Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA5569

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
24-05-2007
Datum publicatie
24-05-2007
Zaaknummer
94730 / KG ZA 07-120
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De Dierenbescherming heeft in kort geding gevorderd dat gedaagde en zijn bedrijf Pet’s Joy & Animal Care BV (beiden te Medemblik) de handel in honden staken. De voorzieningenrechter te Alkmaar heeft heden het verbod toegewezen voor een periode van vijf jaar.

Wetsverwijzingen
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren 36
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren 39
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

FV/HV

KG nummer: 94730/KG ZA 07-120

datum: 24 mei 2007

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid NEDERLANDSE VERENIGING TOT BESCHERMING VAN DIEREN,

gevestigd te Den Haag,

EISERES IN KORT GEDING,

procureur mr. C.H.P. de Boer,

advocaat mr. K.T.B. Salomons te Den Haag,

tegen:

1.DIERENHANDELAAR,

wonende te Medemblik,

2.de besloten vennootschap PET'S JOY & ANIMAL CARE B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Medemblik,

GEDAAGDEN IN KORT GEDING,

advocaat mr. P.P. Hoyng te Velsen-Zuid.

Partijen zullen verder ook worden genoemd "de Dierenbescherming", "Dierenhandelaar" respectievelijk "Pet's Joy".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 7 mei 2007 heeft de Dierenbescherming gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Dierenhandelaar en Pet's Joy hebben de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van de Dierenbescherming de originele dagvaarding en pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2.

DE UITGANGSPUNTEN

2.1 De Dierenbescherming heeft, zoals blijkt uit artikel 2 lid 1 van haar statuten,

"ten doel dieren te beschermen in de ruimste zin van het woord en hun belangen te behartigen. De Dierenbescherming gaat hierbij uit van de eigen waarde van het dier, los van de nutswaarde die het dier voor de mensen mag bezitten. Dieren behoren met respect behandeld te worden als zelfstandige wezens met gevoelens, bewustzijn en integriteit. Gezondheid en het welzijn van het individuele dier staan hierbij centraal."

2.2 Artikel 2 lid 2 van diezelfde statuten luidt als volgt:

"De Dierenbescherming tracht deze doeleinden onder meer te bereiken door aanwending van alle wettige en gepaste middelen, welke onder meer zijn:

(...)

b. het stimuleren van het respectvol omgaan met dieren door eenieder;

c. het tegengaan van activiteiten die een houding van medeleven en goede gezindheid van de samenleving tegenover dieren aantasten of belemmeren en die een groei van het zich bewust worden van de morele aspecten van de verhouding van mens tot dier in de weg staan;

(...)

e. het opwekken tot het helpen handhaven van wettelijke regelingen op het gebied van dierenbescherming, alsmede het beoefenen van dierenbescherming in de praktijk;

f. het in recht optreden voor dieren, zowel voor het individuele dier als voor diersoorten;

(...)."

2.3 Dierenhandelaar is enig bestuurder van Pet's Joy en exploiteert in Medemblik een winkel in dierenbenodigdheden. Vanuit deze winkel en via internet (onder meer via de website van Marktplaats) houdt Dierenhandelaar zich ook bezig met de verkoop van pups. Dierenhandelaar heeft enige tijd soortgelijke activiteiten verricht onder de naam Faunaland Dierenhandelaar.

2.4 Op 5 juni 1998 heeft Dierenhandelaar een bewijs van bekwaamheid gehaald, zoals bedoeld in het Honden- en Kattenbesluit 1981 (hierna: het certificaat).

2.5 Begin 2006 wijdde Tros Radar enkele uitzendingen aan (het bedrijf van) Dierenhandelaar. In deze uitzendingen kwam naar voren dat Dierenhandelaar zieke pups en pups met afwijkingen verkoopt, alsmede dat een aantal van de door hem verkochte pups besmet is met en lijdt aan de gevolgen van besmetting met het canine parvo-virus (hierna: Parvo).

2.6 Parvo is een zeer besmettelijke ziekte die bij pups voorkomt. De ziekte komt vooral voor bij pups tot één jaar en bij honden die sinds jaren niet gevaccineerd zijn. De incubatietijd bedraagt vier tot zeven dagen. Pups moeten tegen het virus worden ingeënt op de leeftijd van 6, 9 en 12 weken en desnoods nogmaals als zij 16 weken oud zijn.

2.7 Naar aanleiding van de uitzendingen heeft Dierenhandelaar via de website www.dutchypuppy.nl op 27 maart 2006 een persbericht uitgebracht getiteld "Faunaland Dierenhandelaar stopt verkoop puppies". De inhoud van het persbericht luidt onder meer als volgt: "Hoewel dit het enige filiaal van Faunaland is dat puppies verkoopt en deze puppies uitsluitend betrokken worden vanuit Nederland, heeft eigenaar J. Dierenhandelaar besloten de verkoop van puppies te beëindigen totdat er een duidelijk beleid of keurmerk komt, waarbij de herkomst van de puppies gewaarborgd wordt. In consumentenprogramma's als Radar, is de afgelopen tijd aandacht besteed aan het verkopen van puppies die afkomstige zijn uit Oostbloklanden. In de reportages werd duidelijk onder welke omstandigheden de hondjes gefokt en gehouden worden. Faunland is volstrekt tegen de import en verkoop van puppies die op deze manier gefokt en verkocht worden." Verder vermeldt dit bericht dat J. Dierenhandelaar de verkoop van pups staakt, "totdat er een duidelijk beleid of keurmerk komt, waarbij de herkomst van de puppies gewaarborgd wordt". Faunaland Dierenhandelaar wil daarmee "de beschuldigingen die momenteel in de media geuit worden, tegenspreken en bovenal meewerken aan een overzichtelijke en controleerbare handel in dieren, waarbij het welzijn van de puppies bovenaan staat."

