Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA7147

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-06-2007
Datum publicatie
13-06-2007
Zaaknummer
14.810444.06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met haar mededaders schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak. Alvorens in te breken hebben verdachte en haar mededaders de woning diverse malen bezocht en afgelegd. Doordat zij werden gestoord, is het bij een poging gebleven.

Dit is een ergerlijk feit, dat naast schade vaak veel hinder veroorzaakt voor de benadeelde en in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg brengt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.810444.06

Datum uitspraak: 12 juni 2007

OP TEGENSPRAAK

VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting voor vrouwen te Nieuwersluis.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 februari 2007, alsmede op de terechtzitting van 23, 24 en 26 april 2007 en 7, 29 en 30 mei 2007

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die er toe strekt dat de rechtbank:

• verdachte zal vrijspreken van het onder 6. ten laste gelegde feit;

• de onder 1 primair, 2 primair, 3 meer subsidiair, 4 primair en 5 ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren;

• de verdachte zal veroordelen tot gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en haar raadsman mr. G.J. van Oosten, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Op vordering van de officier van justitie is de omschrijving van de tenlastelegging op de terechtzitting van 23 april 2007 gewijzigd op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

Aan de verdachte is, nadat op 29 mei 2007 nog een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde feit is toegelaten, ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 20 januari 2006 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen

een kluis en/of een grote hoeveelheid geld (euro's en antilliaanse guldens)

en/of een grote hoeveelheid sieraden en/of een grote hoeveelheid nederlandse

munten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of haar mededader(s)

- die [slachtoffer 1] een hand op de mond heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam heeft/hebben

geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer 1] bij de handen en/of armen heeft/hebben vastgebonden en/of

vastgetaped en/of

- die [slachtoffer 1] de ogen en/of mond heeft/hebben dichtgetaped;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 januari 2006 tot en met 20 januari 2006 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Sint Maartensvlotbrug, althans in Nederland,

ter voorbereiding uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachten voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer anderen aanwezig in de woning, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

met een of meer van haar mededader(s), althans alleen opzettelijk een revolver en/of een (electrisch) pistool en/of tape en/of een (gestolen) voertuig (van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken])) voor handen heeft/hebben gehad, bestemd tot het begaan van dat misdrijf en/of daarmee een of meer voorverkenningen gedaan;

2.

zij op of omstreeks 16 maart 2006 te Schoorl, gemeente Bergen (NH), ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een

woning gelegen aan [adres 1] een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming een dakraam heeft/hebben geforceerd en/of opengebroken en/of (vervolgens) door de opening van dat dakraam de woning is/zijn binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] en/of [betrokkene 1] en/of een of meer (andere) mededaders op of omstreeks 16 maart 2005 te Schoorl, gemeente Bergen (NH), ter uitvoering van het door hen voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een woning gelegen aan [adres 1] een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming een dakraam heeft/hebben geforceerd en/of opengebroken en/of (vervolgens) door de opening van dat dakraam de woning is/zijn binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen de periode van 01 maart 2006 tot en met 16 maart 2006 te Schoorl, gemeente Bergen (NH), en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- mee te gaan naar de woning (al dan niet tijdens de voorverkenning) en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- zich in de directe omgeving van die woning op te houden en/of

- (wachtend) te zitten in een voertuig om - zonodig - een of meer verdachten te vervoeren en/of een vluchtmogelijkheid te bieden en/of de buit te vervoeren;

3.

zij op of omstreeks 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (namelijk tussen 4.00 uur en 6.00 uur)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in/uit een woning gelegen aan [adres 2]) een kluis (bevattende [onder andere] een [grote] hoeveelheid sieraden) en/of een horloge en/of een ring en/of een of meer broches en/of een of meer andere sieraden en/of een (geld)kistje/-kastje (bevattende [onder andere] een rijbewijs en/of andere papieren) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of haar mededader(s)

- de woning van die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] is/zijn binnengedrongen en/of

- die (in hun bed liggende) [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben geslagen en/of

gestompt en/of geschopt en/of gebeten en/of

- met een stroomstootwapen een of meer stroomsto(o)t(en) aan die [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben toegediend en/of

