Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA6351

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
08-05-2007
Datum publicatie
04-06-2007
Zaaknummer
94734 / KG ZA 07-123
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Nationale openbare aanbestedingsprocedure. Eiseres heeft niet ingeschreven op het voorgeschreven, bij het bestek gevoegde inschrijvingsbiljet, zodat er geen sprake is van een inschrijving. Mocht dit al anders zijn, dan is de inschrijving ongeldig omdat zij niet voldoet aan de inhoudelijke eisen van het bestek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2007/60
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

NB / HV

KG nummer: 94734 / KG ZA 07-123

datum: 8 mei 2007

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [],

gevestigd en kantoor houdende te [] alsmede te [],

EISERES IN DE HOOFZAAK bij dagvaarding van 11 april 2007,

VERWEERSTER IN HET INCIDENT TOT VOEGING,

procureur mr. H.R.M. Jenné,

advocaat mr. L. Knoups te Rotterdam,

tegen:

de rechtspersoon naar publiekrecht GEMEENTE []

zetelende te Hoorn,

GEDAAGDE IN DE HOOFDZAAK,

VERWEERSTER IN HET INCIDENT TOT VOEGING,

procureur mr. H.B. de Regt,

advocaat mr. A.E. Broesterhuizen te Enschede,

en

[],

gevestigd en zaakdoende te []

EISERES IN HET INCIDENT TOT VOEGING,

procureur mr. M.A. Le Belle.

Partijen zullen verder worden genoemd “eiseres in de hoofdzaak”, “de gemeente” en “eiseres in het incident”.

HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 8 mei 2007 heeft eiseres in de hoofdzaak gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Eiseres in het incident heeft verzocht om zich in deze procedure te mogen voegen aan de zijde van de gemeente. Eiseres in de hoofdzaak en de gemeente hebben aangegeven daartegen geen bezwaar te hebben, waarna de voorzieningenrechter de voeging heeft toegestaan.

Vervolgens hebben de gemeente en eiseres in het incident de vordering van eiseres in de hoofdzaak bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van alle partijen pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd. De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

Na een korte schorsing van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter ter terechtzitting mondeling uitspraak gedaan. Dit vonnis vormt daarvan de uitwerking.

DE UITGANGSPUNTEN

Op 15 februari 2007 heeft de gemeente aangekondigd de aanbesteding van het werk “Schouw- en maaiwerkzaamheden 2007”. Het gaat om het gedurende drie jaren, jaarlijks uitvoeren van het klepelmaaien van grasgewas op bermen, taluds en percelen en het onderhouden van sloot- en walkanten en het handmatig maaien rondom obstakels. Het betreft een nationale openbare aanbestedingsprocedure, waarop het Aanbestedingsreglement Werken 2005 [ARW 2005] van toepassing is.Het gunningscriterium is de laagste prijs.

In deel 1 van het bestek zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

04.7:Inschrijvingsbiljetten bedoeld in artikel 2.18.2 van de ARW 2005 kunnen van vrijdag 23 maart 2007 (op werkdagen van 09:00 uur tot 16.30 uur) tot dinsdag 27 maart 2007 tot 11:00 uur worden gedeponeerd in de daartoe bestemde bus. (…)

05.2:De inschrijving moet, in afwijking van het ARW 2005 artikel 2.18.2, geschieden op het bij dit bestek gevoegde inschrijvingsbiljet.

05.4:Het eindtotaal van de op de inschrijvingsstaat te verstrekken ontleding van de aannemingssom dient overeen te stemmen met het op het inschrijvingsbiljet voorkomende bedrag van de aannemingssom.

In deel 3 van het bestek is in artikel 01 03 03 het volgende bepaald:

Voor de meerjarenperiode is de verrekening van loonkosten en prijzen (gasolie met laag accijnstarief) wel van toepassing. (…) De loonkosten worden verrekend met behulp van één loonkostenbestanddeel. Dit bestanddeel is het in de aannemingssom begrepen bedrag aan loonkosten. Het wordt uitgedrukt in een percentage van de aannemingssom. (…) Voornoemd percentage dient op het inschrijvingsbiljet te worden vermeld. De verrekening van brandstoffen omvat uitsluitend gasolie met laag accijnstarief. Evenals bij de loonkosten wordt dit bestanddeel uitgedrukt in een percentage van de aannemingssom. (…) Ook dit percentage dient op het inschrijvingsbiljet te worden vermeld. (…).