2.8 Dierenhandelaar is toen gedurende één maand gestopt met de verkoop van pups.

2.9 Ook Vara Kassa heeft uitzendingen aan Dierenhandelaar en diens bedrijf gewijd

en wel op 21 oktober 2006 en 28 oktober 2006. In de uitzending van 21 oktober 2006 was te zien dat medewerkers van het programma bij Pet's Joy 2 pups kochten. De pups waren afkomstig uit verschillende nesten. Direct na aankoop zijn beide pups medisch onderzocht. Een van die twee pups overleed kort na de aankoop aan de gevolgen van Parvo. De andere hond bleek ook met dat virus besmet te zijn. In deze uitzending was Dierenhandelaar aanwezig en heeft hij op de aantijgingen gereageerd. Hoewel daartoe uitgenodigd, heeft Dierenhandelaar niet van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook te verschijnen in de uitzending van 28 oktober 2006.

2.10 Na de uitzending van 28 oktober 2006 verscheen op de website www.petsjoy.nl op 29 oktober 2006 het volgende bericht:

"Goedendag,

Wij zijn gestopt met de verkoop van pups!!

De "Wet over de Hondenhandel"moet over onze hoofd worden uitgevochten in de media.

Deze hetze zal door blijven gaan tot we ermee stoppen.

WIJ hebben daarom zelf besloten te stoppen met de pupverkoop en we hopen voor de andere puppykennels dat er snel een betere wetgeving gaat komen.

Onze pups zijn altijd naar hun nieuwe baasjes gegaan volgens de normen van de huidige wetgeving.

De pups zijn altijd ingeënt en hebben een gezondheidsverklaring van de dierenarts.

Onze kennel heeft altijd onder controle van de dierenbescherming gestaan en is altijd goed bevonden.

Pet's Joy."

2.11 Dierenhandelaar is na voormeld bericht wederom enige tijd gestopt met de verkoop van pups, maar inmiddels heeft hij die verkoopactiviteiten hervat.

2.12 Naar aanleiding van de diverse televisie-uitzendingen is er over Dierenhandelaar en zijn verkoopactiviteiten een aantal Kamervragen gesteld. De eerste vraag en het antwoord daarop van minister Veerman luiden als volgt:

"1. Is de dierenspeciaalzaak, waar onlangs een tv-uitzending, aan is gewijd, regelmatig door de Algemene Inspectiedienst (hierna AID) en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (hierna LID) gecontroleerd? Zijn daarbij geen overtredingen van het Honden en Kattenbesluit vastgesteld?

De handelaar is de laatste jaren verscheidene malen gecontroleerd door de AID op naleving van diverse wet- en regelgeving, waaronder het Honden- en Kattenbesluit (hierna HKB). Hierbij werd geconstateerd dat de dierenspeciaalzaak nog geen uniek bedrijfsnummer had, hetgeen verplicht is op grond van het HKB. De dierenspeciaalzaak kreeg hiervoor een waarschuwing. Dit jaar heeft de LID over de betreffende dierenspeciaalzaak verscheidene meldingen ontvangen, waarna ter plaatse een onderzoek is ingesteld. De feiten en omstandigheden op dat moment waren zodanig dat er geen redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit was. Hierdoor was er geen reden voor strafrechtelijk optreden in het kader van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, waaronder het HKB. Tijdens het onderzoek werden geen kennelijk zieke dieren aangetroffen."

2.13 Bij Vara en de Dierenbescherming zijn in totaal ongeveer 130 klachten over Dierenhandelaar en zijn dierenwinkel binnengekomen. Veel van de bij de Dierenbescherming ingekomen klachten zijn voorzien van dierenartsenverklaringen, afkomstig van verschillende dierenartsen. De klachten zien op pups die bij Dierenhandelaar gekocht zijn en die verschillende gebreken hebben. Het betreft hier onder meer pups met Parvo, Giardia, asociaal en agressief gedrag, oormijt, patella luxatie en pups die kort na aankoop zijn overleden.

2.14 Op 27 maart 2007 is de dierenspeciaalzaak van Dierenhandelaar bezocht door een medewerker van de Milieudienst Westfriesland. De winkel is gecontroleerd op naleving van de voorschriften behorende bij het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer. Toen is geconcludeerd dat in de winkel op dat moment de voorschriften werden nageleefd.

2.15 Als productie 9 heeft de Dierenbescherming een verklaring overgelegd van

de stagiaire. Zij heeft gedurende 10 weken stage gelopen bij Dierenhandelaar. De inhoud van die verklaring luidt - voor zover van belang - als volgt:

"(...) Ik was zijn eerste stagiaire sinds hij de hondjes er bij verkocht. Ook ik heb regelmatig met hem overhoop gelegen over de manier waarop de honden verhandeld werden.

Zo kwam er eens een spaanse mevrouw, voor een zak caviavoer de winkel in. Zij vertrok echter, (...), met een zak caviavoer, een rugtas voor hondjes met daarin 2 maltheser leeuwtjes. (...) 2 dagen later waren de hondjes alweer terug.. ze hadden in het tasje gepoept. Mevrouw wist niet dat je die honden niet in zo'n tas mocht laten zitten 2 dagen lang. John heeft (...) op de dame in kwestie in gepraat en weer liet mevrouw mét haar hondjes de winkel.

(...)klanten worden voorgelogen waar ze bij staan... Zo was er eens een stel wat belde voor jack russeltjes. Hadden zijn advertentie in de krant gezien. Ik hoorde hem aan de telefoon zeggen.. Ja hoor u ben van harte welkom! er zijn er nog 3, ze zijn 8 weken oud en net vanmiddag gezond verklaard door de arts!! geënt en al!!! Er zat echter nog 1 ziek hondje van 6 weken oud, ik heb die dag geen dierenarts gezien en was echt vanaf openingstijd in de winkel aanwezig. (...)

De pups worden uigezocht als ze 5,5/6 weken zijn. De leukste neemt hij mee naar de winkel. Ze mogen er maximaal 3 weken zitten. Gaan ze daar voorbij, gaan ze terug naar de handelaar. Dan zijn ze te oud. (..) Hij zei.. ik heb nooit pups ouder dan 9 weken!!!! (...)

Ze worden niet gespeend en zijn dan ook nog niet gespeend omdat ze nog te jong zijn. Ze krijgen brokvoer.. eten ze dat niet af en toe wat pap. Ook krijgen ze druivensuiker door het water, zodat ze energieker zijn en lijken. (...).