- (met behulp van tape) de handen en/of de voeten van die [slachtoffer 4] en/of die

[slachtoffer 5] heeft/hebben samengebonden en/of

- (met behulp van tape) de mond en/of de ogen van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

heeft/hebben afgeplakt;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[Mededader 1] en/of [mededader 2] en/of een of meer mededaders op of omstreeks 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in/uit een woning gelegen aan [adres 2]) een kluis (bevattende [onder andere] een

[grote] hoeveelheid sieraden) en/of een horloge en/of een ring en/of een of meer broches en/of een of meer andere sieraden en/of een (geld)kistje/-kastje (bevattende [onder andere] een rijbewijs en/of andere papieren) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of hun mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het

- binnendringen van de woning van die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] en/of

- slaan en/of stompen en/of schoppen en/of bijten van die (in hun bed

liggende) [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of

- toedienen met een stroomstootwapen van een of meer stroomsto(o)t(en) aan die

[slachtoffer 4] en/of

- (met behulp van tape) de handen en/of de voeten van die [slachtoffer 4] en/of die

[slachtoffer 5] heeft/hebben samengebonden en/of

- (met behulp van tape) de mond en/of de ogen van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

heeft/hebben afgeplakt;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, en/of te Diemen, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

- mee te gaan naar de woning (al dan niet tijdens de voorverkenning) en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- zich in de directe omgeving van die woning op te houden en/of

- (wachtend) te zitten in een voertuig om - zonodig - een of meer verdachten

te vervoeren en/of een vluchtmogelijkheid te bieden en/of de buit te

vervoeren;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 02 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, en/of te Sint Maartensvlotbrug, gemeente Harenkarspel, althans in het arrondissement Alkmaar, althans in Nederland ter voorbereiding van het door verdachte en/of haar mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer goederen en/of een of meer geldsbedragen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5], te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren met een of meer van zijn mededaders, althans alleen, (telkens) opzettelijk een revolver en/of een (electrisch) pistool en/of tape en/of een (gestolen) voertuig (van het merk Renault Espace voorzien van het kenteken [kenteken]) en/of een of meer walkie talkies voorhanden heeft/hebben gehad, bestemd tot het begaan van dat misdrijf;

4.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 02 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 te Purmerend, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [adres 3] weg te nemen een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van haar mededader(s), althans alleen

al dan niet samen met haar mededader(s)

- naar de bedoelde woning is (mee)gereden) (in een gestolen auto) en/of

- een PTT-uniform en/of een electrisch wapen en/of een stroomstootwapen en/of

een revolver en/of een of meer walkie-talkies heeft/hebben meegenomen en/of

voorhanden heeft/hebben gehad en/of

- het PTT-uniform heeft aangetrokken en/of

- zich naar (de voordeur) bedoelde woning heeft/hebben begeven met medeneming

van een doos/nep postpakken en/of een electrische wapen en/of heeft/hebben

aangebeld,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[Mededader 2] en/of [mededader 1] en/of [mededader 4] en/of [mededader 3] en/of een of meer mededaders op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 02 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 te Purmerend,

ter uitvoering van het door door hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [adres 3] weg te nemen een of meer hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meer goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

en die diefstal te laten voorgegaan en/of te vergezellen en/of te volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6], met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen in de periode van 02 maart 2006 tot en met 21 maart 2006 te Purmerend opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- mee te gaan naar de woning (al dan niet tijdens de voorverkenning) en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- zich in de directe omgeving van die woning op te houden en/of

- (wachtend) te zitten in een voertuig om - zonodig - een of meer verdachten

te vervoeren en/of een vluchtmogelijkheid te bieden en/of de buit te

vervoeren;

5.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 2005 tot en met 28 maart 2006 te Sint Maarten, gemeente Harenkarspel en/of in Sint Maartensvlotbrug, gemeente Harenkarspel, althans in het arrondissement Alkmaar

en/of het arrondissement Haarlem, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit meerdere personen, waaronder verdachte, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk inbraken

in woningen, al dan niet gepaard gaande met geweld;

