Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA1481

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
21-03-2007
Datum publicatie
26-03-2007
Zaaknummer
14/810143-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is ingereden op een groep mannen en heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling en bedreiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14/810143-06

Datum uitspraak: 21 maart 2007

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

wonende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 07 maart 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank

- het onder 1, 2, 3. primair en 4. tenlastegelegde zal bewezen verklaren,

- verdachte ter zake daarvan zal veroordelen tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, subsidiair 100 (honderd) dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, en daarnaast een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren, met de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact,

- de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen,

- verdachte de schadevergoedingsmaatregel ter zake van de toegewezen vordering van de benadeelde partij zal opleggen,

- het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal opheffen.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. J.G. Schmidt, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan verdachte is ten laste gelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 31 maart 2006 te De Goorn, gemeente Wester-Koggenland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp (uit zijn auto) gepakt en/of (daarna) heeft hij, verdachte, dat mes, althans dat op een mes gelijkend voorwerp getoond en/of getoond gehouden en/of (daarbij) heeft hij,

verdachte, die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Als een van jullie je bek opentrekt, ik maak diegene dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 31 maart 2006 te De Goorn, gemeente Wester-Koggenland, opzettelijk [slachtoffer 3] heeft mishandeld door genoemde [slachtoffer 3] een of meerma(a)l(en) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 07 januari 2006 te Hippolytushoef, in de gemeente Wieringen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of een of meer (andere) aldaar aanwezige perso(o)n(en) van het leven te beroven, met dat opzet

- als bestuurder van een personenauto (een Opel Astra)- met die auto met (hoge) snelheid, althans met een veel (hogere) snelheid dan ter plaatse verantwoord was op, althans in de richting van die/deze [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of die ander(en) - welke voornoemde personen zich op de rijbaan van de openbare weg het Molenveld zich bevonden - is ingereden, althans is afgereden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 07 januari 2006 te Hippolytushoef, in de gemeente Wieringen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meer perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of een of meer (andere) aldaar aanwezige perso(o)n(en), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- als bestuurder van een personenauto (een Opel Astra)- met die auto met (hoge) snelheid, althans met een veel (hogere) snelheid dan ter plaatse verantwoord was op, althans in de richting van die/deze [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of die ander(en) - welke voornoemde personen zich op de rijbaan van de openbare weg het Molenveld zich bevonden - is ingereden, althans is afgereden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 07 januari 2006 te Hippolytushoef, gemeente Wieringen, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of een of meer (andere) aldaar aanwezige perso(o)n(en) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend

- als bestuurder van een personenauto (een Opel Astra)- met die auto met (hoge) snelheid, althans met een veel (hogere) snelheid dan ter plaatse verantwoord was op, althans in de richting van die/deze [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of die ander(en) - welke voornoemde personen zich op de rijbaan van de openbare weg het Molenveld zich bevonden - is ingereden, althans is afgereden;

4.

hij op of omstreeks 07 januari 2006 te Hippolytushoef, gemeente Wieringen, als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de/het Molenveld, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of een of meer (andere) aldaar aanwezige perso(o)n(en)) letsel en/of schade was toegebracht;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. Verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. BEWEZENVERKLARING.

2.1. Bewezenverklaring.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij,

ten aanzien van het onder 1. tenlastegelegde,

op 31 maart 2006 te De Goorn, gemeente Wester-Koggenland, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: ‘Als een van jullie je bek opentrekt, ik maak diegene dood’,

ten aanzien van het onder 2. tenlastegelegde,

op 31 maart 2006 te De Goorn, gemeente Wester-Koggenland, opzettelijk

[slachtoffer 3] heeft mishandeld door genoemde [slachtoffer 3] meermalen tegen het hoofd te slaan, waardoor deze pijn heeft ondervonden,

ten aanzien van het onder 3. primair tenlastegelegde,

op 07 januari 2006 te Hippolytushoef, in de gemeente Wieringen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 4] en

[slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] van het leven te beroven, met dat opzet - als bestuurder van een personenauto - met die auto op die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] - welke voornoemde personen zich op de rijbaan van de openbare weg het Molenveld bevonden - is ingereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

ten aanzien van het onder 4. tenlastegelegde,

op 07 januari 2006 te Hippolytushoef, gemeente Wieringen, als bestuurder van een motorrijtuig door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op het Molenveld, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer 4]) letsel was toegebracht.

2.2. Vrijspraak meer of anders.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank is ten aanzien van het onder 1. tenlastegelegde niet overtuigd dat verdachte een mes in zijn bezit heeft gehad. De getuigenverklaringen zijn op dit punt tegenstrijdig en verdachte ontkent stellig. Er is voorts geen mes aangetroffen. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat niet is bewezen dat verdachte, zo hij al een mes aanwezig heeft gehad, dat mes opzettelijk dreigend heeft getoond. Geen van de getuigen die verklaren een mes bij verdachte te hebben gezien, verklaart dat verdachte dit mes in het kader van een bedreiging aan hen heeft getoond.