Zelf had ik een heel sterke band met een van de jack russeltjes(...). Toen hij 9 weken was is hij terug gegaan naar de handelaar, omdat er ruimte moest komen voor een nieuw nest 6 weken oude hondjes met een totaal gestoord gedrag door trouma.

Op een dag kwam er een engels echtpaar de winkel in. (...) Aangezien John (Dierenhandelaar, voorz.recht.) geen engels sprak, moest ik de klanten te woord staan. (...) Deze mensen kwamen voor een leuke engelse cocker spaniel pup kijken. We hadden 2 engelse cockers zitten, maar ze waren allebei doodziek, kotsten en hoestten alles bij elkaar, waren gedragsgestoord dominant en agressief. (...) Deze mensen wilden bij de hondjes kijken. Ik heb een van de pups opgepakt, welke meteen bloed begon te kotsen. John fluisterde me toe dat ik maar moest zeggen dat dat van de spanning kwam. (...)."

2.16 Een voormalig werkneemster van Dierenhandelaar, ex-werkneemster, heeft op 27 april 2007 een schriftelijke verklaring afgelegd met de volgende inhoud:

"Ik ben er komen te werken 1 juni 2003. Op dat moment haalde ze hun hondjes alleen uit Nederland. (...) de nestjes die we dan hadden zitten waren eigenlijk altijd hetzelfde ras en ook een gering aantal. Op dat moment was ook het aantal wat overleed niet zoveel dat dat echt problemen kon geven. Het was er waar ik van wist hooguit 1 p/maand.

Rond augustus 2004 ben ik met John (Dierenhandelaar, voorz.recht.) naar een informatie avond geweest voor alle faunaland franchisers van Bolfo. Toen wij daar zaten kwam er een stel van een andere winkel naar ons toe met de vraag of John nog hondjes verkocht. Zij konden namelijk via de broer van die vrouw aan alle rassen komen. Ook gewoon op bestelling maar deze hondjes kwamen uit het buitenland. John ging hierover nadenken en zou haar daar later over terugbellen. Ik heb er verder niks meer over gehoord.

Rond oktober 2004 hadden we opeens veel honden zitten en veel verschillende rassen. (...). En als ik hem ernaar vroeg, praatte hij erover heen of kwamen deze hondjes gewoon bij particuliere gezinnen vandaan. (...) In eerste instantie gingen ze deze hondjes steeds hale.. Overdag en ze waren ook altijd binnen een half uur terug. Wat ik uiteraard vreemd vond aangezien ik wist dat hij zijn hondjes altijd uit Brabant haalde. (...) De dierenarts stond dan ook altijd binnen een half uur op de stoep om de hondjes hun tweede enting te geven. Vanaf dat moment gingen er ook veel hondjes dood. Wat op zich logisch is. Er is al bewezen dat veel van deze hondjes nog maar 5 weken zijn als ze in Nederland aankomen en als je ze dan al een tweede enting geeft.

Na ongeveer een half jaar zo doorgaan kwamen ze op een gegeven moment de hondjes bij de achterdeur afleveren. (...) Vaak waren er drie mannen bij die slecht Engels spraken. (...) Dit gebeurde minimaal 1x in de drie weken. Soms ook wel eens vaker. Er werden gemiddeld dan zo'n 30 honden gebracht van diverse rassen. Ik ben weleens achter wezen kijken op het moment dat ze boven waren en dan stond er een witte kleine vrachtwagen met een buitenlands kenteken. Er zaten dan ook regelmatig hondjes nog in, deze hoorde je namelijk blaffen.

In augustus 2005 gingen John en Karin een week met vakantie en dan pas ik altijd op de winkel. Ze hebben in het straatje achter de winkel ook nog een loods zitten. (...) Op een middag ging ik daar heen om wat spullen aan te vullen in de winkel. Ik vond daar een grote plastic tas met allemaal buitenlandse entingsboekjes.(...)"

2.17 Op 28 april 2007 heeft HW de getuige de volgende schriftelijke verklaring afgelegd:

"De datum weet ik niet meer (die is wel bekend bij de redactie van het Noorhollands dagblad). Wel wat ik zag op de parkeerplaats langs de A-7 nabij de afslag Medemblik. Ik zat rond het middaguur in de auto mijn broodje te eten toen er een soort busje het terrein op kwam rijden met een vreemd kenteken. In het voertuig zaten twee mannen met een beetje onguur Oost-Europees uiterlijk.

Op zich nog niks geks. Even later kwam er een zwarte 4wdrive vlak achter staan. Een man stapt uit (later bleek dit dhr. Dierenhandelaar te zijn), loopt naar de bus en keerde zijn wagen met de achterkant naar de bus. Toen ik dit zag ben ik een stukje dichterbij gaan staan om beter te zien wat dat betekende. Er werd een deken tussen de 2 voertuigen gehangen om te voorkomen dat anderen konden zien wat er gebeurde. Ik ging met mijn auto zo staan, dat ik er tussendoor kon kijken. Wat ik toen zag maakte me misselijk. Er werden puppy's van verschillende rassen van de ene naar de andere wagen gegooid en in kratten gedaan.

Het ging om ongeveer 40 stuks voor zo ver ik kon zien. Er werd vervolgens een enveloppe met geld (dat kon ik duidelijk zien) afgegeven.

Op dat moment belde ik de politie om te vragen of zoiets normaal was. Terwijl ik de meldkamer aan de lijn had, reed de man met de 4wdrive weg. Ik meldde dat aan de politie en besloot erachteraan te gaan. Ik hield intussen de meldkamer op de hoogte van de positie. Er werd mij verteld dat er een surveillance wagen onderweg was.

De man kreeg in de gaten dat ik hem volgde en ging met hoge snelheid er vandoor. Ik bleef volgen en hield de meldkamer op de hoogte.

Na een aantal omzwervingen door het gebied reden we naar Medemblik alwaar hij nogmaals probeerde mij te lossen. Uiteindelijk reed hij naar de dierenzaak in de Nieuwstraat in Medemblik en stopte daar op de stoep voor de deur. Op dat moment arriveerden er ook twee politie auto's en de agenten hielden de man aan. (...)".

