Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA2719

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-04-2007
Datum publicatie
12-04-2007
Zaaknummer
94156/KG ZA 07-89
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Tankstationexploitant dient afspuiten voertuigen op buitenterrein te staken zolang er geen maatregelen zijn genomen ter voorkoming van verspreiding nevel buiten het terrein. Aangezien de vorderingen van eiseres echter niet op deze grondslag zijn gebaseerd worden de gevraagde voorzieningen geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

CVZ/HW[ 1]

KG nummer: 94156/KG ZA 07-89

datum: 12 april 2007

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOHA OLIEMAATSCHAPPIJ B.V.,

statutair gevestigd en kantoor houdende te Heiloo,

EISERES IN KORT GEDING,

procureur mr. F.P. Klaver,

advocaat mr. J.F.M. Verheij te Amsterdam,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WOKKE OLIEPRODUCTEN B.V.,

statutair gevestigd en kantoor houdende te Alkmaar,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

advocaat mr. A.C. Kool te Amsterdam.

Partijen zullen verder worden genoemd "Boha" respectievelijk "Wokke".

1. Het verloop van het geding

Ter terechtzitting van 3 april 2007 heeft Boha gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Wokke heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van Boha de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. De uitgangspunten

2.1 Wokke exploiteert sinds 1987 een tankstation aan de Blanckerhofweg 1 te Alkmaar.

2.2 Aanvankelijk bestond hieromtrent een exploitatieovereenkomst tussen Wokke en Texaco Nederland B.V.

2.3 Boha heeft het tankstation in 1995 overgenomen.

2.4 Vervolgens is tussen Boha en Wokke op 15 augustus 1996 een nieuwe exploitatieovereenkomst tot stand gekomen. Deze exploitatieovereenkomst is nog altijd van kracht.

3. De vordering en de standpunten van partijen

3.1 Boha vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

- Wokke zal gebieden om ter plaatse van het gehuurde, het afspuiten van auto's en/of andere vervoermiddelen, zonder dat een vloeistofdichte vloer aanwezig is, te staken en gestaakt te houden,

- Wokke zal veroordelen tot betaling aan Boha, bij wege van voorschot, van een boete van € 20.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening,

- Wokke zal veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2 Boha legt hieraan ten grondslag dat Wokke toerekenbaar tekortschiet in het nakomen van haar verplichtingen uit de exploitatieovereenkomst tussen partijen. Boha heeft hiertoe aangevoerd dat Wokke onder meer niet voldoet aan de verplichting op grond van artikel 12 van genoemde overeenkomst om inlichtingen te verstrekken aan Boha. Ook handelt Wokke in strijd met de bepalingen van de milieuwetgeving voor tankstations, aangezien zij in strijd met artikel 11 van het Besluit tankstations milieubeheer bij het door haar geëxploiteerde tankstation spuitinstallaties in werking heeft voor het afspuiten van voertuigen, zonder dat ter plaatse een vloeistofdichte vloer aanwezig is. Daarbij heeft Boha aangevoerd dat haar spoedeisend belang bij het staken van de overtredingen van de milieuwetgeving is gelegen in het beschermen van haar eigen goede naam en de goede naam van Texaco. Bovendien is op het niet naleven van de bepalingen van de overeenkomst een boete gesteld van € 2.268,-- per overtreding en per dag dat de overtreding voortduurt. Op deze grond heeft Wokke over de periode van 1 december 2006 tot 1 maart 2007 reeds een bedrag van € 206.388,-- aan boetes verbeurd, aldus Boha.

3.3 Wokke heeft verweer gevoerd. Voorzover nodig voor de beslissing zal daarop hierna worden ingegaan.

4. De gronden van de beslissing

4.1 Ten aanzien van de vordering tot staking van het gebruik van de afspuitinstallatie wordt het volgende overwogen. Door Boha is als productie 3 artikel 11 van het 'besluit tankstations milieubeheer' in het geding gebracht. Dit artikel houdt onder meer het volgende in:

"11.1 Het wassen van motorvoertuigen of motoren mag alleen plaatsvinden op een daarvoor bestemde wasplaats of in een daarvoor bestemde ruimte (...) en moet op zodanige wijze geschieden dat zich geen nevel ten gevolge van het reinigen buiten het terrein van de inrichting kan verspreiden.

11.2 De vloer waarop het wassen van motorvoertuigen of motoren plaatsvindt moet vloeistofdicht zijn (...)"

4.2 Op grond van deze bepalingen kan vastgesteld worden dat het afspuiten van voertuigen zonder dat een vloeistofdichte vloer aanwezig is, strijdig is met artikel 11.2 van genoemd besluit en derhalve niet geoorloofd is. Weliswaar is door Wokke betwist dat er sprake zou zijn van een niet vloeistofdichte vloer en heeft zij zich op het standpunt gesteld dat Boha op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt heeft dat dit anders is en dat Wokke hiermee in overtreding is, maar wat hier ook van zij, uit de als productie 6 in het geding gebrachte foto's blijkt dat het afspuiten van de voertuigen buiten geschiedt, zonder dat er maatregelen zijn genomen teneinde te voorkomen dat de nevel van dit afspuiten zich buiten het terrein van de inrichting kan verspreiden. Dit is ter zitting door Wokke ook erkend. Op grond van deze vaststelling dient het (op deze wijze) afspuiten van de voertuigen - als zijnde strijdig met artikel 11.1 van genoemd besluit - in ieder geval gestaakt te worden totdat de benodigde voorzieningen zijn aangebracht. De voorzieningenrechter raadt partijen aan hieromtrent zo spoedig mogelijk met elkaar in onderhandeling te treden. Nu de vordering van Boha tot het staken van het afspuiten van voertuigen evenwel niet op deze grond is gestoeld, ziet de voorzieningenrechter aanleiding dit deel van de vordering van Boha af te wijzen.

4.3 Ten aanzien van de gevorderde betaling van een voorschot op verbeurde boetes wordt als volgt overwogen. Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is slechts plaats indien het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is en daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl in de afweging van belangen van partijen mede betrokken dient te worden het risico van onmogelijkheid tot terugbetaling. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bestaan van de onderhavige vordering onvoldoende is komen vast te staan, nu de juistheid van de stelling van Boha dat door Wokke reeds boetes verbeurd zijn, door Wokke gemotiveerd is betwist. Ook zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan aannemelijk is geworden dat Boha een spoedeisend belang heeft bij het instellen van deze geldvordering in kort geding. Om die reden zal ook dit deel van haar vordering worden afgewezen.

4.4 Boha zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- weigert de gevorderde voorzieningen;

- veroordeelt Boha in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Wokke begroot op € 251,-- aan verschotten en op € 816,- aan salaris procureur.

Gewezen door mr. H. Warnink, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2007 in tegenwoordigheid van

C. Vis-van Zanden, griffier.

[ 2]