Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA7126

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
06-06-2007
Datum publicatie
13-06-2007
Zaaknummer
AWB 06/2025
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

B&W beëindigen subsidierelatie met welzijnsorganisatie omdat zij 'wonen' en 'welzijn' willen integreren. Zodra wetgeving het mogelijk maakt zullen de welzijnswerkzaamheden worden ondergebracht bij de Stichting Woondiensten Enkhuizen met het doel een woon-welzijncorporatie tot stand te brengen. De wens 'wonen' en 'welzijn' te integreren is voldoende om subsidierelatie te beëindigen. Geen betekenis komt toe aan de vraag of het verleggen van subsidiestroom rechtmatig kan geschieden. Of rechtmatig subsidie zal kunnen worden verleend aan een andere organisatie dient aan de orde te komen naar aanleiding van een daartoe strekkend besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: 06/2025 BELEI

Uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak van:

Stichting Breedband,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres,

gemachtigde mr. S. Kökbugur,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enkhuizen,

verweerder,

gemachtigde mr. F.A.J. Groenendijk.

Ontstaan en loop van de zaak

Bij besluit van 16 november 2005 heeft verweerder de subsidie voor welzijnsactiviteiten van eiseres met ingang van 1 maart 2006 beëindigd en geweigerd de subsidie voor het nieuwe tijdvak vanaf 1 maart 2006 voort te zetten.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 8 december 2005 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 2 juni 2006 heeft verweerder beslist dat de subsidierelatie zal worden afgebouwd en (uiterlijk) per 1 januari 2008 zal worden beëindigd.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij beroepschrift van 7 juli 2006 beroep ingesteld.

Bij brief van 8 september 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Het beroep is ter zitting van 25 april 2007 behandeld. Namens eiseres is de heer de Jager verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. drs. S. Kökbugur. Voor verweerder is verschenen mr. ing. F.A.J. Groenendijk en E. Manshanden.

Motivering

1. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of het besluit van 2 juni 2006 in rechte stand kan houden.

2. Verweerder heeft in het bestreden besluit aangegeven dat de subsidierelatie met eiseres (uiterlijk) per 1 januari 2008 zal worden beëindigd, omdat hij beoogt welzijnswerk, zoals dat door eiseres wordt verricht, en woonactiviteiten, zoals die door de Stichting Woondiensten Enkhuizen worden ontplooid, te integreren. In zijn verweerschrift heeft verweerder naar voren gebracht dat geen subsidie is toegekend aan de Stichting Woondiensten Enkhuizen, maar aan de Stichting Welzijnswerk Enkhuizen. Laatstgenoemde stichting is op 19 juli 2006 opgericht. Vooralsnog worden geen welzijnstaken ondergebracht in een vrije dochter van de Stichting Woondiensten Enkhuizen. Zodra wet- en regelgeving het toestaan zullen de werkzaamheden worden ondergebracht bij de Stichting Woondiensten Enkhuizen met het doel een woon-welzijncorporatie tot stand te brengen.

3. Eiseres heeft aangevoerd dat het bestreden besluit onrechtmatig is. Op grond van de Woningwet mag de Stichting Woondiensten Enkhuizen uitsluitend werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting en dus niet ook welzijnsactiviteiten ontplooien. Door subsidie toe te kennen aan de Stichting Welzijnswerk Enkhuizen probeert verweerder bestaande regelgeving te ontduiken. Eiseres doet al jarenlang goed welzijnswerk in [vestigingsplaats], maar wordt nu in haar voortbestaan bedreigd. Er wordt haar subsidie ontnomen zonder deugdelijke grondslag. Het besluit van verweerder dient te worden vernietigd wegens strijd met rijksregelgeving en wegens strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

4. Ingevolge artikel 4:51, eerste lid, van de Awb geschiedt, indien aan een subsidie-ontvanger voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt, voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten, gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, slechts met inachtneming van een redelijke termijn.

5. De rechtbank stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting vast dat verweerder voor meer dan drie jaren een structurele subsidie heeft verleend, die per kalenderjaar werd verstrekt. De grondslag voor de beëindiging is gelegen in artikel 4:51, eerste lid, van de Awb, omdat subsidie wordt geweigerd voor een volgend subsidietijdvak.

6. De rechtbank stelt daarnaast vast dat aan verweerder op grond van artikel 4:51, eerste lid, van de Awb ruime beleidsvrijheid toekomt bij het bepalen of subsidie voor een volgend tijdvak al dan niet wordt verleend. Gesteld noch gebleken is dat een wettelijk voorschrift, waarop de subsidie berust, verweerders beleidsvrijheid beperkt. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat de wens van verweerder om ‘wonen’ en ‘welzijn’ te integreren al voldoende is om de subsidierelatie met eiseres te beëindigen. Die beoogde integratie levert een veranderde omstandigheid of gewijzigd inzicht op in de zin van artikel 4:51, eerste lid, van de Awb, op grond waarvan verweerder heeft kunnen beslissen dat die zich tegen voortzetting of ongewijzigde voorzetting van de subsidie verzet. Aan het bestreden besluit ligt hierdoor een deugdelijke motivering ten grondslag.

7. Omdat de door verweerder beoogde integratie de beëindiging van de subsidierelatie al kan dragen, komt in de onderhavige procedure geen betekenis toe aan de vraag of het verleggen van de subsidiestroom rechtmatig kan geschieden. Aan hetgeen verweerder hierover in zijn bestreden besluit heeft opgemerkt, zal dan ook geen aandacht worden besteed. Of rechtmatig subsidie is of kan worden verleend aan de Stichting Woondiensten Enkhuizen, de Stichting Welzijnswerk Enkhuizen of enige andere organisatie dient aan de orde te komen naar aanleiding van een daartoe strekkend besluit.

8. Aangezien eiseres in beroep niet heeft aangevoerd dat verweerder bij de beëindiging van de subsidierelatie geen redelijke termijn in acht heeft genomen, vindt geen beoordeling daarvan door de rechtbank plaats.

9. Het beroep is ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond;

Deze uitspraak is gedaan op 6 juni 2007 door mr. L. van Es, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.T.M. de Haan-Bergisch, griffier.

griffier rechter

Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden - in elk geval de eisende partij - en verweerder hoger beroep instellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (beroepschrift) en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.