2.18 De Dierenbescherming heeft Dierenhandelaar onder meer in februari 2007 gesommeerd om het verhandelen van pups te staken, maar hieraan heeft Dierenhandelaar geen gehoor gegeven.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 De Dierenbescherming vordert, kort gezegd, veroordeling van Dierenhandelaar en Pet's Joy om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de handel in honden zelf of middellijk te staken en alle bemoeienissen met deze handel te verbreken en om hen te verbieden om, vanaf de dag waarop dit vonnis is betekend, op enigerlei wijze betrokken te zijn bij het verhandelen van honden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van euro 5.000,-- voor iedere keer dat Dierenhandelaar en Pet's Joy dit verbod overtreden. Daarnaast vordert de Dierenbescherming dat Dierenhandelaar en Pet's Joy in de kosten van het geding worden veroordeeld.

3.2 De Dierenbescherming legt aan haar vordering ten grondslag dat Dierenhandelaar en Pet's Joy onrechtmatig jegens haar handelen. Uit het grote aantal klachten dat over Dierenhandelaar is binnengekomen, blijkt dat hij pups verkoopt die drager zijn van het parvo-virus. Hoewel hij bekend is en was met het bestaan van de ziekte, treft Dierenhandelaar geen maatregelen, als gevolg waarvan er nog meer dieren worden besmet. De onzorgvuldige werkwijze van Dierenhandelaar leidt tot verspreiding van de besmettelijke ziekte die veel leed aan dieren en mensen bezorgt. Dierenhandelaar veroorzaakt veel verdriet en ellende. Ook komen bij de door Dierenhandelaar verkochte pups andere infectieziektes meer dan gebruikelijk voor, zoals Giardia, kennelhoest en Isospora. Van de bij Dierenhandelaar aangekochte pups zijn er 61 overleden. De hoeveelheid parvo-virus gevallen en sterftes kan niet als een toevallig incident worden afgedaan. Daarnaast wijst de Dierenbescherming op de verklaringen van kopers en dierenartsen die zien op pups waarbij gedragsstoornissen zijn geconstateerd en pups met andere gebreken, zoals het ontbreken van een schouderblad, het door de achterpoten zakken en patella luxatie. Verder is er volgens de Dierenbescherming voldoende bewijs dat Dierenhandelaar pups uit het Oostblok importeert, alsmede dat pups op te jonge leeftijd zijn verkocht en te jong van de moederhond zijn gescheiden c.q. getransporteerd met alle gevolgen van dien. Uit het voorgaande blijkt dat Dierenhandelaar voortdurend in strijd handelt met allerlei wettelijke bepalingen, alsmede in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Daardoor veroorzaakt hij - en dus ook Pet's Joy - dierenleed, zonder enig redelijk doel. Dierenhandelaar berokkent met zijn handelwijze zowel de dieren als de kopers van dieren schade. Dit geldt niet alleen voor de pups die besmet zijn met het parvo-virus, maar ook voor de pups met ziekelijke afwijkingen en stoornissen, omdat deze pups vaak continu pijn en/of beperkingen ondervingen, vele behandelingen en operaties moeten ondergaan dan wel moeten worden geeuthanaseerd. Omdat Dierenhandelaar bij de handel in en verkoop van honden niet voldoende oog heeft voor dierenwelzijn en het dierenwelzijn onevenredig aantast, is zijn handelwijze onrechtmatig jegens de Dierenbescherming. De duur, omvang en ernst van de feiten brengen mee dat het Dierenhandelaar en Pet's Joy verboden moet worden om honden te verhandelen, mede omdat Dierenhandelaar zijn tot tweemaal toe gedane toezegging, inhoudende dat hij de verkoop van honden zal staken totdat er een keurmerk is, niet gestand doet, alles aldus de Dierenbescherming.

3.3 De Dierenbescherming heeft haar standpunt nader uiteen gezet, onder meer aan de hand van de overgelegde producties en pleitnotities. Voor zover nodig voor de beslissing, wordt daarop hierna uitdrukkelijk ingegaan.

3.4 Dierenhandelaar en Pet's Joy hebben verweer gevoerd op gronden die, voor zover voor beslissing van belang, hierna aan de orde zullen komen.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 Dierenhandelaar en Pet's Joy hebben als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat de Dierenbescherming geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering, omdat de Dierenbescherming reeds in oktober 2006 een kort geding heeft aangekondigd, in februari 2007 een sommatiebrief heeft verzonden en vervolgens pas op 27 april 2007 de dagvaarding heeft uitgebracht. Dat de Dierenbescherming een spoedeisend belang heeft bij haar vordering, volgt echter uit de ernst van de beschuldigingen jegens Dierenhandelaar en Pet's Joy, alsmede uit het feit dat Dierenhandelaar zijn herhaaldelijk gedane toezegging om de handel in honden te zullen staken totdat er een keurmerk is slechts tijdelijk gestand heeft gedaan. Onder deze omstandigheden heeft de Dierenbescherming er belang bij dat op korte termijn in rechte beslist wordt over het vermeende onrechtmatige karakter van de handelwijze van Dierenhandelaar en Pet's Joy. Het enkele verstrijken van tijd tussen het aankondigen van een kort geding en het daadwerkelijk dagvaarden kan geen afbreuk doen aan het spoedeisend belang van de Dierenbescherming bij de onderhavige vordering.

4.2 Verder betogen Dierenhandelaar en Pet's Joy dat de grondslag van de vordering niet deugdelijk is. Dierenhandelaar en Pet's Joy wijzen in dit kader op een uitspraak van

17 mei 2006 van de rechtbank te Amsterdam (LJN AX 2452) en voeren aan dat net als in die zaak het beginsel van hoor en wederhoor niet is toegepast. Dit verweer kan niet worden gevolgd, omdat vast staat dat Dierenhandelaar in de uitzending van Kassa van 21 oktober 2006 is verschenen en zijn mening kenbaar heeft gemaakt en omdat hij ook uitgenodigd is om in de tweede uitzending te verschijnen, terwijl hij er zelf voor heeft gekozen om van die gelegenheid geen gebruik te maken. Het beginsel van hoor en wederhoor is derhalve wel toegepast, zodat de vergelijking met voormelde Amsterdamse uitspraak niet op gaat. Verder voeren Dierenhandelaar en Pet's Joy aan dat de grondslag van de vordering niet deugdelijk is, omdat de Dierenbescherming geen onderscheid maakt tussen Dierenhandelaar enerzijds en Pet's Joy anderzijds. Dit betoog faalt. Vast staat dat Dierenhandelaar enig bestuurder is van Pet's Joy. De handelwijze van Dierenhandelaar kan daarom worden toegerekend aan Pet's Joy. Bovendien is Dierenhandelaar degene die feitelijk de pups verkoopt, voorheen via Faunaland Dierenhandelaar, thans via Pet's Joy en via internet. Het door Dierenhandelaar en Pet's Joy voorgestane onderscheid is daarom niet van belang.

