Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA7137

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
08-05-2007
Datum publicatie
13-06-2007
Zaaknummer
AWB 07/634
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling bij intrekking verzoek om een voorlopige voorziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: 07/634 WRO

Uitspraak van de voorzieningenrechter

in de zaak van:

de vennootschap onder firma Garagebedrijf [naam firma] V.O.F.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

waarvan de vennoten zijn:

[vennoot a],

[vennoot b],

[vennoot c],

verzoekster,

gemachtigde W.A. Herweijer,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder,

verweerder.

Aan het geding heeft als partij deelgenomen de gemeente Den Helder.

Ontstaan en loop van de zaak

Bij besluit van 2 februari 2007 heeft verweerder aan de gemeente Den Helder vrijstelling als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in samenhang met artikel 22 van de voorschriften behorende bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Julianadorp 1989” verleend voor de aanpassing van het wegprofiel ten behoeve van de reconstructie van de Schoolweg tot een 30-kilometerzone.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 19 maart 2007 beroep ingesteld. Daarnaast heeft zij bij deze brief de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld ter zitting van 24 april 2007. Namens verzoekster is daar verschenen [vennoot a], bijgestaan door haar gemachtigde. Namens verweerder is verschenen J.H. Moraal.

Ter zitting heeft verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en de voorzieningenrechter verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten.

Motivering

1. Ingevolge artikel 8:84, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, in geval van intrekking van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet worden veroordeeld.

2. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 13 oktober 2005, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJN AU5109, dient bij de overeenkomstige toepassing van artikel 8:75a van de Awb in een voorlopige voorzieningprocedure de vraag of sprake is van “geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen” in de eerste plaats te worden gerelateerd aan het specifieke doel van die procedure, te weten het voorkomen van onevenredig nadeel hangende de bezwaar- of beroepsprocedure. Aldus wordt “geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen” in de zin van dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voorlopig opschort dan wel de gevraagde voorlopige maatregel verricht ter voorkoming van onevenredig nadeel.

3. Verzoekster heeft haar verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken, omdat de gemachtige van verweerder ter zitting heeft verklaard dat met de reconstructie van de Schoolstraat zal worden gewacht totdat op het door verzoekster ingediende bezwaar, dat is gericht tegen het door verweerder genomen verkeersbesluit van 16 november 2006, is beslist.

4. De voorzieningenrechter overweegt dat de gemachtigde van verweerder deze verklaring heeft afgegeven namens degene aan wie de vrijstelling is verleend. Dit betekent dat niet het bestuursorgaan aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen. Daaruit vloeit voort dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is om met toepassing van artikel 8:75a van de Awb het bestuursorgaan in de kosten te veroordelen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan op 8 mei 2007 door mr. drs. C.M. van Wechem,

voor¬zieningen¬rechter, in tegen¬woordig¬heid van mr. E.J.W. Verhaagh, griffier.

griffier voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.