Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:BA0820

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
07-03-2007
Datum publicatie
16-03-2007
Zaaknummer
14/715633-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft wapens en drugs voor een ander in bewaring genomen en daarmee aldus voorhanden gehad

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14/715633-06

Datum uitspraak: 07 maart 2007

OP TEGENSPRAAK

VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

wonende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 februari 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank

- het onder 1, 2. en 3. tenlastegelegde zal bewezen verklaren,

- verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, subsidiair 90 (negentig) dagen hechtenis en daarnaast een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren, met als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die hem zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, Regio Alkmaar Haarlem, Unit Alkmaar, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar, noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt het volgen van een cognitieve vaardigheden training.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. J.G. Burgers, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING.

Aan verdachte is ten laste gelegd, dat

1.

hij in of omstreeks de priode van 18 april 2006 tot en met 20 april 2006, althans in de maand april 2006, op een of meer verschillende tijdstip(pen) in de gemeente Alkmaar en/of Heerhugowaard, in elk geval in het arrondissement Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 132,94 gram en/of 30 wikkels met het opschrift Space Pack (bevattende ongeveer 28,5 gram), althans een of meer hoeveelheden, van een materiaal bevattende amfetamine en/of ongeveer 5,62 gram en/of 9 wikkels met het opschrift Pony Pack (bevattende ongeveer 4,14 gram) en/of 4 wikkels met het opschrift Snow Seals (bevattende ongeveer 3,76 gram), althans een of meer hoeveelheden, van een materiaal bevattende cocaine en/of ongeveer 49 pillen, althans een of meer hoeveelheden, van een materiaal bevattende MDMA, zijnde amfetamine en/of cocaine en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 20 april 2006 in de gemeente Alkmaar en/of Heerhugowaard, in elk geval in het arrondissement Alkmaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool, merk BBM, kaliber 8 mm, en/of munitie van categorie III, te weten twee scherpe patronen, voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 20 april 2006 in de gemeente Alkmaar en/of Heerhugowaard, althans in het arrondissement Alkmaar, (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. Verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. BEWEZENVERKLARING.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij,

ten aanzien van het onder 1. tenlastegelegde,

in de periode van 18 april 2006 tot en met 20 april 2006 in het arrondissement Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 116,78 gram en 30 wikkels met het opschrift Space Pack van een materiaal bevattende amfetamine en 5,62 gram en 7 wikkels met het opschrift Pony Pack en 4 wikkels met het opschrift Snow Seals van een materiaal bevattende cocaïne en 49 pillen van een materiaal bevattende MDMA,

ten aanzien van het onder 2. tenlastegelegde,

omstreeks 20 april 2006 in de gemeente Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie III, te weten een pistool, en munitie van categorie III, te weten twee scherpe patronen, voorhanden heeft gehad,

ten aanzien van het onder 3. tenlastegelegde,

omstreeks 20 april 2006 in de gemeente Alkmaar, een wapen van categorie II onder 5?, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3. BEWIJS.

De rechtbank grondt de beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

4. BEWIJSMIDDELEN.

Ten aanzien van de feiten 1, 2. en 3.

4.1. De verklaring van verdachte op de terechtzitting van 21 februari 2007 afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb in de periode van 18 april 2006 tot en met 20 april 2006 in de gemeente Alkmaar ongeveer 116,78 gram en 30 wikkels amfetamine en 5,62 gram, 7 wikkels en 4 wikkels cocaïne en 49 pillen MDMA opzettelijk aanwezig gehad. Omstreeks 20 april 2006 had ik in de gemeente Alkmaar een pistool, 2 scherpe patronen en een stroomstootwapen voorhanden. [Mededader 1] had al deze spullen bij mij gebracht.

4.2. Het proces-verbaal met nummer PL1010/06-155914 van 20 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren M.P. Gast en R.E. Minneboo, doorgenummerde pag. 33 tot en met 40.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang, als verklaring van [mededader 1], zakelijk weergegeven:

Ik heb het pistool bij [verdachte] gebracht. Ik heb gezegd dat hij het moest bewaren. Er zaten 2 patronen bij. Het wapen en de paraliser heb ik naar [verdachte] gebracht. Ik heb de coke en de pillen ook bij [verdachte] gebracht.