Uit het proces-verbaal van aanbesteding van 27 maart 2007 blijkt dat Eiseres in de hoofdzaak de laagste aanneemsom (euro 233.900,-) heeft geoffreerd, gevolgd door Eiseres in het incident (euro 245.000,-). Het proces-verbaal vermeldt als bijzonderheden bij de inschrijving van Eiseres in de hoofdzaak:

“1. De inschrijving is niet gedaan op het bij dit bestek gevoegde inschrijvingsbiljet (conform het gestelde in artikel 05 lid 2 van deel 1 van het bestek)

2. Geen percentage van de loonkosten van de totale aannemingssom opgegeven op inschrijvingsbiljet (als genoemd in artikel 01.03.03 van deel 3 van het bestek)

.3. Geen percentage gasolie lage accijnskosten van de totale aannemingssom opgegeven op inschrijvingsbiljet (als genoemd in artikel 01.03.03 van deel 3 van het bestek).

4. In de inschrijvingsstaat is de stelpost 700 niet opgeteld in de aannemingssom, dit bedrag wordt gecorrigeerd in de eenmalige kosten met ‘minus’ euro 4.000,00.”

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de gemeente aan Eiseres in de hoofdzaak bericht dat haar inschrijving ongeldig is vanwege het niet gebruiken van het bij het bestek behorende inschrijvingsbiljet, alsmede het niet opgeven van de percentages van de loonkosten en gasolie lage accijnskosten van de totale aannemingssom. De gemeente heeft Eiseres in de hoofdzaak voorts bericht dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan Eiseres in het incident, tegen welke beslissing Eiseres in de hoofdzaak binnen 15 dagen na dagtekening van de brief een kort geding tegen de gemeente aanhangig kon maken.

Op 29 maart 2007 heeft Eiseres in de hoofdzaak alsnog het juiste inschrijvingsbiljet ingediend, waarop zij de door de gemeente verlangde percentages heeft vermeld. De gemeente heeft deze inschrijving terzijde gelegd, omdat het biljet niet binnen de gestelde termijn was ingediend.

DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Eiseres in de hoofdzaak vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de gemeente op straffe van verbeurte van een dwangsom te verbieden gevolg te geven aan het door geuite gunningsvoornemen en te gebieden aan geen ander dan eiseres in de hoofdzaak te gunnen, met veroordeling van de gemeente in de proceskosten.

Eiseres in de hoofdzaak stelt hiertoe, zakelijk samengevat, dat de gemeente haar ten onrechte heeft uitgesloten van inschrijving. De gemeente kan volgens eiseres in de hoofdzaak niet aan haar tegenwerpen dat zij het onjuiste biljet heeft ingediend, omdat het bestek inconsistent is op dit punt. Het ingediende biljet verschilt slechts in die zin van het bij het bestek gevoegde biljet, dat op laatstgenoemd biljet tevens percentages van de loonkosten en gasolie lage accijnskosten vermeld moesten worden. Het opgeven van deze percentages betreft echter slechts een formaliteit, nu uit de gunningscriteria blijkt dat hierop niet wordt beoordeeld. Bovendien gaat het om een kennelijke vergissing die zich leent voor eenvoudig herstel, waardoor de overige inschrijvers niet benadeeld worden. Doordat eiseres in de hoofdzaak na de aanbesteding alsnog het juiste biljet heeft ingediend, wordt het gelijkheidsbeginsel dan ook niet geschonden. Ook het feit dat eiseres in de hoofdzaak de stelpost niet bij de aanneemsom heeft opgeteld, kan niet leiden tot ongeldigheid van de inschrijving. Uit het proces-verbaal van aanbesteding blijkt immers dat de gemeente dit heeft gecorrigeerd, zodat het niet aangaat om zich hierop in deze procedure alsnog te beroepen. Gelet op het vorenstaande had de gemeente de inschrijving van eiseres in de hoofdzaak niet ongeldig mogen verklaren en dient zij het werk te gunnen aan eiseres in de hoofdzaak, die met de laagste aanneemsom heeft ingeschreven, alles aldus eiseres in de hoofdzaak.

De gemeente en eiseres in het incident concluderen tot afwijzing van de vordering van eiseres in de hoofdzaak. Op hun verweren zal bij de gronden van de beslissing, voor zover van belang, worden ingegaan.

DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

Aan de orde is de vraag of de gemeente de door eiseres in de hoofdzaak ingediende aanbieding terecht buiten beschouwing heeft gelaten.

De gemeente en eiseres in het incident voeren aan dat de gemeente de aanbieding van eiseres in de hoofdzaak terecht terzijde heeft gelegd, omdat deze niet op het voorgeschreven inschrijvingsbiljet is ingediend. Dit verweer slaagt. Anders dan eiseres in de hoofdzaak stelt, wordt geoordeeld dat artikel 4.07 in verbinding met artikel 5.02 van het bestek niet anders kan worden uitgelegd, dan dat inschrijving plaats diende te vinden op het van artikel 2.18.2 ARW 2005 afwijkende biljet, dat bij het bestek was gevoegd. Mocht hierover toch onduidelijkheid hebben bestaan bij eiseres in de hoofdzaak, dan had zij hierover vragen dienen te stellen aan de gemeente, hetgeen zij heeft nagelaten.

Vaststaat dat eiseres in de hoofdzaak niet het voorgeschreven, bij het bestek gevoegde inschrijvingsbiljet heeft ingediend, maar een (overigens ook van het in artikel 2.18.2 ARW 2005 afwijkend) biljet dat zij uit een eigen computerbestand heeft gehaald, zoals namens eiseres in de hoofdzaak ter terechtzitting is verklaard. Dit betekent dat er geen sprake is van een inschrijving van eiseres in de hoofdzaak. Zij heeft vervolgens weliswaar alsnog een inschrijving op het voorgeschreven biljet ingediend, maar dit was na het verstrijken van de inschrijvingstermijn, zodat de gemeente daarop terecht geen acht heeft geslagen.

Mocht het vorenstaande al anders zijn, dan moet geoordeeld worden dat de inschrijving van eiseres in de hoofdzaak ongeldig is omdat de inschrijving niet voldoet aan de inhoudelijke eisen van het bestek. In artikel 01 03 03 van het bestek staat duidelijk geformuleerd dat opgave gedaan moet worden van de percentages loonkosten en gasolie lage accijnskosten van de aanneemsom. Vaststaat dat eiseres in de hoofdzaak deze percentages niet op het door haar aanvankelijk ingediende inschrijvingsbiljet heeft vermeld. Eiseres in de hoofdzaak stelt zich op het standpunt dat de gemeente haar in de gelegenheid had moeten stellen om haar inschrijving daarmee aan te vullen. Dit standpunt wordt niet gevolgd. Het gaat namelijk niet om kleine tekortkomingen in reeds verstrekte gegevens, maar om het niet voldoen aan inhoudelijke eisen van het bestek: er ontbreken relevante gegevens die bij de inschrijving hadden moeten worden verstrekt. Op het ontbreken hiervan staat ingevolge artikel 2.25.1 ARW de sanctie van ongeldigheid van de inschrijving. In dat geval is aanvulling van de stukken niet toelaatbaar. Bovendien verplicht het beginsel van gelijke behandeling dat de gemeente jegens alle inschrijvers in acht moet nemen haar om strikt de hand te houden aan de in het bestek gestelde inhoudelijke eisen. Hieruit volgt dat het de gemeente niet is toegestaan om eiseres in de hoofdzaak na het tijdstip van aanbesteding nog in de gelegenheid te stellen om de inschrijving met de gevraagde percentages aan te vullen. Dat de betreffende percentages geen gunningscriteria zijn, doet aan het voorgaande niet af.

Gelet op het vorenstaande worden de gevorderde voorzieningen geweigerd. De overige stellingen van partijen kunnen daarom buiten bespreking blijven.

Eiseres in de hoofdzaak wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan zowel de zijde van de gemeente als aan de zijde van Eiseres in het incident worden begroot op:

vast recht euro 251,-

salaris procureur euro 816,-

Totaal euro 1.067,-.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

in het incident

Laat eiseres in het incident toe als gevoegde partij.

in de hoofdzaak

Weigert de gevorderde voorzieningen.

In het incident en in de hoofdzaak

Veroordeelt eiseres in de hoofdzaak in de kosten van het geding, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op euro 1.067,- en aan de zijde van eiseres in het incident tot op heden begroot op euro 1.067,-.

Verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. J.M. Vrakking, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 mei 2007 in tegenwoordigheid van mr. N. Boots, griffier.