3. BEWIJS.

De rechtbank grondt de beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

4. NADERE OVERWEGING.

Verdachte heeft ten aanzien van het onder 4. tenlastegelegde ter terechtzitting verklaard dat hij na de aanrijding is doorgereden, omdat hij bang was om te stoppen en geconfronteerd te worden met de groep mannen. Van hem kon daarom in redelijkheid niet verlangd worden dat hij zou stoppen om zijn persoonsgegevens achter te laten, aldus verdachte.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat het, met name gelet op het voorval in het café, invoelbaar en begrijpelijk is dat verdachte na de aanrijding uit angst is doorgereden. Dit had hem er echter niet van mogen weerhouden om binnen twaalf uren na de aanrijding uit eigener beweging zich te melden bij de politie en zijn identiteit bekend te maken, als bedoeld in artikel 184 van de Wegenverkeerswet 1994.

5. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Mishandeling.

Ten aanzien van feit 3. primair:

Poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Overtreding van artikel 7 van de Wegenverkeerswet 1994.

6. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Verdachte is dus strafbaar.

7. MOTIVERING VAN DE STRAFFEN.

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte is met zijn auto op een groep mannen afgereden, waarbij één van die mannen ook daadwerkelijk door de auto is geraakt. Hiermee heeft verdachte de levens van die mannen in gevaar gebracht en zich aldus schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op die mannen. Dit gedrag is volstrekt onacceptabel. Verdachte heeft hiermee geen respect getoond voor het menselijk leven en de slachtoffers momenten van angst bezorgd. Ook leert de ervaring dat slachtoffers van een dergelijk delict nog langdurig de emotionele gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Dat het niet tot een aanrijding met ernstig letsel of zelfs de dood is gekomen, is een gelukkige omstandigheid, die echter geenszins aan verdachte te danken is.

Na deze aanrijding is verdachte doorgereden en heeft hij niet zijn persoonsgegevens kenbaar gemaakt. Hij heeft zich bovendien niet binnen 12 uren gemeld bij de politie om dit te doen. Hiermee heeft verdachte het slachtoffer van de aanrijding belemmerd in zijn mogelijkheid verdachte aansprakelijk te stellen voor zijn geleden schade.

Verdachte heeft voorts een man tegen zijn hoofd geslagen. Met dit gedrag maakt verdachte inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Tot slot heeft verdachte twee meisjes bedreigd met de dood. Hiermee heeft verdachte die meisjes angstig gemaakt.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 24 januari 2007, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder is veroordeeld, zij het niet voor vergelijkbare delicten als in de onderhavige zaak.

Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met het over verdachte uitgebrachte Voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland, gedateerd 22 augustus 2006, opgesteld door M.M.M. Witte, reclasseringswerkster. De rapportrice adviseert de rechtbank aan betrokkene een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact, ook als dat inhoudt deelname aan de agressiegroep, georganiseerd door de Reclassering Nederland, en begeleiding van de Brijder Stichting.

De rechtbank is van oordeel, gelet op het vorenstaande, dat een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, en een voorwaardelijke gevangenisstraf behoren te worden opgelegd, een en ander op de wijze zoals hierna in de rubriek BESLISSING zal worden aangegeven.

Nu gebleken is dat verdachte deelname aan de agressiegroep met succes heeft afgerond, behoeft deelname aan die groep, zoals geadviseerd door de Reclassering, niet te worden opgelegd.

8. BENADEELDE PARTIJ.

Op de terechtzitting heeft zich in het geding over de strafzaak als benadeelde partij gevoegd [slachtoffer 4] in verband met een vordering tot vergoeding van € 302,- (driehonderdtwee euro) wegens schade die verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 3. primair bewezenverklaarde strafbare feit, door de handelingen van verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen.

Verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

9. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL.

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 3. primair bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde partij.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

10. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN.

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a (oud), 14b (oud), 14c, 22c, 22d, 36f, 45 (oud), 57, 63, 285, 287 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, en op de artikelen 7 en 176 (oud) Wegenverkeerswet 1994.

11. BESLISSING.

De rechtbank:

Verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3. primair en 4. ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders onder 1, 2, 3. primair en 4. ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte voor het bewezenverklaarde tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren.

Beveelt voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast, welke vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 75 (vijfenzeventig) dagen.

Bepaalt, dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht, volgens de maatstaf van 2 (twee) uren voor elke dag.

Veroordeelt verdachte voor het bewezenverklaarde voorts tot een gevangenisstraf voor de tijd van 9 (negen) maanden.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, Regio Alkmaar Haarlem, Unit Alkmaar, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt.

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4].

Veroordeelt verdachte tot het betalen van een bedrag van € 302,- (driehonderdtwee euro) als schadevergoeding.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] te betalen een som geld ten bedrage van € 302,- (driehonderdtwee euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 (zes) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg, voorzitter,

mrs. J. Westdorp en E.C.M. Bouman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. Hirzalla, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 maart 2007.

De jongste rechter is buiten staat dit verkorte vonnis mede te ondertekenen.