4.3 Volgens Dierenhandelaar en Pet's Joy heeft de Dierenbescherming voorts nagelaten onderzoek te doen naar het aantal zieke pups in relatie tot het totaal aantal verkochte pups en in relatie tot het aantal jaren waarin de pups verkocht zijn. In haar schriftelijke reactie op de door Dierenhandelaar en Pet's Joy overgelegde producties heeft de Dierenbescherming de door Dierenhandelaar en Pet's Joy bedoelde berekening wel gemaakt, zodat dit verweer ongegrond is. Laatstgenoemden betogen verder dat van het totaal van de door hen verkochte pups gemiddeld 1,7% overlijdt en dat dit een acceptabel percentage is. In dit kader wijzen zij op het artikel over een fokker uit Achel (België), waarin staat vermeld dat 2 % een normaal sterftepercentage is. Dit betoog van Dierenhandelaar en Pet's Joy faalt. De door de Dierenbescherming gemaakte berekening is gebaseerd op een aantal van 368 verkochte pups in 2006. Dit aantal blijkt uit de door Dierenhandelaar en Pet's Joy zelf als productie 4 overgelegde verkoopoverzicht. Ten minste 18 van die pups zijn overleden, zo blijkt uit de vele verklaringen, hetgeen neerkomt op een sterftepercentage in 2006 van 4,89%. Een sterftepercentage dat twee maal hoger is dan het percentage waarvan Dierenhandelaar en Pets'Joy zelf zeggen dat het nog acceptabel is. Uit deze berekeningen moet worden geconcludeerd dat van het totale aantal door Dierenhandelaar verkochte pups in 2006 een uitzonderlijk hoog percentage overlijdt. Dierenhandelaar en Pet's Joy hebben voor dit afwijkende percentage geen plausibele verklaring gegeven.

4.4 De ondeugdelijkheid van de grondslag van de vordering is volgens Dierenhandelaar en Pet's Joy ook gelegen in de omstandigheid dat de gegrondheid van de klachten niet in kort geding beoordeeld kan worden. Ook dit verweer faalt. De Dierenbescherming heeft 94 verklaringen in het geding gebracht, waarvan meerdere verklaringen voorzien zijn van facturen en verklaringen van dierenartsen. Daarnaast heeft de Dierenbescherming een overzicht in het geding gebracht van de klachten, ongeveer 34 in totaal, die bij de VARA zijn ingediend. Tegenover deze uitvoerige bewijsstukken hebben Dierenhandelaar en Pet's Joy geen bewijs geleverd dat de inhoud van die verklaringen, in het bijzonder de verklaringen van de dierenartsen, onjuist zouden zijn, hetgeen wel op hun weg had gelegen. Omdat er in dat licht bezien geen enkele reden bestaat om te twijfelen aan de juistheid van die verklaringen, kan de gegrondheid van de klachten en daarmee ook de grondslag van de door de Dierenbescherming gestelde onrechtmatige daad wel degelijk in dit kort geding worden beoordeeld.

4.5 Ten aanzien van de gegrondheid van de klachten wordt het volgende overwogen. De Dierenbescherming stelt dat Dierenhandelaar en Pet's Joy onrechtmatig jegens haar handelen omdat zij in strijd handelen met wettelijke verplichtingen en de maatschappelijke zorgvuldigheid. De Dierenbescherming stoelt haar vordering op klachten die kunnen worden onderverdeeld in diverse categorieën, te weten (1) de herkomst van de pups, (2) de leeftijd van de pups, (3) besmetting met Parvo, (4) de aanwezigheid van andere ziektes en (5) gedragsproblemen en overige gebreken. In het navolgende zullen deze categorieën afzonderlijk aan de orde komen.

de herkomst van de pups

4.6 Voorafgaand aan de onderhavige procedure heeft Dierenhandelaar aangegeven dat de door hem verkochte pups afkomstig zijn uit Nederland. De overgelegde stukken wijzen echter niet op de juistheid daarvan. In de hiervoor onder 2.16 weergegeven verklaring van J. Ex-werkneemster, een voormalig werkneemster van Dierenhandelaar, staat dat op enig moment pups bij de achterdeur werden afgeleverd en dat er vaak mannen bij aanwezig waren die slecht Engels spreken. Verderop in die verklaring is te lezen dat zij een kleine witte vrachtwagen met buitenlands kenteken heeft gezien, alsmede dat zij in augustus 2005 in de loods achter de winkel een plastic tas met diverse buitenlandse entingboekjes aantrof. J. Ex-werkneemster verklaart ook dat er minmaal 1 x per 3 weken pups werden afgeleverd en dat het per keer gemiddeld om ongeveer 30 pups ging. Uit de verklaring van HW de getuige, hiervoor onder 2.17 weergegeven, blijkt dat hij getuige is geweest van een situatie waarin een man uit een auto met een vreemd kenteken ongeveer 40 pups letterlijk in zijn eigen auto gooide. Daarbij waren volgens de getuige enkele mannen met Oost-Europees uiterlijk aanwezig. Vast staat dat die man achteraf Dierenhandelaar bleek te zijn. De juistheid van die verklaringen is niet in geschil. Uit die verklaringen kan niets anders worden afgeleid dan dat een deel van de door Dierenhandelaar verkochte pups niet afkomstig is uit Nederland maar uit het buitenland. Bovendien gaat het hier om een aanzienlijk deel van het totaal door Dierenhandelaar verkochte pups. J. Ex-werkneemster spreekt over ongeveer 30 pups per drie weken - hetgeen neerkomt op minimaal 500 pups per jaar - en HW de getuige spreekt over ongeveer 40 pups. Dat Dierenhandelaar pups in het bijzonder uit Oostbloklanden haalt, blijkt daarnaast ook uit de bij de Dierenbescherming binnengekomen klacht met nummer 37. In de informatie van de dierenarts die de pup heeft behandeld, staat te lezen dat de pup een Hongaars paspoort heeft. Deze hond is overigens één dag na aankoop overleden. Dat Dierenhandelaar pups uit het Oostblok haalt, wordt ook nog eens bevestigd in melding nummer 86. Die klacht betreft een pup die op 9 augustus 2006 bij Dierenhandelaar is aangeschaft en waarvan de betrokken dierenarts heeft verklaard dat de pup afkomstig is uit het Oostblok.