6.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 december 2005 tot en met 05 april 2006 te Sint Maarten, gemeente Harenkarspel, en/of in Sint Maartensvlotbrug, gemeente Harenkarspel, althans in het arrondissement Alkmaar

en/of in het arrondissement Haarlem en/of in het Arrondissement Amsterdam, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken[kenteken]) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of

heeft/hebben overgedragen, terwijl zij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat voertuig (telkens) wist(en) en/of redelijkerwijs

moest(en) vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 december 2005 tot en met 28 maart 2006, te Sint Maarten, gemeente Harenkarspel, althans in het arrondissement Alkmaar en/of Haarlem en/of Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging van een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een voorwerp, te weten een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken]), heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad, althans van een voorwerp, te weten een voertuig van het merk Renault Espace (voorzien van het kenteken [kenteken]), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij en/of een of meer van zijn mededaders wist(en) en/of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VOORVRAGEN

Geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank is van oordeel, dat met betrekking tot het onder 4 subsidiair ten laste gelegde feit (Purmerend, zaak 6) de dagvaarding nietig dient te worden verklaard. In de tenlastelegging wordt aan verdachte verweten, dat zij opzettelijk behulpzaam is geweest bij een poging tot diefstal met geweld, doch daarbij heeft de steller van de tenlastelegging wel de uitvoeringshandelingen van verdachte opgenomen, doch niet de uitvoeringshandelingen van degenen, die het gronddelict zouden hebben gepleegd. Hierdoor is er geen duidelijkheid met betrekking tot welke uitvoeringshandelingen van de laatstgenoemden aan de verdachte medeplichtigheid wordt verweten. De dagvaarding voldoet derhalve op dit punt niet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering en zal te dien aanzien nietig worden verklaard.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Door de raadsman van verdachte is verzocht om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. De raadsman heeft daartoe aangevoerd, dat verdachte is gearresteerd en vervolgens in voorlopige hechtenis is genomen om andere redenen dan in verband met de verdenking van de onderhavige, in het zogenoemde onderzoek “OSCAR” aan de orde gekomen, strafbare feiten. Zij zou –aldus de raadsman- eigenlijk veeleer als een belangrijke getuige in de zogenoemde “KALK-zaak”, behelzende de moord op een Pool, die betrokken zou zijn geweest bij de onderhavige in de “OSCAR-zaak” ten laste gelegde feiten, dienen te worden aangemerkt. De verdenking tegen verdachte van feiten, zoals deze thans zijn ten laste gelegd, zou –aldus de raadsman- slechts gebaseerd zijn op de uiterst vage beschuldigingen van enkele medeverdachten, welke beschuldigingen niet onderbouwd zijn met concrete feiten en omstandigheden.

De verdachte zou voor een getuigenverhoor zijn uitgenodigd in verband met het afleggen van een verklaring in de “KALK-zaak” en vervolgens toch als verdachte in de “OSCAR-zaak” zijn aangemerkt. De daarop gevolgde verhoren zouden zich overwegend hebben geconcentreerd op hetgeen verdachte kon verklaren over de “KALK-zaak”.

De rechtbank houdt het ervoor, dat de raadsman de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie bepleit op grond van handelen in strijd met een goede procesorde.

De rechtbank is van oordeel, dat het verweer dient te worden verworpen. Als zodanig is het juist, dat verdachte aanvankelijk als getuige is gehoord in de “KALK-zaak”, doch gedurende dit onderzoek is gebleken, dat zij ook als verdachte kon worden aangemerkt in de onderhavige zaak en is zij ook als zodanig gehoord. Op grond van het ingestelde opsporingsonderzoek is vervolgens besloten om haar voor de feiten in de “OSCAR-zaak” te vervolgen.

Van enige toezegging aan verdachte dat zij niet in deze zaak zou worden gevolgd, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. De rechtbank ziet dan ook geen reden om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging.

3. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 primair en subsidiair, 3 primair, subsidiair en meer subsidiair, 4 primair, 5 en 6 primair en subsidiair aan de verdachte is ten laste gelegd.

De verdachte moet daarom daarvan worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit (Badhoevedorp, zaak 2) overweegt de rechtbank als volgt:

Verdachte heeft slechts verklaard dat zij een aantal malen met haar vriend [mededader 2] naar Badhoevedorp is geweest. De door de officier van justitie aangehaalde verklaringen van de getuigen [mededader 3] en [getuige 1] kunnen, wat de rol van verdachte betreft, niet tot het bewijs bijdragen, nu deze verklaringen slechts conclusies behelzen en de getuigen geen concrete feiten of omstandigheden naar voren hebben gebracht, waarop die conclusies gebaseerd zijn. Nu ook uit de overige stukken in het dossier en uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken van betrokkenheid van verdachte bij dit feit, dient zij hiervan te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde feit (Breezand, zaak 1) overweegt de rechtbank als volgt:

Uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, kan naar het oordeel van de rechtbank slechts geconcludeerd worden dat verdachte aanwezig is geweest bij een bespreking die betrekking had op een te plegen overval op oudere mensen in Breezand. Niet is komen vast te staan dat verdachte bij de uitvoering daarvan zodanig betrokken is geweest, dat zij als medepleger danwel medeplichtige valt aan te merken.

Met betrekking tot het onder 3 meer subsidiair ten laste gelegde feit (Breezand, zaak 1) is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan, dat verdachte het aldaar omschreven gronddelict heeft willen voorbereiden. Voorts is niet gebleken dat zij, ter voorbereiding van dat misdrijf, de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen opzettelijk voor handen heeft gehad.

Met betrekking tot het onder 4 primair ten laste gelegde feit (Purmerend, zaak 6) overweegt de rechtbank als volgt:

Van de zijde van verdachte is aangevoerd, dat er geen sprake kan zijn van een strafbare poging, nu er geen sprake is geweest van een begin van uitvoering. De verdachte [mededader 4] zou immers niet hebben aangebeld bij de woning, waar de daders van plan waren een diefstal met geweld te plegen.

De rechtbank gaat uit van de verklaring van de verdachte [mededader 4], dat er door hem niet is aangebeld. [Mededader 4] heeft dit in zijn diverse verklaringen consistent verklaard en de mede-verdachte [mededader 3] heeft als enige hierover verklaard dat hij van een afstand heeft gezien (en niet gehoord) dat er is aangebeld.

Ten laste is gelegd een poging tot diefstal. De vraag dient te worden beantwoord of de feitelijke omschrijving in de tenlastelegging, te weten het naar de woning gaan in een ptt-uniform met wapens en walkie-talkies en het zich naar de voordeur begeven, voldoende is om van een begin van uitvoering te spreken. Met andere woorden: De vraag is of de gedragingen van de daders als voorbereidingshandelingen dienen te worden aangemerkt, dan wel dat er sprake is van een begin van uitvoering, zoals vereist voor een strafbare poging.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de in de tenlastelegging beschreven gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet gericht op de voltooiing van het misdrijf. Dat oordeel zou anders hebben geluid als er daadwerkelijk zou zijn aangebeld.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel, dat er geen sprake is van een poging en dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde feit (deelname criminele organisatie, zaak 8) overweegt de rechtbank als volgt:

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen onder feit 5 is tenlastegelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Uit de stukken van het dossier noch uit het onderzoek op de terechtzitting is bewijs te putten voor het bestaan van een criminele organisatie, waaraan verdachte heeft deelgenomen. Verdachte en haar medeverdachten dienen veeleer gezien te worden als een groep personen die goeddeels voor eigen rekening en risico en in verschillende samenstellingen strafbare feiten pleegden.

Naar het oordeel van de rechtbank is het samenwerkingsverband daarmee onvoldoende gestructureerd en onvoldoende duurzaam en bestendig om van een organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht te kunnen spreken. Voorts is niet gebleken van een gemeenschappelijke doelstelling en zodanige gemeenschappelijke regels dat op deelnemende personen druk uitgeoefend kon worden om zich aan de in de organisatie levende normen en uitgangspunten te onderwerpen. Niet is komen vast te staan dat de verdachten jegens elkaar verplichtingen hadden die in het kader van een organisatie afdwingbaar waren.

4. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

feit 2 primair:

zij op 16 maart 2006 te Schoorl, gemeente Bergen (NH), tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf, om

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen uit een woning gelegen aan [adres 1] geld en/of goederen, toebehorende aan [slachtoffer 3] en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of dat weg te nemen geld en/of die goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak en/of inklimming,

een dakraam heeft geforceerd en vervolgens door de opening van dat dakraam de woning is binnengegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. BEWIJSMIDDELEN

Ten aanzien van parketnummer 14.700821.07, feit 2 (Schoorl, zaaksdossier 5):

? algemeen proces-verbaal onderzoek Oscar met nummer 00-AMB-00, gedateerd 29 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar H.J. Booij,

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant H.J. Booij (algemeen proces-verbaal pag. 3 t/m 15):

In diverse processen-verbaal worden personen aangeduid met bijnamen of aliassen. Tevens zijn diverse (bij)namen fonetisch weergegeven:

Verdachte [mededader 2]: [W], [A], [A], [K].

Verdachte [mededader 1]: [G], [G], grote Pool, twee Polen (i.c.m. verdachte [betrokkene 1]), vrienden van [mededader 2] (i.c.m. verdachte [betrokkene 1]).

Verdachte [verdachte]: [D], [D], [D], vriendin van [mededader 2], vrouw van [mededader 2].

? Het proces-verbaal met nummer PL 1000/06-139213 van 1 augustus 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren J. H. Aukes en

P. O. Helstone.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 augustus 2006 tegenover verbalisanten J.H. Aukes en P.O. Helstone voornoemd afgelegde verklaring van [slachtoffer 3] (pag. 96 t/m 98 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Ik doe aangifte van inbraak. Op 16 maart 2006 is er ingebroken in mijn woning aan [adres 1] te Schoorl. Ik kwam pas omstreeks 21.15 uur thuis. Ik heb rondom mijn woning een viertal beveiligingscamera’s hangen en bij het terugkijken van de opnamen rondom het tijdstip van de inbraak, is te zien dat om 20.15 uur een schim door het beeld loopt om vervolgens een van de bewegingsmelders/lampen van mijn woning af te slopen Vervolgens is of zijn de dader(s) via het dakraam boven de keuken mijn woning binnen gekomen. Het dakraam stond op een kiertje en is met geweld verder geopend. Om 20.40 uur werd door de dader en of de daders zelf de paniekknop van het alarm in werking gesteld. Nadat de paniekknop in werking was gezet, waren al heel snel diverse mensen bij mijn woning om te kijken wat er aan de hand was.

Ik heb geen waardevolle spullen in huis, behalve een viertal horloges met een gezamenlijke waarde van ongeveer 30.000 euro.

? Het proces-verbaal met nummer 06-144602 van 20 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 april 2006 tegenover verbalisanten H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman, voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 4] (pag. 18 t/m 28 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Ik denk dat de eerste ontmoeting met die twee Polen in maart 2006 was. Ik zag [betrokkene 2], [mededader 2] en die twee Polen buiten staan praten. [Mededader 2] kwam toen binnen met die twee Polen. [mededader 2] vertelde mij dat die twee Polen voor hem waren gekomen om te werken. Crimineel werk om mensen in huizen te pakken. Huis overvallen bedoel ik daarmee. [Mededader 2] zei me dat. Ik hoorde hem vragen "If I got people to rob".

[Mededader 2] reed toen in die Opel Calibra, kleur zwart, en die twee Polen in een blauwe Peugeot, oud model station.

Bij de tweede ontmoeting kwamen [mededader 2] en die twee Polen mij halen vanaf [adres 4]. Ik ging met [mededader 2] mee naar buiten. [Mededader 2] wees mij een auto, een Renault Espace, grijs van kleur. [Mededader 2] startte de Renault via zijn accu. Er waren autosleutels bij. Ik kreeg die autosleutels van [mededader 2].

Ik reed achter [mededader 2] aan.

Ik parkeerde de Renault niet voor de verblijfplaats van de twee Polen. Ik moest de Renault verderop parkeren. Later hoorde ik van [mededader 2] dat de Renault gestolen was.

Ik ben ergens langs geweest waar paarden zijn. Daar was een paardenstal. Ik moest daar staan van die [mededader 2] en die twee Polen.

We reden met de Renault naar die plek. Wij waren met vier man en de vrouw van [mededader 2]. Ik reed met die twee Polen mee uit Alkmaar en [mededader 2] met zijn vrouw in die Opel. Hij is de baas. Hij had een walkietalkie en die twee Polen ook. Volgens [mededader 2] waren er geld en drugs.

[Mededader 2] en die twee polen hebben daar wel ingebroken. Nadat [mededader 2] en die twee Polen daar hadden ingebroken, zijn we teruggereden naar de woning van de twee Polen. Die Polen hadden niets bij zich.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V03-05 van 21 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H.T. Hofstra en

P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 april 2006 tegenover verbalisanten H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman, voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 4] (pag. 35 t/m 39 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Die inbraak in de woning was in de buurt van Alkmaar. Ik stond op de uitkijk. Het was een villa met veel glas. Die paardenstal stond in de buurt van de villa. [Mededader 2] en die twee Polen braken in. Ze klommen op het dak. Volgens mij zijn ze via een raampje het huis binnengekomen. Het was ’s avonds tussen 19.30 uur en 20.00 uur.

[mededader 2] en die twee Polen hadden een breekijzer, kleur zwart bij zich. Het licht ging aan bij de voordeur. Die lange Pool brak toen de Sensor af.

? Het proces-verbaal met nummer 00-V03-07 van 21 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 april 2006 tegenover verbalisanten H.T. Hofstra en P.E.H. Koeman, voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 4] (pag. 42 t/m 45 zaaksdossier 5 – Schoorl):

[Mededader 3] was mee bij die villa met die paardenstal.

[Mededader 3] is daar later bij geweest en heeft daar ook ingebroken met die twee Polen.

? Het proces-verbaal met nummer 00-VO3-13 van 26 juli 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren P.O. Helstone, en R. Piers.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 juli 2006 tegenover verbalisanten P.O. Helstone en R. Piers, voornoemd afgelegde verklaring van medeverdachte [mededader 4] (pag. 64 t/m 67 zaaksdossier – Schoorl):

Ik ben vandaag met jullie in de auto meegereden op zoek naar het huis van glas in de buurt van Alkmaar.

Ik herkende die rare kruising in dat dorpje Schoorl. Ik zag dat huis staan. Ik zag dat het [adres 1] was. Ik weet zeker dat dat het huis was met dat glas. Ik zag dat ook die paardenstal achter het huis.

Het kan dat ik daar twee keer geweest ben. Ik heb toen in de bosjes gelegen samen met die twee Polen en [mededader 3]. Dat was ’s avonds rond 19.30 uur. Het was maart 2006, dus al donker buiten.

Die twee Polen zijn in de woning geweest.

[Mededader 2] is de opdrachtgever. Hij stuurt aan met zijn walkie talkies. Wij hadden ook van die zwarte walkie talkies.

? Het proces-verbaal met nummer 00-VO5-05 van 13 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren R. Piers en P.L. Pijnaker.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 13 oktober 2006 tegenover verbalisanten R. Piers en P.L. Pijnaker, voornoemd afgelegde verklaring van [verdachte]: (blz. 272 t/m 288 zaaksdossier 5 - Schoorl):

Over Schoorl kan ik het volgende vertellen. Het was ’s avonds. Het was in het grote huis. Ik was in de auto samen met [mededader 2]. [Mededader 2] had een walkie talkie. Ik weet dat die 2 Polen daar geweest zijn en een meisje en [mededader 4] en zijn vriend. Ik kan me wel herinneren dat [mededader 2] eerst in de auto zat en dat hij daarna naar ze toe ging.