4.3. Het proces-verbaal met nummer PL1000/06-155914 van 06 mei 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar P.J.C. van Rijn, doorgenummerde pag. 122 tot en met 126.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang, als verklaring van verbalisant voornoemd, zakelijk weergegeven:

Op 24 april 2006 ontving ik een zwarte rugtas, in plastic zakken verpakte goederen en twee voorwerpen, één in de vorm van een pistool en één in de vorm van een stroomstootwapen. Verzocht werd de goederen te onderzoeken.

B204: 4 wikkels, bij weging 3,8 gram, NFI code 367.028

B304: kleverige pasta, gewicht 47,38 gram, NFI code 370.801

B305: wit poeder, gewicht 2,44 gram, NFI code 369.033 (de rechtbank leest: 367.033)

B306: kleverige pasta, gewicht 57,5 gram, NFI code 370.802

(De rechtbank verstaat dat deze hoeveelheden bij elkaar opgeteld een totaalgewicht van ongeveer 116,78 gram opleveren.)

B303: 30 wikkels met het opschrift Space Pack, NFI code 367.032

B201: 5 wikkels, bij weging 4,7 gram, NFI code 367.027

B202: 2 wikkels, bij weging 0,92 gram, NFI code 367.027 (de rechtbank leest: 367.030)

(De rechtbank verstaat dat deze hoeveelheden bij elkaar opgeteld een totaalgewicht van 5,62 gram opleveren.)

B301: 7 wikkels met het opschrift Pony Pack, gelijk aan de wikkels onder B202

B203: 1 wikkel met het opschrift Snow Seal, gelijk aan de wikkels onder B201

B302: 3 wikkels met het opschrift Snow Seal, gelijk aan de wikkels onder B201

(De rechtbank verstaat dat deze aantallen bij elkaar opgeteld een totale hoeveelheid van 4 wikkels opleveren.)

B206: 11 gleuftabletten, NFI code 367.029

B207: 28 gleuftabletten, gelijk aan de tabletten onder B206

B210: 10 gleuftabletten, gelijk aan de tabletten onder B206

(De rechtbank verstaat dat deze aantallen bij elkaar opgeteld een totale hoeveelheid van 49 tabletten opleveren.)

Pistool, Categorie III.

Bij het pistool was een houder aanwezig. In de houder waren 2 patronen. De patronen konden verschoten worden met het omschreven pistool. Scherpe patronen, categorie III van de WWM.

Het stroomstootwapen is een wapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht.

Categorie II sub 5 van de WWM.

Ten aanzien van feit 1.

4.4. Het proces-verbaal met nummer PL1010/06-155914 van 21 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar J.H. Aukes, doorgenummerde pag. 119 tot en met 120.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang, als verklaring van verbalisant voornoemd, zakelijk weergegeven:

In de woning aan het adres [adres 1] zijn door mij, verbalisant, 2 kistjes, 1 grijs van kleur en 1 groen van kleur, inbeslaggenomen.

In het grijze kistje bevonden zich de volgende goederen:

- 5 seals met cocaïne in brokvorm

- 2 seals met cocaïne in brokvorm

- 1 seal met cocaïne in brokvorm

- 4 seals met (vermoedelijk) amfetamine

- 2 seals met (vermoedelijk) amfetamine

- 1 zakje met 11 witte pillen

- 1 zakje met 28 witte pillen

- 1 zakje met 10 witte pillen

In het groene kistje bevonden zich:

- 7 seals met cocaïne in brokvorm

- 3 seals met cocaïne in brokvorm

- 30 seals met (vermoedelijk) amfetamine

- 1 bal, samengesteld uit op cocaïne gelijkend wit poeder

- 1 balletje, samengesteld uit op cocaïne gelijkend wit poeder

- 1 zak met op cocaïne gelijkend wit poeder

4.5. Het proces-verbaal met nummer PL1010/06-155914 van 20 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren M.P. Gast en J.H. Aukes, doorgenummerde pag. 87 tot en met 88.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang, als de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Opmerking verbalisanten: De verdachte werd een grijs kistje / kluis getoond welke in de woning [adres 1] inbeslaggenomen is.

V = Hoe komt deze kluis in de woning van de schoonouders van jouw broertje?

A = Ik had de kluis aan mijn broertje meegegeven.