4.7 De Dierenbescherming heeft gesteld dat in Oostbloklanden de fokmethoden, huisvesting en transport niet voldoen aan de wettelijke eisen, als gevolg waarvan (veel te) jonge pups onder erbarmelijke omstandigheden naar onder meer Nederland worden vervoerd. De Dierenbescherming wijst in dit kader op het door haar als productie 6 overgelegde verslag van een undercoveractie waarbij onderzoek is gedaan naar pups uit Hongarije. Dit verslag is weliswaar afkomstig uit België maar volgens de Dierenbescherming zijn de transporten naar Nederland precies het zelfde. Dit is door Dierenhandelaar en Pet's Joy niet betwist. In dit verslag staat onder meer dat op een markt in Hongarije pups van 2 weken oud worden verhandeld en dat de data van de inentingen en geboorte desgewenst kunnen worden gemanipuleerd. Dierenhandelaar en Pet's Joy hebben de juistheid van de inhoud van het verslag en het standpunt van de Dierenbescherming onweersproken gelaten. Integendeel, in het persbericht van 27 maart 2006 heeft Dierenhandelaar, die destijds actief was onder de naam Faunaland Dierenhandelaar, te kennen gegeven tegen de import en verkoop van pups te zijn die op die manier - zij doelen hierbij overigens op de manier die aan de orde is gesteld in Tros Radar - gefokt en verkocht worden. Uit dit persbericht blijkt ook dat Dierenhandelaar en Pet's Joy op de hoogte zijn van de slechte omstandigheden waaronder de pups op de wereld komen en waaronder zij getransporteerd worden naar andere landen. Door ondanks deze wetenschap toch pups uit Oostbloklanden te importeren, handelen Dierenhandelaar en Pet's Joy niet alleen in strijd met de door Dierenhandelaar gedane toezeggingen maar ook in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid.

leeftijd van de pups

4.8 Uit artikel 39 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) in samenhang met de artikelen 2 en 3 van het Besluit scheiden van dieren vloeit voort dat pups totdat zij zeven weken oud zijn, niet van de moederhond gescheiden mogen worden. Dierenhandelaar (en daarmee ook Pet's Joy) handelt evident in strijd met deze bepalingen. In de hiervoor onder 2.15 opgenomen verklaring van de stagiaire is immers te lezen dat er op enig moment ten minste één pup ter verkoop in de winkel, althans in de daarbij behorende kennel, aanwezig was die slechts 6 weken oud was en dat een andere pup plaats moest maken voor een nieuw nest met pups van 6 weken oud. Uit de verklaring van de voormalig werkneemster blijkt dat de pups worden uitgezocht als ze ongeveer 6 weken oud zijn en maximaal drie weken in de winkel mogen blijven. Dit strookt geheel met de verklaring van de stagiaire waarin zij zegt dat Dierenhandelaar heeft verklaard nooit pups ouder dan 9 weken te hebben. Niet gebleken is dat het ouderdier bij die te jonge pups ter plekke aanwezig was. Dat Dierenhandelaar te jonge pups verkoopt blijkt ook uit een aantal klachten van mensen die bij hem een pup hebben gekocht. Hieronder worden slechts enkele relevante klachten genoemd. In klacht nummer 40 die bij de Dierenbescherming is binnen gekomen staat dat de leeftijd van de pup niet zou kloppen met zijn gewicht en lengte en dat de pup te vroeg is weggehaald bij de moederhond. De pup waar klacht nummer 50 over gaat, heeft volgens de koper van de pup gedragsproblemen wegens het ontbreken van socialisatie via de moederhond. Vast staat dat dergelijke problemen doorgaans ontstaan bij pups die voortijdig van de moederhond worden gescheiden. Klacht nummer 73 is voorzien van een verklaring van een dierenarts. De klacht ziet op een pup die is aangeschaft op 12 november 2005 (in de verklaring van de koper staat abusievelijk 12 november 2006) en volgens het paspoort is de pup geboren op 19 september 2005. De pup was dus ten tijde van de aankoop volgens de papieren 8 weken oud. In de verklaring van de dierenarts wordt echter het vermoeden geuit dat de pup mogelijk jonger is dat de veronderstelde leeftijd. Verder is klacht nummer 80 van belang. Daarin staat dat de dierenarts de pup, 2 weken na aankoop, schat op ongeveer 6 à 7 weken oud. De pup was dus op het moment van aankoop slechts 4 à 5 weken oud en dus te jong. Ook 2 klachten die bij de VARA zijn binnengekomen, betreffen pups die te jong waren. Een overzicht van die klachten is door de Dierenbescherming als productie 10 bij de dagvaarding overgelegd. Klacht nummer 9 ziet op een pup waarvan de dierenarts de leeftijd op maximaal 6 weken schat en klacht nummer 10 op een pup waarvan uit onderzoek door de dierenarts bleek dat de hond slechts 4 weken oud was. Dierenhandelaar en Pet's Joy hebben de juistheid van al deze verklaringen niet bestreden, zodat de inhoud van die verklaringen als vaststaand moet worden aangemerkt.

