Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA3594

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
26-04-2007
Datum publicatie
26-04-2007
Zaaknummer
94499/KG ZA 07-110
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiser vordert opheffing van het executoriaal beslag en een verbod op het nemen van nadere executiemaatregelen. De rechter wijst de vordering toe voor zover het beslag is gelegd uit hoofde van de ontbindingsbeschikking op de voet van 7:685 BW. De in die beschikking toegekende ontbindingsvergoeding levert thans nog geen executoriale titel op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

CVZ/HW[ 1]

KG nummer: 94499/KG ZA 07-110

datum: 26 april 2007

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de besloten vennootschap E-Storage B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

eiseres in kort geding,

procureur mr. H.R.M. Jenné,

advocaat mr. A.D. Brouwers-Wozniak te Soest,

tegen:

[gedaagde],

wonende te Castricum,

Gedaagde in kort geding,

advocaat mr. J.R.M. Klazinga te Amsterdam.

Partijen zullen verder worden genoemd "E-Storage" respectievelijk "[gedaagde]".

1. Het verloop van het geding

Ter terechtzitting van 17 april 2007 heeft E-Storage gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

[Gedaagde] heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van E-Storage de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. De uitgangspunten

2.1. [Gedaagde] is in dienst geweest van E-Storage. Aan de arbeidsovereenkomst tussen partijen is een einde gekomen door het aan [gedaagde] gegeven ontslag op staande voet of, mocht [gedaagde] zich terecht op de nietigheid daarvan hebben beroepen, door ontbinding op de voet van BW 7:685 BW.

2.2. Het ontslag op staande voet dateert van 13 december 2006. Op vordering van [gedaagde] heeft de kantonrechter te Utrecht bij vonnis in kort geding d.d. 19 februari 2007 E-Storage veroordeeld tot doorbetaling van loon sedert eerstgenoemde datum tot het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn geëindigd. Dezelfde kantonrechter heeft bij beschikking van eveneens 19 februari 2007 de arbeidsovereenkomst tussen partijen - voor zover deze nog bestaat - ontbonden per 1 maart 2007 en aan [gedaagde] een vergoeding toegekend ten bedrage van € 82.500,-- bruto met veroordeling van E-Storage deze vergoeding aan [gedaagde] te betalen.

2.3. [Gedaagde] heeft op 10 april 2007 onder de bank van E-Storage executoriaal beslag gelegd. Ter zitting was het beslagexploit niet beschikbaar, maar partijen hebben verklaard dat het beslag zowel krachtens het vonnis als krachtens de beschikking is gelegd.

3. Het geschil en de standpunten van partijen

3.1. E-Storage vordert [gedaagde] te veroordelen tot opheffing van het gelegde beslag en hem tevens te verbieden nadere executiemaatregelen te treffen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Aan deze vordering legt zij ten grondslag dat door de beslaglegging haar gehele werkkapitaal is geblokkeerd, alsmede dat de in de ontbindingsbeschikking vastgestelde vergoeding niet opeisbaar is, zo lang in rechte nog niet onherroepelijk is komen vast te staan dat het gegeven ontslag op staande voet nietig is. Voorts voert zij aan tegenvorderingen op [gedaagde] te hebben.

3.2. [Gedaagde] zet een aantal omstandigheden uiteen die hem tot de conclusie voeren dat de ontslaggronden op drijfzand berusten. In dit executiegeschil kan heel goed worden vastgesteld dat het ontslag door de bodemrechter naar alle waarschijnlijkheid als nietig zal worden beoordeeld. Hij voegt daaraan toe dat, naar volgens hem uit een arrest van de Hoge Raad (JAR 1997, 215) blijkt, de ontbindingsvergoeding wel degelijk opeisbaar is. Hij bestrijdt dat E-Storage tegenvorderingen op hem heeft. Voor opheffing van het gelegde beslag bestaat dan ook geen grond, aldus [gedaagde].

4. De beoordeling

4.1. E-Storage heeft zich uitsluitend gericht tegen het beslag, voor zover dit krachtens de ontbindingsbeschikking is gelegd. Nu ter zitting bovendien is gebleken dat zij aan het onder 2.2 genoemde vonnis in kort geding nog niet ten volle heeft voldaan, dient het beslag, voor zover het uit kracht van dit vonnis is gelegd, in elk geval in stand te blijven.

4.2. Thans dient antwoord te worden gegeven op de vraag of het executoriaal beslag, voor zover dit is gelegd krachtens de ontbindingsbeschikking, rechtsgeldig is.

