Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA6624

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
23-05-2007
Datum publicatie
07-06-2007
Zaaknummer
93515 / FA RK 07-183
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wanneer de woon- of verblijfplaats van een van de gezaghebbende ouders onbekend is (dient voldoende aangetoond te zijn), dient deze omstandigheid - in het belang van de betrokken minderjarige - gelijkgesteld te worden met de situatie dat een van de gezaghebbende ouders weigert een verklaring van toestemming te geven als bedoeld in lid 2 van artikel 34 van de Paspoortwet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

MB

zaak- en rekestnummer: 93515 / FA RK 07-183

datum: 23 mei 2007

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[de moeder],

wonende te Heerhugowaard,

verzoekende partij,

procureur: mr. M. de Geest,

tegen:

[de vader],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier ten lande of elders,

gerekwestreerde,

niet verschenen.

Partijen zullen verder ook worden aangeduid als de moeder en de vader.

Het verloop van de procedure

Ter griffie van deze rechtbank is op 26 februari 2007 het verzoekschrift van de moeder met bijlagen ingekomen, waarin op grond van artikel 34 lid 2 van de Paspoortwet wordt verzocht vervangende toestemming tot afgifte van een paspoort te verlenen ten aanzien van de minderjarige [dochter], geboren op [datum] 2004 in de gemeente Alkmaar, welke minderjarige woont en verblijft bij de moeder op het adres [adres].

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 mei 2007, in aanwezigheid van de moeder, bijgestaan door mr. de Geest.

De behandeling van de zaak

De moeder voert als grond voor het verzoek aan dat nu zij de vader niet kan vragen zijn medewerking te verlenen aan de aanvraag van een paspoort, nu zij niet weet waar de vader woont of verblijft, gelijk gesteld dient te worden met de situatie dat een van de gezaghebbende ouders weigert een verklaring van toestemming te geven als bedoeld in lid 2 van artikel 34 van de Paspoortwet. De moeder onderbouwt dit verzoek door te stellen dat het haar ook al ten tijde van de echtscheidingsprocedure in 2006 niet gelukt is om het adres van de vader te achterhalen. Onder andere heeft mr. de Geest ten tijde van deze procedure getracht via een advocatenkantoor te Curaçao (met een nevenvestiging op Aruba) het adres van de vader te achterhalen, maar op dit verzoek is geen respons gekomen. De moeder heeft enkel het adres van een postbus te Aruba, waar zij in 2006 foto's van de minderjarige naar toe heeft gestuurd. De vader heeft hierop echter niet gereageerd. Ook via de ouders van de vader kan zij het adres niet achterhalen.

Op grond van de stukken en hetgeen de moeder ter gelegenheid van de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht, acht de rechtbank de door de moeder verzochte vervangende toestemming tot afgifte van een paspoort ten behoeve van de minderjarige [dochter] het meest in haar belang. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Wanneer één van de gezaghebbende ouders weigert om toestemming te verlenen tot de aanvraag van een paspoort, kan deze toestemming blijkens artikel 34 lid 2 jo lid 5 van de Paspoortwet worden vervangen door een verklaring van de rechter, wanneer de rechter dit in het belang van het kind wenselijk acht. Wanneer één van de gezaghebbende ouders geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, kan deze ouder niet verzocht worden zijn toestemming te verlenen aan de bovenvermelde aanvraag. Volgens artikel 253r jo 253q van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) oefent de andere ouder alleen het gezag over een kind of de kinderen uit, (onder andere) wanneer het bestaan of de verblijfplaats van één of beide ouders onbekend is. Nu het de rechtbank bekend is dat een beroep op voormelde situatie bij de Burgerlijke Stand vrijwel niet gehonoreerd wordt, zou dit tot gevolg hebben dat geen paspoort voor een minderjarige aangevraagd zou kunnen worden. De rechtbank is van oordeel dat dit niet altijd in het belang van minderjarigen geacht kan worden, zodat in voorkomende gevallen de voormelde situatie gelijk gesteld dient te worden met de weigering om toestemming te verlenen als bedoeld in artikel 34 lid 2 van de Paspoortwet. De stelling dat de woon- of verblijfplaats van de andere gezaghebbende ouder onbekend is, dient echter wel voldoende (met schriftelijk bewijs) onderbouwd te zijn.

Het is de rechtbank gebleken dat de moeder, zowel in de echtscheidings- als in de onderhavige procedure, het een en ander gedaan heeft om het adres en het telefoonnummer van de vader te achterhalen, ten einde de vader te verzoeken toestemming te verlenen. De moeder is bekend met een postbusadres op Aruba en met het adres van de grootouders vaderszijde. De rechtbank is van oordeel dat van de moeder in beginsel verwacht mag worden dat zij de vader via deze adressen schriftelijk verzoekt om zijn toestemming. Nu op de verstuurde foto's naar het postbusadres geen reactie is ontvangen en gelet op de omstandigheid dat het contact met de ouders van de vader moeizaam verloopt, acht de rechtbank sprake van dusdanige omstandigheden, op grond waarvan de rechtbank van oordeel is dat de moeder voldoende getracht heeft om het adres van de vader te achterhalen. Nu de rechtbank voorts van oordeel is dat afgifte van een paspoort ten behoeve van de betrokken minderjarige in haar belang geacht kan worden, zal het verzoek worden toegewezen.

De beslissing

De rechtbank:

Verleent toestemming tot afgifte van een paspoort ten aanzien van de minderjarige [dochter], geboren op [datum] 2004 in de gemeente Alkmaar.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Friedberg, lid van gemelde kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2007, in tegenwoordigheid van mr. M. Broek, griffier.

U kunt tegen deze beschikking in hoger beroep gaan bij het Gerechtshof te Amsterdam. U kunt dit hoger beroep instellen binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.

Het beroep moet namens u worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. In plaats van een door de aanvrager van rechtsbijstand over te leggen verklaring van de burgemeester over zijn inkomen en vermogen kan er nu worden volstaan met het opgeven van het sofinummer, op basis waarvan de Raad informatie inwint bij de belastingdienst. In civiele zaken waarin zonder advocaat wordt geprocedeerd geldt dat aan de griffie in plaats van een verklaring van de burgemeester een verklaring van de raad (opgesteld op basis van de door de belastingdienst verstrekte gegevens) wordt overgelegd. Afhankelijk van die draagkracht wordt een zogenaamde toevoeging verstrekt onder oplegging van een eigen bijdrage. Die bijdrage is afhankelijk van de hoogte van de draagkracht.

Als de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, dan geldt de beschikking al wel, zolang op het (eventuele) beroep niet is beslist.