Opmerking verbalisanten: de verdachte werd de inhoud van de grijze kist getoond.

V = De inhoud van de kist, zijn dat de verdovende middelen die jij hebt gekregen?

A = Ja, dat klopt. De verdovende middelen die ik heb gekregen, heb ik in de kluis gestopt.

Opmerking verbalisanten: De verdachte werd een groen kistje / kluis getoond welke in de woning [adres 1] inbeslaggenomen is.

V = Van wie is deze groene kluis en wat kun jij over de inhoud vertellen?

A = De inhoud heb ik van [mededader 1] gekregen. De inhoud zat in een apart plastic doosje dat [mededader 1] mij heeft gegeven. Ik heb alle spullen in een tas gestopt en aan mijn broertje gegeven.

4.6. Het verslag van een deskundige, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie te Den Haag d.d. 29 mei 2006, nummer 2006.05.11.005, opgemaakt door ing. A.G.A. Sprong op de door deze als vast gerechtelijk deskundige afgelegde belofte, doorgenummerde pag. 129 tot en met 131.

Dit verslag houdt in, voor zover van belang, als verklaring van deskundige voornoemd, zakelijk weergegeven:

Kenmerk Conclusie

NFI 367.027 bevat cocaïne

NFI 367.028 bevat amfetamine

NFI 367.029 bevat MDMA

NFI 367.030 bevat cocaïne

NFI 367.032 bevat amfetamine

NFI 367.033 bevat amfetamine

NFI 370.801 bevat amfetamine

NFI 370.802 bevat amfetamine

Ten aanzien van de feiten 2. en 3.

4.7. Het proces-verbaal met nummer PL1010/06-155914 van 21 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar M.P. Gast, doorgenummerde pag. 115.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang, als verklaring van verbalisant voornoemd, zakelijk weergegeven:

Op 20 april 2006 werden in de woning op het adres [adres 2] de navolgende goederen inbeslaggenomen:

- een zwarte paraliser,

- een patroonhouder met 2 patronen,

- een pistool.

4.8. Het proces-verbaal met nummer PL1010/06-155914 van 20 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar M.F. Kikkert, doorgenummerde pag. 89.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang, als verklaring van verbalisant voornoemd, zakelijk weergegeven:

Op 20 april 2006 toonde ik, verbalisant, aan de verdachte [verdachte] een op 20 april 2006 in de woning [adres 2] aangetroffen vuurwapen, 2 patronen en een paraliser (stroomstootwapen). Ik hoorde dat verdachte [verdachte] verklaarde:

‘Dit zijn de spullen die ik van [mededader 1] heb gekregen.’

5. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Ten aanzien van feit 3:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

6. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Verdachte is dus strafbaar.

7. MOTIVERING VAN DE STRAF.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft een pistool, 2 scherpe patronen en een stroomstootwapen voor een ander in bewaring genomen en daarmee aldus voorhanden gehad. Deze voorwerpen brengen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee.

Ook heeft verdachte voor die ander hoeveelheden verdovende middelen in bewaring genomen en aldus opzettelijk aanwezig gehad. Het betrof hoeveelheden amfetamine, cocaïne en MDMA. Dit zijn gevaarlijke harddrugs, die een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid vormen.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 29 januari 2007, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder is veroordeeld, zij het niet voor gelijksoortige delicten.

Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met het over verdachte uitgebrachte Voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland, Regio Alkmaar Haarlem, Unit Alkmaar, gedateerd 19 februari 2007, opgemaakt door S.J. Soffner. De rapporteur adviseert de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact.

8. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, op de artikelen 2 (oud) en 10 (oud) van de Opiumwet, en op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. BESLISSING.

De rechtbank:

Verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2. en 3. ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders onder 1, 2. en 3. ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte voor het bewezenverklaarde tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren.

Beveelt voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast, welke vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 90 (negentig) dagen.

Bepaalt, dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte groot 80 (tachtig) uren niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt,

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft, te weten dat hij zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die hem zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, Regio Alkmaar Haarlem, Unit Alkmaar, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar, noodzakelijk oordeelt.

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg, voorzitter,

mrs. M.E.J. van Lieshout-Segers en A.J. Dondorp, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. Hirzalla, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 07 maart 2007.