4.3. Bij beantwoording van die vraag stelt de voorzieningenrechter voorop dat in de beschikking niet alleen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk is uitgesproken, namelijk indien deze toen nog bestond, maar dat eveneens de daarin vervatte toekenning van de vergoeding alsmede de veroordeling tot betaling daarvan ditzelfde voorwaardelijk karakter hebben. Dit laatste is niet met zo veel woorden in het dictum van de beschikking uitgedrukt, maar een redelijke uitleg van deze beslissingen brengt, gezien het onlosmakelijk verband daartussen, mee dat - krachtens de beschikking - ook de vergoeding eerst verschuldigd is en dat deze dient te worden betaald voor zover de arbeidsovereenkomst nog bestond.

4.4. Of de ontbindingsvergoeding thans opeisbaar is zal pas in de toekomst kunnen worden vastgesteld. Mogelijk zal ooit bij gewijsde in een bodemprocedure het gegeven ontslag op staande voet nietig worden geoordeeld; daaruit zal dan volgen dat de vergoeding inderdaad reeds thans opeisbaar is, hetgeen ook van belang is voor de datum vanaf welke de wettelijke rente over de ontbindingsvergoeding blijkt te zijn verschuldigd. Dit laatste was de inzet van de rechtsstrijd die geleid heeft tot het door [gedaagde] genoemde arrest van de Hoge Raad. Eventuele erkenning door E-Storage van de nietigheid kan eveneens tot opeisbaarheid leiden.

4.5. De in de ontbindingsbeschikking besloten titel is eerst voor executie vatbaar indien de opeisbaarheid van de vergoeding - door een gewijsde of erkenning als bedoeld - is komen vast te staan. Dan pas is de voorwaarde, waaronder de ontbinding is uitgesproken en waaronder de daaraan gekoppelde vergoeding is toegekend, vervuld.

4.6. [gedaagde] heeft bepleit dat het in dit executiegeschil voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het ontslag op staande voet nietig zal oordelen. Indien al plaats is voor een dergelijke aanname - E-Storage heeft betoogd in een bodemprocedure voldoende bewijs van de aangevoerde dringende reden te kunnen produceren - dan nog kan die aanname geen executoriale kracht verlenen aan de ontbindingsbeschikking. De voorwaarde waaronder in die beschikking de arbeidsovereenkomst is ontbonden wordt door zodanige aanname immers niet vervuld.

4.7. Het vorenstaande voert tot de slotsom dat het executoriaal beslag, voor zover dit berust op de ontbindingsbeschikking dient te worden opgeheven. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, zij het dat aan de te verbeuren dwangsommen een maximum zal worden verbonden.

4.8. Intussen geeft de voorzieningenrechter zich er rekenschap van dat een persoon die recht heeft op een voorwaardelijke ontbindingsvergoeding in een lastig parket kan komen te verkeren, vooral indien hij de vergoeding nodig heeft voor zijn levensonderhoud. In die situatie behoeft hij evenwel niet lijdzaam te wachten totdat zijn tegenpartij erkent dat het ontslag nietig is of totdat er een gewijsde is in de bodemprocedure; dit laatste kan, zoals bekend, meerdere jaren duren. De betrokken persoon kan niet alleen, ter veiligstelling van zijn aanspraken, conservatoir beslag leggen, maar ook trachten zich een voor executie vatbare titel te verwerven door het in kort geding vorderen van een voorschot op de vergoeding. Dat kan heel goed geschieden ter gelegenheid van het kort geding waarbij doorbetaling van loon wordt gevorderd - desnoods bij wege van eisvermeerdering ter zitting, indien hij eerst na het uitbrengen van de dagvaarding met het voorwaardelijke ontbindingsverzoek is geconfronteerd -, maar ook op enig ander moment. Bij de beoordeling van die geldvordering in kort geding zal dan de voorzieningenrechter alle nodige aspecten kunnen betrekken, zoals de mate van spoedeisendheid, het restitutierisico en dergelijke.

4.9. [gedaagde] dient als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden verwezen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- beveelt [gedaagde] het executoriaal beslag dat hij heeft doen leggen ten laste van

E-Storage bij de ABN AMRO Bank N.V. gevestigd te Amsterdam, op bankrekeningnummer 621.785.709 en eventuele andere rekeningnummers, binnen 24 uur na betekening van dit vonnis op te heffen voor zover dit beslag is gelegd krachtens de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter te Utrecht van 19 februari 2007, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] in gebreke mocht blijven aan dit vonnis te voldoen, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van € 100.000,--;

- verbiedt [gedaagde] nadere executiemaatregelen te nemen op grond van de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter te Utrecht van 19 februari 2007 totdat onherroepelijk is beslist omtrent het ontslag op staande voet d.d. 13 december 2006, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke mocht blijven aan dit vonnis te voldoen, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van € 100.000,--;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van E-Storage begroot op € 321,85 aan verschotten en op € 816,- aan salaris procureur;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- weigert de meer of anders gevorderde voorziening.

Gewezen door mr. H. Warnink, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 april 2007 in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier.