die zwarte. Dat heeft [mededader 5] mij gezegd.

? Het proces-verbaal met nummer 05-AMB-05 van 29 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar J-H. Aukes.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant J-H. Aukes (pag. 104/105 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Op 16 maart 2006 heeft er op [adres1] te Schoorl een inbraak in en een poging diefstal uit een woning plaatsgevonden. De woning is voorzien van vier beveiligingscamera’s die alle bewegingen rondom de woning registreren.

Op de navolgende fotoprints valt een personenwagen waar te nemen, gelijkend op de Renault Espace uit het recherche-onderzoek:

8 maart 2006 te 20.01 uur,

9 maart 2006 te 19.46 uur en 19.48 uur,

13 maart 2006 te 20.19 uur

14 maart 2006 te 19.28

15 maart 2006 te 20.07 uur, 20.27 uur en 20.30 uur

16 maart 2006 te 19.46 uur.

De fotoprints van de voornoemde data en tijdstippen zijn bij dit proces-verbaal van bevindingen gevoegd.

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 2:

poging tot diefstal door twee of meer personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming.

7. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. MOTIVERING VAN DE STRAF.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak. Alvorens in te breken hebben verdachte en zijn mededaders de woning diverse malen bezocht en afgelegd. Doordat zij werden gestoord, is het bij een poging gebleven.

Dit is een ergerlijk feit, dat naast schade vaak veel hinder veroorzaakt en in het algemeen bij de benadeelden gevoelens van onrust en onveiligheid.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitieel Documentatieregister, gedateerd 25 januari 2007, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder en voor het laatst op 5 oktober 2006, terzake van vermogens- en opiumdelicten tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld.

Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

9. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 63, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair, 3 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair, 5, 6 en 7 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2. ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3 (DRIE) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Heft op het bevel voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Westdorp, voorzitter,

mr. S.M. Jongkind-Jonker en mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg, rechters,

in tegenwoordigheid van D. Geuze en G.A.M. Delis, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 juni 2007.