besmetting met Parvo

4.9 De Dierenbescherming stelt in dit kader dat bij een bonafide fokker of handelaar minder snel Parvo ontstaat dan bij Dierenhandelaar. De ziekte krijgt volgens de Dierenbescherming daar niet zoals bij Dierenhandelaar de kans om zich keer op keer te verspreiden. Dierenhandelaar en Pet's Joy voeren aan dat niet vast staat dat het parvo-virus bij hen vandaan komt, omdat het feit dat pups die net van eigenaar gewisseld zijn parvo-diaree ontwikkelen, mede te wijten is aan stress. Dit betoog komt volstrekt ongeloofwaardig voor. Vast staat wel dat stress, bijvoorbeeld gerelateerd aan verandering van omgeving, kan leiden tot Parvo-achtige verschijnselen maar tevens staat vast dat pups alleen Parvo kunnen krijgen indien het virus reeds aanwezig is. Ter zitting heeft de advocaat van Dierenhandelaar en Pet's Joy in een berekening tot uitgangspunt genomen dat er sprake is van 47 gevallen waarin mogelijk een besmetting met het parvo-virus aan de orde is. Vast staat dat de incubatietijd van Parvo 4 tot 7 dagen bedraagt. Klacht nummer 28 ziet op een pup die bij Dierenhandelaar is gekocht op 12 oktober 2006 en die reeds na 1 dag - en daarmee dus ruimschoots binnen de incubatietijd -aan Parvo gerelateerde ziekteverschijnselen vertoonde. Bij deze pup is ook daadwerkelijk Parvo geconstateerd. Klacht nummer 48 betreft een pup die is gekocht op 20 september 2006 en die is overleden op

23 september 2006. De pup is door de dierenarts getest op Parvo en de uitslag was positief. Klacht nummer 82 betreft een pup waarvan de dierenarts verklaart dat de pup al twee dagen nadat hij uit het nest is gehaald, begon met braken zodat het zeer waarschijnlijk is dat hij reeds in het nest is besmet. Klacht nummer 88 betreft een pup die binnen 3 dagen na aanschaf in 2004 ziek werd en waarbij door de dierenarts Parvo is geconstateerd. De pup is op dag 4 overleden. Ook klacht nummer 90 ziet op een pup waarbij Parvo is geconstateerd. De pup in kwestie is bij Dierenhandelaar aangeschaft op 13 februari 2007. Op 16 februari 2007 en daarmee dus drie dagen na aankoop, vertoonde de pup de eerste ziekteverschijnselen. De dierenarts heeft de hond onderzocht en uit diens verklaring van 17 februari 2007 blijkt dat de pup inderdaad Parvo had. Klacht nummer 92 ziet op een pup die door de koper op 30 mei 2005 bij Dierenhandelaar is opgehaald. Twee dagen later werd de pup ziek en de dag daarna is de koper met de pup naar een dierenarts gegaan. De dierenarts constateerde in tweede instantie een parvo-achtige aandoening. Na overlijden van de pup is een bioptie uitgevoerd, waarbij de dierenarts vaststelde dat de pup daadwerkelijk aan Parvo is overleden. Uit voorgaande meldingen, die slechts een selectie van alle klachten vormen, blijkt dat Parvo wel degelijk bij Dierenhandelaar vandaan komt, nu die pups binnen de gestelde incubatietijd al ziek waren.

4.10 Niet in geschil is dat bij het treffen van voldoende maatregelen de ziekte beperkt blijft. Dierenhandelaar heeft niet inzichtelijke gemaakt dat en op welke wijze hij dergelijke maatregelen heeft genomen. Gezien de hoeveelheid klachten over pups met Parvo, is ook niet aannemelijk dat Dierenhandelaar voldoende maatregelen heeft genomen. Dit blijkt ook wel uit het feit dat medewerkers van het programma Kassa op het zelfde moment twee pups uit verschillende nesten bij Dierenhandelaar kochten en die vervolgens allebei met het virus besmet bleken te zijn. Hiermee handelt Dierenhandelaar onder meer in strijd met het in artikel 36 GWWD geformuleerde verbod om zonder redelijk doel het welzijn van dieren te benadelen. Door niet voldoende maatregelen te treffen om de kans op besmetting met het virus te minimaliseren, neemt Dierenhandelaar bewust het risico dat ook andere dieren besmet raken met het virus. Bovendien geeft het geen pas om kennelijk zieke dieren ter verkoop aan te bieden. Uit de verklaring van de stagiaire blijkt dat dit laatste wel in de winkel van Dierenhandelaar gebeurd. Een dergelijke handelwijze is in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Dat de hokken thans goed worden schoongemaakt, zoals Dierenhandelaar betoogt, valt niet uit te sluiten, maar dat doet aan de inhoud van vorenstaande vermeldingen en de daaraan verbonden conclusie niet af. Een plaatsopneming, zoals door Dierenhandelaar en Pet's Joy ter zitting is aangeboden, kan aan het voorgaande evenmin afdoen.

de aanwezigheid van andere ziektes

4.11 De Dierenbescherming heeft onweersproken gesteld dat, naast Parvo, ook andere infectieziektes bij pups die via Dierenhandelaar zijn verkocht meer dan gebruikelijk voorkomen. Volgens de Dierenbescherming gaat het onder meer om Giardia en kennelhoest. De juistheid van deze stelling wordt bevestigd door de talloze verklaringen, waarin dergelijke ziektes en aandoeningen genoemd worden. Zo betreft de als nummer 43 bij de Dierenbescherming ingekomen klacht een pup die op 1 juni 2006 is aangeschaft, waarbij Giardia is vastgesteld. Klacht nummer 64 betreft ook een pup met Giardia, aangeschaft in 2004. Ook in klacht nummer 93 gaat het over een pup die daags na aankoop in september 2005 door de dierenarts positief is getest op Giardia. Verwezen wordt verder onder meer naar klacht nummer 94. De desbetreffende pup is gekocht op 7 maart 2007 en uit de schriftelijke verklaring van de dierenarts blijkt dat het vermoeden bestaat dat er sprake is van zowel kennelhoest als Giardia.