[Mededader 2] ging daar naartoe om te kijken of de eigenaar van het huis terug zou komen.

[Medeader 2] heeft me gezegd dat die vijf personen daar naartoe gingen. [Mededader 2] stond aan de weg en dat ze daar geweest zijn en dat waarschijnlijk het alarm afging of de auto er aan kwam.

[Mededader 2] zei dat die twee Poolse mannen daar geweest waren. Ik weet dat die twee Polen van plan waren om naar binnen te gaan.

Die twee Poolse mannen wilden iets stelen uit het huis

Ik weet dat [mededader 2] een walkie talkie had. Ze hebben met elkaar contact opgenomen. Ze hadden microfoontjes. Toen ik bij [mededader 2] kwam praatten ze met elkaar. Ik hoorde stemmen.

Toen we in Schoorl kwamen heeft [mededader 2] de walkie talkie aangezet.

Ik ben drie keer in Schoorl op die plek geweest. Die andere twee keren zijn we ook ’s avonds naar Schoorl gegaan. Ik kan me herinneren dat het een heel groot huis was, een heel mooi huis met veel lichten er omheen. Het was een vrijstaand huis.

[Mededader 2] heeft gezegd dat we naar Schoorl gingen. [Mededader 2] heeft gezegd wat er ging gebeuren en heeft ook gezegd dat ze daar naartoe kwamen rijden.

Volgens mij gingen die twee Poolse jongens in dat huis en die vriend van [mededader 4], die zwarte. Dat heeft [mededader 2] mij gezegd.

? Het proces-verbaal met nummer 05-AMB-05 van 29 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar J-H.Aukes.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant J.H. Aukes (pag. 104/105 zaaksdossier 5 – Schoorl):

Op 16 maart 2006 heeft er op [adres 1] te Schoorl een inbraak in en een poging diefstal uit een woning plaatsgevonden. De woning is voorzien van vier beveiligingscamera’s die alle bewegingen rondom de woning registreren.

Op de navolgende fotoprints valt een personenwagen waar te nemen, gelijkend op de Renault Espace uit het recherche-onderzoek:

8 maart 2006 te 20.01 uur,

9 maart 2006 te 19.46 uur en 19.48 uur,

13 maart 2006 te 20.19 uur

14 maart 2006 te 19.28

15 maart 2006 te 20.07 uur, 20.27 uur en 20.30 uur

16 maart 2006 te 19.46 uur.

De fotoprints van de voornoemde data en tijdstippen zijn bij dit proces-verbaal van bevindingen gevoegd.

6. NADERE BEWIJSOVERWEGING

Ten aanzien van feit 2 primair (Schoorl, zaaksdossier 5):

De rechtbank is op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte in zodanige mate betrokken is geweest bij de poging tot inbraak in Schoorl dat zij als medepleger dient te worden aangemerkt. De rechtbank overweegt in dat verband als volgt.

Uit de verklaring van verdachte, afgelegd tegenover de politie op 13 oktober 2006 (pag. 272 t/m 288 zaaksdossier 5 - Schoorl) blijkt dat zij voorafgaand aan de poging tot inbraak op 16 maart 2006 reeds twee keer eerder op de bewuste plek was geweest. Dit speelde zich telkens in de avonduren af. Verdachte verklaart zich te kunnen herinneren dat het huis in Schoorl een groot, vrijstaand huis betrof, met veel lichten erom heen. Desgevraagd heeft verdachte aan de politie te kennen gegeven dat zij denkt het huis nog wel te kunnen herkennen. (Tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris d.d. 17 april 2007 heeft verdachte meer specifiek verklaard dat zij de woning op door de politie getoonde foto’s heeft herkend aan de poort. Overigens heeft verdachte tijdens dit verhoor ook verklaard dat medeverdachte [mededader 2] haar op de avond van 16 maart 2006 heeft laten zien welk huis het was en hoe je daar heen moest lopen).