4.12 Uit het voorgaande blijkt dat Dierenhandelaar onvoldoende aandacht heeft voor het welzijn van de pups, hetgeen in strijd moet worden geacht met de maatschappelijke zorgvuldigheid.

gedragsproblemen en overige gebreken

4.13 De dierenbescherming stelt in dit kader dat verschillende pups die bij Dierenhandelaar gekocht zijn, agressief en asociaal zijn, waardoor zij problemen veroorzaken. Veel van die pups moeten worden gemuilkorfd en een aantal is geeuthanaseerd. Dat er door Dierenhandelaar pups verhandelt worden, wordt bevestigd in de verklaring van de stagiaire. Zij zegt in haar verklaring onder meer dat er twee hondjes waren die dominant en agressief waren. Concrete voorbeelden van pups die agressief gedrag vertonen, zijn terug te vinden in melding nummer 13, 38, 40, 50, 63, 64 en 81. Deze verklaringen zijn door Dierenhandelaar en Pet's Joy niet weersproken.

4.14 De Dierenbescherming stelt dat, naast voormelde aandoeningen, door Dierenhandelaar ook pups verkocht worden met andere afwijkingen. Het betreft hier onder meer problemen aan de ogen, de afwezigheid van een schouderblad, huidproblemen, oormijt en patella luxatie. Dierenhandelaar en Pet's Joy hebben inhoudelijk geen verweer tegen deze stelling gevoerd. De dierenbescherming heeft in de dagvaarding een overzicht gemaakt, van 19 pups die onder deze categorie vallen. Vast staat dat deze pups vaak continue pijn hebben en vele behandelingen en operaties moeten ondergaan. Uit het voorgaande moet worden geconcludeerd dat Dierenhandelaar onvoldoende oog heeft voor dierenwelzijn, nu hij het welzijn van de pups onevenredig aantast, hetgeen ook in strijd is met de maatschappelijke zorgvuldigheid.

4.15 Uit overweging 4.6 tot en met 4.14 volgt dat Dierenhandelaar - en daarmee ook Pet's Joy - in strijd handelt met de wet en in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Wat dit laatste betreft geldt dat uit de desbetreffende overwegingen blijkt dat Dierenhandelaar een onwaardige behandeling van de pups voorstaat en onnodig veel leed veroorzaakt bij de pups. Mede doordat de pups op te jonge leeftijd bij de moeder worden weggehaald, wordt hen een eerlijke kans op leven ontnomen. Dierenhandelaar werkt hier aan mee door de pups te importeren uit landen waar de pups onder erbarmelijke omstandigheden op de wereld komen. Met zijn handelwijze houdt Dierenhandelaar die praktijk in stand, kennelijk met het enkele doel om er zelf financieel beter van te worden. De Dierenbescherming heeft in dit kader onweersproken gesteld dat Dierenhandelaar met de verkoop van de pups een winst van ruim euro 200.000,-- realiseert.

4.16 De handelwijze van Dierenhandelaar en Pet's Joy is in het bijzonder onrechtmatig jegens de Dierenbescherming. De Dierenbescherming heeft immers tot doel het beschermen van dieren in de ruimste zin van het woord, alsmede het behartigen van de belangen van dieren. De handelwijze van Dierenhandelaar en Pet's Joy doet afbreuk aan de doelstelling van de Dierenbescherming en is een schending van de belangen van de Dierenbescherming en de belangen die zij tracht te behartigen.

4.17 Dierenhandelaar heeft nog aangevoerd dat uit het antwoord op de Kamervragen blijkt dat zijn handelwijze niet strafbaar zou zijn, omdat de AID en de LID geen wantoestanden hebben geconstateerd. Dat de handelwijze van Dierenhandelaar niet strafbaar zou zijn, neemt het onrechtmatige karakter daarvan echter nog niet weg. De beoordeling van het strafrechtelijke karakter is een andere dan de beoordeling van de onrechtmatigheid. Verder heeft Dierenhandelaar zich verweerd met de stelling dat hij aan alle eisen voor de handel in pups voldoet. Op zichzelf moet aan Dierenhandelaar worden toegegeven dat hij inderdaad over het vereiste certificaat beschikt zoals bedoeld in het Honden- en Kattenbesluit, maar dat certificaat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om te handelen zoals hij deed. Het certificaat kan derhalve niet als een kwaliteitsgarantie dienen. Dit laatste geldt ook voor de verklaring van de milieudienst en de informatiemap waarvan Dierenhandelaar en Pet's Joy betogen dat zij die aan kopers van honden verstrekken. De verklaring en de map doet geen afbreuk aan het onrechtmatige karakter van de handelwijze van Dierenhandelaar. Ten slotte heeft Dierenhandelaar zich op het standpunt gesteld dat de Dierenbescherming de dagvaarding opzettelijk misleidend heeft opgesteld. Na weerspreking daarvan door de Dierenbescherming heeft Dierenhandelaar nagelaten zijn standpunt nader te onderbouwen.

4.18 Op grond van al het voorgaande wordt de vordering van de Dierenbescherming tegen Dierenhandelaar en Pet's Joy toegewezen. Het door de Dierenbescherming gevorderde verbod is echter niet beperkt in tijd. Omdat in de onderhavige procedure slechts voorlopige voorzieningen kunnen worden getroffen, wordt aan het verbod een termijn van 5 jaar verbonden. Deze termijn komt, gezien de ernst van de zaak en de omvang van het leed dat Dierenhandelaar aan de dieren heeft berokkend, redelijk voor.

4.19 Dierenhandelaar en Pet's Joy worden, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het geding.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt Dierenhandelaar en Pet's Joy om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis gedurende een periode van 5 jaar de handel in honden zelf of middellijk te staken en alle bemoeienissen met deze handel te verbreken en verbiedt hen voorts om vanaf de dag waarop dit vonnis aan hen is betekend gedurende een periode van 5 jaar op enigerlei wijze betrokken te zijn bij het verhandelen van honden, zulks op straffe van een aan de Dierenbescherming te verbeuren dwangsom van euro 5.000,-

voor elke keer dat Dierenhandelaar en Pet's Joy dit verbod overtreden;

- veroordeelt Dierenhandelaar en Pet's Joy in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de Dierenbescherming begroot op euro 335,31 aan verschotten en op euro 816,- aan salaris procureur;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- weigert de meer of anders gevorderde voorziening.

Gewezen door mr. J.M. Vrakking, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2007 in tegenwoordigheid van mr. F. Vermeij, griffier.