Bij gelegenheid van het politieverhoor op 13 oktober 2006 heeft verdachte verder verklaard dat medeverdachte [mededader 2] haar heeft gezegd dat ze naar Schoorl gingen en dat zij denkt dat ze wist waarom zij daar naar toe gingen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte op de hoogte moet zijn geweest van de kwade bedoelingen van haar medeverdachten. In dit verband heeft de rechtbank ook in aanmerking genomen dat verdachte eerder was meegegaan naar Purmerend. Verdachte heeft op 13 november 2006 (pag. 116 t/m 127 persoonsdossier V05 [verdachte]) verklaard dat [mededader 2], [mededader 4], [mededader 3] en de twee Polen daar wilden gaan inbreken. Verdachte zou dit nog op dezelfde dag dat zij in Purmerend was geweest van [mededader 2] hebben vernomen.

Verdachte heeft wat Schoorl betreft nog verklaard dat [mededader 2] en andere medeverdachten met elkaar communiceerden via walkie talkies en dat het feit dat [mededader 2] een walkie talkie bij zich had voor haar aanleiding vormde te vermoeden dat er een inbraak zou worden gepleegd. Al met al kan uit het voorgaande worden geconcludeerd dat er aan de zijde van verdachte sprake is geweest van meer dan slechts een vermoeden.

Verdachte heeft verklaard dat [mededader 2] een walkie talkie had, dat er voorts nog een walkie talkie in de auto lag en dat de walkie talkies al waren bijgesteld naar 1 frequentie zodat ze elkaar konden horen.

Tussen verdachte, op enige afstand zittend in de auto, en de medeverdachten was derhalve contact mogelijk via de walkie talkie. Daar komt bij dat verdachte, hoewel niet in het bezit van een rijbewijs, kennelijk wel in staat was een auto te besturen. De rechtbank leidt dat af uit een aantal antwoorden van verdachte op vragen, gesteld door de politie op 4 oktober 2006 (pag. 49 t/m 60 persoonsdossier V05 [verdachte].) De vragen hadden betrekking op een witte Suzuki. Verdachte heeft verklaard met die auto te hebben getankt “in de periode dat die Opel gerepareerd werd en ik in de rode auto reed. Tijdens het verhoor op 3 oktober 2006 (pag. 37 t/m 48 persoonsdossier V05 [verdachte]) heeft verdachte verklaard wel te rijden, zij het niet ver.

Verdachte heeft zich ten tijde van de poging tot inbraak in het geheel niet gedistantieerd van hetgeen er gebeurde. Dat zij daartoe niet in de gelegenheid zou zijn geweest, acht de rechtbank op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, volstrekt onaannemelijk. Nu verdachte naar het oordeel van de rechtbank bovendien geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor haar langdurige aanwezigheid ter plaatse – verdachte heeft slechts aangevoerd dat zij haar partner, medeverdachte [mededader 2], in de gaten wilde houden – acht de rechtbank de betrokkenheid van verdachte bij de poging tot inbraak zo groot dat er sprake is van medeplegen.

7. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming.

8. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

9. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich samen met haar mededaders schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak. Alvorens in te breken hebben verdachte en haar mededaders de woning diverse malen bezocht en afgelegd. Doordat zij werden gestoord, is het bij een poging gebleven.

Dit is een ergerlijk feit, dat naast schade vaak veel hinder veroorzaakt voor de benadeelde en in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg brengt.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister gedateerd 4 oktober 2006, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder terzake van enig misdrijf tot straf is veroordeeld.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 20 april 2007 van C. Kater als reclasseringswerker verbonden aan de Reclassering Nederland.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

10. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart de dagvaarding, voor wat betreft het onder feit 4. subsidiair ten laste gelegde feit, nietig.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair, 3 primair, subsidiair en meer subsidiair, 4 primair, 5 en 6 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert het hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feit.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte terzake de feiten, die thans aan de orde zijn geweest (onderzoek OSCAR).

Dit vonnis is gewezen door

Mr. J. Westdorp, voorzitter,

mr. S.M. Jongkind-Jonker en mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis en D.H. Geuze, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 juni 2007.